vrijdag 2 september 2016

Zes Palestijnen in hongerstaking tegen detentie door regering van Mahmoud Abbas

De zes die hongerstaken tegen de PA (Foto van de voor hun gemaakte Facebookpagina) 

Hongerstakende Palestijnen tegen administratieve detentie door Israel is langzamerhand een normaal verschijnsel. Tenslotte zitten er rond de 750 mensen zonder vorm van proces vast. Maar hongerstaken tegen detentie zonder vorm van proces door de Palestijnse Autoriteit komt nu ook voor. Zes jongeren nemen er aan deel. Ze zitten vast sinds eind maart, begin april, en hun detentie wordt zonder dat er een aanklacht is ingediend steeds opnieuw verlengd.
Het gaat, volgens Samidoun, het netwerk voor Palestijnse gevangenen, om Basil al-Araj (33), Mohammed Harb (23), Haitham Siyaj (19), Mohammed al-Salamen(19), Ali Dar al-Sheikh (21) en Seif al-Idrissi (26). Hun detentie werd eerst met 15 dagen verlengd, vervolgens voor nog eens 15 dagen, daarna voor 45 dagen en zo verder. Ze zouden worden vrijgelaten, maar in plaats daarvan werden ze gemarteld en onder druk gezet om bekentenissen af te leggen, volgens hun advocaten van de mensenrechtengroep Addameer.

Volgens Samidoun is er geen enkele aanklacht tegen hen ingediend en is er ook geen reden om aan te nemen dat de zes, die alle zes links zijn, iets in hun schild voerden. Volgens Samidou is er een duidelijke relatie met de ''veiligheidscoördinatie'' van de Palestijnse Autoriteit met Israel. President Abbas snoefde tegenover het weekblad Der Spiegel ongeveer twee weken na hun arrestatie dat die ''coördinatie'' goed verliep en dat er drie mannen waren gearrresteerd die een aanslag beraamden. ''In dit opzicht verloopt de coördinatie goed,'' zei hij.
De hongerstaking komt ongeveer op hetzelfde moment dat de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) een rapport publiceerde over vijf zaken waarbij de Palestijnse Autoriteiten, zowel op de Westoever als in Gaza, de vrijheid van meningsuiting hebben geschonden. HRW documenteerde twee zaken op de Westoever en drie in Gaza, waarbij journalisten, twee  rappers en een activist, werden opgepakt. Vier ven hen, twee in Gaza en twee op de Westoever, zeggen dat ze zijn gemarteld.
In Gaza arresteerde en intimideerde Hamas een activist die de regering ervan beschuldigde niet voor de bescherming te zorgen van een metaal gehandicapte man, een journalist die een foto plaatste van een vrouw die in een vuilnisvat naar eten zocht en een journalist die een medische misstand signaleerde nadat een baby was overleden in een regeringsziekenhuis. Deze uitingen waren gepubliceerd op Facebook of via graffiti. Op de Westoever ging het om twee rappers die de regering in een lied belachelijk maakten wegens hun ''veiligheidscoöperatie'' met Israel en de regering van corruptie beschuldigden. Gaza ontkende de beschuldigingen, op de  Westoever zeiden de autoriteiten er niet op te kunnen reageren als er geen officiële klacht was ingediend.  
Wat de martelingen en intimidatie betreft ging het, net als in Israel, om slaan, het onthouden van slaap, het natmaken met afwisselend koud en heet water, en lang in onprettige houdingen laten zitten of staan. In Gaza moesten twee mannen een verklaring tekenen dat ze niet de regering ergens van zouden beschuldigen zonder duidelijk bewijs, en de twee rappers op de Westoever zien een klacht tegemoet wegens onterechte beschuldigingen en belediging. De zaken zijn volgens HRW in strijd met de Internationale Conventie over Burgerlijke en Politieke Rechten ICCP en de Conventie tegen Marteling die de PA in 2014 tekende. Ze zijn ook in strijd met de Palestijnse grondwet.  

Geen opmerkingen: