zaterdag 20 juli 2013

Kerry: de man van vier miljard

Dit stuk schreef ik voor het blad 'De Brug' van SIVMO (Steuncomité Israelische Vredes- en Mensenrechten Organisaties) dat begin deze maand verscheen. Het ging over de pogingen van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John  Kerry om de Israeli's en Palestijnen weer met elkaar aan het praten te krijgen. Kerry heeft inmiddels aangekondigd dat de toponderhandelaars van de twee partijen (Tzipi Livni en Saeb Erakat) elkaar binnenkort in Washington zullen ontmoeten. Dat gebeurt op basis van  afspraken die 'nog niet helemaal zijn gefinaliseerd', zei hij er zelf bij.
Wat de minister gisteren op zijn persconferentie niet vermeldde was dat hij zijn aankondiging deed een dag nadat de Palestijnen Kerry's raamwerk voor onderhandelingen hadden weggestemd en Erakat naar Amman was gereisd om Kerry dat te vertellen. Erakat meldde hem dat de Palestijnen expliciete garanties wilden dat Israel zou gaan onderhandelen op basis van de grenzen van 1967. Vraag: hoe kan het dan dat Kerry, na halsoverkop nog een keer een extra gesprek met Mahmoud Abbas te hebben ingelast, toch een Palestijns fiat voor verdere gesprekken in Washington krijgt? Ik zal niet pretenderen dat het stuk hieronder daarop HET antwoord geeft, maar wellicht zag ik het een paar weken geleden niet helemaal verkeerd en geeft het toch een aanwijzing.

John Kerry met Tzipi Livni (Foto State Department) De foto is van mei 2013.

Ik ben er de laatste tijd wat voor weggevlucht om erover te schrijven. Het lijkt allemaal te futiel en vruchteloos. Zullen Israeli's en Palestijnen na een pauze van enkele jaren opnieuw rond de tafel gaan zitten? Om hun onderhandelingen op basis van de Oslo-akkoorden voort te zetten, die zich nu al 20 jaar vruchteloos voortslepen?
Er is een nieuwe minister van Buitenlandse Zaken in Washington aangetreden die dat graag lijkt te willen. En het is ook niet helemaal uitgesloten dat het hem zal lukken de twee partijen weer een keer aan tafel te krijgen. Maar de mogelijkheid dat het dan ook wat zal gaan opleveren, kan gerust geschat worden op nul. Opeenvolgende Israelische regeringen hebben de onderhandelingen tot nu steeds gebruikt om tijd te rekken, terwijl intussen verder werd gebouwd aan de nederzettingen. En deze regering staat daar zeker niet anders tegenover. Zij regeert meer dan welke andere regering vóór haar in belangrijke mate bij de gratie van de steun van de kolonisten. De regeringspartijen Likud en Habayit haYehudi zijn beide kampioenen van de nederzettingen en uitgesproken tegenstanders van een levensvatbare Palestijnse staat. En ook Yair Lapid, de voorman van de derde belangrijke regeringspartij, Yesh Atid heeft laten blijken dat er wat dit betreft weinig verschil is tussen zijn opvattingen en die van Benjamin Netanyahu. Iets doen dat ingaat tegen de zin van die kolonisten zou zonder meer een regeringscrisis veroorzaken. En er is geen enkele reden om te veronderstellen dat één van de partijen dat om welke reden dan ook zou willen riskeren.
 US Secretary of State John Kerry (R) shakes hands with Saeb Erekat, April 2013.
 Saeb Erakat met John Kerry (Reuters). De foto is van april 2013.

Maar aan de andere kant is daar dus de nieuwe Amerikaanse minister John Kerry die zich graag wil bewijzen. Hij ziet vermoedelijk in dat afwezigheid van enige actie aangaande dit onderwerp de populariteit van de VS in de regio geen goed doet. Maar Kerry heeft het tij niet mee. George Mitchell, de speciale afgezant van president Obama die de voorgaande jaren met Israel -Palestina in touw is geweest, heeft totaal niets bereikt. Dat kwam voor een groot deel doordat president Obama aanvankelijk wel een hoop verwachtingen schiep – onder meer met zijn bouwstop in de nederzettingen – maar die stevige aanpak uiteindelijk niet heeft kunnen waarmaken en bakzeil heeft moeten halen. Zoveel bakzeil, dat hij zich tijdens zijn bezoek aan Israel in april, zelfs gedwongen voelde om daar op nogal vernederende wijze te pretenderen dat er eigenlijk op geen enkel punt ooit een belangrijk verschil van mening met Jeruzalem was geweest.
Dat heeft het vertrouwen van de gemiddelde Palestijn in de bezette gebieden in de Amerikaanse aanpak geen goed gedaan. En dat vertrouwen was daarvoor ook al minimaal. Zoveel mogen we wel aannemen ook al zijn er geen opiniepeilingen die dat boven elke twijfel verheven aantonen. Desondanks verklaarde de Palestijnse Autoriteit zich in beginsel toch akkoord om naar de onderhandelingen terug te keren, toen Kerry daar in april om vroeg, tijdens zijn eerste bezoek aan Israel en de bezette Westoever in het gevolg van president Obama. De PA bleek toen ook bereid om voorlopig nog even af te zien van een plan om Israel aan te klagen voor het Internationaal Strafhof in Den Haag, iets wat ze eerder had laten doorschemeren te overwegen. Maar wel wilde de PA in ruil voor haar bereidheid om naar de onderhandelingen terug te gaan, dat er duidelijkheid zou bestaan over het feit dat gepraat zou worden op basis van de grenzen van 1967. En ook wilde zij dat Netanyahu uitsluitsel zou geven over welke grenzen hij voorzag voor een toekomstige Palestijnse staat. Wat de PA betrof zou hij bij die eerste gesprekken een kaart moeten meebrengen met de grenzen van de Palestijnse staat zoals hij die voorzag. En tenslotte wilde de PA ook, kennelijk als knieval voor de Palestijnse publieke opinie die uiterst negatief stond tegenover deze nieuwe vredespogingen van de regering-Obama, dat Israel ruim 100 Palestijnse gevangenen die al heel lang in Israelische gevangenissen zuchten (en onder de Oslo-akkoorden al lang geleden vrijgelaten hadden moeten zijn), alsnog hun vrijheid zou hergeven.
De vraag die de onafhankelijke toeschouwer zich wellicht zou kunnen stellen bij dit nieuws, is waarom de PA dan toch bereid is te gaan praten, als de verwachtingen zo laag zijn en de stemming zo negatief ten opzichte van de 'hulp' die zij van de kant van de Amerikanen kunnen verwachten. Het antwoord daarop is simpel: We hoeven alleen maar te kijken naar de begroting van de Palestijnse Autoriteit. Dan zien we dat een belangrijk deel daarvan wordt opgebracht door de VS en door de EU. De PA is domweg niet in stáát om nee te zeggen tegen pogingen om de zaak weer op gang te brengen. Een verlengstuk van de Palestijnse publieke opinie is de PA allang niet meer. Noch is het een legitiem gekozen lichaam, want de termijn van president Abbas is al in 2009 verlopen. De PA bestaat alleen nog bij de gratie van de buitenlandse steun. Zij is eigenlijk niets anders dan een gesubsidieerd onderdeel van wat de Amerikanen en EU-landen hardnekkig nog steeds het 'vredesproces' blijven noemen.
En ... Kerry heeft sindsdien ook nog eens de inzet aanmerkelijk verhoogd. Verleden maand ontvouwde hij op een bijeenkomst van het World Economic Forum in Jordanië ineens een plan om met een injectie van zo'n vier miljard dollar de Palestijnse economie, die zwaar te lijden heeft van de Israelische 'Afscheidingsmuur' en andere Israelische beperkingen van de bewegingsvrijheid, wat op te poetsen. Het geld zou opgebracht moeten worden door particuliere investeerders onder leiding van de Britse oud-premier (en speciale afgezant van het zogenoemde 'Kwartet' in het Midden-Oosten) Tony Blair. Het was een duidelijk geval van een poging tot omkoping. Maar dat is niet helemaal ongebruikelijk in het Midden-Oosten. Er zijn vaker vredesovereenkomsten met veel geld gekocht – denk alleen al aan de overeenkomsten tussen Israel en Egypte die beide landen nog steeds jaarlijks sommen opleveren van rond de drie miljard.
Ook Israel hield Kerry overigens een worst voor de neus. Dat gebeurde in de vorm van een update van het vredesplan van de Arabische Liga. In dit plan (uit 2002) hadden de Arabische landen zich bereid verklaard Israel te erkennen en er vrede mee te sluiten als het zich zou terugtrekken tot de grenzen van 1967, een Palestijnse staat zou gedogen met Oost-Jeruzalem als hoofdstad en het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen zou erkennen. Kerry's update bestond eruit dat hij de Liga-landen zover kreeg dat zij zich nu ook bereid verklaarden akkoord te gaan met met wederzijds overeengekomen wijzigingen van die grenzen van 1967, zodat Israel de grote nederzettingenblokken zou kunnen annexeren, in ruil voor lappen grond elders waarmee de Palestijnse staat zou worden gecompenseerd. De reactie in Jeruzalem was overigens niet erg enthousiast. Israel heeft het Arabische vredesplan eigenlijk altijd zo ongeveer genegeerd, en Netanyahu's reactie nu was niet erg anders. Hij noemde het plan ook in gewijzigde vorm een 'Arabisch dictaat'.
Afgezien daarvan zei Netanyahu dat hij helemaal niet met de Palestijnen over grenzen wilde gaan praten. Hij herhaalde zijn bekende mantra, dat hij alleen met hen aan tafel wilde gaan zitten 'zonder voorwaarden vooraf'. En vervolgens stelde hij de voorwaarden dat eerst gepraat moet gaan worden over veiligheid (waarmee hij uiteraard de veiligheid van Israel bedoelde – niet die van de Palestijnen) en over de erkenning door de PA van Israel als een 'expliciet joodse staat'.
Vooral dat laatste is onaanvaardbaar voor de PA. Maar of dat een belemmering gaat vormen voor een ontmoeting, hangt waarschijnlijk af van de hoeveelheid druk die de Amerikaanse diplomatie intussen nog uitoefent op de PA. Kerry had gezegd dat hij 20 juni als een deadline zag. Als de partijen daarvóór niet duidelijk hun bereidheid hadden laten zien om te gaan onderhandelen, zou hij zijn handen ervan aftrekken. Enfin, we zullen het zien.

1 opmerking:

Franklin Ryckaert zei

Ik denk dat de Israelis een stelletje psychologen in dienst hebben gehad die zich hebben afgevraagd welke eis aan de Palestijnen als voorwaarde voor onderhandelingen in ieder geval door hen geweigerd zou worden en toen op het idee zijn gekomen van de erkenning van Israel als een specifiek "Joodse staat". Dat heeft gewerkt en Israel kan nu echte onderhandelingen eindeloos uitstellen en de Palestijnen daarvoor de schuld geven.
En intussen maar ijverig verder bouwen....