vrijdag 5 maart 2010

Renovatie staat in Hebron vrijwel gelijk aan annexatie


Een enkele keer kan ik het niet laten om een ingezonden brief te schrijven. Misschien een rare afwijking voor een blogger. Deze brief ging naar Het Parool - dat vanuit een soort nostalgie naar het verzetsverleden erg veel pro-Israëlgevoel in zijn pagina's stopt. Hij werd niet geplaatst. Jammer, maar Ik ben er niet echt verbaasd over.   
(Update 11 maart: Vandaag werd de brief - ietwat over tijd - toch nog geplaatst en vrij prominent. Maar wel hier en daar wat ingekort. Zodat het niet erg is dat hij ook op deze blog staat).
  
Op de berichtgeving van Ad Bloemendaal uit Israël is meestal niet veel aan te merken, maar bij het stuk 'Rellen om renovatie heiligdommen' (Het Parool van 2 maart 2010) zijn toch wel wat kanttekeningen op hun plaats.
 Wat Bloemendaal beschrijft is het besluit van de regering-Netanyahu om twee plaatsen toe te voegen aan de lijst van Israëlisch erfgoed: namelijk de tombe van Rachel in Bethlehem en de Grot van de Aartsvaders in Hebron. Dat zijn allebei plaatsen in bezet gebied en daarom viel dat besluit slecht bij de Palestijnen, meldt Bloemendaal. Om er meteen op te laten volgen dat Netanyahu, nadat er protesten losbraken, zou hebben verklaard dat het niet om annexatie, maar om renovatie ging en er niets veranderd werd aan de status quo.
Op dat punt aangekomen had Bloemendaal iets kritischer te werk mogen gaan. Om te beginnen is het zo dat die lijst van Israëlisch erfgoed alleen Joodse monumenten bevat, zoals het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in een survey over religieuze tolerantie uit 2009 nog liet weten. Christelijke, islamitische of andere monumenten zal men er tevergeefs op zoeken. Hetgeen betekent dat Israel de Grot van de Aartsvaders wel degelijk van status doet veranderen.
De minbar van Salah-eddin (Saladin)
 Die grot, waar aartsvader Abraham en zijn familie begraven zouden zijn,  is namelijk in Hebron - en overal elders in het Midden-Oosten - beter bekend al de Ibrahimi moskee, het tweede islamitische heiligdom in Palestina, na de Aqsa moskee in Jeruzalem. Het gebouw, dat deels van Herodiaanse, deels van vroeg islamitische oorsprong is, dankt zijn huidige vorm en inrichting aan Saladin (Salah ed-Din), die man die de Kruisvaarders verdreef. (Het heeft bijvoorbeeld een schitterende minbar, een preekstoel, die nog door hem persoonlijk is geschonken). Het gebouw is sinds 1188 in gebruik als moskee en wordt beheerd door de Waqf, dezelfde islamitische stichting die ook de Omar en Aqsa moskeeën in Jeruzalem beheert. Het feit dat Israël dit islamitische heiligdom (vergeet niet dat Abraham/Ibrahim ook voor molims heilig is) nu op de lijst van Joodse monumenten heeft geplaatst is dus wel degelijk een heel vergaande ingreep. En dat temeer omdat de moskee al sinds 1968, het jaar waarin de eerste kolonisten zich vestigden in Hebron, het doelwit is geweest van Joodse indringers. Bloemendaal beschrijft dat het bouwwerk een grote moskee en twee kleine synagoges bevat, alsof dat de gewoonste zaak is van de wereld. Maar dat is het natuurlijk niet. De werkelijkheid is dat de eerste kolonisten zich wederrechtelijk toegang tot de moskee verschaften en in de jaren '68-69-70 net zo lang trammelant bleven maken tot zij - in de moskee zelf - een afgebakend stukje synagoge kregen dat via een met touw afgezet looppad was te bereiken. Ik heb deze beschamende situatie, die men nergens anders ter wereld zal aantreffen, en die de inwoners van Hebron letterlijk onder bedreiging van vuurwapens is afgedwongen, voor het eerst in '81 gezien toen ik voor Het Parool de Israëlische verkiezingen versloeg.
Na 1994, toen de kolonist Baruch Goldstein op een kwade dag deze synagoge betrad om vandaaruit 29 moslims dood te schieten en er 270 te verwonden voor hij door omstanders werd doodgeslagen, werd de situatie veranderd. Sindsdien zijn er aparte deuren voor de synagoges in de eeuwenoude muren bijgemaakt. Ook zijn er sindsdien draconische veiligheidsmaatregelen van kracht in Hebron, die overigens - volgens een moeilijk te volgen logica - niet de kolonisten, maar de Palestijnen treffen. De laatsten mogen al 16 jaar niet meer gebruik maken van de hoofdstraat, de Shuhada Straat (of van hun voordeur als hun huis toevallig aan deze straat staat) en ook is de belangrijke groentenmarkt van Hebron al 16 jaar gesloten. 
Enige Palestijnse boosheid over de Israëlische maatregel lijkt me in het licht van het voorgaande wel begrijpelijk. Bloemendaal had daarom een ietsje minder luchthartig met dit nieuws mogen omgaan, wat mij betreft. 

Geen opmerkingen: