woensdag 25 mei 2016

Mensenrechtenorganisatie B'Tselem verbreekt samenwerking met het Israelische leger


De 18-jarige Hadil Hashlamoun kort voor zij door de Israeli's om haar heen werd doodgeschoten hoewel ze geen bedreiging vormde. Eén van de ruim 200 Palestijnen die op een vergelijkbare manier sinds september 2015 zijn gedood.

De Israelische mensenrechtengroep B’Tselem heeft woensdag aangekondigd dat het stopt met het namens Palestijnse slachtoffers samen te werken met het systeem van de Israelische militaire rechtsspraak. De reden is dat dit systeem er vooral op uit is misdaden te verhullen en de bedrijvers ervan de hand boven het hoofd te houden, volgens B'Tselem.
Een kwart eeuw van samenwerking met het leger ''heeft ons doen inzien dat het verdedigen van mensenrechten en het pogen recht te verkrijgen niet langer wordt gediend door coöperatie met een systeem dat vooral gekenmerkt wordt door zijn kundigheid bij het verbloemen van misdaden en het beschermen van daders,'' schreef de organisatie in een rapport van 80 pagina's dat tegelijkertijd met de bekendmaking werd gepubliceerd. Het rapport, ''Het vijgenblad van de bezetting, Israels militair juridische systeem als een witwasmechanisme'', kan hier worden ingezien.
 In het rapport wordt gezegd dat B'Tselem langzamerhand tot de overtuiging is gekomen dat de manier waarop het systeem werkt er vooral op uit is te verhinderen dat slachtoffers recht wordt gedaan, maar tegelijkertijd toch het  beeld in stand houdt dat sprake is van de handhaving van recht en rechtspraak. Die beeldvorming maakt het makkelijker om kritiek op de onrechtvaardigheden van de bezetting van de hand te doen met een verwijzing naar de pretentie van de militairen  dat ook zijzelf sommige daden niet acceptabel vinden. En het maakt die claim hard door te zeggen dat dit sport daden ook worden onderzocht. Op die manier houdt de staat niet alleen het beeld overeind van een acceptabel wettelijk systeem dat met morele standaards te werk gaat, maar houdt zij ook het image van een ethisch werkend leger hoog dat tegen zulke daden optreedt.''aldus het rapport.
Als illustratie geeft B'Tselem wat statistieken weer. Van 739 zaken die de organisatie aanbracht betreffende het doden, mishandelen, verwonden of als menselijke schild gebruiken van Palestijnen sinds het jaar 2000, resulteerden er slechts 25 gevallen (3 procent) in het in staat van beschuldiging stellen van verdachten (dat is 3% van alle gevallen). In tenminste 70 procent van de al deze zaken werd er totaal geen actie door militaire onderzoekers ondernomen.
Data die Yesh Din, een andere mensenrechtengroep die opkomt voor Palestijns slachtoffers, bij heeft gehouden wijzen in dezelfde richting. In 2014 werd daar in 3,5 procent van alle aangebrachte gevallen een persoon of personen in staat van beschuldiging gesteld. Maar in het geval van Yesh Din gaat het nog iets verder dan wat B'Tselem meldt; want in het geval van Yesh Din ging  het niet om àlle aangemelde gevallen, maar alleen om die gevallen waarin de militaire onderzoekers ook daadwerkelijk klachten hadden onderzocht.
De maatregel van B'Tselem is overigens niet geheel nieuw. Het is in wezen een verdere uitbreiding van B'Tselem's beslissing, na de laatste campagne van het leger in Gaza, Protective Shield in 2014, om met het leger geen gegevens meer uit te wisselen over misdaden en wangedrag van militairen tijdens deze veldtocht. B'Tselem gaf toen ook al aan dat de geringe effectiviteit van het leger bij het onderzoeken van zijn eigen misdaden en het feit dat onafhankelijke onderzoekers in Gaza waren geweerd, van het legeronderzoek een ''witwasoperatie'' maakten. B'Tselem weigerde toen samen met Yesh Din. Deze laatste organisatie gaat echter nog wel door met het aanhangig maken van zaken namens Palestijnen. Hetzelfde geldt voor de organisatie Adalah. Dit is echter te verklaren uit het feit dat beide organisaties als primair doel het opkomen voor (Palestijnse) slachtoffers hebben.
B'Tselem ziet zichzelf primair als een mensrechtenorganisatie en trekt zich terug omdat de organisatie weigert nog langer mee te werken aan een systeem dat door de illusie te wekken van een rechtssysteem ook valselijk een illusie van een zekere legitimiteit verleent aan de bezetting. Op een persbriefing, dinsdag, zei de organisatie dat in de afgelopen jaren  geprobeerd was een systeem op te zetten om militairen verantwoordelijk te laten zijn voor wat ze aanrichten, onder meer door Palestijnen aan te moedigen daden te registreren en klachten in te dienen.Maar dat had averechts gewerkt. De organisatie was daardoor alleen amar medeplichtig geworden aan een systeem van rechtsverkrachtingen door er een grotere geloofwaardigheid aan te verlenen. ''We zijn onderaannemers van de bezetting geworden'' zei Yael Stein, directeur research van B'Tselem, ''want hiermee hebben we geholpen die meer legitimiteit te verlenen.'' En Kareem Jubran, hoofd van de Field Research, zei dat deze aanpak an mensen vaak voor de tweede keer slachtoffers had gemaakt, door de brute manier waarop ze door militaire ondervragers werden behandeld en door het feit dat hun klachten vrijwel nooit iets uithaalden.''
De stap van B'Tselem zal naar alle waarschijnlijkheid ook de weg vrijmaken naar eventuele vervolgingen van Israelische militairen in internationale fora als het Internationale Strafhof ICC in Den Haag. B'Tselem ontkent dat het dat beoogt en zal zelf ook geen klachten bij het ICC indienen, zo verklaarde woordvoerster Sarit Michaeli. Maar tegelijkertijd valt niet te ontkennen dat naarmate de schijn vermindert dat Israel zijn eigen misdaden serieus neemt, de kans op vervolging elders stijgt. Shawan Jabarin, directeur van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie al-Haq, zei in een reactie dat hij verwacht dat de stap van B'Tselem er zeker toe kan bijdragen dat het ICC het feit dat Israel zegt een eigen rechtssysteem voor de bezette gebieden te hebben, niet langer als een beletsel voor vervolging zal aanvaarden. Hij toonde zich mede om die reden verheugd dat B'Tselem zich van het niet-onafhankelijke en daarom ook niet-functionerende militaire rechtssysteem heeft losgemaakt.

Geen opmerkingen: