vrijdag 12 maart 2010

Bos, Cohen, van Mierlo

Het vertrek van Agnes Kant was achteraf gezien niet meer dan een rimpel. Het vertrek van Wouter Bos is vergeleken daarmee een golf, al moet ik bekennen dat het vertrek van Agnes me meer doet. Ik heb Bos leren waarderen als een handige debater, maar voeg eraan toe dat ik na al die jaren dat hij op zijn post was nog steeds niet goed kan navertellen waar hij politiek eigenlijk staat. Qua ideeën over de rechtsstaat en zo denk ik dat het wel in orde is, maar qua inhoud over de inrichting van de maatschappij, eerlijk delen, gelijke kansen voor iedereen..? In feite, denk ik, is Bos helemaal geen socialist en dat ook nooit geweest. Hij is in nog grotere mate dan Kok dat was een pragmatisch politicus, ietwat links van het midden. Een zekere gladheid is hem niet vreemd (hij doet m altijd denken aan een eend waarbij de druppels langs de veren afdruipen) en zijn aanpak van de banken ... enfin, laten we zeggen dat ons dat nog lang zal heugen....

Over naar zijn opvolger Job Cohen, maar dat niet voordat ik een paar woorden heb gewijd aan de gisteren overleden Hans van Mierlo. Van Mierlo was een van de weinige echt originele mensen in de Nederlandse politiek. Wie de records erop naleest zal zien dat hij een totaal afwijkend soort minister van Defensie is geweest die in NAVO-verband verhalen hield waarvan die oren van die types daar moeten zijn gaan flapperen, omdat hij er niet voor terugschrok al hun strategische concepten ter discussie te stellen. In mindere mate gold dat ook voor zijn ministerschap van Buitenlandse Zaken (daar bleef het geloof ik wat meer binnenskamers). In partijverband had hij de zonderlinge eigenschap om D66 als een soort vogel Phoenix weer tot leven te kunnen wekken als het al vrijwel afgelopen leek. Hij heeft nog het genoegen gesmaakt om te zien dat Alexander Pechtold dat kunstje min of meer van hem lijkt te hebben afgekeken. Maar Van Mierlo zal worden gemist. Door D66, door de Nederlandse politiek in algemeen die hij nu niet meer kan wekken en opschudden, en als een flaneur die je - zeker in Amsterdam - .telkens op de meest  uiteenlopende, belangrijke zowel als onbelangrijke gebeurtenissen en plekken tegenkwam.

En dan Cohen. Zijn plotselinge overstap van het burgemeesterschap naar het lijsttrekkerschap is een enorm verlies voor Amsterdam, wat mij betreft, waar hij veel gelazer, dreigingen (denk alleen al aan de opwinding rond de moord op Van Gogh) en gedoe in wijken en rond scholen heeft helpen voorkomen en afwenden. Hij heeft absoluut zijn gelijk bewezen met zijn politiek van 'de boel bij elkaar houden' en 'lik op stuk' optreden tegen relschoppers. Maar voor de nationale politiek is zijn ommezwaai een niet makkelijk te overschatten aanwinst. Cohen is straks als het moet hèt antwoord op de dreiging van Wilders. In de toekomst waar het  moeilijk kan zijn een kabinet te formeren zonder Wilders als er niet sterke stemmentrekkers worden ingezet, kan hij de joker zijn uit de mouw van de PvdA, iemand die het ook nog wel moet kunnen winnen van de weinig tot de verbeelding sprekende Balkenende. Eigenlijk is hij misschien wel de enige die tegenover het racisme van Wilders en zijn electoraat een overtuigend alternatief kan neerzetten.

Los daarvan heb ik nog  een persoonlijke noot toe te voegen: Cohen is een mogelijke premier in de dop en zou als zodanig de eerste Jood zijn die op die post doordringt. We hebben al Joodse ministers gehad, en Joodse burgemeesters natuurlijk, maar een Joodse premier is een novum. En zoals ik het toejuich dat iemand als Aboutaleb kon doorstoten in Rotterdam (was hij maar hier in Amsterdam gebleven, we hebben hem nu nodig) zo vind ik het een prachtig bewijs van emancipatie - de hoofdprijs eigenlijk - als Cohen straks een regering zou aanvoeren.
 
Als korte illustratie van de vraag hoe Joods Cohen eigenlijk is en wat hem drijft, een paar fragmenten uit een -vrij kort - interview dat ik samen met Robin de Munnik had in december 2008 voor Kol Mokum, een blad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam. Op de vraag wat voor band hij, ongelovig als hij is, heeft met het Jodendom, zo hij al een band heeft, zei hij:
 
'Goed. Ik ben inderdaad ongelovig. Maar natuurlijk met duidelijke Joodse roots. Daar heb ik vanzelfsprekend een band mee. Het is ook lastig om dat niet te hebben met zo'n naam. En het is ook mijn geschiedenis en de geschiedenis van mijn ouders en van mijn grootouders. Mijn vader heeft ondergedoken gezeten en allebei mijn grootouders van vaderskant zijn omgekomen in Bergen Belsen. Mijn grootvader van moeders kant overleed net voor de oorlog aan een blindedarmontsteking en mijn moeder zei altijd dat dat achteraf gezien een zegen was die hem veel ellende heeft bespaard. Maar zo heb ik dus drie van mijn vier grootouders nooit gekend.
Mijn vader werkte ook een aantal jaren bij wat toen nog het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie heette  (nu het NIOD, red.) als onderdirecteur. Ik ben dus opgegroeid met de oorlog. En met de geschiedenis van de Joden en de oorlog. Maar ik ben om de een of andere reden nooit opgevoed met de Joodse traditie. Ik heb ook nooit de neiging gehad om naar Israël te gaan, ik ben ook geen zionist. Wel was het weer zo dat ik in 1967 als student heel erg in beslag werd genomen door de Zesdaagse oorlog, dat heeft me toen enorm bezig gehouden...

.. in emotionele zin?

' Ik had daarvoor nooit een mening over die dingen gehad. Maar ik heb toen heel veel nagedacht. En ik vond toen wel dat Israël moest blijven en zo.'

Een van uw voorgangers, Ed van Thijn, was een onderduik kind en hij heeft vaak gezegd dat dat mede een reden was waarom hij zo begaan was met mensenrechten. Speelt bij u uw achtergrond een vergelijkbare rol? Bijvoorbeeld als het gaat om minderheden en de boel bij elkaar houden?

'Ik heb altijd een een enorme verbondenheid gevoeld met de rechtsstaat. Het feit dat alle mensen daarin gelijke kansen hebben en gelijkelijk worden behandeld. Dat er geen verschil is tussen mensen op grond van ras, geloof, sekse of wat anders, dat er geen onderscheid wordt gemaakt. Maar of ik daarin een sterkere drive heb door mijn Joodse achtergrond, ik weet het echt niet. Natuurlijk is het onvoorstelbaar en onbegrijpelijk wat er in de oorlog is gebeurd. En wat me opvalt is dat iemands achtergrond de laatste tijd weer een heet onderwerp is. Dat of iemand Joods is, of christen, of moslim weer een enorme rol speelt. Toen ik student was, of op de middelbare school, was dat helemaal niet zo'n issue. Maar door het integratiedebat – waarbij het woord islam natuurlijk de Ankeiler is – en door alles wat er in en rond Israël speelt, zijn die dingen op de voorgrond gekomen. Het vreemde is, ik ben met Marokkanen in Marokko geweest. Daar wonen nu nog steeds Joodse minderheden, die hebben daar altijd gewoond. En daar zijn nooit problemen mee geweest, ook nu niet.'

En over zijn burgemeesterschap:

Is deze baan van u leuker dan ...

'Ja.. Ja veel leuker. Dat was de vraag toch? Ja veel leuker dan alles wat ik hiervoor heb gedaan. Maar ik zou het nooit gekund hebben als ik die dingen niet eerst had gedaan. Ik heb natuurlijk lang in de academische wereld verkeerd en ben rector magnificus geweest. Dan moet je ook omgaan met allemaal lastige mensen. En je leert een verhaal vertellen, hoofdzaken van bijzaken onderscheiden, dingen over het voetlicht brengen. Dat moet je ook kunnen als burgemeester...'

een performer te zijn..

'Ja, absoluut.
.
Wordt u wel eens aangesproken op uw Joods zijn en vind u dat niet lastig?

'Ach nee, waarom zou dat lastig zijn? Eigenlijk wordt ik er trouwens het meest op aangesproken vanuit Joodse kring.'

U bent een beetje van ons?
Lachend: 'Ja, zoiets.'

Geen opmerkingen: