zondag 17 september 2017

Israel maakt aanstalten het Bedoeïenendorpje Khan al Ahmar te slopen

 Het schooltje van Khan al Ahmar.

Militairen en vertegenwoordigers van het ''Burgerbestuur'' (het militaire bestuur op de Westoever) hebben afgelopen woensdag de bewoners van het Bedoeïenen dorpje Khan al Ahmar (bij Jeruzalem) een bezoek gebracht om hen te vertellen dat vertrekken hun enige optie is.  Alle huizen van het dorp worden dan afgebroken, inclusief de school, die met hulp van UNICEF is gebouwd en waar onderwijs wordt gegeven aan meer dan 150 kinderen tussen de zes en vijftien jaar, onder wie ruim de helft kinderen uit dorpen in de omtrek.
 Alle 21 families uit Khan al Ahmar kregen te horen dat ze kunnen verhuizen naar al-Jabal West – een “verhuisplek'' die hen zonder neig overleg is toegewezen. Volgens de bewoner is dat een plek pal naast de vuilstort  van de plaats Adu Dis.
Het bezoek van de militairen van het ''burgerbestuur'' kwam ondanks het feit dat over de zaak binnenkort  een hoorzitting wordt gehouden voor het hooggerechtshof. De mensenrechtenorganisatie B'tselem veronderstelt dat het bezoek mogelijk bedoeld was om straks tijdens de zitting te kunnen zeggen dat de bevolking ''geraadpleegd is''.
Khan al Ahmar kreeg in januari van dit jaar al slooporders uitgereikt voor te hele dorp, met zelfs een datum in februari waarop die sloop zou plaatsvinden. Maar de gemeenschap van 146 personen, onder wie 85 minderjarigen, maakte bezwaar tegen het plan van de staat het hele dorp te slopen. De zaak komt nu voor op 25 september, tegelijk met een al een jaar oud verzoekschrift van nederzettingen in de omgeving, waarin wordt gevraagd om de school van Khan al Ahmar met de grond gelijk te maken. Op 27 augustus vond overigens in Khan al Ahmar een demonstratie plaats van honderden kolonisten uit nederzettingen in de buurt, waaraan ook werd deelgenomen door de parlementsleden Moti Yogev en Shuli Mualem van Habayit Hayehudi. De demonstranten eisten dat de regering haar plannen om het dorp te slopen doorzet, zodat er ruimte komt in dit zogenoemde "E1 gebied'' voor nederzettingen die de grote nederzetting Maale Adumim verbinden met de stad Jeruzalem.
B'tselem heeft de premier, en andere burgerautoriteiten en militaire kopstukken een brief gestuurd nadat minister Lieerman van Defensie twee weken geleden gezegd had dat zijn ministerie de ''evacuatie voorbereid van Palestijnse gemeenschappen die zonder vergunning zijn gebouwd'', en dat de plannen de dorpen Sussia in de regio Zuid Hebron en Khan al Ahmar bij Maaleh Adumim betroffen. In de brief stelt  B'tselem dat het vernietigen van deze twee dorpen oorlogsmisdaden zijn, waarvoor zij persoonlijk verantwoordelijk voor kunnen worden gesteld.
De sloop van heel dorpen zou ''zonder precedent'' zijn volgens B'tselem, het is sinds 1967 niet meer voorgekomen in Israel of de Palestijnse gebieden. Extra schrijnend  is dat de bewoners van Sussia zowel als van Khan Ahmar al eerder zijn verdreven. De bewoners van Sussia kregene en andre plek toebedeeld (maar zonder dat dit werd vastgelegd) nadat hun oorspronkelijke plek tot archeologisch terrein was aangewezen. De Jahalin Bedoeïenen van Khan al Ahmar werden in 1948 door Israel verdreven uit de Sinai en zochten hun toevlucht op de Westoever, die toen in beheer was bij Jordanië. Pas in 1967 kregen ze weer te maken met Israel.

Geen opmerkingen: