zaterdag 31 augustus 2019

PACBI verwelkomt boycot van nieuw Israelisch documentaire filmmakers project







De Palestijnse campagne voor de Academische en Culturele Boycot van Israel (PACBI) heeft een verklaring verwelkomd van 500 filmmakers, meest uit de Arabische wereld, gericht tegen een nieuw project voor het maken van documentaires, ''Close up''. Volgens de verklaring gaat Close up in tegen de anti-normalisatieregels die het overgrote deel van de Palestijnse gemeenschap heeft aanvaard. PACBI roep op het project te boycotten.
Onder de vlag van ''Filmmakers tegen de Normalisatie'' (zie hierboven) roepen de cineasten hun collega's op niet met Close up samen te werken, aangezien het initiatief erop mikt om de relaties van Arabieren, Iraniërs, Afghanen en anderen met Israel te normaliseren. Dit gaat regelrecht in tegen de richtlijnen van BDS, die uitgaan van steun en coöperatie met progressieve Israeli's om een einde te maken aan het systeem van onrecht en bezetting, in plaats van mee te werken aan een soort leugenachtige ''coëxistentie'' die dit systeem normaliseert en in leven laat.
Close up en vergelijkbare projecten gaan uit van de valse veronderstelling dat er soort gelijkheid bestaat tussen onderdrukkers en onderdrukten en dat beide even verantwoordelijk zijn voor ''hert conflict''. Normalisatie help de voortgaande Israelische onderdrukking wit te wassen en ondermijnt de Palestijnse strijd voor vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkheid, aldus PACBI. 
De ''Filmmakers tegen de Normalisatie'' stellen dat Close up een soort afgeleide is van het zogenoemde Greenhouse Project, de stichters ervan zijn namelijk de directeur van Greenhouse en vier van zijn partners. Greenhouse is een project van de Israelische regering, dat gesubsidieerd werd door het ''Nieuwe Fonds voor Cinema en TV'' (NFCT). In 2006 namen 70 Israelische en Palestijnse filmmakers al afstand van Greenhouse en het eveneens verdachte ''Ramallah Film Institute'' dat als een vijgenblad diende, nadat Greenhouse een subsidie dreigde te ontvangen van de EU (het Euromed Audiovisuele program). Zij wezen er toen op dat Greenhouse een project van de Israelische regering was en gaven onder meer het voorbeeld van de film ''Paradise Now'' van Hany Abu Assad. Het plan voor deze film lag maanden bij het Israelische filmfonds voor het tenslotte werd afgewezen. De film werd uiteidnelijk zonder Israelisch geld alsnog gemaakt. Later werd hijbekroond met een Oscar. De 70 ondertekenaars zeiden bang te zijn dat andere voorstellen die kritisch over de bezetting waren eenzelfde lot zou treffen.
Van de 41 voltooide films op de website van Greenhouse is 40% Israelisch of een Israelische coproductie. Van de vijf Palestijnse filsm  zijn er maar twee zonder Israelische coproducenten. Close up lijkt, gezien uit welke bron het voortkomt, voorbestemd om dit patroon te blijven volgen en filmmakers te financieren die voor normalisatie met Israelische apartheidsregime zijn, aldus PACBI.

Geen opmerkingen: