woensdag 16 februari 2011

Egypte's revolutie, hoofdstuk II


Wat was het een buitengewoon indrukwekkende, en ongewoon gedisciplineerd verlopen wisseling van de wacht daar in Egypte. Ongekend vele miljoenen mensen gedroegen zich op een onwaarschijnlijk beschaafde manier. Alleen Mubarak - de steunpilaar en bondgenoot van het Westen - leek zijn rol niet meer te begrijpen en moest door het leger voor een ultimatum worden gesteld. Petje af voor de rustige wijze waarop het leger dat deed, petje af voor het geciviliseerde reacties van de Egyptenaren
Het was een omwenteling van epische afmetingen zoals we die eerder alleen in het Roemenië van Ceausescu, en andere Oostbloklanden hebben gezien. Het was ook in andere opzichten een vergelijkbaar soort opstand. Zoals de mensen in het Oostblok een systeem afschudden dat hen al tientallen jaren in hun vrijheid en creativiteit belemmerde, zo maakten ook de Egyptenaren korte metten met een regime dat het hele land al  tientallen jaren letterlijk en figuurlijk had gecorrumpeerd. Het is niet voor niets dat de demonstraties van Tahrir (en vergelijkbare plaatsen in andere steden) nu worden gevolgd door een niet-aflatende stroom van stakingen en arbeidsonrust. Van de banken en de staal-,cement- en textielindustrie tot aan de professionele organisaties als de Autoriteit voor Oudheden of de Vakbond van  Journalisten heeft het systeem te maken met corrupte leiders en directeuren die hun baantjes meer te danken hebben aan relaties met het oude bewind, hun positie in de regeringspartij NRP of hun loyaliteit aan Mubarak, dan aan competentie. Er is nog een hoop te doen voordat al deze organisaties zijn ontdaan van hun verkeerde voormannen en het mismanagement dat als een natte deken - een grauwsluier - al zo lang  over zoveel dingen in Egypte lag en maakte dat zoveel slecht of ondermaats functioneerde.
Er is überhaupt een heleboel te doen. Het feit dat Mubarak weg is (en zo te zien ook zijn  vice-president Suleiman op een zijspoor is gezet), dat het leger de touwtjes in handen heeft genomen en dat er een overgangsperiode is aangebroken, betekent dat we nu in een tweede fase van de revolutie zijn beland. Een fase waarin verschillende spelers elkaar zullen moeten aftasten, en nog maar moet blijken of het ook allemaal zo zal aflopen als de demonstranten van Tahrir hadden bedoeld. Voorlopig is er nog niet echt iets fout gegaan. Het leger heeft gezegd dat zal zorgen voor een goede overgang naar een democratie en tot dusver ook niet echt twijfel gezaaid of zijn bedoelingen wel oprecht zijn. Waarom zou het trouwens? Het bestaat voor ongeveer de helft uit rekruten die voortkomen uit dezelfde kringen als de mensen die de straat opgingen om Mubarak te verjagen en te vragen om democratie. Een belangrijk deel van het officierscorps (de lagere en middelste rangen) behoren eveneens grotendeels tot deze categorie. Als het leger iets anders zou nastreven dan, zoals het zegt te doen, het handhaven van de stabiliteit van Egypte,  zou het riskeren dat het intern problemen zou krijgen en zijn eigen positie die zoals het nu is helemaal zo slecht niet is, in de waagschaal stellen.

Op de eerste stappen die de Hoge Raad van het leger tot nu toe heeft genomen is dan ook niet veel aan te merken.  Het parlement - dat in 2010 was gekozen tijdens verkiezingen waarin was geknoeid en vervalst als nooit tevoren - is ontbonden, en terecht. De grondwet die op alle mogelijke manieren een regeermonopolie voor de regeringspartij NRP veiligstelde,  is buiten werking gesteld. Het kabinet dat nog net door Mubarak ws benoemd, is -minus enkele ministers die alsnog zijn weggestuurd - aangebleven als een soort demissionair zaakwaarnemer.
Vervolgens is deze week een commissie van acht man aangesteld om de grondwet te wijzigen. Voorzitter is Tareq al-Bishri, een oud-rechter en gerenommeerd historicus, maar ook een islam-hervormer en een man die goede contacten heeft met de Moslim Broederschap. Voorzover ik kon nagaan is Al-Bishri voorstander van de scheiding van Moskee en Staat. De kopten lijken echter niet blij met hem, terwijl ze ook verontrust zijn over het feit dat een voormalig parlementslid van de Moslim Broederschap, Sobhi Saleh uit Alexandrië, lid is van de commissie. Overigens telt de commissie ook een koptische rechter als lid.
Maar ernstiger dan de bezwaren van de kopten zijn de bezwaren van de Coalitie van Revolutionaire Jongeren, de coalitie van groeperingen die de aanstichters en organisatoren waren van de anti-Mubarak betogingen. De Coalitie verzet zich tegen het feit dat Al-Bishri's commissie de opdracht heeft niet meer dan zes grondwetsartikelen te wijzigen, de artikelen namelijk die gaan over de voorwaarden waaronder iemand presidentskandidaat kan worden, de hoeveelheid termijnen die hij kan dienen, de manier van toezicht op verkiezingen, de bevoegheden van het parlement om iemand als lid toe te laten, en twee artikelen over respectievelijk het inperken van vrijheden bij het bestrijden van terrorisme en de voorwaarden waaronder de grondwet kan worden gewijzigd.
Voor de Jongerencoalitie, die op dit moment als een van de meest uitgesproken oppositiekrachten fungeert, gaat dat lang niet ver genoeg.  Zij willen een compleet nieuwe grondwet die een blauwdruk bevat voor een parlementaire democratie en een volledige scheiding van de trias politica, de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht. Daarnaast hebben ze een hele serie eisen op tafel gelegd voor een liberalisering van het bewind, variërend van het vrijlaten van politieke gevangen en het opheffen van de noodtoestand, tot persvrijheid en het recht op het vrij vormen van vakbonden en politieke partijen. 

