zaterdag 23 november 2019

Kolonisten zetten Hebron op stelten en verwondden onder meer deze baby

 Deze zaterdag zijn duizenden Israelische kolonisten uit diverse windstreken samengestroomd in Hebron. De Ibrahimi-moskee daar was gesloten verklaard voor moslims, om zoveel mogelijk joden te kunnen laten deelnemen aan de dienst in de in de moskee gevestigde synagoge. 
Het was namelijk een speciale dag. De parasje van deze sjabbat (het gedeelte van de Tora dat dezer dag werd gelezen), heet namelijk 'Chajei Sarah', het leven van Sarah. Het beschrijft hoe oud ze werd, dat ze stierf en dat haar man, Abraham, de grot Machpela kocht om haar te begraven. 
Dat was weliswaar een paar duizend jaar geleden. Maar voor de kolonisten was het natuurlijk de dag om het eigendom te vieren. Abraham had er immers voor betaald. Dus gingen enkele tientallen van hen rond in de Shudada straat en de wijk Tel al-Rumeida waar ze voorbijgangers molesteerden en bekogelden met stenen, lege flessen, en pepperspray. Ook drongen zij door in het commerciële centrum Bab Zawiya, waar ze winkeliers aanvielen.
Diverse mensen raakten gewond. Onder hen was de baby op de foto hierboven, die aan het hoofd werd geraakt door een steen.
De Rode Halve Maan probeerde zoveel mogelijk mensen te helpen, maar werd in deze taak stevig door de kolonisten gehinderd.
Het Israelische leger zag bij dit alles welwillend toe. Het hoefde echter niet in actie te komen. Het is er immers niet om de Palestijnen te beschermen (ook al schrijft de Geneefse Conventie dat voor), maar alleen om  de joodse kolonisten te behoeden voor Palestijnse agressie.

Geen opmerkingen: