maandag 15 september 2014

Door gebrek aan klaslokalen gaan duizenden leerlingen in Oost-Jeruzalem niet naar school


Klas in Oost-Jeruzalem

Het is weer het begin van het schooljaar en daarom is het goed om ook dit jaar weer even stil te staan bij de abominabele situatie van het onderwijs voor Arabische kinderen in Oost-Jeruzalem. Elk jaar verschijnen er rapporten van de Israelische Vereniging voor de Burgerrechten (ACRI) al of niet in samenwerking met de organisatie Ir Amim, (Stad der Volken), die zich bezig houdt met de sociale en economische situatie van Jeruzalem. En ieder jaar is de situatie weer een ietsje dramatischer dan het jaar ervoor. Dit jaar schreef een medewerker van Ir Amim, Aviv Tatarsky, een stuk op de website +972. Daaruit citeer ik wat feiten:
Er is een tekort aan 408 klaslokalen voor normaal onderwijs en aan 330 klaslokalen voor crèches in Oost-Jeruzalem. Afgezien daarvan voldoen 681 klaslokalen niet aan de eisen die eraan gesteld dienen te worden, zij zouden op zijn minst moeten worden gerenoveerd.
Dit is het tekort aan klasruimte in absolute termen. Maar als we kijken naar het gemeentelijke onderwijssysteem, de openbare scholen die de gemeente exploiteert, dan is er een tekort van 1.636 klaslokalen.
Dat betekent dat slechts een minderheid van de Palestijnse kinderen in Oost-Jeruzalem van die openbare scholen gebruik kan maken. De rest kan alleen terecht bij dure particuliere scholen. Dat is dan ook wat er gebeurt. Slechts 38% (42,792 kinderen op een totaal van 111,500 leerlingen) gaat naar de openbare scholen, de rest is aangewezen op de dure particuliere scholen, volgens het jongste rapport van Ir Amim. En wat nog erger is: Omdat de armoede onder de Palestijnse bevolking torenhoog is - 78% leeft beneden de armoedegrens, en voor de kinderen is dat zelfs 84% volgens een rapport van ACRI over het jaar 2010,heeft dat als consequentie dat duizenden kinderen helemaal niet naar school gaan. Hoeveel dat er precies zijn is onbekend, want de gemeente houdt geen statistieken bij betreffende de Palestijnse leerlingen. Zelf schat de gemeente dat het er zeker 8.000 zijn, maar schattingen van 20.000 doen ook de ronde. En dat cijfer houdt dan nog geen rekening met de hoeveelheid drop-outs, kinderen die voortijdig van school gaan. Volgens een rapport van ACRI uit 2013 maakt 36% van de leerlingen in Oost-Jeruzalem niet de volledige cyclus van 12 jaar basis en middelbare school af.
Het treurige is dat de stad Jeruzalem weinig moeite doet de situatie te verbeteren. De afgelopen vijf jaar, meldt Tatarsky, zijn gemiddeld 36 nieuwe klaslokalen per jaar in de Palestijnse wijken afgeleverd. Als dat tempo wordt volgehouden betekent dat, dat het nog 21 jaar gaat duren voor het aantal 738 ontbrekende klaslokalen zal zijn opgeleverd en zelfs 40 jaar als we de lokalen meetellen die moeten worden gerenoveerd. Maar de werkelijkheid is nog triester dan dat, want het huidige tempo waarop wordt gebouwd houdt eigenlijk maar nauwelijks gelijke tred met de normale groei van de bevolking.
De gemeente Jeruzalem komt op deze manier in botsing met een uitspraak van het Israelische hooggerechtshof. Dat bepaalde in 2011 dat de gemeente en het Israelische ministerie van Onderwijs de verplichting hebben om per 2016 iedere leerling een plek aan te bieden in het openbare onderwijssysteem die daarom vraagt. Maar het is duidelijk dat de gemeente die deadline niet gaat halen. Het hof bepaalde in 2011 ook dat de gemeente met ingang van 2016 verplicht zal zijn zijn de lesgelden te vergoeden van iedere leerling die het geen plek in een openbare school kan aanbieden, maar voorlopig moeten de ouders van de betreffende leerlingen die last dus nog zelf dragen. Tatarsky wijst erop dat de gemeente scholen voor Palestijnse kinderen nooit als een prioriteit heeft gezien. Als de keuze gaat tussen klaslokalen of nederzettingen gaat de voorkeur toch uit naar het laatste, schrijft Tatarsky. Zo steunde burgemeester Nir Barkat enthousiast het plan voor de bouw van een militaire academie in de wijk At-Tur op grond die was onteigend ''in het algemeen belang'' en ook steunde hij onlangs het plan voor de bouw van een grote yeshiva (joodse religieus seminarie) in de wijk Sheikh Jarrah, op een stuk grond dat in het masterplan voor Jeruzalem bestemd was voor ''publieke gebouwen ten bate van de inwoners van de wijk''. En dat terwijl er in heel Sheikh Jarrah niet één gemeentelijke basisschool of crèche te vinden is.
De gemeente heeft ook nooit willen samenwerken met een vereniging van ouders die zeven jaar geleden werd opgericht als pressure-groep om iets aan het gebrek aan klaslokalen te doen. Burgerinitiatieven van Palestijnen die opkomen voor hun rechten worden door de gemeente sowieso genegeerd of de kop ingedrukt. Zoals dat ook gebeurde met een vereniging van inwoners van Beit Safafa die protesteerde tegen het feit date een nieuw autoweg hun wijk in tweeën gaat delen, of een vereniging van inwoners van At-Tur die probeerde actie te voeren tegen het tot ''nationaal park'' verklaren van een deel van hun land, die een verdere uitbreiding van At Tur en aansluiting bij de buur-wijk 'Issawiya onmogelijk maakt. De prioriteiten liggen duidelijk elders voor de gemeente. Mogelijk denkt Jeruzalem ook - naar analogie van de uitspraak ''Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst'' - dat wie zorgt dat de Palestijnse jeugd geen toekomst heeft, ook weinig rekening met hen hoeft te houden als ze straks zijn opgegroeid tot volwassen Palestijnen.

1 opmerking:

Elisabeth zei

Dit is zo erg. Dit is een slow motion vorm van 'genocide'. (De officiele definitie van genocide is veel ruimer dan wat men over het algemeen denkt.) Jaren geleden stijgerde ik nog toen een joodse vriend uit America het beleid tegenover de Palestijnen zo noemde, maar zo langzamerhand...