Eerst de opstand, dan de schoonmaak, en daarna begint het pas echt.

Het verschil tussen wat zij en de militairen willen zit hem natuurlijk in de vraag of de militairen die stap naar een volledige democratie durven (of willen) maken, dan wel of ze op safe willen spelen en een soort overgangsstelsel willen waarin de teugesl nog niet al te ver woden gevoerd en ze (voorlopig?) nog niet verder willen gaan dan een soort halfbakken democratie. Zelfs zou het zomaar kunnen dat ze gewoon nog niet weten wat ze het beste vinden. Maar in ieder geval ligt hier conflictstof te over als het gaat om de vraag hoe het verder moet.  Het leger en de Jongerencoalitie zijn daarbij de belangrijkste partijen. Het leger omdat het de facto de macht heeft, de Jongerencoalitie omdat zij de enigen zijn die - misschien - weer voldoende mensen op de been zouden kunnen krijgen om volgende stappen af te dwingen. De overige partijen, of het nu de liberale Wafd, de linkse Tagammu, de Ghad van Ayman Nour, of de Beweging voor Verandering van El-Baradei betreft, zijn teveel deel van het oude systeem, en stellen te weinig voor om veel gewicht in de schaal te kunnen leggen.
Maar dat beeld kan - en zeker in een latere fase en dan met name als de partijen zich gaan opmaken om deel te gaan nemen aan verkiezingen - nog wel worden gecompliceerd. Twee andere partijen zouden daarin namelijk ineens el een rol kunnen gaan spelen. In de eerste plaats is dat de Moslim Broederschap, die heeft aangekondigd dat zij nu een politieke partij zullen vormen en die als enige van de 'oude' formatis wèl over een goed georganiseerd apparaat beschikt. En de tweede is de oude regeringspartij van Mubarak, de Nationaal Democratische Partij NDP, waarvan we nu nog niet weten of in het na-Mubarak tijdperk wel in de oude vorm kan overleven, maar die potentieel natuurlijk ook over alle mogelijke organisatorische (en financiële) capaciteiten beschikt..Op de Broederschap en de NRP kom ik binnenkort in een ander stuk terug.
Maar intussen is natuurlijk -  hoe de resultaten straks na verkiezingen ook zullen uitpakken -  een ding zo duidelijk als wat. En dat is dat na de revoluties in Tunesië (waar overigens ook lang nog niet alles geregeld is en dat een vergelijkbaar proces doormaakt als nu Egypte) en in Egypte, de Arabische wereld - het hele Midden-Oosten - nooit meer zo zullen zijn als ze waren. Zoals de revoluties in het Oostblok een einde maakten aan de Koude Oorlog, zo hebben de omwentelingen in Tunesië en Egypte de weg vrij gemaakt voor een Midden-Oosten dat op eigen benen gaat staan, zijn eigen potentieel vrijer en beter zal gaan benutten en dat een meer onafhankelijke positie zal kiezen ten opzichte van het Westen. Een Midden-Oosten dat ook meer eisen zal stellen aan Israel, als dat prijst stelt op het instandhouden van verdragen en goede verhoudingen - misschien wel een beetje op de manier van het huidige Turkije. Het is weliswaar  nog niet zover - Tunesië en Egypte zijn nog halverwege op weg naar democratie - maar de beweging die zij op gang hebben gebracht, is niet meer weg te denken en dus ook niet meer te stuiten. Met name het feit dat Egypte, het grootste, meest sophisticated en belangrijkste Arabische land  'om' is, betekent dat het een kwestie is van tijd voor de rest van de Arabische wereld zal volgen.

Geen opmerkingen: