vrijdag 17 augustus 2012

'De staat Israël kan een voorbijgaand fenomeen worden'

Sami Michael is een in 1926 in Bagdad, Irak, geboren Israelische schrijver. Wegens activiteiten voor de communistische partij moest hij in 1948 vluchten en werd hij in 1948 bij verstek ter dood veroordeeld. Na een kort verblijf in Iran, waar hij zich aansloot bij de communistisch Tudeh-partij, kwam hij in 1949 naar Israel. Daar werd hij door Emil Habibi naar de communistische krant Al-Ittihad gehaald. Later werkte hij als hydrologisch ingenieur.  Wegens de misdaden van Stalin nam hij afscheid van het communisme. 
Hoewel zijn moedertaal Arabisch is, wist Michael de omschakeling naar Hebreeuws te maken. Vanaf  1974 publiceerde hij 11 romans, drie non-fictie boeken over culturele, politieke en sociale onderwerpen, drie toneelstukken en een kinderboek (voor zover ik weet is slechts één boek, Trompet in de wadi, vertaald in het Nederlands).
 Sinds 2001 is hij voorzitter van ACRI, de Vereniging voor Burgerrechten in Israel. De onderstaande rede hield hij in juni tijdens een conferentie in zijn woonplaats Haifa. Het is een hartstochtelijke cri de coeur van een Israeli afkomstig uit de Arabisch wereld die het allemaal verschrikkelijk de foute kant op ziet gaan. Lisa Goldman vertaalde zijn speech naar het Engels voor het blog +972. Op mijn beurt vertaalde ik dat voor dit blog.    
Sami Michael.

Door Sami Michael
Ik ben geboren in 1926 als lid van een generatie die geleidelijk aan het verdwijnen is. Weinigen herinneren zich de val en catastrofale ineenstorting van het tweede rijk in grootte in de wereld. De wereldmacht Frankrijk, die de Maginotlinie had, de meest perfect ontworpen verdedigingslinie in de geschiedenis, en de beschikking had over een machtig leger, luchtmacht en marine, werd in de loop van niet meer dan drie weken voor onze verbaasde ogen onder de voet gelopen. Het was niet slechts een schok - sindsdien is mijn wereld is het ongerede geraakt. Begrippen als 'permanent', 'vanzelfsprekende realiteit', of 'een stabiel leven' zijn uit mijn persoonlijke woordenboek verdwenen. Maar ze hebben een centrale plaats verworven in de geheiligde Israëlische lexicon, waar ze dienen als een virtuele Maginotlinie. Misschien zijn de dingen die ik nu ga zeggen hard, maar voor mij zijn ze een waarschuwingssignaal voor mijn landgenoten, en dit is de reden waarom ik gekozen heb om ze uit te spreken in de moedertaal van mijn kinderen en kleinkinderen.
Israël is de enige na de Tweede Wereldoorlog gestichte staat die vanaf het allereerste begin van zijn bestaan een verbluffend succesverhaal werd. Hij kon als model dienen voor tal van landen die zich aan de koloniale onderwerping hadden ontworsteld en hun dromen nog niet hadden bereikt. Maar hoe komt het dat diezelfde staat Israël een paar decennia later extern is verwikkeld in een onoplosbaar geschil en intern zo verscheurd dat er bijna sprake is van een staat van verlamming? Ik denk dat het antwoord ligt in het feit dat Israël het nooit heeft aangedurfd om de directe confrontatie aan te gaan met drie fundamentele vraagstukken die er al waren vanaf de eerste dag van haar bestaan: de plaats van Israël binnen de Arabische wereld, de sociale en raciale verschillen, en de kloof tussen seculier en religieus. De dominante cultuur in Israël heeft altijd haar ogen naar het Westen gericht. Maar dit Westen weegt het bestaan van Israël en andere landen, zoals altijd, in termen van economische winst en strategische waarde. De Europese kolonisatie van Algerije, Zimbabwe en Zuid-Afrika duurde langer dan de zionistische onderneming in Israël. De greep van de blanken op Zuid-Afrika groeide uit tot een indrukwekkende macht, maar toen de prioriteiten in de wereld veranderden, bleek de Westerse steun niet meer dan een voorbijgaande illusie – verraderlijk en misleidend. De staat Israël is in feite het product van een traditionele Joodse voorspraak. Toen de vaders van het zionisme in Europa sympathie probeerde te vergaren voor de oprichting van een Joodse staat, gebruikten ze het argument dat de te creëren entiteit een golf van geavanceerde Europese cultuur zou verspreiden in het Midden-Oosten. Die benadering schoot wortel in het de Israëlische bewustzijn, en tot op heden is Europa het spirituele Mekka voor een groot deel van de Israëlische intelligentsia, vooral voor die schrijvers die beschouwd kunnen worden als opiniemakers. Naar mijn mening is dit een van de diepe interne conflicten in de zionistische idee. De zionistische ideologie ontstond tegen de achtergrond van het Europese antisemitisme, maar de vaders van het zionisme stelden zich vrijwillig op als agenten van dezelfde cultuur die de haat tegen de joden had gevoed. En vervolgens komt het erop neer dat diegenen die deze aanpak hanteren generaties van antisemitisme, de verdrijving uit Spanje, de verschrikkingen van nazi-Duitsland beschouwen alsof ze hebben plaatsgevonden in een denkbeeldig tijdperk en op een andere planeet. 
 
Als gevolg van de hersenspoeling die zij continue op zichzelf toepassen, is Europa in de hoofden van veel Israëli's een cultureel baken en een bron van inspiratie gebleven voor een verlichte maatschappij. Trots portretteren we onszelf in onze eigen ogen en in die van onze sympathisanten in Europa als een stevig bruggenhoofd van Europese cultuur in een achterlijke en vijandige wereld. Vanuit een totaal gebrek aan historisch besef, waren de vaders van het zionisme zich niet bewust van de verschrikkingen van de Europese veroveringen in de Arabische wereld, van de Atlantische Oceaan tot aan Perzische Golf. Ik geloof niet dat we de bewondering van Europa hebben verworven door ons zo overdreven gedienstig op te stellen tegenover de Europese cultuur, maar we hebben zeker de bittere haat van de Arabische volkeren gewekt, door zowel op te treden als agenten van een gevaarlijke vijand als wel als degenen die de bezetting door diezelfde vijand voortzetten. De Arabische volken hebben een zeer zware prijs betaald voor het elimineren van de Europese bezetting. Hun strijd kostte vele slachtoffers, maar in formele zin bereikten ze onafhankelijkheid. Daarom kunnen zij het onrecht als gevolg van de Europese veroveringen uit het verleden vergeven. Maar zolang Israël bestaat, kunnen zij zichzelf nog niet als de uiteindelijke overwinnaars op deze Europese bezetting zien.
De staat Israël heeft vanaf de dag dat hij werd opgericht, bewezen hoe juist en logisch het Arabische wantrouwen jegens ons was, vanaf de identificatie van Israël in de jaren 1950 met de zonden van de Fransen in Algiers, via de Israëlische deelname aan de veldtocht van Groot-Brittannië en Frankrijk in 1956 tegen Egypte wegens de nationalisatie van het Suez-kanaal, en eindigend met onze actieve enthousiasme bij de verovering van Irak - om onze verovering en kolonisatie van de Gazastrook en de Westoever maar niet te noemen. Israël, een klein eiland, is uitgegroeid tot een schandvlek op het trotse voorhoofd van de Arabische volkeren. Dit zijn de volkeren die korte metten hebben gemaakt met elk buitenlands element dat probeerde om een belang in de regio te verwerven en die de Mongolen, de Kruisvaarders en Europese bezetting te boven kwamen.
De historische achtergrond van de regio en de huidige situatie van Israël als een eenzaam eiland wekken angst in het hart en pessimistische gedachten. Ik zal het hebben over de belangrijkste problemen die me uit de slaap houden.
Racisme
Racisme en diepe sociale verschillen zijn ernstige problemen die in Israël bestaan van het allereerste begin tot nu toe. Herzl, de visionair van de staat, groeide op in Oostenrijk en werd een figuur van wereldformaat. Als journalist kwam hij in contact met verschillende culturen. Daarentegen waren n de mensen die zijn visie ten uitvoer brachten vooral beïnvloed door een Oost-Europese gettomentaliteit. De Joden in Oost-Europa waren voor het grootste deel self centered en hadden geleden onder onderdrukking, isolement en pogroms. Mogelijk om die reden zagen zij hun buren en anderen die anders waren dan zijzelf als een bron van gevaar. Anders dan de taal die de Joden uit de Arabische en islamitische landen spraken, was de taal van Oost-Europese Joden totaal anders dan die van samenleving om hen heen. Jiddisch was de geaccepteerde vorm van communicatie tussen de verschillende uitgebannen gemeenschappen in Oost-Europa. Bovendien wisten de Joden niet veel over het Arabische Oosten en de Arabische Joden. Maar de Joden in de Arabische landen stonden open voor de Arabische cultuur zowel tijdens zijn gouden eeuw als tijdens het verval - van het bloeiende Andalusië en het glorieuze rijk van de Abbassiden tot de donkere eeuwen onder Ottomaanse heerschappij. Er was geen contact tussen het getto jodendom en de Joden in de Arabische landen. In het wereldbeeld van de getto-bewoners spraken Joden de Mama-loshen, Jiddisch. Aan de andere kant genoten de Arabische Joden bewegingsvrijheid, en waren zij zich ervan bewust dat er andere joden bestonden in de wereld die van hem verschilden in taal en gewoontes, al hadden zij geen kennis van de geïsoleerde gettojoden.
De ontmoeting tussen de Joden van de Arabische landen en die van Oost-Europa vond plaats in Eretz Israël en was traumatisch en gevuld met achterdocht. Oost-Europese Joden waren de eersten die zich in Palestina vestigden en zij drukten hun stempel op het geestelijke, culturele en politieke karakter van de nieuwe staat, ook al waren ze weinig in getal op het moment dat de staat werd opgericht. Ik kwam in Israël in 1949. Het nummer van de identiteitskaart die ik ontving was 733.440, wat betekent dat de staat in die tijd minder dan driekwart miljoen Joden telde. Er was de verwachting dat na de Holocaust en de oprichting van de staat Joden, die hadden geleden onder de afschuwelijke misdaden van Europa, de staat in grote golven zouden overspoelen. De teleurstelling was bitter onder de veteranen van de 'Oude Yishuv' (Zoals de gemeenschap van Joodse inwoners in Palestina tot 1948 heette). Europese Joden klopten niet aan de poorten van de Joodse staat. Tegelijkertijd overspoelde in 1948 een golf van repressie de Joden in de Arabische landen uit wraak voor de nederlaag van hun legers. Tot die tijd hadden de Joden een indrukwekkende en bloeiende aanwezigheid gevormd in de Arabische wereld. Zij maakten gebruik van hun contacten met de buitenwereld en verrijkten de Arabische landen op economisch en cultureel niveau. Ze waren geconcentreerd in de grotere steden en hadden daarom een prominente invloed in landen die overwegend agrarisch waren. In Irak was bijvoorbeeld meer dan 20 procent van de inwoners van de hoofdstad Bagdad Joods. Dit was een zeldzaamheid in de wereld. Maar nadat het bestaan van de staat Israël was uitgeroepen, werd de aanwezigheid van Joden in Irak, net als in andere Arabische landen, onmogelijk. Bijna alle joden in die landen stroomden naar de nieuwe staat als vluchteling. Naar de mening van de 'Oude Yishuv', waren deze Joden niet erg verschillend van de verslagen Arabische vijanden. Ze spraken hun taal, hadden hun gewoonten aangenomen, hadden een donkere huid zoals zij, en gaven hun kinderen zelfs Arabische namen. De 'Oude Yishuv' beschouwde hen als primitief en minderwaardig, vergelijkbaar met de vijand die ze hadden overwonnen op het slagveld. De schok was enorm. Een 'oude Yishuv' leider sprak de frustratie uit door te zeggen: de staat is opgericht voor één volk en een ander volk kwam zich erin vestigen.
Tot op heden, meer dan zestig jaar nadat de staat Israël werd opgericht, is deze splitsing niet ongedaan gemaakt. In mentaal opzicht neemt het de vorm aan van racisme, sociaal gezien drukt het de kloof uit in status. Hoe vreemd, dat deze twee bevolkingsgroepen die zo verschillend van elkaar zijn dat het aan vervreemding grenst, deze kloof zorgvuldig hebben gekoesterd. De salon socialisten - en in Israël, zo dient te worden opgemerkt, heeft links de salon nooit verlaten – deden de Oost-Joden af als vervangbare "grondstof", of in het communistische jargon van die tijd: het "lompen-proletariaat". Dit ondanks het feit dat de immigranten uit Egypte, Libanon en Bulgarije, en vooral uit Irak, een indrukwekkende communistische staat van dienst hadden in hun land van herkomst. Het communistische establishment in Israël behandelde deze immigranten met schaamteloze arrogantie. Aan het begin van de jaren 1950 waren er immigrantenkampen, waarin 20 procent van de bewoners op de communistische partij in de Knesset stemde. Niet één van werd kreeg een positie van enige waarde in de partij. Het centrale comité van de Communistische Partij was en is vandaag de dag nog steeds meer "gezuiverd" van Mizrahi Joden dan enige andere organisatie in de staat. De achterdocht en arrogantie in de rangen van de communistische partij jegens de Mizrahi gemeenschappen was een ondoordringbare barrière.
Het racisme sijpelde door op vele andere terreinen en verdiepte op een schandalige manier de sociale kloven. Tot vandaag toe zijn we getuige van een ondervertegenwoordiging van mensen uit Arabische landen in de meeste belangrijkste staatsinstellingen, vooral in de academische en culturele sfeer. Israëlisch links heeft deze aanpak gekozen en volhardt in dit racistische beleid, dat in feite neerkomt op een symbolische politieke zelfmoord, omdat het zichzelf hiermee reduceert tot een onbeduidende elitaire subcultuur in de Israëlische samenleving. Het andere bolwerk van racisme is de ultra-orthodoxe Joodse gemeenschap in Israël.
Waar Israëlisch links zijn racisme met omzichtigheid omkleedt en ontkenningstactieken gebruikt om het te verbergen, vertoont het Ashkenazische Haredi (ultra-orthodoxe) blok zijn versie van racisme openlijk en ongegeneerd. In de ogen van de Haredim zijn Mizrahi Joden niets anders dan een existentieel gevaar. Mizrahi Joden gingen nooit extreem om met het geloof. Hun religieuze praktijk ontwikkelde zich als pragmatisch binnen de context van de islam en creëerde een breed netwerk van culturele en economische banden met het islamitische politieke establishment. De hevige concurrentie tussen gezaghebbende admorim (religieuze leiders) en rivaliserende extremistische sekten bestond niet in het Oosten. In Irak, Syrië, Libanon, en Egypte, ging het joodse religieuze establishment ontspannen om met diegenen die verandering en vooruitgang predikten binnen de Joodse gemeenschap.
Afgezien daarvan raakte dat establishment niet versteend, maar initieerde het halachisch (joods religieuze) regelgeving die meeging met veranderingen in tijd, plaats en nieuwe omstandigheden. De Asjkenazische haredim beschouwden dit als gevaar voor hun bestaan ​​en bijgevolg behandelden zij de pragmatische Mizrahi Joden als verboden en onrein. Generaties lang omhelsden zij een heftig en agressief sektarisch geloof, en vanuit hun isolationistische forten richtten zij zonder terughoudendheid of schaamte hun racistische pijlen op de Mizrahi gemeenschappen. Zelfs die Mizrahi Joden die hun pragmatische tradities opgaven om tot de Ashkenazische ultra-orthodoxie en haar strenge codes toe te treden, werden in racistische isolatie gehouden in hun enclaves in Israël. Twee jaar geleden was ik persoonlijk gedwongen een ​​one-man demonstratie in Tel Aviv te houden tegen een gruwelijk voorbeeld van racisme in de Emmanuel School, waar op de binnenplaats van de school een scheidingshek was geplaatst om contact te voorkomen tussen de 'reine' Ashkenazische meisjes en de 'onreine' Mizrahi meisjes. Dezelfde school gebood het dragen van een uniform, maar de kleur die was gekozen voor de Ashkenazische leerlingen verschilde van die voor de Mizrahi leerlingen.
Op mijn weg naar school in Bagdad, in de tijd dat nazi-Duitsland aan de macht was, liep ik langs een graffiti tekst op de muren: "Joden zijn een inferieur ras," en "Hitler vernietigt ziektekiemen." Deze slogans kwamen rechtstreeks uit Berlijn naar Irak. Na zeventig jaren kerven deze woorden nog steeds in mijn ziel. Volgens de racistische Haredi leer hier in Israël, moeten mijn kinderen en kleinkinderen, die van gemengd Iraaks-Russisch-Frans-Pools-Nederlandse afkomst zijn, ook ​​achter dat hek staan, met honderdduizenden andere kinderen. Ik zal niet ontkennen dat dit vreemde hek is binnengeslopen in mijn nachtmerries. Ik wijdde mijn jeugd aan een oorlog tegen de invloeden van de Europese racisme en in het bijzonder racisme op basis van godsdienst, huidskleur of afkomst. Een derde van mijn volk ging hieraan ten onder. In het verre Bagdad, betaalden mijn vrienden - Joden zowel als niet-joden – en sommigen van hen zeer geliefde, de strijd tegen dit vervloekte racisme met hun leven.
Hoe konden we deze racistische ziekte hier onze huizen binnenslepen? Hoe afschuwelijk om te ondervinden dat een volk dat in de vorige eeuw een verschrikkelijke prijs in bloed heeft betaald omdat er een racistisch hek om hen heen was geplaatst, kan toelaten dat in zijn vaderland zo'n verachtelijke hek wordt gebouwd?
We weten heel goed wanneer deze gruweldaad plaats had en waar. We herinneren ons ook welke prijs onze mensen hebben betaald voor de hekken en voor het scheiden op basis van kleur. In mijn ogen was dit een vorm van heiligschennis in een joodse school die beweert de heilige Thora te onderwijzen. Als een ander land zo'n verwerpelijk hek had neergezet, zouden we, als Joden, er luid tegen hebben geprotesteerd. Maar hier, in Israël, hield het grootste deel van links zijn mond. Het heersende establishment verroerde geen vin. Het Hooggerechtshof besliste dat het hek moest worden verwijderd. Maar degenen die het hek hadden neergezet verkondigden luidkeels dat ze hun beleid zouden voortzetten, zelfs als dat zou betekenen dat ze ervoor in de gevangenis zouden komen.
Nu, met de ineenstorting van zogenaamd links in Israël en het aan de macht komen van rechts in het algemeen en van Haredi rechts in het bijzonder, is de racistische kloof uitgegroeid tot een nagenoeg geaccepteerd feit. Racisme raakt met de politieke versterking van religieus rechts geleidelijk verankerd in de Israëlische samenleving Racisme is gericht op Joden uit Arabische en islamitische landen, immigranten uit Ethiopië en Rusland, Arabische burgers van Israël, de Palestijnen in de bezette gebieden, vluchtelingen en werkende migranten, homo's, en de lijst gaat verder. De opkomst van het racisme gaat nog steeds door, gestimuleerd door leden van de Knesset en de regering, zowel door middel van schandelijke openlijke uitspraken als door het uitvaardigen van draconische anti-democratische wetten tegen buitenstaanders, buitenlanders, en mensenrechtenorganisaties. In ieder geval kan Israël bogen op het hebben van de dubieuze titel van meest racistische staat in de ontwikkelde wereld.
Religie en Staat
Een individu - of staat - die een religieuze tekst tot spirituele leidraad neemt als document dat eigendomsrechten certificeert, kan niet lang seculier blijven. Door het uitbuiten van de electorale kracht van Haredi Joden, zowel Ashkenazi als Mizrahi, is de sociaal-politieke structuur uiterst gecompliceerd geworden. Dit uitbuiten van de kracht van de Haredim, zoals het uitbuiten van de kracht van de kolonisten, is voortgekomen uit de broeikas van het seculiere zionisme. Ben-Gurion sanctioneerde religieuze partijen, toen hij obsessief predikte over het Joodse geweten. De Bijbel werd een centraal belang toegekend, zelfs voor docenten literatuur. Door de jaren heen, van de ene verkiezing naar de volgende, sloeg de slinger in de Likud-partij steeds verder door in de richting van het extremisme, want de partij was bereid meer en meer te betalen in ruil voor de controle van de overheid. De Haredim konden de grote verleiding niet weerstaan en strekten hun handen uit om hun deel van de koek te grijpen, zonder daarbij respect te tonen voor de seculiere instellingen van de staat, zoals de rechtbanken, het leger, en democratische waarden in het algemeen. Israël was al doende naar internationale standaarden een pionier bij het aanmoedigen van religieuze fracties om in een politiek kader actief te worden. Door dit te doen bracht het verwoestingen teweeg, zowel van de religie als van de normen van het democratische, politieke leven.
Foto Lisa GoldmannAdd caption
Het religieuze blok dankt zijn macht en invloed niet aan vitaliteit en conceptuele originaliteit, maar alleen aan de corrumperende politieke omkoperij die het ten deel valt om deel uit te maken van dubieuze coalitieregeringen. De vervreemding van links van zijn achterban, speelt, evenals zijn arrogantie, geen geringe rol bij deze verslechtering. Ook de instabiele veiligheidssituatie en het teloor gaan van de onmogelijke droom dat vrede en bezetting hand in hand zouden kunnen gaan, hebben steeds meer mensen ertoe gebracht te geloven dat alleen een wonder of de genade van de hemel ons kan redden van de catastrofe. We moeten niet vergeten dat Israelondanks zijn militaire overmacht de afgelopen vijfenveertig jaar geen enkele beslissende overwinning heeft behaald op het slagveld, zelfs niet tegen gewone milities. Na elke confrontatie, zijn onderzoekscommissies ingesteld om te onderzoeken waar we hadden gefaald. Wanneer tanks of vliegtuigen geen afdoende antwoord zijn, dan groeit de neiging tot messianisme. Het nationalistische conflict tussen Israël en de Arabische wereld is geleidelijk veranderd in een religieuze confrontatie tussen jodendom en islam. We leven in een glorieus tijdperk van de joodse halacha (religieuze wet), zoals de islamitische sharia. Jaar na jaar desintegreren voor onze ogen de verdedigingsmuren van de democratie en het seculiere gezag onder de aanhoudende druk van het religieuze nationalisme.
Enkele jaren geleden schreef Salman Rushdie dat er twee theocratische staten in de wereld zijn - Iran en Israël. Inmiddels is de lijst is langer geworden als gevolg van de tegenvallende 'Arabische lente', die de hoop was van jonge secularisten maar averechts uitpakte. In zijn boek The Satanic Verses schrijft Rushdie: "Er is iets niet goed in de geestelijke wereld van deze planeet ... er zijn te veel demonen in mensen die beweren dat ze in God geloven". Mijn vriend AB Yehoshua beweert dat de Joden alleen normaal kunnen leven in Israël. Maar ik denk dat de seculiere visionair van de staat zich in zijn graf omdraait als hij ziet dat de staat vrijwillig zijn lot in de handen legt van abnormale demonen. Bibi Netanyahu werd op de vleugels van Haredi slogan naar de regeringszetel gedragen: "Bibi is goed voor de Joden". Dat betekende zoveel als: goed voor de Haredim, en de achterliggende gedachte was dat hij de seculiere democratie zou vernielen en een repressieve theologische staat zou instellen. De zegetocht van het religieuze nationalisme is zowel indrukwekkend als angstaanjagend. Duizenden afgestudeerden uit het hoger onderwijs ontvluchten jaarlijks Israel om in de termen van AB Yehoshua een abnormaal leve te gaan leiden, in verre maar meer normale landen. Ik benijd hen, maar ik ben te oud om nog eens het trauma van het migrant zij te ondergaan, en geef er daarom de voorkeur aan vreemdeling te blijven in mijn eigen land.
De bezetting
De bezetting is een ware catastrofe voor Israël. Groot-Israël, het enthousiasme voor het veroveren, het controleren en het zich vestigen precies in het hart van de Palestijnse bevolkingsconcentraties, zijn een soort vloedgolf die raakt aan de kern van het zionisme, dat zichzelf ziet als verlicht, seculier en socialistisch. De term 'Groot-Israël' is niet ontstaan ​​in de Likud-partij of in de yeshiva van het nationaal religieuze jodendom, maar werd bedacht in Kibbutz Ein-Harod door dichters, schrijvers en intellectuelen, bijna de zuiverste representanten van het gematigde secularisme. Het Israëlisch-Palestijnse dispuut is de belangrijkste factor die het beeld bepaalt van Israël in zijn verschillende politieke, culturele en economische aspecten. Door de jaren heen hebben links en rechts hun standpunten gepolariseerd, tot ze twee tegengestelde illusies hebben gecreëerd die beide slechts een minieme overeenkomst met de werkelijkheid hebben. Links beschrijft de Arabieren als onschuldige engelen, het slachtoffer van brutale Israëlische agressie. Rechts voedt een brandende haat voor de Arabieren, alsof ze ongeëvenaarde monsters zijn. Het is algemeen bekend dat in elk langer conflict beide zijden wreder worden. Een prominente dichter verklaarde ooit: Ehud Barak is verachtelijk. Hij moet tanks naar ze sturen en ze afslachten met machinegeweren. Deze dichter behoort tot het mentaal gezonde kamp dat schijnbaar op zoek is naar een vreedzame oplossing. Hij weet natuurlijk dat onze machinegeweren in de afgelopen tientallen jaren al miljarden kogels van allerlei soort hebben afgevuurd zonder enig effect. We hebben de Sinaï drie keer veranderd in een begraafplaats voor Egyptische soldaten. We hebben Beiroet met de grond gelijk gemaakt en het ingenomen. We hebben het Jordaanse leger verwoest. We hebben de afgelopen vijfenveertig jaar nagenoeg de hele Palestijnse intelligentsia die zich verzette in de gevangenis gegooid. Voor elke Jood die werd gedood in de afgelopen drie generaties kwamen minstens tien Palestijnen om het leven. Onze bewapening begaf het in 1973 bijna door alle slachtoffers die we hadden gemaakt in het Egyptische leger, en zonder de Amerikaanse luchtbrug zouden we zijn achtergebleven met lege geweerlopen. Een jonge jongen in de vluchtelingenkampen die in bittere armoede leeft is bereid om als een held te sterven. Hij heeft niets te verliezen. Hoeveel kinderen hebben wij in de aanbieding die bereid zijn zelfmoord te plegen en een heldendood te sterven?
Nogal wat mensen hebben de verschrikkelijke verklaringen van minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman veroordeeld in Israël en daarbuiten. Maar Lieberman heeft gelijk als hij beweert dat hij hardop zegt wat anderen alleen maar denken. Laten we ons niet voor de gek houden, de cultuur in Israël is inmiddels niet minder vergiftigd dan de extreme tendensen in de islam. Van kleuterschool tot ouderdom hebben we de zielen van onze kinderen opgezadeld met de zware last van haat, achterdocht en aversie jegens de vreemdeling en de ander, vooral jegens de Arabieren. De gezonde stem van de cultuur is aan het vervagen. De auteurs van het fascistische boek "Torat HaMelech" ("De Tora van de Koning"), die de moord op Arabieren bepleit, werden niet aangeklaagd wegens het aanzetten tot racisme en geweld. De procureur-generaal sloot het dossier en stond zodoende de verkoop van dit afschuwelijke boek toe. In het Israel van vandaag beginnen de knoppen van het spirituele en culturele fascisme geleidelijk uit te komen. Een schreeuwerige e schrijver die is aangeworven door het establishment, eist dat bij de literatuurstudie alleen die boeken in aanmerking komen die de zionistische ethos bevorderen. Ironisch genoeg, zijn er ook humoristische gebeurtenissen terwijl we de diepte in duiken. In een stadje in de buurt van Haifa, heeft het hoofd van de religieuze raad de openbare bibliotheek opdracht gegeven alle wereldlijke werken in een afgesloten ruimte op te bergen, die niet toegankelijk zijn voor de nieuwsgierige lezer, maar alleen op afspraak en voor een beperkte periode. In deze geestelijke gevangenis werd de mond verzegeld van de dichter die een machinegeweer wilde gebruiken om Arabieren te vermoorden, en de boeken geschreven door de schrijvers van het establishment worden er ook bedekt met stof. Ook mijn eigen boeken.
Ik definieer mezelf nog steeds als een Israëlische patriot, maar het Israël, dat geleidelijk verslechtert en de menselijke waarden en de rechten van de mens de rug toekeert, kan niet mijn spirituele thuisland zijn.
Voor altijd is een illusie
Bijna twee derde van het grondgebied van Israël is woestijn ongeschikt voor de traditionele landbouw. Het is een land arm aan natuurlijke hulpbronnen. Toch is het een van de weinige staten opgericht na de Tweede Wereldoorlog die snel oprees tot de status van een bloeiend land. Dankzij de toewijding van haar inwoners en hun vindingrijkheid werd een geavanceerde landbouw ontwikkeld, hoogwaardige technologie, en gerenommeerde medische expertise. Israël behoort op vele terreinen tot de toonaangevende landen in de wereld. Niet toevallig won een aantal Nobelprijzen in verschillende disciplines. Ondanks al deze successen zitten we nog steeds in een moeilijke periode. Door de geschiedenis heen waren verschillende culturen voorbestemd ten onder te gaan, en niet altijd door dramatische gebeurtenissen zoals een totale nederlaag in de oorlog of kolossale natuurrampen. Banale factoren leidden tot het verval en de dood van grote entiteiten zoals het oude Griekenland, de vroege Egyptische beschaving, het Romeinse Rijk, het Ottomaanse Rijk, de witte suprematie in Zuid-Afrika, de Franse kolonisatie in Algiers. Alleen zij die een vooruitziende blik en diepe gedachten missen, strooien met hoogdravende woorden als altijd, voor eeuwig, en generaties zonder einde.
Ik denk dat ook het jodendom in een toestand van diepe conceptuele en spirituele crisis verkeert na het uiteenvallen van alle ideologieën. Vanuit een spiritueel oogpunt, is de religie in Israël afgezakt tot het niveau van begraafplaatsen, afgoderij en donker extremisme. Het lijkt erop alsof de religieuze leiders een paar eeuwen zijn teruggegaan, naar een wereld van bijgeloof en flagrante onwetendheid. De religie die wist hoe samen met de ontwikkelingen van het leven gelijke tred te houden via briljante figuren als Maimonides, heeft wanhopig een leiderschap nodig dat fundamentele hervormingen kan bewerkstelligen. Dezelfde crisis treft ook de de politieke leiding. Opportunisten met de statuur van dwergen komen bovendrijven en het is hartverscheurend om te zien hoe de mensen genoegen nemen met corrupte en leugenachtige leiders die de weg versperren voor verlichte leiders van het kaliber van Abba Eban en Moshe Sharett en hen zelfs vergeven.
Israël wordt door ernstige existentiële gevaren bedreigd als de bestaande leiders niet de wijsheid hebben om te begrijpen dat Israël niet is gelegen in de rustige noordelijke regio's van Europa, maar in de turbulente centrum van een gekweld Midden-Oosten. We hebben geen plaats in het Midden-Oosten in de toekomst omdat we ons gruwelijk gehaat hebben gemaakt, nadat we dag en nacht hebben benadrukt dat wij er een hekel aan hadden. Een hele erge hekel. Als we geen andere oplossing vinden dan het machinegeweer en de tank – waarvan we al gezien hebben dat ze niets uitrichten tegen een kind met blote voeten en een steen in de hand - kunnen we het allemaal verliezen. De staat Israël kan een voorbijgaand fenomeen worden, zoals de Eerste Tempel en de Tweede Tempel.
De verschrikkelijke tragedie is dat onze buren in dezelfde rottige situatie zitten, ze hebben geen Gandhi en wij hebben niet eens een mini-Roosevelt.

4 opmerkingen:

Daphne zei

Een prachtig artikel.

Een aanvulling. Van Sammy Michael, zoals zijn naam in Nederland wordt gespeld, verschenen behalve Trompet in de wadi ook de romans Victoria en Water kust water. Beide bij Uitgeverij Vassalucci. Die bestaat niet meer, maar de boeken van Vassallucci zijn nog wel her en der antiquarisch verkrijgbaar.

Abu Pessoptimist zei

Dank, dank, Daphne. Ik kon het niet vinden op internet, maar dat komt natuurlijk omdat Vassalucci - helaas - niet meer bestaat.

Anoniem zei

dank voor deze aangrijpende lezing, Daniella

Abu Pessoptimist zei

Nog een aanvulling, nu van mijzelf en met dank aan Jaap Hamburger. De boeken 'Trompet in de wadi', 'Victoria' en 'Water kust water' zijn alledrie vertaald door Ruben Verhasselt. Victoria is ook verschenen als Rainbow pocket. De andere twee zijn antiquarisch (www. boekwinkeltjes.nl) nog te krijgen.