woensdag 6 november 2019

"Arrest over uitzetting Shakir legitimeert de bezetting onder het Israelische recht''

Kremnitzer
Ik weet niet of iedereen heeft meegekregen wat het betekent dat het Israelische hooggerechtshof  dinsdag de deportatie heeft goedgekeurd van Omar Shakir, de vertegenwoordiger van Human Rights Watch in Israel. Mogelijk dat sommigen denken dat het gewoon weer een nieuwe uitwijzing is, nadat bijvoorbeeld eerder leden van de Amerikaanse organisatie A Jewish Voice for Peace geweigerd zijn,. of anderen, zoals twee leden van de Nederlandse organisatie SOMO
Ditmaal was het echter niet de één of andere ministeriële beslissing, ditmaal was het hoogste Israelische rechtscollege, het hooggerechtshof, dat een minisetrië beschikkingt goedkeurde. En daarbij heeft het bepaald  welke vorm van protest tegen de Isarelische schendingen van de mensenrechten in de bezette gebieden geoorloofd zij en welke niet. De uitkomst van die uitspraak van het hooggerechtshof is in ieder geval dat geen enkele oproep tot een boycot van - of weigering tot samenwerking met - de Israelische nederzettingen, of welke andere praktijk dan ook in bezet gebied, nog kan worden getolereerd. 
En het is niet zo dat alleen ik, Abu Pessoptimist, dat zeg. Dit is bijvoorbeeld ook de mening van de gerespecteerde Israelische hoogleraar in het recht van de Hebrew University in Jeruzalem (en van andere, buitenlandse universiteiten) Mordechai Kremnitzer. Kremnitzer  schrijft deze woensdag in de krant Haaretz over de uitspraak van het hof. Zijn mening is uitvoerig en zal hem hier verkort weergeven:

 Hij schrijft dat de de Knesset (het Israelische parlement) boycots definieerde als ''het met vooropgezette bedoeling zich onthouden van economische, culturele of academische betrekkingen met een persoon of een instituut uitsluitend wegens zijn of haar betrokkenheid bij Israel of enig gebied onder Israels controle, zodanig dat het economische,. culturele of academische schade berokkent''.
Volgens Kremnitzer heeft het hof eerder deze formulering overgenomen, maar - anders dan de Knesset - bepaald dat uitzonderingen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld als de firma (of persoon in kwestie) discrimineert, of als het gaat om een firma die is gevestigd op aan Palestijnen toebehorend land. In die gevallen is een boycot geoorloofd. Wat het hof echter nu gedaan heeft, is die uitzondering laten varen. Omar Shakir drong er bij de FIFA op aan zijn steun in te trekken aan voetbalclubs uit de nederzettingen in bezet gebied. Ook bepleitte hij boycots van firma's in de bezette gebieden op de Westoever. Kremnitzer onderstreept dat hij daarmee in feite niet opkwam niet voor één ontrechte Palestijn, maar voor alle ontrechte Palestijnen op de Westoever, wat eigenlijk een meer geldige reden  voor een boycot zou moeten zijn dan voor één persoon. Maar het hof wees dat in meerderheid van de hand en weigerde ook een verschil te maken voor boycots van Israel of boycots van gebieden onder Israels controle, alsof er geen verschil is tussen beide De uitspraak ging ook geheel voorbij aan het feit dat een meerderheid van internationale juristen ervan uitgaat dat Israel volgesn het internationale recht nooit het recht heeft gehad zijn burgers in die (bezette) gebieden te vestigen. Het internationale recht werd niet eens genoemd. Het hof behandelde de legitimiteit van de daden van de staat op de Westoever in tegendeel als een totaal vanzelfsprekend iets dat niet nader hoefde te worden onderbouwd. Kremnitzer noemde dit een verdere stap op het hellende vlak waar het hof zich als gevolg van de bezetting al op bevond. En ditmaal is dat een stap de bezetting zelf als zodanig legitimeerde. Tegelijkertijd maakte het hof ook elk daadwerkelijk verzet tegen de acties in bezet gebied van buitenlandse - maar ook binnenlandse mensenrechtenvertegenwoordigers en andere opposanten - in feite net zo onwettig als acties tegen de staat Israel zelf. 
Weliswaar liet het hof de weg wel weer hoffelijk vrij voor een vervanger van Shakir namens Human Rights Watch, aldus Kremnitzer, maar dat ging dus geheel voorbij aan het feit dat de uitspraak het hof tevens aangaf dat de staat mag bepalen wie Human Rights Watch, of welke andere mensenrechtenorganisatie dan ook, mag gaan vertegenwoordigen. 
Tot zover Kremnitzer.

EAJG en Rights Forum
Die vervanger mag dis in ieder geval niet pleiten voor welke boycot dan ook. Wat houdt dit nu in voor Nederland? Het volgende: ten eerste dat alle oproepen tot boycots bij deze onwettig zijn in Israel en dat iedereen die daartoe oproept mag worden geweigerd. Dat geldt dus met name organisaties als The Rights Forum en Een Ander Joods Geluid, die een boycot van de bezette gebieden bepleiten. Zij zijn  door deze uitspraak in hetzelfde kamp terecht zijn gekomen als de BDS-beweging die een boycot van Israel plus de bezette gebieden voorstaat. Voor Israel bestaat er juridisch geen verschil.
Een tweede - niet rechtstreeks - gevolg is dat de Israel-lobby in de vorm van het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israel) nu definitief een werktuig van de Israelische bezetting is geworden. Medewerker Hidde van Koningsveld van het Cidi volgt klakkeloos het arrest en noemt Shakir op de CIDI-site ook nog eens zonder meer een ''BDS-activist die Human Rights Watch gebruikte als dekmantel voor zijn radicale boycotactiviteiten''. Hij voegt er ten overvloede nog de versleten leugen aan toe dat BDS samen zou gaan met antisemitisme en geweld à la de Hamas-beweging. Maar waar het werkelijk om gaat, is  dat het CIDI in navolging van de Israelische minister van Strategische Zaken, Gilad Erdan (Likud), en nu dus ook het hooggerechtshof, geen enkel verschil meer maakt tussen acties tegen Israel zelf en tegen de door Israel bezette gebieden. Wie de activiteiten in de bezette gebieden in de weg zit, zit voortaan blijkbaar het CIDI in de weg. Geluiden van organisaties die iets willen ondernemen tegen de nederzettingen, het geweld van kolonisten, het annexeren van Palestijns land, het slopen van huizen, het zonder vorm van proces vastzetten van opposanten of het arresteren van minderjarigen, volgens het hooggerechtshof zijn zij tegen het belang van Israel. En het CIDI is het daar blijkbaar mee eens. Goed om te weten dat de organisatie zich nu dus definitief aan de verkeerde kant van het recht bevindt. 

Geen opmerkingen: