donderdag 27 september 2012

Vrouwen uit Gaza hoeven niet te studeren, vindt Israelisch hooggerechtshof

Israel geeft vier vrouwen uit de Gaza-strook die hadden willen studeren aan de universiteit van Bir Zeit op de Westoever, terecht geen toestemming om dat te doen. Dat althans heeft het Israelische hooggerechtshof maandag beslist in een zaak die namens de vrouwen was aangespannen door de mensenrechtengroepen Al-Mezan uit Gaza en Gisha uit Israel, zo meldt Haaretz. 
De drie vrouwen, tussen de 37 en 49 jaar oud, hadden hun masters degree willen doen in Bir Zeit. Maar de rechters volgden de redenering van de Israelische staat dat de Israel geen verplichting heeft om studenten in de gelegenheid te stellen een studie op de Westoever te volgen. Israel laat al sinds 2000 geen studenten uit Gaza op de Westoever meer toe. Een vijfde vrouw, van 18, die in Bir Zeit rechten wilde gaan studeren en voor wie Gisha en al-Mezan eveneens een vergunning hadden gevraagd, was in mei al afgewezen. 
Universiteit van Bir Zeit
 Een minderheidstandpunt van rechter Elyakim Rubinstein, die aanbeval dat Israel een commissie instelt om uitzondering op de regel te kunnen maken, werd door zijn twee collega's van de hand gewezen. Dan zouden studenten die werden afgewezen, zich met een klacht wegens discriminatie tot het hof kunnen wenden, betoogde rechter Miryam Naor. Haar collega Zvi Zybertal voerde aan dat uit de oprichtig van zo'n comité zou kunnen worden afgeleid dat de uitreisbeperkimgn die Israel in Gaza hanteert niet rechtvaardig zouden zijn. En die mening deelde hij niet.
Voor wie nog niet voldoende duidelijk is wat bezetting en rechteloosheid voor Palestijnen inhoudt, is dit een overduidelijke illustratie. Zinloze beperkingen en onderdrukking die door het hoogste rechtscollege van Israel moeiteloos worden gesanctioneerd. Israel heeft sinds het jaar 2000 maar drie studenten gelegenheid gegeven te studeren aan de universiteit van Bir Zeit, die een hogere status en meer studierichtingen kent dan de universiteit in Gaza. Die drie hadden Amerikaanse beurzen gekregen. Die permissie was daarom ingegeven door overwegingen van politieke aard, lichtte de staat toe.      

1 opmerking:

Jaap Hamburger zei

'Maar de rechters volgden de redenering van de Israelische staat dat de Israel geen verplichting heeft om studenten in de gelegenheid te stellen een studie op de Westoever te volgen.'

Interessant. In de rechtsorde van een normale democratische rechtsstaat is doorgaans alles toegestaan, wat niet op basis van recht of regelgeving verboden is. Voor Palestijnen heeft Israël een soort omgekeerd systeem bedacht: alles wat niet expliciet is toegestaan, is verboden. En als bezettende macht, ook van Gaza, staat Israël zelden iets toe. Het Palestijnse leven is dus vol beperkingen en verboden. Het is de democratische rechtsorde op zijn kop, maar dat beschouwen ook de rechters van het Hooggerechtshof kennelijk als een normale situatie.

Het bederf in het denken is diep doorgedrongen.