donderdag 5 september 2019

Amnesty: Israels Palestijnse parlementariërs werken in een ondemocratisch keurslijf

Israelische parlementsleden leveren een scheldkanonnade op de Palestijnse Haneen Zoabi die kritiek levert op een deal die Israel en Turkije zijn overeengekomen na de ruzie over de aanval op de Mavi Marmara 1) (Foto Screenshot).

''Palestijnse leden van het Israelische parlement worden op gelijke voet gekozen als hun joodse collega's. Maar de Palestijnse leden worden onderworpen aan diepgewortelde discriminatie en onredelijke beperkingen die hun mogelijkheden beknotten om vrijuit te spreken ter verdediging van het Palestijnse volk. En aangezien Israel  systematisch de mensenrechten schendt van Palestijnen in de bezette gebieden en in Israel zelf, is het van vitaal belang dat de Palestijnse stemmen in het parlement worden gehoord, serieus worden genomen en worden gerespecteerd.''
Dat is wat Saleh Higazi, onderdirecteur voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika van Amnesty International, zegt als commentaar op een nieuw rapport dat Amnesty uitbracht ter gelegenheid van de komende Israelische verkiezingen van 17 september. Dit rapport Elected but restricted: Shrinking space for Palestinian parliamentarians in Israel’s Knesset, beschrijft hoe de vrijheid van meningsuiting van Palestijnse leden van de Knesset wordt bedreigd en gehinderd door discriminerende wetswijzingen, voorgestelde wetswijzigingen, en reglementen van de Knesset.
 In het rapport, dat mede is gebaseerd op feiten van organisaties als ACRI of Adalah (de Israelische burgerrechtenbeweging en de organisatie voor de rechten van de Palestijnse minderheid) wordt een aantal praktijken genomen die discriminatie tegen Palestijnse leden mogelijk maken.
In 2016, bijvoorbeeld, werd een amendement op de basiswet aangenomen  dat het mogelijk maakt dat parlementsleden wegens opinies die de meerderheid onwelgevallig vindt, worden verbannen uit het parlement. Het amendement is tot nog toe niet gebruikt. Maar een lid van de Hadash-partij (Aida Touma-Suleiman) noemde dit amendement ''een zwaard dat boven ons hoofd bungelt''. Ze voegde eraan toe dat de wet speciaal was bedoeld om Palestijnse leden van het parlement te intimideren. Een verzoekschrift aan het hooggerechtshof om de wet te verwerpen, ingediend door Adalah en ACRI, werd  in 2018 verworpen.
Verder zijn er een paar voorstellen die nooit zijn aangenomen, maar die op elk moment opnieuw kunnen worden ingediend: In 2015 een wetsvoorstel om de betaling onmogelijk te maken van politieke partijen die een boycot van Israel (of van de nederzettingen) zouden steunen. In 2016 een voorstel om beroep onmogelijk te maken voor kandidaten voor de Knesset die door de verkiezingscommissie van het parlement zouden worden uitgesloten. (De leden van Balad werden daadwerkelijk uitgesloten, maar het hooggerechtshof verwierp dat later). In 2017 een voorstsel om nieuwe Knessetleden een eed van trouw aan de ''democratische joodse staat' te laten zweren.
Een voorstel dat het wel haalde was een verbod om buitenlandse reizen te financieren van parlementariërs die zijn uitgenodigd door groepen die BDS (boycot van Isarel) ondersteunen.  In 2018 trof dat twee leden van de Balad-partij: Joussef Jabareen die was uitgenodigd door Jewish Voice for Peace in de VS, en Haneen Zoabi die was uitgenodigd door het Ierse Solidariteits Comité met Palestina.
Drie leden van Balad werden iin 2016 voor een tijdje (twee van hen voor vier maanden en één van hen voor twee) geschorst door de Knesset-commissie voor Ethische Zaken omdat ze mee hadden gedaan aan het houden van een minuut stilte voor Palestijnse jongeren die door Israelische militairen waren gedood. De bijeenkomst was van familieleden van de jongeren, die hun lichamen, die door Israel worden achtergehouden, op wilden eisen. De commissie oordeelde dat het optreden van de parlementariërs ''het ondersteunen van geweld'' was geweest. Zoabi werd in 2014 al eens voor zes maanden geschorst, omdat ze op de radio had gezegd dat Palestijnen die drie yeshiva leerlingen hadden ontvoerd, 'geen terroristen maar wanhopige mensen' waren. (De yeshiva leerlingen bleken later vermoord te zijn). Echter, tegen minister Ayelet Shaked die een bezoek bracht aan familie van een Israeli die drie mensen had vermoord  (een vader, moeder en baby wier huis in brand was gestoken) werden geen maatregelen genomen.
Daarnaast is een aantal wetsvoorstellen van Arabische parlementariërs door het presidium zonder discussie van tafel geveegd. In 2018 een wetsvoorstel dat - anders de Natiestaatwet - voorstelde om Israel tot een staat van alle zijn burgers te maken.  Sinds 2011 werden ook drie andere wetsvoorstellen van tafel geveegd, allemaal van Ahmed Tibi: een wet die het noemen van de Nakba moghelijk zou maken, een wet over 'Jeruzalem, de hoofdstad van Palestina', en een wet die het uitgeven van studieboeken voor scholen wilde reguleren. (Hierbij moet worden opgemerkt dat het reglemert van de Knesset beschrijft dat het presidium geen wetten mag toelaten die het ''karakter van Israel als joodse staat ontkennen of racistische elementen bevatten''. In het verleden werd het reglement onder meer gebruikt om een wetsvoorstel van tafel te vegen dat de president van Israel joods moest zijn). Amnesty International voert echter aan dat dit ingaat tegen het recht op vrije meningsuiting, zoals vastgelegd in de VN-conventies over 'Burgerrechten en Politieke rechten', of over 'de Uitbanning van alle vormen van Rassendiscriminatie', dan wel de 'Universele Verklaring van de Rechten van de Mens'.  Israel heeft alle drie ondertekend.
Vioeg daar nog bij de herhaaldelijk door Israelische ministers geuite beschuldigingen dat de Palestijnse Knessetleden ''een vijf colonne'' zouden vormen, of ''verraders'' dan wel ''terroristen'' zouden zijn (Amnesty geeft voorbeelden) en het beeld is compleet.  Het roept de uitdrukking van Ahmed Tibi in herinnering, die na de stemming over de Natiestaatwet zei dat ''de Israelische wet democratisch is voor joden en joods voor Arabieren''.
Amnesty stelt dat de diverse wetten en voorschriften de ruimte verkleinen voor de Palestijnse vertegenwoordigers om de belangen te verdedigen van het Palestijnse deel van de bevolking, oftwel 20 procent van de Israeli's. En dat is hard nodig, aldus Amnesty,  omdat die 20% in de praktijk wijdverspreide discriminatie ondervindt, onder meer op het terrein van burgerschap, huisvesting, onderwijs, en gezondheidszorg. Om te beginnen is er de ''wet op de natiestaat'' (formeel de ''Basiswet: Israel de Natiestaat van het Joodse Volk") die in 2018 werd aangenomen. De wet omschrijft Israel als de staat van het joodse volk, en legt dus de ongelijkheid en discriminatie van niet-joden constitutioneel vast.  Het recht op zelfbeschikking wordt uitsluitend toegekend aan joden, het recht op immigratie en het automatisch verlenen van staatsburgerschap is alleen aan joden voorbehouden. De wet beschrijft dat het bouwen van 'joodse nederzettingen' wordt bevorderd, en de Arabische taal heeft haar status als tweede taal verloren.
Daarnaast merkt Amnesty op dat Israel de afgelopen paar jaar in het algemeen de ruimte sterk heeft verkleind om op de komen voor de Palestijnse rechten of de rechten van minderheden. Palestijnse en Israelische mensenrechten- en  burgerrechtenorganisaties, evenals internationale groepen, waaronder Amnesty, zijn door het slijk gehaald, bedreigd en in hun werk gehinderd. Onderzoekscommissies werd bij herhaling de toegang ontzegd. Israelische groepen moeten vier keer per jaar openbaar maken hoeveel geld ze ontvangen uit het buitenland. In 2018 werd het recht ontzegd aan organisaties die kritiek leveren op het Israelische leger om op scholen op te treden. Het ministerie van Cultuur verminderde de bijdragen aan culturele organisaties die ook mensen uitnodigden die kritiek leverden op de bezetting, of de nederzettingen of iets zeiden over de Nakba. Gemeentelijke organisaties namen maatregelen om NGO's die deze onderwerpen behandelden tegen te werken.     
Voeg daar dan ook nog het feit aan toe dat Israel nu al meer dan 50 jaar ongeveer 300.000 Palestijnen in het geannexeerde Oost-Jeruzalem bestuurt, zonder dat zij het recht hebben mee te stemmen in de Israelische parlementsverkiezingen. (Hetzelfde geldt vanzelfsprekend ook voor de paar miljoen Palestijnen op de bezette westelijke Jordaanoever, of de door Israel hermetisch afgesloten Gazastrook. En tenslotte eveneens, op een meer indirecte manier, voor zo'n vijf miljoen Palestijnen buiten Israel, die zijn afgesneden van hun families, hun woonplaatsen en hun eigen geschiedenis). De vraag is gewettigd: hoe democratisch is die natiestaat van het joodse volk eigenlijk in de praktijk?

1) Een hof van beroep van het Internationake Strafhof ICC heeft onlangs scherpe kritiek geleverd op officier van justitie Bensouda van het Hof, wegens het niet overgaan tot vervolging van Israel in de zaak van de aanval op de Mavi Marmara in 2010, waarbij 10 Turken werden gedood. Bensouda kreeg de opdracht alsnog een zaak aanhangig te maken.

Geen opmerkingen: