Posts tonen met het label Oslo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oslo. Alle posts tonen

dinsdag 26 mei 2009

De geest van het vredesakkoord van Oslo is definitief dood

Uit NRC Handelsblad van 26-10-1998

Tijdens de onderhandelingen in Wye Plantation is het vredesakkoord van Oslo weer op de been geholpen. Maar het heeft tijdens de chirurgische ingreep van president Clinton wel enige amputaties ondergaan, die `Oslo' blijvend invalide hebben gemaakt, meent Maarten Jan Hijmans. Van vertrouwen tussen beide partijen is geen sprake meer.

Vijf jaar geleden kwamen de erfvijanden Israel en de PLO uit het niets tot elkaar. Het leek een wonder. Er was erkenning over en weer. Er was euforie. En er was hoop dat de akkoorden van Oslo het decennia-oude conflict geleidelijk zouden oplossen in de richting van het befaamde `historische compromis' tussen de twee volken die elkaar het bezit betwistten van dat ene land. De euforie verdween al vrij snel. De hoop niet veel langer daarna, toen de onderhandelingen tot stilstand kwamen. `Oslo' was eigenlijk al dood verklaard. Maar vorige week werd de inmiddels al negentien maanden in coma verkerende patient in Wye Plantation toch nog met kunst en vliegwerk opgelapt.
De prestatie was vooral het werk van president Clinton in de rol van chefarts, met hulp van verpleegster Albright en een speciaal consult van de zelf verre van gezonde koning Hussein van Jordanie. De gesprekspartners waren Arafat die zijn lot zodanig met Oslo heeft verbonden dat voor hem inmiddels elke stap beter is dan helemaal geen stap en Netanyahu die geschrokken is van de mogelijkheid dat Arafat - als er geen doorbraak zou komen - op 5 mei 1999 wanneer de uitvoeringstermijn van de akkoorden van Oslo verstrijkt eenzijdig een Palestijnse staat zou kunnen uitroepen. Succes dus voor de Amerikaanse president. Vervolgens was er beleefd applaus van de VN, de Europese Unie, Rusland en zelfs wat zwakjes van Egypte. Het vredesproces is immers weer in beweging. De opties zijn weer open.

Maar of dat laatste ook echt zo is blijft de vraag. Wat het applaudisserende publiek voor het gemak over het hoofd ziet is dat de inhoud van het bereikte akkoord een wezenlijk smallere basis heeft dan de oorspronkelijke Oslo-akkoorden.
Het akkoord is dus weliswaar weer op de been geholpen, maar het heeft tijdens de ingreep een paar amputaties ondergaan die het waarschijnlijk blijvend invalide hebben gemaakt. `Wye Plantation' heeft de partijen weer in beweging gebracht, maar in feite is `de geest van Oslo' nu pas echt definitief dood verklaard.
Die geest was een mechanisme om via gefaseerde Israelische terugtrekkingen en maatregelen om de levensomstandigheden voor de Palestijnen te verbeteren een vertrouwensbasis te kweken. Op basis daarvan zouden definitieve vredesonderhandelingen volgen, waarin de echt problematische zaken zouden worden getackled, zoals Jeruzalem, de nederzettingen, de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen, de uiteindelijke grenzen tussen Israel en het Palestijnse gebied dat het grootste deel van de bezette gebieden zou omvatten. Van die opzet is weinig terecht gekomen. Israel heeft steeds veiligheidsredenen en onvrede over de manier waarop Arafat afrekende met de opposities in zijn eigen gelederen aangevoerd, om de maatregelen niet uit te voeren. Om dezelfde reden werden meerdere deadlines voor Israelische terugtrekkingen onverrichterzake gepasseerd.
`Wye Plantation' heeft nu met die impasse op twee manieren korte metten gemaakt. Alle `achterstallige' Israelische terugtrekkingen zijn op grond van een Amerikaans voorstel, dat al maanden op tafel lag, gereduceerd tot een terugtrekking uit dertien procent van het grondgebied. Als die terugtrekking is voltooid heeft Arafat de beschikking over veertig procent van de Westoever, waarvan hij ruwweg de helft controleert samen met de Israeli's. Over de andere helft heeft Arafat volledige zeggenschap. Die veertig procent vormen geen aaneengesloten geheel, maar zijn een soort lappendeken van enclaves in overwegend joods gebied.
Van een eventueel `recht op meer' heeft Arafat in feite afgezien (al is in Wye Plantation de afspraak gemaakt dat er nog een terugtrekking van ongedefinieerde omvang volgt). Met dit uitgangspunt van een Israelische terugtrekking uit het grootste deel van de Westbank dat overigens sterk afwijkt van de oorspronkelijke opzet van Oslo wordt Arafat aan tafel verwacht bij de onderhandelingen over een uiteindelijk vredesakkoord, die nu binnen enkele dagen moeten beginnen.
De andere essentie van Wye Plantation is dat Arafat heeft moeten toestemmen in een nog grotere Israelische inmenging in zijn veiligheidsbeleid. De Palestijnse leider die in eigen kring toch al het verwijt op zich heeft geladen dat hij optreedt als Israels politieagent en wiens mensenrechtenbeleid volgens Amnesty International een treurig beeld vertoont van onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting en willekeurige arrestaties en martelingen heeft zich verplicht nu ook de hele civiele structuur van oppositiebewegingen als Hamas aan te pakken. De Amerikaanse CIA krijgt een officiele rol als toezichthouder en moet beoordelen of de aanpak wel naar Israels tevredenheid wordt uitgevoerd. Het zijn deze punten die Arafat in Palestijnse kring op scherpe kritiek zijn komen te staan. Iemand als Edward Said verwijt Arafat dat hij niet ronduit toegeeft dat onderhandelingen met dit territoriale uitgangspunt nooit kunnen leiden tot Palestijnse zelfbeschikking of een levensvatbare Palestijnse staat en dat Arafat zich zelfs in het kleine gebied waar hij de scepter zwaait door Israel de wet laat voorschrijven. Ook binnen de bezette gebieden is er volop kritiek. De eerste botsingen tussen Arafats veiligheidstroepen en critici vonden dit weekeinde al plaats.
Dan is er nog de eis van Israel dat het Palestijnse Handvest van voor Israel onvriendelijke passages wordt ontdaan, waarop door de Palestijnen met schouderophalen is gereageerd (het Handvest is in 1996 al eens geschoond en met enig recht kan worden beweerd dat de Israel-onvriendelijke passages toch al hadden afgedaan nadat de PLO Israel had erkend in de akkoorden van Oslo).
Tenslotte is in Wye Plantation afgesproken dat eindelijk een corridor wordt geopend die de Palestijnen vrije doortocht verschaft tussen Gaza en de Westoever, dat het vliegveld van Gaza open zal gaan en dat Palestijnse gevangenen in Israelische gevangenissen worden vrijgelaten. Deze afspraken stonden al in het oorspronkelijke Oslo-akkoord en hadden dus vijf jaar geleden al moeten zijn uitgevoerd. Niet al te verwonderlijk reageerde de Palestijnse straat dan ook vooral met scepsis: men wil eerst wel eens zien of het dan nu wel allemaal voor elkaar zal komen. "Sehen muss ich, blinde Maupie', zeiden ze vroeger in de Amsterdamse jodenhoek.
`Sehen muss ich' geldt voor de hele verdere gang die nu moet worden afgelegd. De komende maanden staan de meest gecompliceerde onderhandelingen van het hele Oslo-proces op het programma. Maar door de ingewikkelde politieke situatie die inmiddels in Israel is ontstaan, is onduidelijk door wie ze zullen worden gevoerd. Weliswaar zal de socialistische oppositie ervoor zorgen dat Netanyahu in de Knesset de gewenste meerderheid krijgt voor `Wye Plantation', maar het `veiligheidsnet' dat de socialisten hem bieden wordt maar voor een periode van twee weken opgehouden. Het is meer dan waarschijnlijk dat Netanyahu's kabinet daarna door het overlopen van de uiterste rechtervleugel die diep teleurgesteld is over de `concessies' die hij heeft gedaan zal worden gevloerd.
Met alle onzekerheden van dien of in die periode dan wel überhaupt aan de uitvoering van de in de VS gemaakte afspraken zal worden gewerkt.
Maar vooruitgang of niet, het laat onverlet dat als er wordt gepraat dit gedaan zal worden op basis van akkoorden die hun oorspronkelijke bedoeling zijn kwijtgeraakt om via een geleidelijk proces van toenadering te werken aan een definitieve regeling waarbij ook aan de Palestijnse rechten op zelfbeschikking en onafhankelijkheid zo goed mogelijk tegemoet wordt gekomen. In dat opzicht heeft Oslo niet gewerkt. En dat is in Wye Plantation onderstreept.
.

'Oslo' staat vrede in de weg

Uit: NRC Handelsblad 25-8-1998

Vijf jaar na de ondertekening van de akkoorden van Oslo bevindt het vredesproces in het Midden-Oosten zich in een impasse. De oorzaak daarvan ligt niet alleen bij premier Netanyahu, maar ook in de vredesakkoorden zelf, meent Maarten Jan Hijmans.

Het gaat niet goed met het Oslo-proces. Bijna op de kop af vijf jaar na de ceremoniële ondertekening van wat toen door veel mensen als het begin van een verzoening tussen Israeliërs en Palestijnen werd gezien, is niet zozeer sprake van een oplossing als misschien wel meer van een geleidelijke transformatie van het Palestijns-Israelische conflict naar een nieuwe, gecompliceerde fase.
Veel van de in de Oslo-akkoorden besloten beloftes zijn niet waargemaakt. Economisch gaat het de Palestijnen slechter dan ooit, als gevolg van de structurele afsluiting van de bezette gebieden en het niet van de grond komen van de projecten voor een corridor tussen de Westoever en Gaza, of voor een haven en een vliegveld in Gaza. Jeruzalem is een constante steen des aanstoots, doordat Israel zijn aanspraken op de stad kracht bijzet met projecten als het tunneltje onder de Tempelberg, bouwplannen in Palestijnse wijken, en laatstelijk het plan voor de creatie van een stadsprovincie Groter-Jeruzalem, waarin de Palestijnse districten zullen worden ingeklemd als vliegjes in een web. De geplande terugtrekking van het Israelische leger is slechts voor een heel klein deel gerealiseerd.

Niet bekend
Dat die grenzen na Oslo zo ruim zijn geworden, is zeker niet alleen het werk van Netanyahu. Het heeft om te beginnen te maken met het feit dat hij door niemand op zijn vingers wordt getikt. Niet door de enige na de Koude Oorlog overgebleven supermacht, de VS, met een Midden-Oostenbeleid dat in de woorden van de Palestijns-Amerikaanse politicoloog Nasser Aruri "gestaag verder Israeliseert". Niet door een Arabische wereld die na de Golfoorlog (financieel) zwakker, afhankelijker en verdeelder is dan ooit. Niet door Europa dat het zoals gewoonlijk laat bij wat in diplomatieke taal gegoten afkeurende kanttekeningen. Niet door Rusland dat zijn handen vol heeft aan de zieke roebel.
Maar veel meer nog ligt de verruiming van Netanyahu's marges waarschijnlijk aan het karakter van de akkoorden van Oslo zelf. De vloeibare manier waarop ze waren geformuleerd, de euforie waarin ze werden gelanceerd en de onduidelijkheden over de vraag tot wat voor een oplossing ze eigenlijk de opmaat vormden, lijkt tot een soort 'stille evolutie' in het denken over het conflict te hebben geleid.
Vóór Oslo heerste in de wereld min of meer de algemene opvatting dat een vredesregeling in het Midden-Oosten op een zekere mate van rechtvaardigheid moest zijn gebaseerd. Een Palestijnse erkenning van Israel zou - in overeenstemming met resolutie 242 van de Veiligheidsraad - moeten worden gevolgd door een Israelische terugtrekking uit nagenoeg het gehele bezette gebied. De nederzettingen en de Israelische annexatie van Oost-Jeruzalem werden als illegaal beschouwd en aan de Palestijnse aspiraties naar onafhankelijkheid moest op enigerlei wijze recht worden gedaan.
Door 'Oslo'is de zaak echter op zijn kop gezet. De bestaande bezetting, de status quo, werd in de akkoorden juist als uitgangspunt genomen voor een overgangsfase waarin niet al te duidelijk afgebakende Israelische redeployments zouden plaatsvinden en een qua bevoegdheden duidelijk aan Israel ondergeschikte Palestijnse Autoriteit zou worden gecreëerd. Die overgangsfase had een klimaat moeten scheppen voor een eindfase van de onderhandelingen (die overigens al in mei 1997 had moeten beginnen) waarin de echt belangrijke noten zouden worden gekraakt: de uiteindelijke omvang van het Palestijnse gebied, de vorm van een Palestijnse entiteit (staat of geen staat), de toekomst van de nederzettingen, oplossingen voor de problemen van Jeruzalem en van de Palestijnse vluchtelingen buiten Palestina.
Het kan zijn dat de Palestijnen hebben gedacht dat, als het oude vijandbeeld maar eenmaal had afgedaan, via dit model een eigen dynamiek op gang zou kunnen worden gebracht van een proces dat zou leiden naar een uiteindelijke verzoening in het bijna een eeuw oude conflict. Maar dat is niet gebeurd. Ondanks de aanvankelijke euforie rond de handdruk van Arafat en Rabin, zijn de standpunten niet naar elkaar toegegroeid. De opiniepeilingen wijzen weliswaar uit dat een meerderheid van de Israeliërs vóór Oslo is, maar het besef dat voor een écht vredesakkoord een dienovereenkomstige prijs moet worden betaald - de prijs van een historisch compromis waarin het onrecht dat de Palestijnen is aangedaan zo goed mogelijk wordt gerectificeerd - is allerminst doorgebroken.
Bij gebrek daaraan heeft Oslo daarom de facto de ruimte geschapen voor een heel andere dynamiek dan waarop de Palestijnen hadden gehoopt. Een dynamiek waarbij met terugwerkende kracht de bestaande bezetting een veel acceptabeler karakter heeft gekregen en als het ware deels is gelegitimeerd. Behalve de Palestijnen neemt niemand nog de moeite te spreken van het illegale karakter van de nederzettingen of de annexatie van Jeruzalem. De hele notie van resolutie 242 en het principe van 'de ontoelaatbaarheid van het verkrijgen van gebied door middel van geweld' is in de internationale consensus verdrongen door een andere notie, namelijk de notie dat de eindfase van de onderhandelingen tussen de Israeliërs en Palestijnen zelf de verlossende woorden moet brengen. Ongetwijfeld is dat een kijk die past in de pragmatische, van ideologieën gezuiverde jaren negentig. Maar helaas wordt daarbij uit het oog verloren dat het wel een Israelische Goliath en een Palestijnse David zijn die straks aan de onderhandelingstafel zullen zitten en dat het wat wonderlijk is dat beide partijen daar claims kunnen presenteren alsof het om gelijkwaardige rechten gaat.
Het is achteraf misschien de vraag of dit de dynamiek is geweest die Peres en Rabin destijds hebben voorzien, of dat het zo is gegroeid. Een feit is in ieder geval dat ook onder hun bewind - en ook na 1993 - verder is gewerkt aan de planning en het bouwen van een infrastructuur die verraadt welke delen van de Westoever Israel bij een eindregeling wil behouden, en welke zullen worden afgestaan aan de Palestijnse Autoriteit. Het was niet meer dan logisch dat Netanyahu hierop zou voortbouwen en met een eigen planning zou komen. Het gaat te ver om een opsomming te geven van alles wat er de afgelopen vijf jaar aan planningsactiviteiten is vertoond, maar gezegd moet worden dat ook die planning de afgelopen vijf jaar een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de dynamiek van Oslo. Zelfs is er op dat gebied tussen de Arbeidspartij van Shimon Peres en inmiddels van Ehud Barak en de Likud een consensus gegroeid in de vorm van een plan dat in 1996 werd uitgewerkt door Peres' volgeling Yossi Beilin en de leider van de Likudfractie in de Knesset, Michael Eitan.
De omtrekken die uit al deze plannen naar voren komen zijn die van een Gruyère-kaas, waarin Palestijnse enclaves de gaten voorstellen. Israel behoudt ten minste 60 procent van het gebied, Jeruzalem en de belangrijkste infrastructurele voorzieningen. Op geen enkele wijze valt in te zien hoe uit de verspreide Palestijnse bantoestans, die beroofd zijn van een onderlinge samenhang, hun belangrijkste stedelijke centrum Jeruzalem, landbouwgrond en andere middelen van bestaan, ooit de omtrekken zouden kunnen oprijzen van een eigen staat. Veeleer rijst het beeld op van een Groot-Israel dat behalve de Arabieren aan de andere kant van de 'groene lijn', nu ook de bevolking van Gaza en de Westoever in zijn midden heeft geïncorporeerd. Het is niet onwaarschijnlijk dat, als Oslo tot een dergelijke ontknoping leidt, de Palestijnse strijd voor onafhankelijkheid dan een heel nieuw karakter krijgt: die voor gelijkberechtiging in een binationale staat. In feite is dat een oud ideaal van de PLO, dat in de jaren zeventig als gevolg van de toen bestaande politieke realiteit werd ingeruild voor het model van twee staten. De eerste geluiden dat het die kant op kan gaan zijn al gehoord. Onder anderen de Palestijn Edward Saïd en de Israeliër Meron Benvenisti denken dat de situatie hoe dan ook niet meer kan worden teruggedraaid.
Oslo heeft nog een jaar te gaan. En Yasser Arafat werkt intussen aan een eigen 'ploy' om de akkoorden alsnog in zijn voordeel te gebruiken. In de wetenschap dat de onderhandelingen hoe dan ook niet meer kunnen leiden tot een akkoord dat beantwoordt aan de Palestijnse aspiraties, bereidt hij zich voor om op 5 mei 1999, de datum waarop de rechtsgeldigheid van Oslo verloopt, vanuit zijn huidige territoriale basis een onafhankelijke staat uit te roepen met Jeruzalem als hoofdstad. Die staat, die dan niet meer geleid zou worden door de Palestijnse Autoriteit die op die datum haar rechtsgeldigheid verliest, maar door de PLO, zou hernieuwde territoriale claims moeten laten gelden. Een groot deel van de activiteiten van de Palestijnse president zijn erop gericht voor zijn plan brede internationale steun te verwerven. Of dat zal lukken is verre van zeker. Zeker is voorlopig alleen de constatering dat Oslo geen oplossing heeft aangedragen, maar de zaken alleen maar verder heeft gecompliceerd.

Israel begint serieus met de annexatie van de Westoever

  Het is natuurlijk onvergeeflijk als je al jaren blogt over het Midden-Oosten en vooral over Israel en de Palestijnen en juist nu, als Isra...