donderdag 23 juni 2011

Niet alles in Egypte is wat het lijkt

ShukrallahO
Ooit was ik als jongetje heel erg geïntrigeerd door de titel van een gedicht van Nijhoff: 'Kijk maar er staat niet wat er staat'. Het zou op Egypte kunnen slaan. Ik was het alweer bijna vergeten hoe een paar dagen Egypte het vermogen van een mens om scherpe trekken waar te nemen vermindert. Egypte is net een kaleidoscoop, alles verandert voortdurend en is relatief. Het ene moment is er niet veel meer te merken van bloggers, twitteraars en de veel geroemde 'Spirit of Tahrir'. En het volgende moment is er een Tweetnadwa (bij mij om de hoek nog wel, wat niet mocht verhinderen dat ik het miste en pas via Twtter doorkreeg wat er aan de hand was). Het was een samenkomt van enkele tientallen, mogelijk meer dan 100, Egyptische twitteraars die korte exposés gaven. En het was al de tweede keer. Deze keer ging het over de voorgeschiedenis van de protesten van januari die Mubarak verjoegen. Onder meer over de Kifaya beweging die al vanaf 2005 in actie was, en de 6 April beweging die in 2008 grote stakingen in Mehallat al-Kubra had georganiseerd en hoe dat alles was samengekomen en uitgemond in Januari 25. Op de uiteenzettingen konden reacties gegeven worden van maximaal 140 seconden, naar analogie van de 140 tekens in een tweet. De Tweetnadwa moet een groot succes  zijn geweest. Hoezo de geest van Tahrir was niet meer zo zichtbaar?
Dat was één.
Twee was en is de manier hoe het nieuws van hier naar buiten komt. Soms lijken de krantenkoppen in de verste verte niet op de  ware betekenis van gebeurtenissen. (Dit was een voortdurende twistappel tussen mij en de Volkskrant toen ik hier nog hun correspondent was. Ook die herinnering was ik bijna kwijt). Vandaag konden we bijvoorbeeld via persbureau Reuters lezen dat de Moslim Broederschap, althans hun Partij voor Vrijheid en Rechtvaardigheid, een gezamenlijke lijst is aangegaan met de Wafd, een partij die ooit - voor Nassers tijd DE nationalistische en DE liberale partij was, maar onder Mubarak de laatste 25-30  jaar een ietwat gecompromitteerd en treurig bestaan leidde. De MB zou via deze alliantie haar partij een soort liberaal tintje willen geven, schreef Reuters. Het bureau citeerde tegelijk echter ook de politicoloog Emad Gad van het Strategische Studiecentrum van Al Ahram, die zei dat het volgens hem inhoudelijk niks voorstelde, omdat er eigenlijk helemaal geen gemeenschappelijke punten naar voren waren gebracht.
Laat ik nu toevallig op dezelfde dag dezelfde Emad Gad spreken en wel op het bureau van zijn eigen partij, de Egyptische Sociaal Democratische partij (Hizb Misry al-dimoqraty al-igtim'ay). Daar haalt hij het nieuwtje van Reuters nog verder onderuit door te vertellen dat niet de Moslim Broederschap (MB) aansluiting zocht bij de Wafd, maar dat het omgekeerde het geval was: de Wafd benaderde de MB in de hoop door de verbintenis straks mee te kunnen liften met de MB, omdat die nu eenmaal een organisatorische voorsprong op andere partijen heeft. Gad gaf er nog wat meer context bij. Hij vertelde dat er nog wel meer van dit soort tactische overeenkomsten in de maak zijn. Dat zijn partij bijvoorbeeld praat met de partij van de koptische magnaat Sawiris, (de Vrije Egyptische partij), en het Democratisch Front van Osama Ghazala Harb en ook anderen ter linkerzijde. Het is één van de (vele) pogingen die worden ondernomen om de nieuwe en nog onbekende partijen straks wat meer vaste grond onder de voeten te geven. (Op deze dingen kom ik zeker nog terug. Zoals ook op het nieuws - en hoe belangrijk is dat nu weer - dat de MB haar prominente lid Abdel Moneim Abul Foutouh heeft geroyeerd omdat hij tegen de wens van de beweging zich kandidaat heeft gesteld voor het presidentschap, en dat de jongeren van de MB een eigen partij, de Partij van de Egyptische Tendens (Hizb al-Tayyar al-Misry) hebben opgericht).
Hani Shukrallah met  (de huidige presidentskandidaat) Amr Moussa (de foto is van 2009)
En dan een derde feit. Een van de vorige stukken hier op deze blog was gericht tegen een bijdrage in de Volkskrant van Frits Bolkestein die vond dat het Westen moest opkomen voor het lot van de christenen in het Midden-Oosten die volgens hem worden bedreigd. Bolkestein en zijn co-auteur,  ene Hala Naoum Nehme, wezen ook op de positie van de Egyptische  kopten en haalden daarbij de Egyptische journalist Hani Shukrallah aan, die naar aanleiding van de afschuwelijke bomaanslag in de nieuwjaarsnacht op een kerk in  Alexandrië een vlammend 'J'accuse'  schreef. Ik kan dat citaat nu helaas niet reproduceren, omdat de Volkskrant alleen nog tegen betaling Bolkesteins stuk aan me wil prijsgeven en daar heb ik even geen zin in. Maar wel  nam ik vandaag de moeite om Shukrallah te interviewen.En wat blijkt? Zijn vlammende stuk was - vooral - een aanklacht tegen de gehate Egyptische Staatsveiligheidsdienst, die in de maanden (en jaren) voorafgaande aan de aanslag meermalen gebruik had gemaakt van helaas bij veel mensen in Egypte nog wel levende anti-sentimenten tegen kopten. Volgens Shukrallah waren er bewijzen te over van demonstraties van islamistische ultra's (salafisten) die - in een tijd waarin alle demonstraties altijd de kop werden ingedrukt - onder begeleiding van de staatsveiligheidsmensen rustig hun gang konden gaan. Zoals er ook sprake was van hetzes die werden opgezet en geregisseerd door diezelfde staatsveiligheid. Dat gebeurde om redenen, volgens Shukrallah. Ten eerste om tegenover de buitenwereld de indruk nog eens te bevestigen dat het echt een kwestie was van óf Mubarak, óf de islamisten, en ten tweede om de aandacht af te leiden op een manier zoals in alle tijden veel regimes op deze manier bliksemafleiders gebruikten.
Vanzelfsprekend is Shukrallah er dus van overtuigd dat via de revolutie van 25 januari en dankzij de 'geest van Tahrir' waarin sprake is van een ongekende mate van saamhorigheid, de positie van de kopten beter is dan ooit. Al blijft volgens hem voorlopig nog het risico aanwezig dat contrarevolutionairen de trucs van voorheen blijven uithalen zolang de democratische staat nog niet een feit is. Bijvoorbeeld tijdens verkiezingen zou het nog wel eens heel erg mis kunnen gaan. Ook op dit interview kom ik terug  Maar misschien kan iemand Bolkestein intussen vertellen dat het toch wat anders zit dan ij dacht en dat hij bij  alle andere fouten in zijn stuk ook Shukrallah nog uit context heeft geciteerd?

Geen opmerkingen: