dinsdag 14 juni 2016

Knesset verlengt voor 13e keer wet die verhindert dat huwelijkspartners uit bezet gebied zich in Israel kunnen vestigen

Het Israelische parlement, de Knesset, heeft maandag met 65 stemmen vóór en 14 tegen, voor het dertiende achtereenvolgende jaar een ''tijdelijk noodamendement'' verlengd van de ''Wet op de familiehereniging'' dat verhindert dat Palestijnen uit de bezette gebieden die met een Israeli trouwen zich in Israel of Oost-Jeruzalem mogen vestigen. De wet is uiterst discriminerend ten opzichte van Israels Palestijnse burgers. Zij zijn het namelijk in de eerste plaats die met Palestijnen uit de bezette gebieden zullen willen trouwen.
De wet op de familiehereniging verleent automatisch een wettelijke status aan niet-Israeli's die met  een Israeli trouwen. Maar in 2002, tijdens de Tweede Intifada werd een amendement opgesteld dat dit onmogelijk maakt voor mensen uit de bezette gebieden. In 2003 werd dit ''tijdelijk'' aan de wet toegevoegd, maar sindsdien is dit amendement al 13 keer met een jaar verlengd.  Het amendement geldt overigens ook voor mensen uit Iran, Afghanistan, Libanon, Libië, Sudan, Syrië, Irak, Pakistan en Jemen, of andere landen die als bedreigend voor de veiligheid wordt gezien. Het amendement geldt uiteraard niet voor Joden, want die vallen onder de Israelische wet op de Terugkeer die automatisch staatsburgerschap aan immigrerende Joden verleent. 
In 2005 kwam er een amendement op het amendement, dat de minister van Binnenlandse Zaken het recht gaf om uitzonderingen te maken voor Palestijnse vrouwen boven de 25 en Palestijnse mannen ouder dan 35. Die kunnen tijdelijke vergunningen krijgen om in Israel te wonen, echter zonder dat hun burgerlijke status als gehuwde wordt erkend, en zonder dat ze rechten hebben op enige sociale zekerheid. Ook kinderen van deze echtparen vallen onder de bepalingen. De uitzonderingen worden niet  verleend als een vader of moeder, kind,  broer of  zuster, zwager of schoonzus door de Israelishe veiligheidsdiensten als een ''bedreiging van de veiligheid'' worden beschouwd. Kinderen van 14-18 jaar krijgen hoogstens een tijdelijks verblijfsvergunning. De Israelische mensenrechtengroep Hamoked kenmerkte dit als racistisch. Andere mensenrechtengroepen, waaronder Human Rights Watch noemden het discriminatie.
Het Israelische hooggerechtshof  heeft tot twee keer toe verzoekschriften om het amendement op te heffen van de hand gewezen. Volgens Human Rights Watch was dat in strijd met de Conventie over het Uitbannen van Alle Vormen van Rassendiscriminatie. Wèl heeft het Hof verhinderd dat het amendement permanent in de wet mag worden opgenomen.

Geen opmerkingen: