zaterdag 13 december 2014

Palestijnse buschauffeurs in Jeruzalem houden het wegens geweld en bedreigingen voor gezien

Emil Salman
Haaretz meldt dat als een gevolg van voortdurend geweld tegen Arabische buschauffeurs in de afgelopen maanden een 100-tal van hen - een derde van het totale aantal Palestijnse chauffeurs - ontslag heeft genomen, terwijl 60 anderen simpelweg thuis zijn gebleven en niet op hun werk zijn verschenen. Als gevolg daarvan is het openbaar vervoer in Jeruzalem flink ontregeld, volgens de krant.
Volgens Haaretz was sinds de verovering van Oost-Jeruzalem in 1967 ongeveer de helft van de chauffeurs van Egged, de busmaatschappij altijd afkomstig uit het Arabisch deel van de stad, aangelokt door goede lonen en secundaire arbeidsvoorzieningen, iets waar het elders voor Palestijnen nogal eens aan schort. Maar
de laatste tijd zijn aanvallen op de chauffeurs een bijna dagelijks verschijnsel. De krant laat een aantal chauffeurs aan het woord, die incidenten beschrijven waarbij ze werden aangevallen of bedreigd. Ook Tamir Nir, het hoofd van de afdeling gemeentelijk vervoer, bevestigt dat het een ernstig verschijnsel is en voegt eraan toe dat het dan niet gaat over uitschelden, racistische opmerkingen of bespugen.
Advocaat Osama Ibrahim, die meer dan 40 chauffeurs vertegenwoordigt die zijn aangevallen -de meesten van hen in de afgelopen maanden - noemt de situatie catastrofaal. ''Er gaat geen dag voorbij zonder een fysieke aanval. En ik heb het dan niet over scheldpartijen. Dat houden de chauffeurs niet eens meer bij, ze hebben geleerd daarmee te leven.
Het breekpunt voor de chauffeurs was de dood van Yussuf Hassan al-Ramouni, een chauffeur die in november opgehangen in zijn eigen bus werd aangetroffen. Een lijkschouwing zou hebben uitgewezen dat het zelfmoord was, maar de Palestijnse arts die daarbij aanwezig was, betwistte dat. 
Ook de chauffeurs denken in meerderheid dat Ramouni is vermoord. Zij zeggen dat de maatschappij Egged te weinig doet om hen te beschermen. Een van hen had gevraagd aan de managers om met rabbijnen in de ultra-orthodoxe wijk Har Nof te gaan praten om te kijken of die aan het geweld een einde konden maken, of anders de busdienst op Har Nof een tijdje te staken, maar de managers hadden geweigerd en gezegd dat ze ''niet bereid waren voor Egged te sterven''.
Advocaat Ibrahim zei dat de oplossing zou kunnen zijn een scheiding aan te brengen tussen de chauffeurs en de passagiers. Maar dat zou betekenen dat er ook een automatisch systeem, moet komen dat kaartjes verkoopt. Tot nu toe doen de chauffeurs dat. Egged en de politie overwegen het installeren van veiligheidscamera's in alle bussen en het stationeren van meer politie in de wijken waar de problemen het grootst zijn.
De chauffeurs klagen dat de politie uitzonderlijk traag op klachten reageert. Amjad Eriqat meldde dat de ruiten van zijn bus regelmatig werden ingegooid - iets wat vooral in Palestijnse wijken gebeurt - en dat de politie dan reageerde door te zeggen: '' We nemen na een uur contact met u op.''Chauffeur Alaa Jaljal meldde dat hij door een groepje mannen was mishandeld op 4 augustus en dat de politie vervolgens hem arresteerde in plaats van de aanvallers en hem zeven uur vasthield op de beschuldiging dat hij traangas zou hebben gebruikt. Toen hij een klacht wilde indienen tegen de mannen die hem in elkaar hadden geslagen, werd hij bedreigd.
Sommige wijken zijn erger dan andere. Ultra-orthodoxe wijken (eigenlijk nederzettingen) als Ramat Shlomo en Ramot zijn volgens de chauffeurs vooral gevaarlijk, vooral 's avonds en bij de eindhalte als alle passagiers de bus uit zijn. Het probleem is overigens ook niet beperkt tot Jeruzalem. Chauffeur van de maatschappij Kavim melden vergelijkbare verhalen over verbale en fysieke aanvallen in ultra-othodoxe nederzettingen als Betar Ilit and Modi’in Illit.

Geen opmerkingen: