zondag 11 augustus 2013

Alledaags racisme: Israelische soldaten weigeren hulp aan jongen die is gebeten door een slang


Al Hamra checkpoint bij Jiftlik, beheerst de toegang van de Jordaanvallei tot de steden Tubas en Nablus (foto Activestills.org).

Dit is één van die verhalen dat het bloed onder je nagels vandaan haalt. Een Palestijnse jongen, Muhammed Abu Aoun,  wordt gebeten door een slang in de buurt van het Israelische Hamra-checkpoint. Hij verliest het bewustzijn. Zijn vader vraagt de soldaten die het checkpoint bemannen of ze hem willen doorlaten en een ambulance oproepen. De soldaten weigeren. Ze zeggen dat hij de rij achter hem bij het checkpoint in de weg staat en ze jagen hem weg. 
 Pas anderhalf uur later slaagt een ambulance van de Palestijnse Halve Maan erin het gebied te bereiken. Muhammed is nu in het Rafida ziekenhuis in Nablus. Zijn toestand zou kritiek zijn. Zijn vader,  Tareq Abu Aoun, is er intussen wel in geslaagd de slang te doden en mee te nemen om de dokters te kunnen laten zien welk tegengif ze moeten gebruiken. Hij meldt dat de soldaten hem uitlachten toen ze eindelijk wegreden.
Dit verhaal doet me denken aan wat een vriend en collega, Christophe Boltanski, me ooit, al weer een tijd geleden vertelde. Christophe was toen correspondent in Israel van de Franse krant Libération. De strekking van zijn verhaal was minder erg, maar niet minder racistisch.Hij kreeg autopech op de weg van Jeruzalem naar Jericho en vroeg soldaten van een checkpoint vlakbij waar dat gebeurde of ze hem even konden helpen met duwen.
De soldaten deden dat niet. 'Are you Jewish?' vroegen ze hem. Christophe had kunnen zeggen dat zijn grootvader Joods was. In plaats daarvan probeerde hij een grapje te maken en zie hij dat zijn auto,  een Citroen dat misschien was (Citroen was ooit een Joods bedrijf). Maar de soldaten konden het grapje niet waarderen. Christophe moest anderen om hulp vragen.

Geen opmerkingen: