donderdag 12 december 2013

Israel: plan om 40.000 Bedoeïenen gedwongen te laten verhuizen in huidige vorm van de baan

Umm al-Hiran
Umm al-Hiran. Dit Bedoeïenendorp in de Negev moet van Israel verdwijnen om op dezelfde plek een stedelijke agglomeratie voor Joden te kunnen bouwen. (Foto Haaretz)

De Israelische regering heeft het Prawer-plan (ook wel: Prawer-Begin-plan) om 40.000 Bedoeïenen gedwongen te verplaatsen naar stedelijke agglomeraties, in de huidige vorm ingetrokken. Dat heeft een van de opstellers ervan,  Benny Begin, donderdag op een persconferentie bekendgemaakt. Het besluit werd genomen nadat in de commissie van de Knesset waar het wetsvoorstel dat op het plan was gebaseerd in tweede lezing werd behandeld, van Begin te horen had gekregen dat leiders van de Bedoeïenengemeenschap helemaal niet hadden ingestemd met het plan. De regering had dit aanvankelijk steeds gezegd ter verdediging van het plan. Maar vorige week liet  Benny Begin weten dat hij weliswaar vóór het opstellen van het definitieve plan met veel Bedoeïenen had gesproken, maar dat hij het plan zelf nooit aan hen had voorgelegd, zodat hij ook niet kon weten of ze er mee instemden.

Het plan voorzag in het legaliseren van een aantal zogenaamd illegale Bedoeïenendorpen, terwijl de meerderheid van de 36 dorpen zou moeten verdwijnen. Een hoeveelheid grond van 25.000 hectare zou worden onteigend en tenminste 40.000 mensen zouden naar speciale voor Bedoeïenen gebouwde stedelijke agglomeraties moeten verhuizen, waar geen landbouw mogelijk is en nu al grote werkloosheid heerst. Verschillende  malen is tegen het plan gedemonstreerd, culminerend in een Dag van Woede op 30 november.
De intrekking van het plan in zijn huidige vorm, die door velen als een vorm van ethnic cleansing wordt beschouwd,  is overigens niet meteen goed nieuws voor de Bedoeïenen. De wet komt waarschijnlijk terug in een vorm die mogelijk nog ongunstiger voor de Bedoeïenen uitpakt. Toen namelijk bleek dat er helemaal geen instemming van de kant van leiders van de Bedoeïenengemeenschap was, trok een deel van de Knessetleden die het plan steunden hun steun in, omdat zij vonden dat de Bedoeïenen onder de wet veel te veel grond was toebedeeld.

Geen opmerkingen: