maandag 15 juli 2013

Bezit: een rekbaar begrip voor Palestijnen onder Israelische bezetting

In 2003 kwam de familie Shehadeh uit een dorpje bij Ramallah thuis en merkte dat de sloten van hun huis waren veranderd. De familie probeerde vruchteloos hun bezit terug te claimen. Pas nu, na tien jaar procederen, heeft een rechtbank in Jeruzalem bepaald dat een religieuze school van de nederzetting Ofra ten onrechte het huis in bezit had genomen en dat de 'koopacte' een vervalsing was.
De notaris die de akte had opgemaakt (en die intussen zijn licentie kwijt is omdat hij cliënten had bestolen), slaagde er niet in om in de rechtszaal de eigenaar aan te wijzen, die hij volgens eigen zeggen twee keer had ontmoet tijdens het opstellen van de akte. Het huis, zo was het verhaal, zou zijn gekocht door de stichting 'Al-Watan' (Arabisch voor: het vaderland), een dochter van 'Amana', de bouwonderneming van de kolonisten op de Westoever. (Zo'n stichting is nodig als 'tussenstation', want volgens de Jordaanse wet die in veel opzichten nog in werking is op de Westoever, mogen vastgoedtransacties alleen plaatsvinden tussen ingezetenen). Al-Watan had weer een tussenpersoon gebruikt, een ingezetene van Hebron, een zekere Khaled Qadura. Deze Qadura is al een paar jaar spoorloos, nadat hij was aangeklaagd wegens eerdere vergelijkbare fraudes. Ook van Al-Watan was al eerder vastgesteld dat het frauduleuze koopovereenkomsten had aangegaan, met name ten behoeve van de - ook volgens het Israelische recht illegale - nederzetting Migron.
Ofra

Voor de familie Shehadeh is de nachtmerrie overigens nog niet over. Zij moet nu met het vonnis in de hand het militaire bestuur van de Westoever dat onder de misleidende  naam 'Burgerbestuur' (Civil Administration) door het leven gaat, vragen de religieuze kolonisten van het instituut 'Machon Mishpatei Aretz' uit hun huis te verwijderen. Dat zal niet eenvoudig zijn. Het huis ligt dicht bij de nederzetting Ofra en de Civil Administration is nu eenmaal niet altijd geneigd Palestijnen dicht bij nederzettingen te laten wonen.Dat blijkt bijvoorbeeld uit een ander verhaal, dat verteld wordty door de journalist Yossi Gurvits op de site +972.
Gurwitz beschrijft - namens de mensenrechtenorganisatie Yesh Din - hoe een Palestijn uit het dorpje Burin, wiens huis dicht bij de nederzetting Har Bracha lag, tijdelijk naar de dichtbij liggende stad Nablus verhuisde, omdat hij de nabijheid van de kolonisten vreesde in verband met zijn kinderen. Dat was zo'n elf jaar geleden. Het huis werd daarna overgenomen door de kolonisten. Maar na zeven jaar werden die er - om onbekende redenen - door het leger uitgezet. De Palestijnse eigenaar van het huis meldde zich daarna bij het 'Burgerbestuur', maar kreeg te horen dat het huis nu in 'een gesloten militair gebied' lag. Hij mocht er niet meer in, want dat kon 'spanningen' opleveren met de kolonisten. Een jaar geleden, toen de Palestijnse eigenaar zijn olijven wilde gaan oogsten bij zijn huis, merkte hij dat de kolonisten dat al aan het doen waren. Hij werd mishandeld en weggejaagd. Nog korter geleden, twee weken geleden namelijk, was er brand in het huis. Het leger hield de brandweer tegen, zodat er niet kon worden geblust. De Palestijnse eigenaar heeft sindsdien nog niet kunnen kijken wat er nog over is van zijn bezit.
Hopelijk vergaat het de familie Shehadeh beter, maar succes lijkt niet verzekerd. Want het is nog maar de vraag of het verhaal van de man in  Burin zo uitzonderlijk is.

Geen opmerkingen: