donderdag 9 juli 2009

Interview Mohamed Rabbae: De conscience juive is uiteindelijk sterker dan F-16's of raketten

Bij het slaan van de eerste paal voor het nieuwe gebouw van de LJG was hij – opvallend genoeg – de enige Marokkaanse belangstellende. Enkele weken later was hij – zij aan zij met onder meer SP-Kamerlid Harry van Bommel - spreker op het Museumplein tijdens een demonstratie tegen het Israëlische optreden in Gaza. Eerder, in november, was hij één van de drie sprekers op de Kristallnachtherdenking van 'Nederland Bekent Kleur'. Mohamed Rabbae, oud-Kamerlid van Groen Links, blijft een voorvechter van multiculturele verdraagzaamheid, voorstander van dialoog en vredesactivist.


Maarten Jan Hijmans

We ontmoeten elkaar in januari 2009, tijdens het heetst van de strijd in Gaza. Rabbae heeft dan al zijn redevoering gehouden op het Museumplein, waarin hij – ooit vluchteling voor het regime van Hassan II - onder meer de Arabische regeringen van lafheid beschuldigde omdat zij de Palestijnen in Gaza aan hun lot overlieten, terwijl ze ten prooi waren aan meedogenloze bombardementen. Gelooft hij nog wel in de dialoog met Joden nu daar zoveel slachtoffers vallen? Jawel, 'juist nu is het nodig in gesprek te blijven,' zegt Rabbae. Om vervolgens uit te wijden over zijn band met Joden. In Mohammadia, het plaatsje bij Casablanca, waar hij vandaan komt, waren het zijn buren.
'Ieder had er wel zijn eigen rituelen, maar we deden veel samen, ging vaak bij elkaar op bezoek. Er kwam een kink in die harmonie toen plotseling veel Joden vertrokken zonder dat we wisten waarom. Later begrepen we dat ze naar Frankrijk waren gegaan en vandaar vaak naar Israël of Canada. Het gebeurde in 1953 of '54, van de ene dag op de andere – opeens hadden we geen buren meer. Ik denk nog steeds dat het een groot gemis was. Velen speelden een belangrijke rol in de strijd om onafhankelijkheid tegen de Fransen of voor democratisering tegen de latere koning. Zo kwam ik hier veel later in Nederland weer Abraham Serfaty tegen, die onder Hassan II 18 jaar in de gevangenis had gezeten. In '92 of '93 hebben ik en andere bestuursleden van de culturele stichting Al Farabi ook eens een debat georganiseerd in De Balie over de geschiedenis van de Joden in Marokko. In een Arabische krant werd ik toen uitgemaakt voor een agent van de zionisten.'
'Voor mezelf maak ik een groot onderscheid tussen mijn verbondenheid en solidariteit met Joden - ook voor wat betreft alle ellende van de Tweede Wereldoorlog – en de politiek van de staat Israël.
Sommige mensen kunnen dat onderscheid niet maken, maar ik kan dat wel. Stel dat – onverhoopt – het bestaan van Israël op het spel zou komen te staan, dan zou ik één van de degenen zijn die zouden strijden voor het voortbestaan ervan - op dezelfde wijze als we nu strijden voor het recht van de Palestijnen op een eigen staat.'


Kritisch
'Ik heb altijd een grote bewondering gehad voor wat in het Frans zo mooi heet 'la conscience Juive' – het Joodse geweten en de Joodse moraliteit. Het optreden van de staat Israël brengt dat omlaag. Ik ben daarom ook zo blij dat er in de Joodse gemeenschap mensen zijn die kritisch zijn over Israël en kritiek op hun eigen lotgenoten niet uit de weg gaan bij hun pogingen de conscience Juive overeind te houden. Ik denk ook dat we daar onze hoop op moeten richten. We zijn wel zo'n beetje uitgekeken op het idee dat de Europese of de Amerikaanse politiek iets kan betekenen. Ik denk dat we onze hoop moeten vestigen op die Joden die kritisch zijn en akkoord kunnen gaan met een Palestijnse staat. Als er ooit iets moois opbloeit dan zal dat zijn door beschaafde mensen van de twee kanten die bereid zijn in de ander zichzelf te herkennen. Ik denk ook dat de vernietigende kracht van Israëls wapens op den duur geen garantie bieden. Ik durf de stelling aan dat de conscience Juive op den duur een veel sterker wapen zal blijken te zijn dan F-16's, raketten en wat voor wapens dan ook.'

'De Joods-Marokkaanse Dialoog, het Joods-Marokkaanse Netwerk, dat ligt op dit moment natuurlijk moeilijk. Harry Polak (bestuurslid van het Netwerk) heeft me een tijdje geleden gevraagd toe te treden tot het bestuur en toen heb ik hem gevraagd: “Hebben jullie ooit gepraat over een oplossing – hebben jullie geprobeerd een gemeenschappelijk politiek standpunt te formuleren?” Het antwoord was: nee. Maar dan vliegt de dialoog iedere keer als er wat aan de hand is alle kanten op. Ik heb toen voorgesteld eerst zo'n discussie te houden om naar een soort politiek cement te zoeken dat ons bijeen houdt, bijvoorbeeld een twee-statenoplossing. Dan zijn we met elkaar verbonden iedere keer als Israël of Hamas of welke Palestijnse organisatie dan ook zich daartegen keert, dan kunnen we niet tegen elkaar worden uitgespeeld. Laat je het open, dan gebeurt er wat er nu gebeurt: dan moet je bemiddelen, dan is het moeilijk met elkaar te blijven praten. Dan heb je geen goede basis en moet je het weer helemaal opnieuw gaan opbouwen.'

Mond open
Marokkanen toen en nu, je was er vrijwel van het begin af bij. Er is veel veranderd in de tussentijd. Hoe is het om daarop terug te kijken?
'De Marokkanen werden oorspronkelijk, net als de Italianen en de Spanjaarden, aangetrokken met het idee dat er tijdelijk gastarbeiders nodig waren om de tekorten op de arbeidsmarkt aan te vullen en dat ze na een paar jaar weer terug zouden gaan. Heb je ooit een wervingsfilmpje uit die tijd gezien? Jaap van Meekren van de AVRO heeft er een keer een documentatire over gemaakt. Mannen moesten - net als paarden – hun mond open doen om naar hun gebit te laten kijken om hun leeftijd te laten schatten en werden in armen en benen geknepen. Er werd bewust geworven in het Rif-gebergte en op het platteland, en gemikt op mensen met een lage opleiding, ze gingen immers toch weer terug. Maar dat gebeurde dus niet. In de jaren zeventig heb ik als directeur van een stichting in Breda de politieke partijen een keer voorgesteld om die gastarbeiders – net als politieke vluchtelingen die zich hier hadden gevestigd – recht te geven op 400 uur les in de Nederlandse taal. Alle partijen waren tegen, behalve klein links, zoals de CPN en de PPR en Nora Salomons van de PvdA. De groten zeiden: dat heeft geen zin, die gaan toch terug. En toen was daar een jaar of wat terug ineens – tot mijn grote verbazing – dat mens Verdonk met haar eis dat er thuis en op straat Nederlands zou moeten worden gesproken.'

Verrechtst
'In de jaren tachtig groeide er wel enige solidariteit, onder meer van de kerken. Maar na 2001 – de aanslagen in New York – kwam de kentering. Eerst werd de aanval geopend op de Turken en Marokkanen, toen op de moslims in het algemeen. Er zijn luidruchtige jongeren – verkeerde jongeren, natuurlijk ik geef het toe – maar na 2001 verslechterde het klimaat en en na de moord op Van Gogh in 2004 zijn de poppen helemaal aan het dansen. Sindsdien hebben we te maken met een verrechtste samenleving met Verdonk en Wilders. En met Fortuyn als 'Nederlander van de eeuw'. Sindsdien is ook een radicaliseringsproces aan de gang onder de Marokkaanse en ook de Turkse jeugd. Alleen wordt dat niet vertaald in excessen, maar gaan er een heleboel – vaak de meer succesvolle – terug. Volgens mij is dat verlies voor de Nederlandse economie en cultuur.'
'Marokkanen worden in de beeldvorming voorgesteld als de meest gesegregeerde en niet-geïntegreerde groep in Nederland. Maar als je kijkt naar het grote aantal mensen dat succes heeft krijg je toch een ander beeld. Schrijvers als Abdel Kader Benali, Hafid Bouazza, Khalid Boudou en Naima El- Bezzaz; een cabaretier als Najib Amhali of de makers van Chouf Chouf Habibi, de voetballerij met mensen als Boulahrouz, de mode met Aziz, of de vele kamerleden als Aboutaleb, Marcouch en Fatima Elatik. Het kenmerkende van Marokkanen is dat ze zo naar buiten treden. Ofwel succesvol, ofwel negatief in de zin van contact met politie en gevangenis. Ze hebben alles wat de Nederlandse samenleving ook heeft. Over 10, 15 jaar, zo is mijn stelling, zal Nederland er enorm van genieten.'
Waarom dan een dialoog als de integratie toch vanzelf gaat? Jullie hebben ons als voorbeeld niet nodig.
'Er zijn een heleboel redenen. Er zijn raakpunten in de taal en de Koran die hier en daar is geïnspireerd door het Jodendom. Er is een gemeenschappelijke geschiedenis – Joden en Marokkanen zijn polen die – zelfs als ze ruzie hebben - elkaar aantrekken en afstoten. Het belangrijkste belang is misschien dat we – juist als Arabieren in het buitenland - een voorbeeld kunnen proberen te zijn van beschaafd met elkaar samenleven en van elkaar genieten. Het gaat tenslotte niet om een calculerend belang, maar om een ideëel belang, want alle kleine bijdragen kunnen helpen in positieve zin.'

Geen opmerkingen: