donderdag 18 september 2014

Israelisch hooggerechtshof weigert in actie te komen tegen discriminerende wet

Adel Kaadan
Adel Qaadan voor het huis in Katzir dat hij na een eerdere uitspraak van het hof in 2000 kon kopen. (Foto Haaretz)

Het Israelische hooggerechtshof heeft woensdag met klein verschil een verzoekschrift van de hand gewezen tegen een wet die kleine gemeenten het recht geeft te discrimineren bij het toelaten van nieuwe bewoners. Het verzoekschrift was ingediend door de mensenrechtenorganisatie Adalah en de Beweging voor de Burgerrechten in Israel, ACRI.
De wet, die in 2011 door de Knesset werd aangenomen, stelt kleine gemeenten in de gelegenheid een commissie te benoemen die mag uitmaken of eventuele nieuwe bewoners voldoen aan eisen die de gemeente zelf in gemeenteverordeningen mag opstellen. In de praktijk werken dergelijke commissies al en hun voornaamste opzet is om Arabische inwoners te weren. De wet legaliseert deze praktijk. En in feite, zo betoogden de indieners van het verzoekschrift, maakt de wet het ook legaal om homo's, mensen met gebreken of wie dan ook buiten de gemeenschap te houden met de redenering dat hij of zij afwijkt van de algemene norm in de gemeente. Dat komt neer op discriminatie en is in strijd met internationale en ook Israelische wetgeving, aldus de indieners. Het hooggerechtshof verwierp het verzoekschrift echter met 5 tegen 4 stemmen ''omdat nog niet duidelijk was hoe de wet in de praktijk zal uitpakken”.
“Het hooggerechtshof heeft een van de meest racistische wetten van de afgelopen paar jaar goedgekeurd,''zo reageerde Adalah – voluit: het ''Centrum voor de wettelijke Rechten van de Arabische Minderheid in Israel''. “De wet is aangenomen door een meerderheid van de Knesset met de uitgesproken bedoeling om het weren van Arabieren mogelijk te maken in deze gemeenschappen.''
De advocaat Suhad Bishara van Adalah, die de petitie namens de organisatie had opgesteld, zei dat de uitspraak van het hof een belangrijke stap terug is in vergelijking met de uitspraak die het hof deed in het jaar 2000, in de zogenoemde Qaadan-zaak. In deze uitspraak maakte het hof een beslissing ongedaan van de joodse gemeente Katzir om geen land te verkopen aan Iman en Adel Qaadan, een Arabisch echtpaar uit de plaats Baqa al-Gharbiyeh. Het hof deed een vergelijkbare uitspraak in 2011, toen het een verzoekschrift aanvaardde van een ander Arabisch echtpaar, Fatna en Ahmed Zbeidat, tegen het feit dat de joodse gemeente Rakefet hen had geweigerd.
“Deze uitspraak geeft de voortschrijdende afkalving weer van de grondwettelijke bescherming van de juridische status van Israels Arabische burgers,” zei Bishara said. “Deze uitspraak maakt het voor 434 Israelische gemeenten mogelijk om met goedkeuring van het hooggerechtshof apartheid te praktiseren bij het uitvoeren van hun huisvestingspolitiek.''

Geen opmerkingen: