dinsdag 6 oktober 2015

Israel vernielt 3 huizen van Palestijnen die aanslagen pleegden, plus enkele buurhuizen

Het Israelische leger heeft dinsdag twee huizen in de wijk al-Mukabber van Jeruzalem opgeblazen van mannen die betrokken waren (of zouden wijn geweest volgens Israel) bij aanslagen. Dit was het huis van Ghassan Abu Jamal die amen met zijn neef in oktober 2104 vijf mensen in een synagoge in Har Nof in Jeruzalem vermoordde. Zijzelf werden ook doodgeschoten. (Foto WAFA, 6 oktober 2015).

Updated met informartie van B'tselem. Israel heeft in de nacht van maandag op dinsdag twee huizen opgeblazen in de wijk Jabal al-Mukabber van Jeruzalem, van mannen die bij verleden jaar ''terreuraanslagen'' betrokken waren (of van wie gedacht werd dat zij dat waren). Bij nog een derde huis, eveneens van een verdachte die nooit werd berecht omdat hij door de politie werd doodgeschoten,  werd een gedeelte volgestort met beton. De inwoners, vooral vrouwen en kinderen, werden in het holst van de nacht op straat gezet.
 De vernielingen werden uitgevoerd nadat de Israelische premier Netanyahu zijn minister van Justitie, Ayelet Shaked, had verzocht de procedure te versnellen om huizen van van terreur verdachte personen te kunnen vernielen. Het Israelische veiligheidskabinet vergaderde gisteren zes uur lang over deze zaak en over de toegenomen spanning, tot drie uur in de ochtend. De gemoederen liepen tijdens de vergadering hoog op, meldde de krant Haaretz, doordat drie ministers (Ayelet Shaked en Naftali Bennett van de partij HaBayit HaYehudi en Ze'ev Elkin van de Likud) nog hardere maatregelen wilden. Zo wilde Bennet dat alle Palestijnen die destijds tijdens de gevangenenruil met Hamas tegen korporaal Shalit waren uitgeruild, weer zouden worden opgepakt. (Israel pakte enkele tientallen van hen in strijd met alle afspraken al op in de zomer van 2014). Ook eiste hij dat er als antwoord op de ''terreur'' meer gebouwd zou worden in de nederzettingen.
De huizen die werden vernield behoorden toe aan Ghassan Abu Jamal en Mohammad Ja'abis. Ghassan Abu Jamal werd samen met zijn neef Uday in november doodgeschoten door de politie,  nadat zij vijf mensen hadden vermoord bij een aanslag in een synagoge in Har Nof. De vrouw en kinderen van Ghassan woonden niet meer in het huis. Zij waren in juli uitgewezen uit Oost-Jeruzalem. Het huis van Uday was al eerder, ook in juli onbruikbaar gemaakt. Bij het opalen van het huis van Ghassan werd teven een buurhuis vernield, dat waar Ghassan's broer Mu'awiyyah woonden met zijn vrouw en drie kinderen. 
Het geval van Ja'abis was een beetje duisterder. De politie schoot hem dood nadat hij met zijn dragline een voetganger had overreden, die daarbij om het leven kwam. Mogelijk was dit een ongeluk, maar dat werd nooit uitgezocht. Agenten openden onmiddellijk het vuur op hem en  Ja'abis ramde vervolgens, stervende, met zijn dragline een bus, die op zijn kant viel. Ook zíjn huis werd vannacht opgeblazen. De explosie maakte zijn moeder dakloos, die alleen in Muhammad Ja'abis'bovendvedieping van in het huis woonde. Helaas werd echter ook de benedenverdieping verwoest, zodat nu ook Mohammed Ja'abis' broer Shaker, diens vrouw en vier kinderen op straat staan. 
Het derde huis werd deels onbruikbaar gemaakt door er beton in te storten. Het behoorde aan de familie van Mu'ataz Hijazi in Silwan. Ook zij werden midden in de nacht uit hun huis gezet. Hijazi zou de man zijn geweest die een aanslag pleegde op rabbijn Yehuda Glick, een van de Israelische religieuze nationalisten die ijvert voor herbouw van de Tempel op het terrein van de twee moskeeën in Jeruzalem. Glick overleefde de aanslag. Hijazi werd op 30 oktober 2014 door Israelische soldaten met 20 kogels geliquideerd op het dak van zijn huis, toen ze hem zogenaamd kwamen arresteren. 

Israel heeft tot 2005 het verwoesten van huizen als strafmaatregel gehanteerd, gebaseerd op een oude Engelse richtlijn uit de mandaattijd. In 2005 werd dit afgeschaft, maar de regering Netanyahu voerde de maatregel verleden jaar opnieuw in. Het vernielen van huizen van verdachten die nooit terecht hebben gestaan is uiteraard een verkrachting van het principe dat in een rechtsstaat straf alleen kan worden opgelegd door een rechter. Het is bovendien een collectieve straf die onder alle rechtssystemen uit den boze is, en het is ook nog eens een oorlogsmisdaad. Niettemin heeft het Israelische hooggerechtshof de maatregel goedgekeurd.
Helaas heeft Israel als het aankomt op de bescherming van het huizenbezit van Palestijnen een abominabele staat van dienst. Sinds in 1967 de Westoever is ingenomen zijn in de bezette gebieden volgens het Israelische Comité tegen de Vernieling van Huizen (ICADH) tenminste 46,000 Palestijnse huizen vernield. In het hele gebied (Israel plus de bezette gebieden samen) is het getal volgens ICADH ongeveer 120.000 vernielde huizen sinds 1948.

Geen opmerkingen: