maandag 23 november 2009

Is dit nu antisemitisme, of hoe moeten we dit noemen?



Gisteren naar Ghetto van Herman Heijermans geweest, een verlaat verjaarscadeau van Emilie. Op weg er naartoe kwamen we heel toevallig Judith Herzberg tegen, die - toen we vertelden wat we gingen doen - zei niet blij te zijn met de opvoering. Heeft dat niet een beetje een antisemitische inhoud? Maar ja, dat mag weer tegenwoordig, geloof ik.' 'Daar zijn we tegen,' zei Emilie, half en half voor de grap. Ik begreep niet goed wat Judith bedoelde.
Goede vertolking door Het Toneel, spannend stuk. Merkwaardig hoe iets dat meer dan een eeuw oud is (het is uit 1898) nog zo eigentijds kan aandoen qua taalkeus, dialogen en eigenlijk ook keuze van de thematiek. Het is het verhaal van de blinde Joodse handelaar Sachel uit de jodenbuurt, wiens zoon Rafael verliefd wordt op het niet-joodse dienstmeisje Rose. De verhouding is eigenlijk taboe, dus de verliefden houden het geheim, maar het komt uit als geprobeerd wordt Rafael te koppelen aan het Joodse meisje Rebecca, de dochter van een relatie van Sachel. En vervolgens is er het drama rond het feit dat Rafael voor Rose kiest, wat neerkomt op een keuze tegen de Joodse traditie.
Heijermans waagt zich in het stuk aan iets waar ook Shakespeare zich mee inliet toen hij de Koopman van Venetië schreef: de Joodse koopman geplaatst voor het probleem dat een kind (in Shylocks geval is het zijn dochter) verliefd wordt op een niet-jood en er vandoor gaat. Het betekende het verlies van een kind. Wie zoiets deed plaatste zich buiten de Joodse gemeenschap in die dagen. Tegenwoordig wordt daar - althans in de meeste Joodse kringen - iets meer ontspannen mee omgegaan, maar dat wil nog niet zeggen dat het echt op prijs wordt gesteld. In de Joodse traditie wordt het nu eenmaal gevoeld als een onderbreking van de continuîteit, van de opdracht om het Jodendom door te geven - een breuk in de 'keten van geslachten' zoals het heet. Maar zeker in Heijermans' dagen van emancipatie van de Joden in de Westerse wereld was het een heet hangijzer, en het thema moet ook hemzelf hebben beziggehouden, als iemand die niet veel meer zag in het traditionele Jodendom.

Heijermans behandelt het thema wat mij betreft op meeslepende wijze, met name in de dialoog tussen Raphael en de rabbijn die door Sachel te hulp is geroepen om de weerspannige zoon in het gareel te krijgen. In dramatisch opzicht legt hij het echter genadeloos af tegenover Shakespeare. Bij Heijermans neemt Sachel wraak door het dienstmeisje Rose voor te liegen over de ware intenties van Raphael, waarop ze in de gracht springt. Een beetje ongeloofwaardig. Bij Shakespeare wil Shylock zijn woede over het verlies van de dochter koelen door de ´pond vlees' uit het lichaam van Antonio op te eisen die contractueel was overeengekomen als Antonio zijn schuld niet kon betalen. Maar de Doge van Venetiê weet dat te verijdelen door te bepalen dat hij contractueel wel het vlees uit Antonio mag snijden, maar dat er niets staat over bloed. Zodat hij onmiddellijk zal worden gearresteerd als hij ook maar een druppel ervan zal vergieten. Maar dramatisch minder sterk of niet, het dilemma van Sachel wordt er bij Heijermans niet minder duidelijk om.
Dacht ik.
Tot ik een korte pogrammatoelichting las van de filosoof Ger Groot. 'Wie in het begin van de 21ste eeuw Herman Heijermans Ghetto ziet, komt niet onder een schok van herkenning uit,' schrijft Groot. 'Strijd en onbegrip tussen religies, weerspannigheid tussen traditie en modern leven, verachting tussen bevolkingsgroepen en zelfs het anachronisme van het gearrangeerde huwelijk, het zit er allemaal in. Meer dan honderd jaar na dato maken we dat opnieuw mee, al zijn de namen van de betrokken partijen inmiddels veranderd. Het is niet langer het jodendom dat koppig de gelederen gesloten wil houden en de traditie sterker aanzet dan ooit het geval was. Nu is het de islam die - althans in sommige van zijn gelederen - 'nee' lijkt te zeggen tegen iedere assimilatie. De gevolgen daarvan zijn soms even verwoestend.'
En even verderop: de oude bokkige en ogenschijnlijk rûcksichtlose vader is de meest aanstootgevende figuur in dit toneelstuk. Niet omdat hij oude joodse stereotypen weer onbekommerd in ere lijkt te herstellen: hij lijkt gemodelleerd naar Shakespeare's Shylock. Maar vooral omdat zijn onbuigzaamheid zo shockerend is voor onze moderne flexibiliteit.'
Nog even verder merkt Groot op dat Sachel 'de jood was die altijd al het slachtoffer was van de christenwereld die de dienst uitmaakte' . Zijn  'joodse ik', lezen we, laat zich niet zomaar veranderen omdat dan alles zinloos zou worden, niet in de laatste plaats het doorstane leed uit het verleden'. En tenslotte zegt Groot ook nog: Het is opvallend dat de godsdienst voor Sachel (en zijn omgeving) nauwelijks een expliciete rol speelt. Religie is er louter op rituele wijze in aanwezig als een verzameling gewoonten en gebruiken die het leven versieren en vorm geven. - maar theologie of zelfs "Gods wil" komen niet ter sprake.'
Groot zegt dat terwijl het stuk bol staat van verwijzingen naar de Joodse traditie en voorschriften. Hij geeft daarmee blijk die traditie niet als een zinvolle traditie te herkennen, eigenlijk dus de joodse godsdienst van de hand te wijzen omdat zij niet is zoals de christelijke. Die christelijke godsdienst, waarin wel theologische leerstellingen en zelfs Gods wil van stal worden gehaald, kent hij blijkbaar wel, maar dat is dus niet het geval met het jodendom (en ook de islam) waarin vooral sprake is van voorschriften omtrent het dagelijks leven en geboden omtrent wat goed is en wat slecht. Voor Groot is jodendom kennelijk alleen iets uit een verleden, dat zin en betekenis had toen Joden werden vervolgd, en dat in een modernere tijd, waarin geen vervolgingen of antisemitisme meer zouden bestaan, zijn zin heeft verloren en alleen maar een obstakel zou zijn op de weg naar assimilatie.
 Dat is een gevaarlijke opvatting. Dat komt heel dicht bij de vooroorlogse antisemitische opvattingen  dat jodendom op een veel lager plan zou staan dan christendom. Het gaat er stilzwijgend van uit dat jodendom en islam eigenlijk niets anders zijn dan achterlijke opvattingen die ons - moderne flexibele mensen - tegen de borst zouden moeten stuiten. Die - soms met verwoestende gevolgen - 'nee' lijken te zeggen tegen iedere assimilatie.
Maar waarom eigenlijk assimilatie? Integratie, je aanpassen aan de omgeving, jazeker, dat wel. Maar assimilatie, je eigenheid opgeven, is toch echt een brug te ver. Dat maakt inbreuk op het recht van iedereen op een eigen culturele achtergrond, een eigen geloof en een eigen identiteit. We hoeven toch zeker niet allemaal onze achtergronden op te geven voor een soort gelijkgetrokken Nederlanderschap, waarbij we allemaal Hema-worst eten en Kerstmis vieren, al of niet geseculariseerd? Het is iets dat we niet moeten - en ook helemaal niet mogen - willen. Ger Groot beweegt zich op een hellend vlak. Ineens begrijp ik wat Judith Herzberg bedoelde. Al denk ik niet dat het 'm in het stuk van Heijermans zat.

Geen opmerkingen: