maandag 19 augustus 2013

Israel verjaagt inwoners Bedoeïenendorpje bij Jeruzalem


Het dorpje Tal ‘Adasa voordat het Israelische ministerie van Binnenlandse Zaken toesloeg. (Beide foto's zijn van  'Amer ‘Aruri, B’Tselem)

Updated (zie hieronder). Israelische troepen hebben maandagmorgen een Bedoeïenenvestiging dicht bij bij in de wijk Beit Hanina van Oost-Jeruzalem opgeruimd en de 53 inwoners ervan weggejaagd. De Israeli's omsingelden het dorpje bij het aanbreken van de dag, vertelden de inwoners dat ze moesten vertrekken en vernielden vervolgens hun onderkomens.  
Woordvoerder Ali Kaabneh van het Bedoeïenendorpje Tal 'Adasa, vertelde Ma'an News dat de gemeenschap al 50 jaar op die plek woonde, nadat zij tijdens de Nakba (Onafhankelijksheidsoorlog voor de Israeli's)  was verjaagd van land tussen Hebron en Beer Sheba.
Volgens Kaabneh stellen de Israelische autoriteiten dat het land van het dorp onder de 'Absentee Properties Law valt (de Israelische wet die bepaalt dat eigendommen van in 1948 of 1967 gevluchte of verjaagde Palestijnen aan de staat toevallen). 'Met dat argument willen ze ons uit deze omgeving deporteren,' aldus Kaabneh.
 Contents of home Tal 'Adasa after the demolition, 19 Aug. 2013. Photo: 'Amer Aruri, B'Tselem
Na de sloop.  



Update: De mensenrechtenorganisatie B'tselem preciseert dat de inwoners van het dorpje niet meteen zijn weggejaagd, maar van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat de sloop op 19 augustus uitvoerde, te horen hebben gekregen dat ze tien dagen de tijd hadden om te vertrekken. Ze zullen anders worden gearresteerd. Ook dienen zij de resten van hun vernielde onderkomens op te ruimen, op straffe van een boete.
B'tselem tekent verder aan dat de inwoners van het dorpje nooit de status van 'ínwoners van Israel' of 'inwoner van Jeruzalem' hebben gekregen. Zij hadden ook nooit aansluiting op het water- of elektriciteitsnet. Sinds 2006, toen de 'Muur' was opgetrokken aan de oost- en de westkant van het dorpje was het effectief onder de jurisdictie van Jeruzalem gekomen. Tegelijkertijd echter raakten de inwoners geïsoleerd van de Westoever en van gemeenten als Ar-Ram en Bir Nabala, waar andere leden van hun Kaabneh-stam woonden en waar zij zaken deden. Enkele jaren lang kregen ze wel pasjes waarmee ze het Qalandiya-checkpoint konden passeren, maar sinds 2011 was dat niet meer het geval. Als gevolg daarvan was er ook een probleem met schoolgaande kinderen. Een deel van de kinderen zat in Bir Nabala op school en was gedwongen daar bij verwanten te blijven waardoor zij langere tijd hun eigen familie niet zagen, andere kinderen zaten op school in Beit Hanina.
B'tselem heeft een beroep gedaan op de Israelische autoriteiten de rechten van de inwoners van Tal 'Adasa te erkennen. B'tselem zegt dat de inwoners geen andere plek hebben om naartoe te gaan en dringt er bij de autoriteiten op aan om in overleg met de Bedoeïenen zelf een aanvaardbare oplossing voor hun huisvestingsprobleem te vinden. Israel is daar volgens internationale wetten ook toe verplicht, aldus de mensenrechtenorganisatie.

Geen opmerkingen: