maandag 22 juni 2015

Wat is een antisemiet? Iemand aan wie rechtse ''opiniemakers'' de pest hebben

De eerste Jood die land kocht in de duinen ten noorden van Jaffa, op een plek waar vervolgens drie jaar later, in 1909, Tel Aviv ontstond, was een Nederlander: de bankier Jacobus Kann. Dezelfde Jacobus Kann stond ook aan de wieg van de bank die later Bank Leumi, de Nationale Bank van Israel, zou gaan heten. In Nederland was hij één van de drie oprichters geweest van de Nederlands Zionisten Bond (NZB). Een aantal jaren zat hij in het bestuur van de World Zionist Organization. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij beheerder van de fondsen van de organisatie toen die in het neutrale Nederland waren ondergebracht. In de jaren '20 was hij de eerste Nederlandse consul in Jeruzalem.
Je zou dus kunnen zeggen dat Kann zijn sporen als zionist wel heeft verdiend. Toch is er in heel Israel nauwelijks een steegje, laat staan een plein of straat, te vinden dat naar Jacobus Kann is genoemd.
De reden hiervoor laat zich raden. Kann was bevriend met Juda Magnes, de stichter en eerste rector van de Hebrew University, en de filosoof Martin Buber. Hij was een sympathisant, zoniet een lid van hun beweging ''Brit Shalom'' (Het Vredesverbond), die geen Joodse staat ten koste van de oorspronkelijke bevolking van Palestina wilde. maar een compromis wilde. . Brit Shalom was tot David Ben Gurion in 1947-1948 de zaak forceerde en tegen de wil van de Arabische meerderheid de Staat Israel uitriep, voorstander van een ''binationale'' staat. Het was daarom een beweging die achteraf allesbehalve populair was bij de ''mainstream'' zionisten. Het feit dat Kann in de zionistische geschiedschrijving niet de plaats heeft gekregen die hij verdiende, heeft daar vrij zeker mee te malen.
Joden hebben altijd al een tendens gehad om pluriformiteit in hun gelederen te onderdrukken.
Ongetwijfeld was dat een erfenis uit de tijd dat zij een vervolgde minderheid waren en beducht moesten zijn voor dissidente geluiden die hun positie in gevaar konden brengen. Je zou denken dat deze situatie zou veranderen met de geboorte van een eigen Joodse staat, die volgens de zionistische ideologie immers de bedoeling had de positie van de staatloze Joden als volk onder de volkeren te normaliseren. Maar uiteindelijk lijkt het tegendeel te zijn gebeurd.  Tot 1948 konden organisaties als Brit Shalom, of de marxistische Mapam-partij, die bij de eerste Israëlische verkiezingen de tweede in grootte werd na de Mapai van Ben Gurion, Israels eerste premier, nog pleiten voor een bi-nationale oplossing  Ook konden Joodse kopstukken in de VS, zoals Albert Einstein, Erich Fromm, Hannah Ahrendt, Nahum Goldmann of zelfs  de latere minister van Buitenlandse Zaken en premier Moshe Sharett (die toen nog Shertok heette) in 1948 zonder problemen er bij Ben Gurion op aandringen het uitroepen van de staat Israel uit te stellen, omdat ze vonden dat nog niet alle mogelijkheden waren uitgeput om met Palestijnen en de buurlanden tot een vergelijk te komen.
Maar nadat de staat een feit was, veranderde dat. Misschien niet meteen erg merkbaar, maar gaandeweg nam de druk toe. Een belangrijk moment was het proces tegen Adolf Eichmann in 1961. Toen de politiek filosofe Hannah Arendt een uiterst kritisch verslag publiceerde van dit proces (Eichmann in Jerusalem, a Report about the Banality of Evil)  vielen de Israeli's massaal over haar heen. Het werd haar uiterst kwalijk genomen dat ze het proces had beschreven als een showproces, vanuit de coulissen door Ben Gurion geregisseerd, waarin Eichmann werd  voorgesteld als misschien wel de belangrijkste uitvoerder van de ''Endlosung'', terwijl hij in feite niet meer dan een belangrijke schakel in het hele raderwerk was geweest.  Ook was er veel woede over dat ze had geschreven dat de rol van de diverse door de nazi's gecreëerde ''Joodse Raden'' in het proces onderbelicht was gebleven. Van het ene op het andere moment zeiden vrienden als Gershom Scholem het vertrouwen in haar op, en werd ze - ondanks haar overduidelijke zionistische verleden - een anti-zioniste genoemd, iemand die altijd al tegen de staat Israel was geweest, een ''self-hating Jew''. Haar belangrijkste boeken werden ook nooit in Israel uitgegeven. Pas in de jaren negentig, toen ze al jaren dood was, verscheen een eerste vertaling in het Hebreeuws.
Nog intoleranter jegens afwijkende en onafhankelijke meningen werd het Israelische establishment na de geboorte van de Palestijnse Bevrijdingsbeweging PLO (1964), en de Zesdaagse oorlog (1967)  waarbij Gaza, de Westoever, de Golan en de Sinaï werden bezet. Er tekende zich toen al snel een klein ''vredeskamp'' af dat tegen de bezetting was en niet veel later scherp stelling nam tegen de eerste door de Arbeiderspartij opgezette nederzettingen. Kritiek daarop werd al snel opgevat als een aanval op Israels bestaansrecht, als deloyaal gedrag. Bekend is het geval van de filosoof en scheikundige Yeshayahu Leibowitz, die vanaf dag één erop hamerde dat de bezetting de Israelische maatschappij zou corrumperen. Ook naar hem werd, ondanks zijn enorme bekendheid, jarenlang geen straat in Israel genoemd (pas een jaar of vier geleden gebeurde dat wel). En in 1993 dreigde de toenmalige premier Yitzhak Rabin weg te blijven van een ceremonie waarop Rabin hem de hem  de prestigieuze ''Israel-prijs'' had moeten uitreiken. Leibowitz die toen al de 90 was gepasseerd, het was een jaar voor zijn dood, trok zich daarop terug). 
Ook de rechten van de Palestijnen, en de status van de PLO (die toen een ''terreurbeweging'' heette zoals nu Hamas) werd in die tijd een heet hangijzer. Vanaf halverwege de jaren '70 ging een klein groepje prominenten (de nog altijd actieve vredeactivist Uri Avnery was één van hen) met speciaal daarvoor door Yasser Arafat en de PLO-leiding aangewezen PLO-kopstukken in gesprek. Zij werden uitgemaakt voor ''verraders''. Ook ikzelf kan er een beetje van meepraten. Als voorzitter van een kleine linkse Joodse organisatie had ik met twee collega's in 1977 een geheime ontmoeting met PLO-vertegenwoordigers die Nederland bezochten. Toen dat uitlekte kregen we zo'n beetje heel Joods Nederland over ons heen, een vlammend artikel over de hele voorpagina van het Joodse weekblad NIW, dreigtelefoontjes, verwensingen en mensen die zich omdraaiden als ze me zagen aankomen. De vader van de huidige rabbijn vloekte me letterlijk de Amsterdamse liberale synagoge uit. (Dezelfde synagoge waar tegenwoordig een prominente lid van een activiteitencommissie, de voormalige voorzitter van het bestuur Ron van der Wieken, ervoor zorgt dat ik er niet kan spreken in het openbaar of deelnemen aan enigerlei forum. Maar dat terzijde). Als klap op de vuurpijl werd een klacht tegen ons ingediend bij de ''Ereraad'' van de Nederlandse Zionistenbond, waar we terecht zouden moeten staan wegens ''verraad van het Joodse volk''. Het had de eerste zaak van deze Ereraad moeten worden na de behandeling van de zaak in 1946 tegen Asscher en Cohen, de leiders van de Joodse Raad in de oorlog. Maar zover is het nooit gekomen, omdat een lid van Likoed Nederland, de organisatie die ons had aangeklaagd, gesignaleerd was op een receptie waar hij de hand had geschud van een hoge Palestijn. De Likoed trok de klacht daarop in.

 De scheiding der geesten was toen, in die jaren, al behoorlijk heftig. Maar dat werd nog veel erger na het aantreden van de eerste Likud-regering onder Menachem Begin (1977) , de daaropvolgende versnelling van het nederzettingenprogramma, en  - natuurlijk - de moorddadige Libanon-oorlog van 1982 (20.000 doden met als uitsmijter de beruchte moordpartij in  de kampen Sabra en Chatila in Beiroet onder het toeziend oog van de Israelische troepen). De Libanon-oorlog en de snelle groei van de nederzettingen wakkerden internationaal de kritiek op Israel aan. En evenredig met het toenemen van die externe kritiek, nam ook de vijandigheid toe van ''rechts'' in Israel  en de Joodse gemeenschap jegens alles wat intern naar kritiek zweemde. Dat werd nog erger toen begin van de jaren negentig de zogenaamde ''New Historians'' ook nog eens met boeken kwamen die de algemeen geaccepteerde mythes rond Israels ontstaansgeschiedenis doorprikten. Heel in het kort kwamen de bevindingen van deze historici (onder wie Benny Morris, Ilan Pappé en Avi Shlaim) erop neer dat de in Israel algemeen geaccepteerde versie dat de Palestijnen in de oorlog van '48 uit Palestina vrijwillig waren ''weggegaan'' na oproepen van hun leiders via de radio, werd herleid tot onzin. Ook het verhaal dat Israel het tijdens zijn ''Onafhankelijkheidsoorlog'' in 1948 moest opnemen tegen een geweldige overmacht, ging grotendeels onderuit, onder meer door de onthulling dat het destijds een deal had gesloten met Jordanië, die inhield dat Jordanië niet Israel zou aanvallen in ruil voor het feit dat het met Israels instemming de Westoever, die aan de Palestijnen was toebedeeld, mocht innemen. Sindsdien staan twee versies van Israels geschiedenis - en daarmee twee wereldbeelden en twee politieke richtingen - meer dan ooit onverzoenlijk tegenover elkaar.
Het is natuurlijk geen geheim dat sindsdien, met het voortschrijden van de tijd, de hegemonie van rechts alleen maar is toegenomen. We hoeven daarvoor maar te kijken naar de elkaar opvolgende verkiezingsoverwinningen van rechts en naar het nederzettingenbeleid, waarvan intussen geen weg meer terug is. Linkse critici werden en worden intussen ook op steeds schrillere toon verketterd en wel meestal volgens een vaststaand patroon. Na de rituele verzekering dat ''Israel niet perfect is en dat kritiek natuurlijk geoorloofd is'', wordt de criticus die het gewaagd heeft ook daadwerkelijk kritiek te leveren, uitgemaakt voor verrader, Hamas-vriend, self-hating Jew of eenvoudigweg ''antisemiet''. Hele reeksen Joodse intellectuelen, zoals de inmiddels overleden historicus Tony Judd, de politicoloog Norman Finkelstein, de taalwetenschapper Noam Chomsky of de filosofe en gender-specialiste Judith Butler hebben inmiddels kennis gemaakt met dit circus, dat bij gelegenheid ook spreekbeurten saboteert, of erger: via netwerken en georganiseerde campagnes mensen uit banen weert. Politici en juristen werden evenmin gepaard. We hoeven maar terug te denken aan de onfortuinlijke rechter Richard Goldstone, die het gewaagd had als voorzitter van een VN-commissie een vernietigend rapport uit te brengen over Israels ''Cast Lead'' veldtocht in Gaza van 2008-2009 en daarna ongeveer uit de Joodse gemeenschap is gebannen.
De verleden jaar overleden Hajo Meyer, een kopstuk van Een Ander Joods Geluid, merkte nog niet zo lang geleden op dat een antisemiet ''vroeger iemand was die de pest had aan Joden, maar dat het tegenwoordig meer iemand is aan wie Joden de pest hebben''. Wie zijn opmerking op waarheid wil toetsen kan ik aanraden eens te bellen met Anja Meulenbelt, of met Dries van Agt. Maar wat in Meyers definitie nog ontbrak, is dat de zogenaamde antisemieten ook in toenemende mate mensen blijken te zijn aan wie niet-Joodse, zelfbenoemde ''supporters van Israel''  de pest hebben. Denk bijvoorbeeld aan de ongefundeerde en ongekend schofterige aanvallen van columniste Elma Drayer op mijn bloggende collega Peter Breedveld (Frontaal Naakt) en diens vriendin Hassnae Bouazza. Deze trend, waarbij christen-fundamentalisten en andere niet-Joodse extreem -rechtse Israel-fans iedereen die het waagt iets kritisch te berde te brengen over Israels politiek of  mensenrechtenbeleid, voor antisemitisch uitmaken is ineens erg in de mode. Een onsmakelijk en verontrustend, betrekkelijk nieuw verschijnsel is dat zij daarbij van - van harte worden aangevuurd door sommige Joodse types.  Een saillant voorbeeld is het volgende rabiate proza van het islamofobe, ultra-rechtse geval B.P. Schut op het enge platform Jalta:
   Er is een punt waar selectieve verontwaardiging ophoudt en ordinaire Jodenhaat begint. De linkse partijen in de hoofdstad lijken dit punt te hebben bereikt, zo bleek uit de gemeenteraadsvergadering van woensdag.We mogen hen geen antisemieten noemen want Jodenhaters, dat zijn de anderen: rechts-extremisten, neonazi’s, kaalkopjes… Maar natuurlijk nooit arme slachtoffermoslims en al helemaal geen eerlijke, hoofdstedelijk-progressieve grachtengordeldieren.
Toch is het ruwweg dezelfde schijnheilige coalitie die in de Tweede Kamer weigerde te stemmen voor een wetsvoorstel dat overheidsfinanciering aan antisemitische organisaties verbiedt, die nu in Amsterdam probeert een stedenband van onze hoofdstad met het Israëlische Tel Aviv te torpederen. Moeten wij ons hier druk om maken? Toegegeven, stedenbanden zijn vaak niet meer dan alibi’s voor reislustige gemeenteambtenaren en idem politici. (....)
 Geldt ook in de Amsterdamse gemeenteraad het steeds prangender adagium “No Jews, no news”? Proberen de “progressieve” partijen een wit voetje dan wel een bruine arm te halen bij het islamitische electoraat? Of is de haat bij links Amsterdam tegen alles dat met Israel te maken heeft inmiddels zover doorgeslagen dat je met een gerust hart van neo-antisemitisme kunt spreken? En welke van deze twee alternatieven is erger: opportunisme of racisme?
Schut speelt het hier klaar om de redenen waarom de Amsterdamse linkse partijen niet zo geporteerd zijn voor een stedenband nu (verkeerd signaal na de zoveelste inval in Gaza en net nu de meest rechtse, meest vredesonvriendelijke regering ooit in Israel is aangetreden) geheel weg te laten teneinde de linkse partijen in de raad te kunnen belasteren. Hij laat hij ook weg dat ook de nodige Joden onder de huidige omstandigheden niet zo voor een stedenband met Tel Aviv zijn geporteerd en wel op gronden die uiterst welsprekend tijdens een ''inspreekbeurt'' in de Raad onder woorden werden gebracht door Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid. En passant komt hij bovendien nog even terug op de recente motie Van Klaveren (van de Wilders-afsplitsing VNL) in de Tweede Kamer waar de linkse partijen niet vóór stemden, omdat niet was gespecificeerd wat nu precies met ''antisemitische organisaties'' werd bedoeld. En terecht, zoals onder meer bleek, toen een kersvers nieuw VNL-lid , de uit zijn ambt gezette advocaat Bram Moszkowicz, in een huilerig stukje ging uitleggen dat met ''antisemitisch'' onder meer Palestijnse mensenrechten-en kerkelijke organisaties werden bedoeld, evenals de site Electronic Intifada, waarbij uiteraard valse beschuldigingen zijn gelijk moesten illustreren.  

 Anti-Israel-protest Stopera #2

 EAJG-voorzitter en de oprichtster van EAJG Anneke Jos Mouthaan achter een EAJG spandoek tijdens een demonstratie tegen de stedenband bij het Amsterdamse stadhuis, (Foto Maarten Brante).

Zover zijn we dus nu gekomen, dat ongure types als Schut c.s. die iedereen  - onder wie dus ook Joden - voor antisemiet uitmaken als ze het wagen bezwaar te maken tegen Israels chauvistische politiek, daarbij worden toegejuicht en aangemoedigd door dat deel van de Joodse gemeenschap dat Israel waarschijnlijk zelfs nog zou steunen als het de Derde Wereldoorlog zou ontketenen. Hajo Meyers definitie voldoet dus ook al niet meer: een antisemiet is niet iemand aan wie Joden de pest hebben, maar iemand die wordt gehaat door fundamentalistische christenen, islamofobe ''opiniemakers'' en ja, ook Joden. Nog één stapje verder en diezelfde Christenen voor Israel-types en scribenten op enge sites als Jalta, Geen Stijl, de Dagelijkse Standaard of hoe ze ook verder mogen heten, mogen - onder toejuichingen en deskundige leiding van Joden van het kaliber van Esther Voet en haar aanhang - gaan uitmaken wie er nog bij hoort en authentiek Joods is en wie een ''verrader'' is en een ''Joodse antisemiet''.
Het is een benauwende ontwikkeling, vooral ook omdat het niet beperkt is tot Nederland. Ook in Israel zelf en in andere Joodse gemeenschappen is rechts in toenemende mate bezig de ''authentieke Joodse mening'' te monopoliseren. Jacobus Kann, die ik hierboven introduceerde, vertegenwoordigde in de zionistische beweging een minderheidsstandpunt dat in zijn tijd nog werd getolereerd. In deze tijd zou hij een carrière binnen de zionistische beweging zonder meer op zijn buik kunnen schrijven. Nu zou hij zonder pardon ''deloyaal'' worden genoemd of misschien gewoon ook wel een ''Joodse antisemiet''. Kann was, behalve dat hij een interessante cv had en een imposante man geweest schijnt te zijn, toevallig ook een volle neef van mijn grootvader. Als ik me als dissidente blogger - wat regelmatig voorkomt - eenzaam voel en wanhoop of het ooit nog goed komt daar in Palestina, helpt het wel dat ik stiekem mezelf kan voorhouden dat ik toch maar mooi een soort familietraditie voorzet.

3 opmerkingen:

Hans Moll zei

'Nog intoleranter jegens afwijkende en onafhankelijke meningen werd het Israelische establishment na de geboorte van de Palestijnse Bevrijdingsbeweging PLO (1964), en de Zesdaagse oorlog (1967)'.
oké, even voor 1967 dan, zie: https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_attacks_against_Israeli_civilians_before_1967
en daarna: http://www.jewishvirtuallibrary.org/jsource/Peace/osloterrgraph.html of: http://www.eretzyisroel.org/~jkatz/oslo.html
zou ikzelf ook wat intolerant van zijn geworden.
Grappig dat iemand die zo blind is voor de leugens van Pallywood, de betekenis van de Moefti van Jeruzalem ontkent cq het antisemitisme in de Arabisch-islamitische wereld, en alles wat uit Israël komt, verwerpt, zo huilerig pleit voor meer ruimte voor kritiek.

Abu Pessoptimist zei

Hans Moll,
Huilerig?? Ergens voor pleiten?? Volgens mij bepleit ik niks en beschrijf ik vooral.
En dat is dan met name een sfeer waarin mensen zoals jij, die stadsverslaggever was en nooit tussen de Palestijnen gewerkt hebt zoals ik, gek gemaakt kunnen worden met Israelische leugens over jokkende Pallywood-Palestijnen, en tendentieuze en zwaar overtrokken verhalen over de mufti. En statistieken over Palestijnse aanslagen natuurlijk, zonder dat daar de andere kant - massale Israelische bombardementen van burgers in vluchtelingenkampen - tegenover wordt gesteld, laat staan dat de vraag gesteld wordt hoe het allemaal is begonnen - hoe die mensen in die kampen terecht zijn gekomen.
Dààr had ik het over, dat hoe langer hoe meer één-dimensionale voorstellingen van de werkelijkheid als ''de'' waarheid worden gepresenteerd en dat er hoe langer hoe minder ruimte en belangstelling is voor nuances, begrip voor de andere kant en voor de noodzaak van een oplossing. Als je wat wilt tegenspreken, probeer daar dan maar eens tegenin te gaan.

Elisabeth de Boer zei

Iemand die de term 'Pallywood' gebruikt hoeft men niet serieus te nemen. Als ik iets lees van mensen die het over 'Volkseigen' of 'judeo-globalisten' hebben hoeft het voor mij ook niet meer.