vrijdag 11 november 2016

Janneke Stegeman: ''Herdenken zou geen onschuldige bezigheid moeten zijn''

Het duo Smit en Vlaar op de rug gezien tijdens de herdenking in de Uilenburgersjoel (Foto Anja Meulenbelt)

Vooraf waren er de nodige dreigementen geweest, en de gebruikelijke leugens en verdachtmakingen over onze kritiek op Israel en ons ''antisemitisme''. Representatief was bijvoorbeeld de kletskoek van mevrouw Elma Drayer, bekend van eerdere feitenvrije stukken waarin ze onder andere anderen ten onrechte van antisemitisme betichtte en ons van verkeerde bedoelingen. Voor de EO radio (Dit is de Dag)  herhaalde ze nog eens uit den treure dat we de Kristallnachtherdenking ''misbruiken'' voor ons anti Israel protest. ''Laat bij die herdenking voorop staan wie er worden herdacht: de gedeporteerde joden. Het is absurd in eenzelfde bijeenkomst joden in het beklaagdenbankje te zetten, ' zei de gevierde columniste van tegenwoordig de Volkskrant.
Tja. Als het waar was geweest had ze gelijk gehad. Maar dat was het dus niet. Mevrouw Drayer is namelijk wel vaker te lui om haar huiswerk te doen. Als ze de jaargangen van onze herdenkingen na had gelezen (hier te zien en wat onbreekt is ook wel op internet te vinden) had ze kunnen zien dat Israel zelfs helemaal nooit ter sprake is gekomen op onze herdenkingen. Behalve dan verleden jaar toen het Palestijnse Israelische parlementslid Haneen Zoabi sprak over de achtergestelde positie van de Palestijnen in Israel. Een kritisch verhaal, ja, maar of het anti Israelisch was, is toch de vraag. Ook lijkt het niet echt antisemitisch om te vragen op voet van gelijkheid met de Joodse bewoners van Israel te mogen worden behandeld.

Maar één ding kan Drayer worden nagegeven. Ze jokte de onzin na van de Joodse leiders van het CJO, van wie er één Netanyahu bewondert en spreekt van ''de betwiste gebieden'' als hij het over de bezette gebieden heeft, een ander Eerste Kamerlid is van de PVV en een derde bestuurslid is van het CIDI. Lekker stelletje. al zou dat nog tot daaraan toe zijn als ze maar geen leugens vertelden en hun rechtse visie lieten doorgaan voor de visie van ''alle Joden''. Goede vertegenwoordigers,kortom, van wat vroeger een volkje van ''twee joden drie meningen'' heette te zijn, in het gezelschap van een echte goede journaliste die alleen de dingen vertelt die ze zelf heel goed heeft gecontroleerd en in hun slipstream nog een legertje sneue rechtse bloggers en kladschrijvertjes op TpO of het NIW, die vergelijkbare ongecontroleerde, tendentieuze, of zelfs regelrecht verzonnen (nietwaar Keesje?) onzin uitkramen.

Het was dus een goede herdenking, onze herdenking. Niet zo saai, denk ik, als die aan de overkant in de snoge van het CJO. Met Rutte die zei dat we moeten blijven herdenken, en CJO voorzitter Van der Wieken die zei dat we nog geen tegengif hebben gevonden voor antisemitisme. (Hij zeker niet, denk ik dan).
Hieronder de tekst van één van de redevoeringen op onze herdenking. Mede als bewijs waar het wél over ging. De rede van Janneke Stegeman, theoloog bij de Nieuwe Liefde en dit jaar uitgeroepen tot ''Theoloog des Vaderlands'':

Janneke Stegeman
''Kristallnacht 2016  Uilenburger Synagoge

Het risico van herdenken is dat het vooral een fijn en goed gevoel oplevert: ik sta aan de goede kant, wij zijn ons bewust van de geschiedenis. Kijk ons eens de verplichte hoofdstukken herdenken. Ik groeide op in die geruststellende zekerheid. Iedereen begreep wat er mis was gegaan in de Tweede Wereldoorlog. Ieder jaar werd het herdacht, dus dat zat goed. Net zoals het helder was dat racisme fout is. Als het fout is, dan zullen we er wel over heen zijn.
Op die manier kan herdenken bedekkend zijn. Sussend en tegelijk uitsluitend: wij staan aan de goede kant, want we zijn ons bewust van het kwaad van het verleden.

Wie is de wij over wie ik heb?
Meestal heb ik de luxe om als individu te kunnen spreken. Dat is een privilege. Vandaag spreek ik in een synagoge, bij de herdenking van de Kristallnacht. Ik spreek niet als individu, maar als witte protestantse Europeaan deze Kristallnacht. Dat voelt ongemakkelijk. Dat ongemak wil ik hier ter sprake brengen.

Herdenken moet netjes, vinden sommigen. Binnen de lijntjes. Ik geloof niet meer in die veilige vorm van herdenken: herdenken zou gevaarlijk moeten zijn. Het betekent je niet neerleggen bij de status quo. Het betekent het stellen van gevaarlijke vragen. Het grenst aan protest. Protesteren is geen keurige aangelegenheid.

Daar ben ik niet zomaar achter gekomen. Ik heb bijvoorbeeld door Pesach te vieren in Jeruzalem geleerd dat herdenken transformerend kan zijn. De joden met wie ik dat deed vonden dat daar Palestijnen bij hoorden, want Pesach gaat over bevrijding en Palestijnen leven onder bezetting. Dat is gevaarlijke herdenking. Het is een vorm van herdenken die mensen kan transformeren.

Waar zitten voor mij de gevaarlijke vragen? In mijn eigen traditie.
Na Kristallnacht kwam een grote vluchtelingenstroom op gang. Heel even leidde dat tot Nederlandse solidariteit. Maar de meeste joden die na de Kristallnacht Duitsland uit vluchtten, werden in Nederland aan de grens geweigerd. Extra grenswachten werden ingezet om hen terug te sturen. Dat was onder het kabinet Colijn, bestaande uit drie christelijke partijen – waaronder de ARP, de partij waarvoor mijn opa in de gemeenteraad van Gramsbergen zat. Zoveel joodse vluchtelingen zouden misschien het antisemitisme aanwakkeren, was de paradoxale angst. En het zou de relatie met Duitsland kunnen verstoren.

Ik geloof dat mijn traditie antisemitisme nog steeds niet serieus genoeg in de ogen heeft gekeken. Het wordt gezien als een tijdelijke vergissing, waar de theologie na de Tweede Wereldoorlog gelukkig grotendeels van is genezen. Inderdaad kwam er na de tweede wereldoorlog onder Nederlandse christenen een belangrijke beweging van bewustwording op gang. Helaas meen ik te zien dat het voor Nederlandse christenen vandaag nog steeds moeilijk is zich te verhouden tot joden. Dat wil zeggen: tot de levende realiteit van joden, in plaats van tot een geïdeologiseerd idee van wat joden zouden moeten zijn. We spreken over een joods-christelijke traditie alsof er geen jodenvervolging is geweest.

We slagen er ook niet in het christelijke antisemitisme in verband te brengen met een bredere geschiedenis van christelijke uitsluiting, die joden betrof, maar ook moslims, en zwarte mensen. Antisemitisme – racisme tegen joden - en Islamofobie worden niet met elkaar in verband gebracht. Maar de wortels van christelijk antisemitisme zijn wel verbonden met uitsluiting van Moslims. In 1492 werden Joden en Moslims verbannen uit Spanje. Luther zag jodendom en Islam als bedreiging voor het Christendom. In dezelfde periode veroverden christelijke Europeanen koloniale gebieden, ondersteund door een verhaal dat hen als superieur zag vanwege hun religie en de kleur van hun huid.

Vandaag werd in de VS een witte man gekozen, in wiens uitspraken de verbindingen tussen xenofobie, racisme, Islamofobie en antisemitisme pijnlijk duidelijk worden. Racisme in de VS behoort nog helemaal niet tot het verleden, ook niet na acht jaar Obama. De manier waarop islam en moslims hier worden weggezet duidt op hetzelfde. Die vormen van uitsluiting zijn een voortzetting van iets ouders.

Herdenken zou geen onschuldige bezigheid moeten zijn, vandaag zeker niet. Degenen die zich verzetten tegen deze bijeenkomst voelen dat in ieder geval wel aan. Ze voelen aan dat het gevaarlijk is Kristallnacht te herdenken als iets dat over joden gaat en over het gevaar van antisemitisme, maar ook ons iets vertelt over uitsluiting in het algemeen. Als we geschiedenissen van uitsluiting met elkaar verbinden, kunnen we niet langer over antisemitisme spreken als iets dat apart staat. Zo spreken over antisemitisme werkt vaak versluierend, speelt moslims en joden tegen elkaar uit, en houdt de Westerse christelijke traditie buiten schot. We moeten het hebben over hoe racisme tegen joden in verband te brengen met racisme tegen zwarte mensen, racisme tegen moslims, geweld tegen vrouwen.

Wat staat ons te doen? Ik spreek eerst het witte christelijke of post-christelijke wij: we moeten gevaarlijke vragen durven te stellen bij onze eigen geschiedenis. Weigeren te accepteren dat wat er nu gebeurt normaal is. Dat Moslims zich gehaat voelen. Dat politici profiteren van Islamofobie. Dat de politie etnisch profileert. Dat wie protesteert tegen racisme als de veroorzaker van het probleem wordt gezien. Het is belangrijk dat we bereid zijn macht op te geven. Ruimte, tijd, geld over te laten aan anderen.

En voor ons allemaal: dingen doen zoals dit nu – herdenken, protesteren, delen. Ons niet uit elkaar laten spelen. Leren, schrijven, onderwijzen, liefhebben. Pijn met elkaar delen. Moed vinden. Uitrusten. En hopen: omdat in een wereld zonder uitsluiting iedereen floreert.''

Geen opmerkingen: