donderdag 9 december 2010

Bijzondere herdenking 8 decembermoorden op Haags Montessori Lyceum


Ik ben niet gek op reünies, maar een paar weken terug heb ik een reünie-achtige bijeenkomst meegemaakt die - ik kan niet anders zeggen - diep ontroerend was en diepe indruk op me heeft gemaakt. Ik had er ter gelegenheid van 8 december over willen schrijven, maar zo gaat het al bloggend vaker, soms loop ik hijgend achter de dingen aan. Nu dus maar een dag later
Acht december, waar doet het aan denken? Suriname, de decembermoorden.  De  bijeenkomst had daar inderdaad mee te maken. Tijdens een bijeenkomst, verleden jaar, ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van het Haags Montessori Lyceum (HML)- waar ik overigens niet bij was -, was  Kenneth weer ter sprake gekomen. Kenneth was Kenneth Gonçalves, deken van de Orde van advocaten in Paramaribo, die op 8 december 1982 samen met de andere bestuursleden van de Orde, journalisten en vakbondsbestuurders, in totaal 15 man die zich net als hij voor herstel van de democratie hadden ingezet, werd opgepakt, gemarteld en vermoord. Hij was toen 42 jaar oud. Kenneth was, u had het al begrepen, oud-leerling van het HML. Op bovenstaand fotootje, vermoedelijk uit 1955 of daaromtrent is hij te zien, zo'n 15 jaar oud, tijdens een schoolreisje naar Malmédy. Hij is de donkere jongen die over het gangpad aan het schaken is. 
Op de reünie bleek dat wat hem en zijn familie (en Suriname) is aangedaan, sterk in het bewustzijn van al zijn vroegere klasgenoten en vrienden is blijven hangen, juist omdat het HML - dat destijds meer nog dan nu een soort pioniersrol op onderwijsgebied vertegenwoordigde -  zo enorm de nadruk legde op zaken die eigenlijk, zo werd het het het letterlijk gezegd, veel belangrijker waren dan de dingen die je voor je eindexamen moest leren, namelijk menselijke waardigheid, cultuur, gelijke rechten voor iedereen, democratie op alle terreinen. Kenneth (foto hiernaast) bleek in dat opzicht heel erg 'een der onzen' te zijn, iemand die iets had gedaan waar we achter stonden en met wei we solidair waren. Daarom werd toen het besluit genomen te ijveren voor een gedenkteken.
Dat kwam er. Ex-klasgenote Yvonne Scholten, oud-Vara medewerker van onder meer radio 5, had zich er met hulp van twee anderen (Donald Bleijleve en Robert Kuiper) voor ingezet. De huidige schoolleiding van het HML had zich erachter gesteld. De Canadese beeldhouwer Mike Piché (docent aan de school) had een gedenkteken gemaakt. Zo'n 35 meest oud-klasgenoten van Kenneth, hadden (fors) bijgedragen en de school had bijgepast. Op 17 november, de dag waarop Kenneth 70 jaar zou zijn geworden, werd het onthuld (zie de foto, helaas heb ik geen betere) door Kenneth' dochter Valerie, die geboren werd in hetzelfde jaar waarin hij werd vermoord, en in het bijzijn van Kenneth's vrouw Lilian.

     
Yvonne Scholten hield een speech waarin citaten verwerkt waren van oud-klasgenoten (er was een boekje van gemaakt voor zijn vrouw en dochter). Kenneth kwam eruit naar voren als een ernstige, slimme jongen die zich - toen al - zeer ervan bewust was dat er grootse dingen op hem wachtten in Suriname. Zie bijvoorbeeld de volgende herinnering van klasgenoot Dick Verstegen (intussen gepensioneerd hoofdredacteur van de Brabant pers),  die verhaalde van een bezoek dat hij en medeklasgenoot Robert Kuiper een keer brachten aan Kenneth op zijn kamer ergens aan de Mient in Den Haag:  
  . Er staat me nog goed bij dat de gespreksonderwerpen van een totaal ander kaliber waren dan Robert en ik gewend waren. Dit keer geen gezeur over meisjes, leraren of huiswerk. Kenneth had een missie en dat wilde hij, met zijn zestien, zeventien jaar duidelijk weten. Hij betoonde zich in het gesprek leergierig, gezagsgetrouw, idealistisch en doelgericht. Hij had een beeld van Nederland als een hardwerkende, maar wat bleke en stuntelige natie en plaatste zichzelf in een zeer sprekend perspectief ten opzichte van zijn eigen land, Suriname. Ik keek daarvan op. Hier zat een jongen van mijn leeftijd die wist wat hij wilde! Hij schroomde niet ons duidelijk te maken dat hij het straks, na zijn rechtenstudie in Nederland wilde gaan maken in Suriname. ‘Ik wil iets doen voor mijn land, ik mik op minimaal minister.’ Die zat. Zo recht voor z’n raap had ik het nog niet meegemaakt van mijn eigen kaaskopgenoten.
 Yvonne citeerde ook herinneringen van Manuel Periañez, zoon van Spaanse ouders die tegen het Franco- bewind hadden gevochten en na de Spaanse burgeroorlog naar Zuid-Amerika waren gevlucht. Manuel vertelde dat Kenneth een tijdje in huis had gezeten bij de Duitse lerares Van 't Hoff Stolk, een lot dat hem overigens verbond met Manuel zelf, met de eerder genoemde Robert Kuiper en met mij, die allemaal - hoewel in de meeste gevallen na elkaar - eveneens de gastvrijheid hadden genoten van deze lerares Duits. Uit de herinneringen van Manuel:
Kenneth woonde een tijd op kamers bij de familie Van ‘t Hoff Stolk en hij kreeg echt bewondering voor Mr Piet van 't Hoff Stolk , advocaat en echtgenoot van onze lerares. Kenneth begon hem te imiteren en daar was hij goed in. Hij nam zijn toon over, zijn soms wat afwezige blik, zijn manier om een borrel vast te houden, en om de as van zijn sigaret af te kloppen tegen het asbakje. Later ging hij zelfs blauw gestreepte overhemden dragen, net als “Piet”, zo als hij Mr Van 't Hoff Stolk was gaan noemen. Ze praatten vaak samen over zijn belevenissen in zijn reeds lange loopbaan als advocaat. Van ‘t Hoff Stolk was o.m. een van de drie verdedigers geweest van Marinus van der Lubbe, door de nazi’s in 1933 beschuldigd van de brandstichting in de Rijksdag. Van der Lubbe maakte geen schijn van kans om niet veroordeeld te worden maar Piet was zo moedig geweest om naar Nazi-Duitsland te gaan om hem te verdedigen. Dat maakte indruk op Kenneth en ik denk dat zijn beroepskeuze daar misschien wel door bepaald is. En misschien zelfs zijn latere houding als advocaat in Suriname.
En Yvonne Scholten zelf in haar speech:
We leefden – in die jaren ’50 – nog heel sterk in de schaduw van de tweede wereldoorlog – en al praatten we meestal niet over de dingen die daar direct mee samen hingen, de meer persoonlijke dingen, toch waren we heel erg bezig met de vraag hoe het tot die gruwelijke oorlog had kunnen komen en vooral: hoe je voorkwam dat zoiets weer gebeurde. Maar het idee dat een van ons ooit vermoord zou kunnen worden om politieke redenen – dat idee stond toen wel heel erg ver van ons af. Bij die gesprekken kwam de naam van Kenneth meer dan eens terug – ik merkte dat heel veel van ons na de moord op Kenneth in 1982 eigenlijk iedere keer als Suriname ter sprake kwam onmiddellijk met hun gedachten bij hem waren. Ik merkte dat ook in de enorme hoeveelheid mails die ik gekregen heb de afgelopen maanden – velen schreven me over een combinatie van verdriet maar vooral ook van woede.
Wat de bijeenkomst vooral bijzonder maakte was dat de herinneringen van oud-schoolgenoten als het ware beantwoord werden door Lilian Gonçalves, die met Kenneth samen een advocatenkantoor dreef toen hij werd vermoord. Zij beschreef hoe het leven van Kenneth in Paramaribo was verlopen tot zijn ontijdige einde. Citaat:
De dag na de coup gingen we naar ons advocatenkantoor. Kenneth riep alle medewerkers bij elkaar en we gingen zitten aan de grote mahoniehouten vergadertafel. Dit was niet eerder gebeurd. Er heerste een heel onbestemd gevoel, maar sommigen waren ook zichtbaar blij. Toen hield Kenneth heel formeel en plechtig een toespraak. Daarin zette hij uiteen dat de coup het einde van de democratische rechtsstaat inluidde, dat er geen enkele reden tot vreugde kon zijn maar slechts van ernstige zorg. Zijn woorden sloegen in als een bom.
Toen pas realiseerde iedereen zich wat er echt aan de hand was.Valerie, onze enige dochter, was toen pas enkele maanden oud en we begonnen ons zorgen te maken over haar toekomst, onze toekomst en die van het land.
Dat de militairen het land met harde hand regeerden werd onmiddellijk duidelijk. Na de coup werden televisiebeelden vertoond waarop te zien was hoe burgers vanwege een onduidelijk vergrijp door militairen werden afgeranseld. Er volgde een interne machtsstrijd onder de militairen en pogingen tot coups. Bij de eerste daarvan zagen we op televisie een verdachte van een coup, sergeant Hawker, gewond en vastgebonden op een brancard liggen. Hij werd in deze positie geëxecuteerd.


Lilian vertelde hoe in november 1982 als reactie op de coup een Associatie voor Democratie werd gevormd, bestaande uit dertien organisaties waaronder alle christelijke, hindoe en moslim gemeenten, het bedrijfsleven, de fabrikanten, de advocaten, medici, pers en media en de Centrale van Landbouwersbonden en de Nationale Vrouwenraad. Nog een citaat:
Op 15 november 1982, het Divali feest, feest van het licht, hield Bouterse een
speech op televisie waarin hij aangaf op welke wijze de leiding van het revolutionair proces zal doorgaan met het vestigen van een waarachtige democratie, gebaseerd op structuren in de samenleving met inspraak van het volk. In reactie daarop richtte de Associatie voor Democratie zich in een brief van 23 november 1982 tot de Voorzitter van het Beleidscentrum Lt. Kolonel D.D.Bouterse, waarin gesteld werd dat het standpunt van het militair gezag over de staatsordening getuigt, niet van een democratische, maar van een totalitaire staatsopvatting. In de brief werd bovendien zorgvuldig uiteengezet wat een staatsordening is die wel beantwoordt aan de conceptie van een moderne rechtsstaat: een bestuur gekozen op basis van eerlijke geheime verkiezingen, een Grondwet met garanties ten aanzien van grondrechten ter voorkoming van ontsporingen, een evenwichtig politiek systeem, heroriëntatie van de positie van het leger in het staatsbestel, basisovereenstemming tussen politieke leiders,vakbeweging, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties over de hoofdlijnen van het sociaal-economisch beleid, het buitenlands-, ontwikkelings en investeringsbeleid.
Daarbij werd aanbevolen om bij de bevolking draagvlak te creëren om zo goed mogelijk de ingrijpende en pijnlijke maatregelen, om de sociaal -economische crisis het hoofd te kunnen bieden, te doorstaan. De rode draad door deze correspondentie is de oproep aan het Militair Gezag om in dialoog te gaan om op vreedzame wijze uit deze impasse te geraken en de democratische rechtsstaat te herstellen.
Die oproep is op militaire wijze beantwoordt en de afloop is ons bekend. In de nacht van 7 op 8 december werden zestien mannen door de militairen opgehaald, onder wie Kenneth Gonçalves.
Ik heb Kenneth nooit meer levend terug gezien. Tezamen met veertien anderen, onder wie drie collega`s, werden zij ernstig gemarteld en geëxecuteerd. De oproep van deze mannen, de voortdurende oproep tot dialoog om te komen tot een democratische staatsordening werd met de kogel – een regen van kogels – beantwoord.
Verschillende van de aanwezigen gaven aan dat één van de bijzondere facetten van deze bijeenkomst was dat Lilian en Valerie (op het fotootje samen in Paramaribo gefotografeerd) aan de ene kant en wij aan de andere het verhaal van Kenneth's leven nu volledig hadden hadden kunnen maken, doordat het twee verhalen waren die naadloos op elkaar bleken te passen. Wat zeker niet minder indrukwekkend was voor de aanwezigen - onder wie Judith Belinfante (ex-directeur van het Joods Historisch Museum), Erik Krabbe (emeritus hoogleraar filosofie in Groningen) Jan Willem de Kanter (ex-stadsarchitect van Haarlem), Aukelien van Hoytema (radio-presentator), Roel van Duijn (ex-gemeenteraadslid van Amsterdam, ex-kabouter), en een hoop anderen mensen met interessante levensverhalen - was de grote mate van saamhorigheid die ons in dit opzicht bleek te binden. En het belang van de Montessoriaanse idealen die voor ons na een halve eeuw kennelijk niet aan kracht hadden ingeboet.

Geen opmerkingen: