donderdag 1 september 2011

Syrische dichter Adonis ontvangt Goethe prijs

De Syrische dichter Adonis heeft afgelopen zondag in Frankfort de Goetheprijs (50.000 euro) ontvangen.
Adonis is de eerste Arabisch-sprekende schrijver die de prestigieuse literatuurprijs ontvangt. De jury kende de prijs toe voor de invloed die de nu 81-jarige dichter en essayist heeft op de hedendaagse cultuur. “Zijn klassieke stijl, gebaseerd op de traditionele Arabische dichters, zijn moderne Europese ideeën en kritische geluid over de Arabische cultuur”, aldus citeerde de NRC het juryrapport.
Adonis - eigenlijk: Ali Ahmed Saïd Esber (1930, Syrië) - is de grootste nu nog levende dichter van het Arabische taalgebied. Van zijn werk is in het Nederlands slechts een handjevol verspreid vertaalde gedichten beschikbaar. Enkele daarvan kwamen terecht in de verzamelbundel Brug tussen twee culturen, de eerste volledig tweetalige uitgave van Arabische en Nederlandse poëzie (1992, Amsterdam, El Hizjra). Ter illustratie van Adoni's bijzondere dichterschap citeer ik er twee:.

Gedragen door mijn long
Vandaag heb ik mijn taal
Ik heb mijn rijk verwoest.
Ik heb mijn troon, mijn pleinen en hallen gesloopt.
En ben op zoek gegaan, gedragen door mijn long.
Ik onderwijs aan de zee mijn regen.
Ik breng de zee mijn vuur en mijn haard
En schrijf op mijn lippen de komende tijd.
En vandaag heb ik mijn taal,
Mijn grens, mijn aarde, mijn teken,
Ik heb mijn volken die mij voeden met hun radeloosheid
En bij mijn ruïnes en vleugels verlichting begeren.


Psalm
Hij nadert ontwapenend als het woud als wolken
onweerstaanbaar
Gisteren droeg hij een werelddeel en sleepte de zee
van haar plaats
Hij tekent de achterkant van de dag, vormt hem met
zijn voeten
leent de schoenen van de nacht en wacht op wat niet komt
Hij belichaamt de dingen, kent ze, geeft ze namen
zonder ze uit te spreken
hij is werkelijkheid en tegendeel, leven en ontkenning
Waar stenen een meer vormen en luwte een stad
komt hij tot leven, al levend brengt hij de wanhoop op een
dwaalspoor, wist de ruimte van de hoop uit, danst zo dat de
aarde gaapt en bomen zich strekken
Daar komt hij en meldt dat uitersten elkaar kruisen
grift op het voorhoofd van onze tijd tekenen van magie
Hij vult het leven zonder dat iemand hem ziet
hij verandert het in schuim en dompelt zich er in
maakt de volgende dag tot prooi en rent er wanhopig
achteraan
Ingegrift staan zijn woorden gericht op de grote Dwaling
Verwarring is zijn thuis, maar hij zit vol met ogen
Hij boezemt angst in, hij brengt tot leven
Hij roept rampen op, stroomt over van ironie
Hij pelt de mens af als een ui
Hij is de wind die niet terugvalt, het water dat niet
terugkeert naar zijn bron
Hij schept zijn soort, beginnend met zichzelf – zonder
dat hij
voorgangers heeft, hij wortelt in zijn eigen voetstappen
Hij loopt in de diepte en heeft de gestalte van de wind 


Het laatste gedicht wordt geciteerd door Eric Bolle in een beschouwing uit 2008 over Adonis in het tijdschrift Streven  

Geen opmerkingen: