dinsdag 25 januari 2011

Palestine papers: PA gaf Recht op terugkeer weg en Obama nog Israelvriendelijker dan Bush

Het Baqaa kamp bij Amman in Jordanië. Het is het grootste Palestijnse vluchtelingenkamp in Jordanië. Er wonen 90.000 van de vijf miljoen Palestijnse vluchtelingen die voornamelijk verspreid zijn over Jordanië, Libanon en Syrië. Onderhandelaar Erakat van de PA kon ermee akkoord gaan dat de komende tien jaar niet meer dan 1000 van hen per jaar naar Israel zouden kunnen terugkeren. Volgens Condoleezza Rice zou Argentinië misschien een goede uitwijkplaats zijn voor de rest.

Twee dagen van onthullingen uit de Palestine papers hebben we nu achter de rug en de hoeveelheid beschamende informatie is werkelijk overweldigend. Beschamend, dat moet er aan worden toegevoegd, voor alle drie de partijen.
Saeb Erakat, de toponderhandelaar van de Palestijnse Autoriteit, die zondag al te kijk stond als iemand die de Israeli's het 'grootste Yerushalayim ooit' op een presenteerblaadje had aangeboden, staat nu weer in de top als het aankomt op het weggeven van - naar buiten toe als uiterst gevoelig liggend of zelfs onbespreekbaar aangemerkte- Palestijnse posities. Afgaande op wat The Guardian en Al-Jazeera melden - het is ondoenlijk om nu alle papers zelf  na te pluizen, dat moet nog even wachten - ging Erakat in februari 2009 ermee akkoord dat Israel niet meer dan 10.000 van de vijf miljoen Palestijnse vluchtelingen zou opnemen, 1000 per jaar over een periode van tien jaar. Refererend aan een bod dat Olmert had gedaan voor die 10.000 zei Erakat toen tegen de Amerikaans onderhandelaar Mitchell dat 'as far as refugees is concerned the deal is there'. Erakat had eerder gezegd dat de uiteindelijke beslissing over  het uiterst gevoelig onderwerp 'recht op terugkeer' zou liggen bij de vluchtelingen zelf, in een referendum. Maar dezelfde Erakat had het denkbeeld van een referendum  in 2007 al als onrealistisch van de hand gewezen in een bijeenkomst met de Belgische minister Karel de Gucht. Het feit dat Israel wat het Recht op Terugkeer betreft niet verder wilde gaan dan erkenning van het lijden van de Palestijnen (zonder iets te zeggen over wie dat lijden had veroorzaakt) en het feit dat de PA daar kennelijk vrede mee had, bracht haar in conflict met Jordanië, dat vreesde dat er op deze manier nooit sprake zou zijn van terugkeer en/of schadeloosstelling van de vluchtelingen. 

Condoleezza Rice, de minister van Buitenlandse Zaken van George Bush jr, wordt in de Palestine Papers aangehaald met een suggestie, gedaan in juni 2008,  dat de Palestijnse vluchtelingen wellicht zouden kunnen worden overgebracht naar Argentinië en Chili in het kader van een resettlement.

En Tzipi Livni, de leider van de door velen als middenpartij aangeduide Kadima en destijds Israels minister van Buitenlandse Zaken, toont aan dat Avigdor Lieberman niet de enige is die de Palestijnen in Israel het liefst zou overdoen aan een Palestijnse staat. Zij stelt in april 2008 tijdens een bijeenkomst met Erakat en Ahmed Qurei voor om de dorpen Beit Safafa, en Baqa'a al-Gharbiyah en Baqa'a al Sharqiya, die alle drie deels in Israel en deels over de groen lijn liggen, aan de Palestijnse staat over te doen, inclusief de inwoners met Israelische paspoorten.


De onthullingen van maandag waren overigens ook pijnlijk voor de VS. Ook de laatste restjes schone schijn dat de Amerikanen 'onpartijdig' en een 'honest broker' zouden zijn, zoals ze zichzelf altijd zo graag voorstellen, verdampten. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de VS erop stonden dat de nooit gekozen premier Salam Fayyad en  president Mahmoud Abbas, wiens termijn al in 2008 afliep, aan het hoofd bleven van de PA, op straffe van het stopzetten van de hulp. De regering van de VS 'verwacht dezelfde Palestijnse gezichten (van Abu Mazen en Fayyad zelf) te blijven zien, omdat we anders stoppen de Palestijnse Autoriteit te betalen', zei onderminister van Buitenlandse Zaken David Welch in november 2008 tegen Fayyad. (Waarbij aan te tekenen valt dat het budget voor de PA vrijwel geheel uit de zakken komt van de VS en de EU).
En ongeveer een jaar later reageerde minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton boos op het nieuws dat Abbas had gedreigd af te treden en  nieuwe verkiezingen te laten houden. 'Dat Abu Mazen niet meedoet aan verkiezingen is geen optie - er is geen alternatief voor hem,' zo wordt zij aangehaald. Abbas (Abu Mazen) liet daarop zijn dreigement vallen. Er werden geen verkiezingen gehouden. 

Maar er was natuurlijk ook de teleurstelling van de Palestijnen in president Obama. Dat Obama aanvankelijk een bouwstop in de nederzettingen vroeg en die eis later weer introk onder druk van Israel en de Joodse lobby in Amerika is bekend. Maar dat zijn regering zelfs zover ging de grens van 1967, de 'groene lijn',  als referentiepunt voor discussies over de omvang van een toekomstige Palestijnse staat te laten vallen is nieuw. In het stuk dat onder deze 'post' op mijn blog staat haalde ik al een mijns inziens surreële discussie aan van Irsaelische en Palestijnse onderhandelaars op 12 maart 2008, waar de Israeli's proberen de Palestijnen over te halen de 'groene lijn' als referentie te laten vallen. Uit de Palestine papers blijkt dat Israel toen voor die houding nog geen steun had van de Amerikanen. De toenmalige Amerikaanse minister Condoleezza Rice hield de lijn van 1967 aan. Uit de discussie met George Mitchell blijkt echter dat Obama's regering wèl meeging met deze eis van de Israeli's, die neerkwam op het 'accepteren van de realiteiten op de grond' (dat wil zeggen de realiteiten gecreëerd door de nederzettingen) en een Westoever die daardoor flink kleiner was geworden. Ik citeer:
The Palestine Papers reveal that, in the months after the Annapolis conference, Condoleezza Rice, the then-US secretary of state, explicitly endorsed using 1967 borders as a baseline for negotiations. On July 16, 2008, she tells Erekat and Ahmed Qurei that any proposed land swaps should use 1967 as a reference.
Rice: I believe that the assumptions should be, the US will [secure this]. Any swaps will be in reference to the area occupied in 1967. When they [the Israelis] talk about 7.3 [per cent] they are talking about this.
Two weeks later, her language is even clearer: "1967 as a baseline," Rice told Erekat and Qurei.

En: 
In early October 2009, Erekat met in Washington with George Mitchell, Obama’s Middle East envoy. Erekat asked about the "terms of reference", the framework that would guide negotiations, and reminded Mitchell of Rice's promise. “This is a new administration that should state what others have tacitly agreed in the past,” Erekat told Mitchell on October 1. But Mitchell refused, saying that the US "would not agree to any mention of ’67 whatsoever” in order to avoid “difficulties with the Israelis". The next day, Mitchell warned Erekat not to press the issue any further:
Mitchell: Again I tell you that President Obama does not accept prior decisions by Bush. Don’t use this because it can hurt you. Countries are bound by agreements – not discussions or statements.
Erekat: But this was an agreement with Sec. Rice.
[...]
[US state department legal adviser Jonathan] Schwartz: It is not legally binding – not an agreement.
Erekat: For God’s sake, she said to put it on the record. It was the basis for the maps.

Geen opmerkingen: