dinsdag 9 augustus 2016

Israel sloopt acht huizen, een restaurant, een winkel, twee schuren en 13 km waterleiding

 Sloop in Umm al Kheir.


Updated 
Israelische militairen en bulldozers hebben er dinsdagmorgen flink op los gesloopt op de Westoever. Gisterenmeldde ik al dat in het dorp Umm al Kheir ten oosten van Yatta (in het zuiden van de Westoever) vijf huizen werden gesloopt en twee schuren voor commerciële doeleinden. Maar daarnaast gingen in Sebastia bij Nablus een restaurant en een antiekshop tegen de vlakte. En in de dorpen Jiftlik en Fasayil, bij Jericho in de buurt, werden drie huizen omver gehaald. 
In Umm al Kheir werden bij de sloop van de vijf huizen 27 mensen dakloos, onder wie zestien kinderen. Drie van de gesloopte huizen waren gefinancierd door de Europese Unie, waaronder het huisje op de foto hierboven. In april werden ook al zes huizen in Umm al Kheir gesloopt. Toen raakten 35 mensen het dak boven hun hoofd kwijt.
Ratif al Jbour, de coördinator van het Volkscomité tegen de nederzettingen in het zuiden van de Westoever, zei dat de vijf huizen toebehoorden aan de familie Hadhalin en dat die nu voor de negende keer waren gesloopt. Hij voegde eraan toe dat de militairen inwoners van Umm al Kheir die zich tegen de sloop hadden verzet, hadden geslagen en mishandeld en dat er clashes uitbraken tussen jongeren en het leger.
In de dorpen dorpen Fasayil en Jiftlik bij Jericho gingen drie huizen tegen de vlakte omdat ze geen vergunning hadden, een vergunning die overigens aan mensen in deze Bedoeïenennederzettingen in ''Area C'' eigenlijk nooit worden verleend.  In Sebastia in het noorden van het Westoever (regio Nablus) sloopte Israel dezelfde dinsdag nog een  restaurant en een antiekwinkel. Beide waren jaren in bedrijf geweest. Het restaurant  al-Qalaa (de Citadel) was eigendom van Nael Rizq Aqil, de antiekwinkel was van Tayser Aqil. 
Maandag dwong het Israelische leger de boer Abdullah Jamal uit Sebastia om zelf een schuur te slopen die hij had gebouwd voor zijn koeien en schapen. Zoniet, dan had hij de sloopkosten moeten betalen. Dit gebeurde ondanks het feit dat een verzoekschrift van Jamal nog door de rechter moet worden behandeld.

Diezelfde maandag sloopte het Israelisch leger in de regio Tubas in het noorden van de Westoever een waterpijpleiding die werd aangelegd naar de Bedoeïenengemeenschappen in dat gebied.
De aanleg van de pijpleiding was al vier maanden aan de gang, Het werk werd uitgevoerd op kosten van de NGO ''Action Against Hunger''. De Israeli's vernielden vier kilometer pijpleiding tussen het stadje Tubas en het dorp Yarza volledig, terwijl van de negen kilometer pijpleiding die was aangelegd tussen Yarza en het dorpje al Malih grote delen werden vernield en de leiding werd meegenomen.
Israel probeert de Bedoeïenengemeenschappen op de Westoever al geruime tijd te dwingen hun land op te geven en te verhuizen naar stedelijke gebieden waar ze hun beroep niet kunnen uitoefenen. De middelen die daarvoor worden gebruikt zijn sloop en het weigeren van vergunningen voor bouw of infrastructurele verbeteringen als waterleiding, elektriciteit en dergelijke.
Los hiervan werd afgelopen woensdag in Beit Hanina (Jeruzalem) het huis gesloopt van de familie van  Izz al-Din Abu Nijma, die al sinds 1995tevergeefs probeerte en bouwvergunning tekrijgen. Het was de zesde keer dat Abu Nijma's huis werd gesloopt. Na de laatste keer, in 2014, had hij van de Noorse regering een trailer gekregen. Hij had er wielen onder gezet, zodat het ding kon worden verreden als Israel opnieuw bezwaar zou maken. Het had hem niet geholpen. Deze sloop vond plaats zonder voorafgaande waarschuwing.

Geen opmerkingen: