donderdag 5 december 2013

Israelische militaire justitie laat opnieuw zien dat het doden van Palestijnen niet wordt bestraft


De foto toont Mustafa Tamimi terwijl hij getroffen wordt. Het moment is ook vastgelegd op video. (Activestills.or)

Het bureau van de Israelische militaire advocaat generaal (MAG) heeft donderdag bekend gemaakt dat het onderzoek naar de door van Mustafa Tamimi uit Nabi Saleh die in 2011 werd gedood door een traangasgranaat die van enkele meters recht in zijn gezicht werd geschoten, is gestaakt. Volgens het bureau van de MAG werd de traangasgranaat afgevuurd ''volgens de geldende regels en voorschriften en was er geen sprake van enige overtreding''. De MAG had de verklaring van de betreffende soldaat geaccepteerd dat hij Tamimi niet had gezien toen hij vuurde, en dat was volgens het bureau van de MAG door een mening van een expert ondersteund.
Een en ander stond in een brief van het bureau van de MAG aan de mensenrechtenorganisatie B'tselem. De dood van Mustafa Tamimi kreeg indertijd veel aandacht omdat er getuigen waren van de toedracht en bovendien foto's en video-materiaal. Daarop was te zien dat de Tamimi en een andere man tijdens een demonstratie tegen de Muur achter een gepantserde militaire jeep aanrenden en stenen gooiden. Vervolgens ging de deur van de jeep op een kier en werden er gericht twee traangasgranaten op Tamimi afgeschoten, waarvan er één hem vol in het gezicht trof. Tamimi overleed de volgende dag in een ziekenhuis. Gericht op een demonstrant schieten met een traangasgranaat is in strijd met de voorschriften. Traangasgranaten moeten via een een boog omhoog op de demonstranten worden afgeschoten. 
B'tselem diende in 2011 enkel uren nadat Tamimi getroffen was een klacht in. De organisatie toonde zich donderdag allesbehalve tevreden over de brief van de Advocaat generaal.
Allereerst over het feit dat het niet minder dan twee jaar had geduurd voordat dit onderzoek, waarbij toch volop getuigenmateriaal voorhanden was, werd afgerond. Maar vooral omdat ''de beslissing om geen vervolging in te stellen tegen de soldaat die Mustafa Tamimi doodde, noch tegen zijn commandanten, de boodschap overbrengt dat het militaire juridische apparaat niets geeft om de levens van Palestijnen op de Westoever in het algemeen en tegenover de dood van Mustafa Tamimi in het bijzonder'', volgens de organisatie.
B'tselem voegde eraan toe dat '' deze beslissing ondubbelzinnig duidelijk maakt aan Israelische soldaten en officieren dat, wanneer zij ongewapende burgers doden, dit niet zal worden bestraft. Onder deze omstandigheden is het slechts een kwestie van tijd voordat er weer een andere ongewapende Palestijn op deze manier wordt gedood. Voor Palestijnen op de Westoever is dit een duidelijk teken dat zij niet kunnen verwachten dat hun recht zal worden gedaan onder Israels justitiële systeem''. 
En ja, het is inderdaad om moedeloos van te worden. In september sloot de MAG het onderzoek naar de dood van Bassam Abu Rahmeh uit Bil'in die in april 2009 overleed nadat een militair een traangasgranaat gericht op zijn borst had afgeschoten. En hier kan een hele waslijst van andere onderzoeken die evenmin tot een aanklacht leiden aan toe worden gevoegd. Ik noem hier het geval van Ziad Jilani die in 2010 in Oost-Jeruzalem als het ware werd geëxecuteerd, zoals getuigen het noemden. Of de gevallen in maart 2010 van het doden van twee maal twee neven in de dorpen Awarta en Iraq Burin. En dat kan met de nodige voorbeelden van alleen al dit jaar kunnen worden aangevuld (wie nieuwsgierig is kan klikken op de 'tag' militair geweld op deze blog). Geen van de daar genoemde zaken is echt onderzocht, hoogsten in een enkel geval afgedaan met een interne disciplinaire maatregel. Voor de betreffende militairen is het, om vervolging te ontlopen, gewoonlijk voldoende om te verklaren dat hij zich bedreigd voelden, of  - zoals in het geval van Tamimi - dat ze er niets aan konden doen.Zij worden daarbij meestal gedekt door hun collega's. 

Geen opmerkingen: