maandag 19 november 2018

Uitspraak hooggerechtshof maakt in Jeruzalem nieuwe reeks uitzettingen Palestijnen mogelijk

Triest beeld uit 2009: de families al-Ghawi en Hanoun uit de wijk Sheikh Jarrah (Jeruzalem) leven op straat na te zijn ontruimd. Binnenkort volgen er nog eens 40 mensen.

Het Israelische hooggerechtshof heeft een onderdag het beroep van de Palestijnse familie Sabagh tegen hun dreigende uitzetting uit vijf huizen in de wijk Sheikh Jarrah in Jeruzalem verworpen. Zo'n 40 leden van de familie, die nog twee huizen bezit in Jaffa en lappen grond in Yavneh en Ashdod in wat tegenwoordig Israel is, kunnen nu op straat worden gezet. 
 De uitspraak heeft trouwens gevolgen voor nog veel meer Palestijnse families, die waarschijnlijk evenmin meer een beroep op wettelijke huurbescherming kunnen doen. In 2008 en 2009 werden al drie families, de families al-Turk, al-Ghawi en Hanoun, op straat gezet, wat toen leidde tot een serie - vanzelfsprekend vrijwel zinloze - solidariteitsdemonstraties van Israelische ''peaceniks'. In totaal was toen, in 2009, sprake van 28 families die in de loop der jaren dreigden te worden uitgezet. Acht zijn al of mogen nu worden ontruimd, er zijn dus vermoedelijk nog zo'n 20 gevallen te gaan. 
De families die nu worden uitgewezen, de Sabaghs, wonen sinds 1956 in een gebouw met vijf appartementen, dat hun was toegewezen door er Jordaanse regering, nadat ze eerder waren gevlucht uit Jaffa.
De gebouwen waren door Jordanië gebouwd op een stuk land dat vóór de stichting van Israel aan Joden toebehoorde, die tijdens Israels ''Onafhankelijkheidsoorlog'' van 1948-49 waren gevlucht.  De aankoop werd in de 19e eeuw gedaan door twee Joodse groepen met het oog op het feit dat op het terrein de tombe van ''rabbi Shimon de Rechtvaardige'' (Shimon haTzaddik) was gevestigd, een priester uit de tijd van de Tweede Tempel, die vermeld wordt in de Mishna (een van de delen van de Talmud). .
Israel heeft in 1959 een wet aangenomen, de ''Absentee Properties Law'' (Wet op de bezittingen van afwezigen), in overeenstemming waarmee onroerend goed van mensen, die zijn gevlucht of verdreven in één van de oorlogen die Israel heeft gevoerd, toegewezen werden aan de Staat. De wet wordt echter alleen toegepast op Palestijnen.Voor Joden geldt dat ze met succes een beroep kunnen doen op rechten die bestonden voordat de oorlog van 1948 uitbrak. In Jeruzalem, dat na de oorlog van 1967 (illegaal) door Israel werd geannexeerd, levert dat nu nog regelmatig treurige taferelen op van Palestijnen die uit huizen worden gezet die 70 jaren geleden Joods bezit zijn geweest. En dat niet alleen in de wijk Sheikh Jarrah.
De grond waarop de huizen  van de uitgebreide familie Sabagh staan werd in 2003 gekocht door een Joodse organisatie in de VS, ''Nahalat Shimon'' geheten. De Sabagh hebben een juridische strijd van tien jaar gevoerd voor zij het onderspit dolven bij de rechtbank van Jeruzalem. En afgelopen week
wees het hooggerechtshof, in de gedaante van de rechters Daphne Barak-Erez, Yael Willner en Alex Stein, ook hun beroep af en liet het vonnis van de rechtbank intact. De grond waarop de Sabaghs in beroep waren gegaan, namelijk dat het gebied waraover getwist werd niet goed in het kadaster was omschreven, werd door het hooggrechtshof met een beroep op ''verjaring'' van de hand gewezen. 
Het commentaar van Mohammed Sabagh (71): “We bezitten twee huizen in Jaffa, op de Hasneh Straat en de Hagidam Straat, en we hebben 250 dunam (25 hectare) in Yavneh en  Ashdod. Maar wij kunnen onze bezittingen niet terug vragen.''

Geen opmerkingen: