Posts tonen met het label EU. Alle posts tonen
Posts tonen met het label EU. Alle posts tonen

vrijdag 17 september 2010

Een gemiste kans: EU had Sarkozy op zijn plaats moeten zetten

(Commentaar overbodig. Tekening van Carlos Latuff)

De Franse president Nicolas Sarkozy is er maar weer mooi mee weggekomen op de Eurotop. Bekakt Frans pratend, oprechte woede voorwendend,  pretenderend dat  Frankrijk is beledigd, dat alle (Europese) staatsleiders het met hem eens zijn dat men zo niet spreekt over een bondgenoot (hij bedoelde de uitlating  van het Luxemburgse Commissielid Vivia Reding waarvoor ze excuses had aangeboden) en nuffig opmerkend dat Frankrijk niets anders dan zijn 'plicht' deed door tegen misdaad op treden, wist hij een debat over de hoofdzaak te voorkomen.

Die hoofdzaak was natuurlijk - afgezien van de economische situatie van Europa waarover ook hoognodig had moeten worden gepraat  - de vraag op Frankrijk zich kan permitteren burgers van een andere lidstaat op te pakken en te deporteren alleen op grond van het feit dat ze behoren tot een etnische groep. De Franse regering had ontkend dat het alleen om de uitzetting van Roma ging,  maar een uitgelekte circulaire van het Franse ministerie van binnenlandse zaken bewees het tegendeel en betrapte de regering als het ware op heterdaad:

zaterdag 28 augustus 2010

Eindelijk wat meer kritiek op Sarkozy's racistische politiek - nu nog actie


Roma wachten op hun vlucht naar Boekarest op de luchthaven Charles de Gaulle. (Foto AFP)

Eindelijk, eindelijk wat meer opwinding op het internationale vlak over de discriminatoire politiek van Sarkozy en zijn regering ten aanzien van de Roma en de 'Gens du Voyage' (woonwagenbewoners). De VN-commissie voor de uitbanning van rassendiscriminatie (CERD) heeft van zich laten horen. Daarnaast was er ook een veroordeling van Amnesty,  en kritiek van de Eurocommissaris voor Justitie Viviane Reding en van het Vaticaan..
De CERD toonde zich bezorgd over de collectieve uitzetting en van Roma en de 'discriminerende toon van toespraken van sommige Franse politici'. Volgens CERD zou meer naar individuele omstandigheden van mensen gekeken moeten worden en zou Frankrijk meer zijn best moeten doen om de Roma te laten integreren.    
Amnesty International deed een beroep op de Franse regering op te houden met haar stigmatisering van Roma en van de Gens du Voyage die zich uit in het uitzetten van Roma en het oprollen van 300 'illegale' woonwagenkampen in het hele land'. De Franse autoriteiten zouden moeten werken aan het beëindigen van discriminatie in plaats van opruiende verklaringen af te geven die hele gemeenschappen in verband brengen met criminele activiteiten en mogelijk zullen leiden tot nog meer discriminatie van Roma en woonwagenbewoners, aldus Amnesty's onderdirecteur voor Europa en Centraal-Azië, David Diaz-Jogeix. 'Niemand zou onder wat voor omstandigheden dan ook mogen worden uitgezet alleen omdat hij Roma is.' 
Amnesty wees er ook op dat volgens de Franse wet gemeenten met meer dan 5000 inwoners verplicht zijn kampen aan te leggen voor de 'Gens du Voyage', maar dat slechts een kwart van de gemeenten aan die voorwaarde heeft voldaan. Volgens Amnesty doet Frankrijk er beter aan zijn eigen wetten na te gaan leven in plaats van, zoals nu, 300 illegale kampen te gaan opdoeken.
De Eurocommissaris voor Justitie Viviane Reding noemde de uitlatingen van sommige Franse politici 'deels openlijk discriminerend en deels opruiend', zo lees ik in Het Parool. Volgens Reding moeten regeringen van EU-landen zorgen voor de integratie van alle Europeanen. De Europese Commissie zou volgens haar actie tegen Frankrijk moeten ondernemen.
Waarvan acte, wat mij betreft.

 De ellende begon op30 juli tijdens een zitting van het Franse kabinet over 'problemen die samenhangen met het gedrag van zekere Roma en Gens du Voyage', naar aanleiding van rellen in Grenoble waarbij een politieman was gedood. Sarkozy, zo werd bericht, pleitte toen voor het ontnemen van de Franse nationaliteit aan mensen die dergelijke daden pleegden. Ook betiteld hij het tijdens die bijeenkomst over de illegale kampen als 'bronnen van criminaliteit, kinderarbeid en prostitutie'. Vervolgens begon een politiek van het oprollen van die kampen en het collectief uitzetten van Roma naar Roemenië en Bulgarije. Geschat wordt dat er in juli voor de uitzettingen begonnen ongeveer 20.000 Roma uit Midden- en Centraal Europa in Frankrijk waren. Afgelopen donderdag werden 280 Roma teruggestuurd, op 19 en 20 augustus waren er al 216 uitgezet en aan het eind van de maand wordt verwacht dat 800 mensen op deze manier het land zullen hebben verlaten met een soort 'oprotpremie' op zak van 300 euro per persoon. Overigens heeft de politiek uiteraard ook gevolgen voor de rond 400.000 woonwagenbewoners die vaak voor het blok worden gezet wat hun verblijfplaats betreft. Amnesty wijst erop dat zij zonder meer al aan discriminatie zijn onderworpen: zo mogen zij pas stemmen als zij drie jaar op één bepaalde plaats geregistreerd staan.

Volgens een recente opiniepeiling steunt 48%, dus iets minder dan de helft van de Fransen Sarkozy's politiek. Maar ook binnen Frankrijk is er daarnaast felle kritiek. Het hardst was de veroordeling van Daniel Cohn-Bendit (foto), leider van de Groenen in het Europarlement. Tegenover Le Monde noemde hij het 'populistische uitsluitingspolitiek om in de gunst bij uiterst rechts te komen over de ruggen van minderheden'. Ook had hij scherpe kritiek op het plan mensen die ernstige misdrijven plegen zoals het doden van politiemensen hun nationaliteit te ontnemen. 'Sarkozy houdt de Fransen voor imbecielen. Zou hij nou werkelijk denken dat het iemand die al tot levenslang is veroordeeld iets zou kunnen schelen of hij nog  Fransman is of niet?' Volgens Cohn-Bendit zou het bovendien onrealistisch zijn, want juridisch onhaalbaar omdat het dreigt statenlozen te creëren wat ingaat tegen de internationale wetgeving.
In een ander interview met de Nouvel Observateur haalde hij ook uit naar Bernard Kouchner, de minister van Buitenlandse Zaken, die afkomstig is uit de wereld van de NGO (hij was ooit één van de oprichters van  Médecins sans Frontières). 'Stel je Kouchner voor, 15 jaar geleden. Hij stapt voor het eerst in een vliegtuig (...) en ziet de levensomstandigheden van de Roma in Roemenië en Bulgarije. Dan zou hij zeggen: Stop dit, meneer de president, dit kunt u niet doen.'
Cohn Bendit was zeker niet de enige politicus met kritiek. Ook conservatieve politici als de oud-premiers De Villepin en Raffarin bekritiseerden de maatregelen als een ontoelaatbare manier van de president om de aandacht af te wenden van de slechte staat van de economie en om zijn eigen dramatisch gedaalde populariteit op te krikken (hij krijgt nog maar steun van 20% in de polls). Een 'vlek op de Franse vlag', zo noemde De Villepin het. Niettemin schijnt dat onder De Villepin zelf ook al jaarlijks de nodige Roma werden teruggestuurd, al gebeurde dat minder opzichtig.
De huidige regering verschuilt zich erachter dat de uitzettingen volledig legaal zijn. Nadat Roemenië lid werd van de EU hebben de Roma weliswaar geen visum meer nodig om het land in te kunnen, maar ze zijn illegaal als ze na drie maanden nog steeds zonder middelen van bestaan zijn.
Kan zijn. Maar dat er van discriminatie geen sprake zou zijn (zoals Kouchner beweert) is natuurlijk klinkklare onzin. En terugsturen naar Roemenië waar de discriminatie en uitsluiting van de Roma echt niet erger kan, is natuurlijk gewoon onaanvaardbaar. Hopelijk laat de EU het niet bij woorden, en komt er  eindelijk actie.

 Update zondag: The Jewish Telegraph Agency (JTA) vertelt dat de CRIF (Conseil Représentatif des Institutions Juives de France), het overkoepelend orgaan van de Franse Joodse organisaties, zich stil houdt en in wezen de maatregelen steunt van Sarkozy, die in 2002-4, scherp is opgetreden tegen een golf van anti-Joodse incidenten volgens op de Tweede Intifada in Israel/Palestina. Richards Prasquier, de voorzitter van de CRIF, zei in een interview met JTA het eens te zijn met de uitzetting van Roma die illegaal in Frankrijk zijn, en ook begrip te hebben voor de maatregel om in het buitenland geboren criminelen hun Franse nationaliteit te ontnemen. Wel waarschuwde hij dat opgetreden moet worden tegen vooroordelen jegens Roma met de Franse nationaliteit.
Patrick Klugman, lid van het bestuur van de CRIF en een van de oprichters van JCall, een organisatie die een meer vredelievende houding van Israel wil, is het met deze houding oneens. Hij betreurt het dat de Joodse gemeenschap, die traditioneel gelijkheid in haar vaandel had, nu - terwijl ongeveer heel Frankrijk kritiek op Sarkozy heeft - zich stil houdt.
Ik vrees dat de CRIF geen uitzondering is. In Nederland zag de Joodse gemeenschap er geen probleem in dat tot voor kort een medewerker van het CIDI op de kandidatenlijst van de PVV voor de Tweede Kamerverkiezingen stond (de medewerker, Kortenoeven, is intussen Kamerlid). In de VS gleed de leider van de Anti Defamation League, de Joodse organisatie die zich traditioneel met de bestrijding van antisemitisme bezighoudt, Abe Foxman onlangs uit door zich tegen de bouw van het islamitische Cordoba centrum niet ver van Ground Zero uit te spreken (hij rehabiliteerde zich later ten dele, door zich uit te spreken tegen de deelname van Geert Wilders aan een protestbijeenkomst op 9/11). Het lijken uitingen van een trend: de vroeger altijd voor pluriformiteit, gelijkheid en mensenrechten opkomende Joodse gemeenschap, evolueert, onder invloed van een schier eindeloos Midden-Oostenconflict, naar een rechtsere politiek en een hardere houding ten opzichte van moslims en andere minderheden. Kennelijk geldt daarbij ook de stelregel dat de 'vijanden van mijn vijanden mijn vrienden zijn'.

zaterdag 21 augustus 2010

Nieuwe besprekingen op komst - wie gelooft er nog in een goede afloop?















Israel en de Palestijnen gaan weer praten. Beide partijen hebben een uitnodiging geaccepteerd om op 2 september in Washington bijeen te komen. De dag ervoor zullen de Israelische premier Netanhyahu en de Palestijnse president Abbas een ontmoeting hebben met president Obama.
Het nieuws van de uitnodiging werd vrijdag bekend gemaakt door minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton en de speciale afgevaardigde van Obama voor het Midden-Oosten, George Mitchell. De uitnodiging is overigens officieel afkomstig van het zogenoemde 'Kwartet'  (de VS, Rusland, de EU en de VN) en de opening van de gesprekken zal worden bijgewoond door president Mubarak van Egypte, koning Abdallah II van Jordanië en Tony Blair. 
Het lijkt allemaal deftig en officieel genoeg op deze manier, maar ik zou niet zo gauw iemand weten te vinden die enigszins de geschiedenis van het voorafgaande heeft gevolg en die niet sceptisch is. Wat was ook alweer het laatste nieuws dat hieraan voorafging? Het feit dat de Arabische Liga akkoord was gegaan met hervatting van indirecte besprekingen mits aan bepaalde parameters was voldaan. Dat nu weigerde premier Netanyahu. Hij wilde alleen besprekingen zonder voorwaarden vooraf. Bij de allerlaatste ontmoeting met Mitchell, niet veel meer dan een week geleden, weigerde hij bij de gesprekken uit te gaan van de grenzen van 1967. Eerder had hij laten weten niet te voelen voor een verlenging van het moratorium op de bouw in de nederzettingen. Daarmee was hervatting van de 'proximity talks' van de baan.
En wat is er dan nu veranderd? De partijen hebben een uitnodiging gekregen van Obama die zij - vooral de Palestijnen in hun afhankelijke positie- niet konden weigeren. Dat is er veranderd - en dat alleen. Er is dus geen enkele garantie voor succes, en zelfs zijn er geen redenen om daarop te hopen. 

Volgens Clinton zullen de gesprekken gaan over grenzen, de nederzettingen en Jeruzalem. de verwachting is dat zij ongeveer een jaar zullen gaan duren. Netanyahu's bureau zei in een verklaring  
 "We are coming to the talks with a genuine desire to reach a peace agreement between the two peoples that will protect Israel's national security interests, foremost of which is security."
 Oftewel we komen naar de gesprekken met een oprechte wens een vredesakkoord te bereiken tussen de twee volken, dat Israels nationale veiligheidsbelangen zal beschermen, waarvan veiligheid het belangrijkste is. Wat vooral duidelijk werd uit deze uitermate kreupele formulering, is dat Netanyahu blijkbaar in veiligheid, veiligheid en veiligheid is geïnteresseerd en verder vermoedelijk in niet veel anders. Saeb Erakat, de belangrijkste Palestijnse onderhandelaar, van zijn kant, waarschuwde dat de Palestijnsen kunnen opstappen als Israel de nederzettingen weer gaat uitbreiden:
"It can be done in less than a year," Erekat said. "The most important thing now is to see to it that the Israeli government refrains from settlement activities, incursions, fait accomplis policies."
Eerlijk gezegd weet ik niet een zeker of we wel moeten hopen dat deze gesprekken succesvol zullen verlopen. Israeli's gesteund door een Obama die heeft laten blijken geen vuist tegenover Netanyahu te durven of willen maken, die gaan onderhandelen met een uiterst zwak Palestijns bewind (dat ook nog eens alle  legitimiteit mist - het mandaat van president Mahmoud Abbas liep af in januari 2009 en was niet in 2006 Hamas de winnaar van de verkiezingen?), daar kan toch weinig heil van worden verwacht. Het ergste wat kan gebeuren is een overeenkomst die de Palestijnen door de strot wordt gewurgd, een unfaire oplossing  en die het conflict gaat bezwaren met een hypotheek voor nog meer lange jaren na nu.

De cartoonist Hajjaj maakte een briljante 'pun' op de recente opwinding rond het meisje Eden Abergil dat op haar Facebook pagina zulke leuke foto's met gebonden en geblinddoekte Palestijnen had staan. De Israelisch-Palestijnse onderhandelingen gaan er volgens Hajjaj als volgt uitzien:

maandag 20 april 2009

Nederland krimpt, terwijl Europa groeit

Management Team, ...2000


Voor verkiezingen voor de Tweede Kamer komt het gros van de Nederlanders nog wel naar de stembus. Voor het Europese parlement gaat er echter niet meer dan één op de drie. Andersom zou logischer zijn. Wat wet- en regelgeving betreft, is Brussel al lang veel belangrijker dan Den Haag.

door Maarten Jan Hijmans

Eén van rare dingen van Europa is dat het, zoals dat heet, ‘zo weinig leeft’. Ooit is dat anders geweest. In de jaren vijftig en zestig, toen een gemeenschappelijk Europa nog helemaal van de grond moest komen en voornamelijk nog een hobby was van heren als Schumann en Monnet die graag wat verder keken dan de eigen grens, was het een ideaal. Er bestond een echte Europese fanclub. En hoewel het toen maar een paar landen betrof en ook niet verder ging dan een gemeenschappelijke markt voor kolen en staal, werden er debatten gehouden, was er een Europese Beweging die iets voorstelde en waren er mensen die een mooie toekomst predikten. Europeaan zijn stelde wat voor. Europeanen streefden - zo kort naar de oorlog - naar een situatie waarin de erfvijanden Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië die elkaar toch nog maar net weer bloedig naar het leven hadden gestaan, gezamenlijk zouden optrekken en samen zouden bouwen aan een nieuwe maatschappij .
Vooral bij Westduitsers was Europa in die jaren populair. Waarschijnlijk omdat zij er een manier in zagen om de Duitse nationaliteit, waar zij zo kort na de nazi-gruwelen moeilijk oprecht trots op konden zijn, in te kunnen inruilen voor iets beters en hogers. In een nummer van het glossy jongerenblad ‘Twen’ dat maar enkele nummers heeft bestaan, werd jonge Duitsers eens gevraagd naar hun kijk op Europa. Om het hardst verzekerde de ene na de andere Duitse twenner dat ‘Duitser zijn’ niet zoveel voor ze betekende, nee, maar ze waren wel ‘verdammt stolz Europäer zu sein’.
Van die trots op Europa is weinig over. En niet alleen in Duitsland waar het een generatie of wat later best nog wel goed gekomen is met het Duitse zelfgevoel. Eigenlijk is het overal een beetje hetzelfde. Echte idealistische Europeanen bestaan nauwelijks meer. Het hoeft misschien ook niet meer, want de utopie van toen is behoorlijk tastbaar geworden en sneller tot stand gekomen dan toen mogelijk werd geacht. Europa is intussen van zes naar 15 landen uitgebreid en zal er binnen afzienbare tijd waarschijnlijk wel zo’n 20 tellen. Waarschijnlijk hebben we er gewoon mee leren leven dat Brussel intussen een realiteit is, die niet meer is weg te denken. Al lang hoeft Europa niet meer stapje voor stapje via verdragen en bijeenkomsten van Europese leiders vorm te krijgen. Veeleer is het intussen een trein die volop op stoom is en in zijn loop niet meer is te stuiten.
En de vaart zit er behoorlijk in. Steeds meer terreinen die vroeger het exclusieve domein van de nationale regeringen waren, worden tijdens de rit meegesleurd. ‘Subsidiariteit’ (het principe dat Brussel alleen datgene regelde wat persé op een supranationaal niveau moest worden gedaan en de rest overliet aan de nationale regeringen) was ooit een bijna heilig begrip. Het bestaat ook nog steeds. Nog steeds kunnen regeringen van de lidstaten dingen tegenhouden omdat ze menen dat het beter plaatselijk kan worden gedaan. (Zoals Nederland dat net een programma voor het saneren van schulden van natuurlijke personen had gelanceerd, niet zo lang geleden een Europees initiatief op dat gebied tegenhield). Maar subsidiariteit of niet, de voortgang van Brussel heeft zo zijn eigen dynamiek. En in de loop van dat proces groeit de behoefte om steeds meer zaken op supranationaal niveau te ‘harmoniseren’.

Steeds meer
Volgens dr F.B. Lempers van het Brusselse bureau van de werkgeversorganisatie VNO-NCW komt ‘zo langzamerhand zo’n beetje alle wetgeving op het terrein van Brussel terecht’. En hij somt op: Alle regelgeving betreffende de interne markt en de vrije mededinging is voor ongeveer 100% in handen van Brussel (wat overigens te verwachten was). Landbouw en visserij is ook allemaal Brussel wat de klok slaat. Hetzelfde geldt natuurlijk voor het vrije verkeer van personen en goederen en het vreemdelingenrecht (Schengen). Maar het gaat verder: ook (de liberalisatie van) het energiebeleid is nagenoeg geheel een Brusselse zaak. Transportregelingen zijn voor driekwart een zaak van Europa. Wat betreft het milieu is het ongeveer de helft, maar het aandeel van de EU groeit. De regeling van consumentenzaken: eveneens grotendeels een Brusselse aangelegenheid. Regelingen betreffende internet en e-commerce zullen straks van de EU komen. Handelspolitiek (onderhandelingen met de World Trade Organization WTO): een zaak van de EU. Onderzoek en ontwikkeling is voor een groot deel EU. Intellectuele eigendom: er komt straks een regeling uit Brussel. En op de laatste Eurotop in Nice (2000) is ook nog eens coördinatie van het sociale beleid op de agenda gezet.
Zelfs het economische beleid van nationale regeringen blijft niet meer buiten schot. Met de invoering van de - nu nog virtuele - euro is een gemeenschappelijke aanpak op dat terrein een flinke stap dichterbij gebracht. Nu de lidstaten geen wisselkoersen meer kunnen hanteren en hun monetaire beleid hebben uitbesteed aan de Europese Bank, is het zaak dat op het gebied van de macro-economie zoveel mogelijk één lijn wordt gevolgd. Dat gebeurt, zoals het bij Economische Zaken heet, nu nog in een ‘open coördinatie’, waarbij op basis van vrijwilligheid de onderlinge performance wordt vergeleken en de neuzen zo goed mogelijk één en dezelfde kant op worden gezet. Maar straks wordt dat wellicht toch anders. Op termijn lijkt het onontkoombaar dat gestreefd zal worden naar één supranationaal beleid.
‘Steeds meer,’ zegt Lempers, ‘wordt een zaak van de EU. Uitzonderingen zijn natuurlijk nog onderwijs en cultuur. Ook infrastructuur, zeg maar het beleid van minister Netelenbos, is nog tot op grote hoogte een zaak van de nationale regering. Hetzelfde geldt voor belastingzaken, hoewel de EU zich daar ook steeds meer mee bezig gaat houden voorzover tarieven de vrije mededinging kunnen beïnvloeden. Arbeidsrecht en sociale verzekeringen zijn in ieder geval tot op dit moment eveneens nog een nationale zaak. Maar als je kijkt naar het Nederlandse parlement, dan kun je hoe dan ook vaststellen dat het de laatste vijftien jaar aanzienlijk aan invloed heeft ingeboet. Er zijn steeds meer terreinen gekomen waarop het alleen nog maar indirect enige invloed kan uitoefenen. Natuurlijk is het zo dat Brusselse voorstellen aan de Kamer worden voorgelegd en met de betreffende vakminister doorgenomen, voordat deze in de Europese ministerraad een standpunt inneemt en daar besluiten worden genomen. Maar als zo’n besluit eenmaal genomen is, dan houdt de bemoeienis van de Kamer toch praktisch op.’

Haagse kringen, in dit geval ambtenaren van het ministerie van buitenlandse zaken die niet met name willen worden genoemd, zijn het natuurlijk met deze visie niet helemaal eens. Immers, met de grote lijnen kan Nederland en het Nederlandse parlement zich natuurlijk altijd nog bemoeien. En ook kan je zeggen dat Nederland zich bij de overgang naar grotere liberalisatie, meer marktwerking, een kleiner aandeel voor de overheid en vrijere mededinging, niet alleen maar door Brussel heeft laten meevoeren. Het heeft zelf een geheel eigen opschoningsoperatie op touw gezet in het kader van de interdepartementale aanpak ‘Deregulering, Marktwerking en Wetgevingskwaliteit (MDW), die voor een heel eigen Nederlandse wetgeving heeft gezorgd, waarin de EU-regels werden ingebed. En tenslotte - Haagse ambtenaren zijn er altijd als de kippen bij om daarop te wijzen - maakt Brussel geen wetten. Brussel vaardigt gewoonlijk n ‘richtlijnen’ uit. En die moeten weliswaar binnen een zekere termijn worden overgenomen (Brussel houdt tegenwoordig scoreborden bij om te zien wie dat niet tijdig doet - Portugal, Griekenland en Frankrijk zijn veelvuldig in overtreding) - maar hoe de richtlijnen worden ingevuld mag elke lidstaat zelf bepalen. Of dat gebeurt via een wet, afspraken met de industrie of door er allerlei zaken aan toe te voegen, het mag allemaal. Het laat de EU koud, zolang het maar gebeurt.

Non-discriminatie
Zo’n mogelijkheid aan variaties geeft nationale overheden en parlementen natuurlijk wat speelruimte om ook nog wat eigens te doen en niet alleen aan de hand van Brussel te marcheren. Maar die eigenheden kunnen weer aanleiding geven tot allerlei juridisch gedoe. Mr dr Axel Hagedorn kan erover meepraten. Hij is Duitser en werkt als Rechtsanwalt, en advocaat bij het Nederlands kantoor Van Diepen Van der Kroef, waar hij is gespecialiseerd in een internationale praktijk. Hagedorn citeert gevallen van mensen die in Duitsland hebben gewerkt en naar Nederland willen verhuizen met behoud van een WW-uitkering. Volgens de Europese richtlijnen en non-discriminatiebepalingen zou dat moeten kunnen. In de praktijk echter stuit het meestal op praktische bezwaren die door onwil van autoriteiten moeilijk zijn aan te pakken. Ook mensen die in een warm EU-land van hun pensioen willen gaan genieten kunnen dergelijke problemen ontmoeten.
Volgens Hagedorn is het non-discriminatie beginsel door de vaak grote verscheidenheid van EU-wetten so wie so een punt dat voor veel geharrewar kan zorgen. Hij geeft het voorbeeld van een man die in Londen een vennootschap oprichtte, een zogenoemde Ltd., wat daar vrij simpel is, en de zetel ervan vervolgens naar Kopenhagen wilde verplaatsen. Dat stuitte op bezwaren van de Deense overheid, want onder het Deense vennootschapsrecht zijn de vestigingseisen zwaarder. Het Europese Hof van Justitie stelde de man echter in het gelijk. Wetgeving die in het ene land liberaal is, zou ook in een ander land moeten gelden, anders is van discriminatie sprake, meende het Hof in dit zogenoemde Centros-arrest. Voor ondernemers die werken met werknemers aan twee kanten van de grens is het eveneens zaak het non-discriminatiebeginsel voor ogen te houden, meent Hagedorn. Hij raadt hen aan zich er goed van te vergewissen hoe het recht aan beide kanten van de grens werkt. Welk recht is van toepassing? En bent u er zeker van dat werknemers in het ene land niet benadeeld worden ten opzichte van die in het andere? In dat geval zouden degenen die in het nadeel zijn in een conflictsituatie wel eens een ‘case’ kunnen hebben.
En dan zijn er de gevallen waarin een Europese richtlijn niet helemaal 100% in een nationale wet is terechtgekomen. Hagedon wijst op de Europese regel bij overnames, waarin wordt bepaald dat het personeel in zo'n geval mee gaat naar de nieuwe eigenaar. In de Nederlandse wet staat dat dit geldt voor alle mensen met een arbeidscontract. In de EU-richtlijn daarentegen heet het dat alle mensen met arbeidsovereenkomsten èn alle mensen met een arbeidsbetrekking mee gaan. De EU- richtlijn gaat dus verder, aldus Hagedorn. En hij zou zich kunnen voorstellen dat onder de EU-formulering niet alleen mensen met een vast contract en flexwerkers vallen, maar ook vaste oproepkrachten en zelfs freelancers. Potentieel ligt daar stof voor een rechtszaak, meent hij. Een freelancer die in Nederland bij een overname wordt gedumpt, zou het kunnen proberen. Tot slot kan Hagedon ook nog voorbeelden geven van problemen doordat EU-richtlijnen door verschillende lidstaten net iets anders worden geïnterpreteerd. Zo heeft hij niet lang geleden een zaak aan de hand gehad, waarbij een firma via een bepaalde constructie iets importeerde vanuit de Derde Wereld. In Nederland werd dat een legale constructie gevonden. De Duitse douane zag er echter een ontduiking van de regels in en begon een vervolging, compleet met invallen en inbeslagnames van de boekhouding. Totdat het Duitse openbaar ministerie tot inkeer kwam en na lang beraad besloot om de hele zaak toch maar te seponeren.

Klachtenbureau
Kortom, de uitdijende massa Europese wetgeving geeft - door de onvermijdelijke fouten die bij het opzetten van het bouwwerk worden begaan - de advocatuur en rechterlijke macht het nodige te doen. Een soort aanvullend bewijs hoe reëel de groei van Europa dus blijkbaar is. En niet alleen de advocatuur maakt kennis met slecht op elkaar aansluitende regels. Ook het ministerie van Economische Zaken heeft er mee te maken. Daar fungeert als aanhangsel van de directie Europese Integratie ook een Klachtenbureau, waar ondernemers zich kunnen melden als zij menen niet naar behoren, dat wil zeggen naar huidige Europese normen, te zijn behandeld. Het overgrote merendeel van de klachten heeft betrekking heeft op onnodige rompslomp, administratieve belemmeringen en gechicaneer voordat een product X zijn weg naar de consument kan vinden in land Y. Soms ook worden eisen aan een product gesteld die niet kunnen, omdat wat aan de specificaties voldoet in het ene land volgens het non-discriminatiebeginsel ook acceptabel moet zijn in het andere. Het Klachtenbureau van EZ stelt er een eer in dat via brieven, telefoontjes en desnoods het dreigen met procedures de zaken meestal worden opgelost. In andere lidstaten waar eveneens dergelijke bureaus bestaan, gaat het niet anders.
Het Europa van de praktijk verliest zo al doende langzamerhand wat van zijn scherpere kantjes, maar de Brusselse wetgevende machinerie stoomt intussen door. Op stapel staan, na de laatste top van Nice, onder meer het model van een ‘Europese vennootschap’, het ontwerp voor een ‘ Europees octrooi’ en het begin van een coördinatie van de sociale zekerheid in de aangesloten lidstaten.

vrijdag 17 april 2009

Is er verschil tussen 'ja' of 'nee' voor de Europese grondwet?

Column in het NIW van 13 mei 2005

Mijn dochter van tien heeft op de pc die zij mag gebruiken om spelletjes op te spelen en met haar vriendinnetjes te emailen het bureablad aangepast. "De wereld is vaag" staat er nu tegen een bonte achtergrond te lezen. Het is een toepasselijk bureablad om dit stukje op te beginnen over de Europese grondwet. Die grondwet is namelijk ook nogal vaag. Zo vaag dat de hele discussie erover - voor of tegen - maar niet van de grond wil komen. In mijn kennissenkring is er niemand die ook maar een idee heeft wat hij of zij op 1 juni zal gaan doen. Stemmen? En wat dan wel? Is die grondwet dan werkelijk zo´n stap vooruit?
In de kranten hebben de discussies iets krampachtigs, alsof het er allemaal bij de haren bij wordt gesleept.Hoe vaag de discussie in feite is, wordt misschien nog wel het best geïllustreerd door de oneigenlijke argumenten waarmee mensen aan komen zetten die ons met alle geweld over de streep willen trekken. Donner van Justitie riep dat we voor moeten stemmen omdat anders het risico van nieuwe oorlogen wordt vergroot. Premier Balkenende zei dat hij nu Auschwitz en Yad Vashem had gezien en zich er meer dan ooit van bewust was geworden dat we elkaar nodig hebben om zoiets in de toekomst te voorkomen. Demagogische prietpraat - en in het geval van Balkenende ook nog eens gênant (is hij zich pas als premier gaan realiseren wat de nazi's hebben aangericht?). Waarom doen alsof Europa zou ophouden te bestaan als wij, of de Fransen, of wie dan ook deze grondwet wegstemmen? Europa valt dan gewoon weer terug op oude afspraken zoals die van Nice van 2002. En een aantal zaken, bijvoorbeeld de vraagstukken die samenhangen met de uitbreiding van de Unie tot 25 leden, zal op een andere manier geregeld moeten worden. Maar komen bij een ´´nee´´ de grondrechten van EU-burgers te vervallen? Of valt de EU dan uiteen? Wat een onzin. Het pleit niet voor Donner en Balkenende dat ze dit soort kletskoek in stelling brengen.
Het punt waar alles om draait is namelijk dat de nieuwe grondwet helemaal niet zo nieuw is, maar vooral een groot aantal verdragen, afspraken en - niet te vergeten - in de praktijk gegroeide Europese wetgeving samenvat en op een rijtje zet. Niet echt vernieuwend dus. De grondrechten van de burgers, de principes van het Europese recht (zoals het feit dat Europees recht voorrang heeft boven nationaal recht) en de meeste afspraken over bestuurlijke organen, lagen allang vast. En dat terreinen als milieu (waar de Europese wetgeving stringenter is dan de nationale wetgevingen) of landbouw (wat al heel lang vrijwel uitsluitend een Brusselse aangelegenheid is) nu in de grondwet een plaats vinden, is evenmin verrassend. Al voel ik wel wat voor het argument van juristen dat deze dingen niet thuis horen in een grondwet. Die zou alleen rechten en plichten van burgers en bestuurlijke kaders horen aan te geven. Het feit dat dit soort zaken er wél een plek in hebben gekregen, maakt volgens hen het document nodeloos dik en ondoorzichtig.
De vraag is vervolgens: wat is er dan wèl nieuw aan dit - enkele honderden pagina's dikke - document? In feite vrij weinig. Om te beginnen aanpassingen die het mogelijk maken dat de Unie straks met 25 leden nog bestuurbaar is. Zo levert straks niet meer elk land een lid van de Europese Commissie, en worden besluiten in de Europese Raad (de raad van staatshoofden of eerste ministers) niet meer alleen met algemene stemmen genomen. Vrijwel alles gaat voortaan met meerderheid van stemmen, en er komt een verdeelsleutel waarbij wordt bepaald hoeveel stemmen elk land heeft (wij leveren daarbij als klein land in, maar dat is natuurlijk terecht). Ook wordt de voorzitter van de Raad niet langer bij toerbeurt aangewezen, maar voor 2,5 jaar gekozen. En als een soort toegift krijgen de burgers een pietsie meer toegang tot Brussel: er komt een Europese ombudsman. Ook krijgen burgers (maar dat moeten er dan wel een miljoen zijn, afkomstig uit diverse landen) en/of een aantal nationale parlementen bij elkaar de mogelijkheid om de Europese Commissie te vragen iets te heroverwegen.
Een andere noviteit is de instelling van een Europese minister van Buitenlandse Zaken (tevens vice-voorzitter van de Europese Commissie), en de vaststelling in de grondwet dat de EU een eigen buitenlands- en veiligheidsbeleid mag gaan voeren. Dat lijkt een grote stap vooruit: Europa als nieuwe wereldmacht, onafhankelijk van de Verenigde Staten. Maar zover gaan we dus niet. Juist op dit terrein is besloten dat besluiten nog met eenparigheid van stemmen moeten worden genomen, iets wat op alle overige terreinen is afgeschaft. Gezien de Europese verdeeldheid op bijna elk buitenlands terrein, zal een echt eigen beleid met een eigen defensiepolitiek dus nog wel even op zich laten wachten.
Het is, denk ik exemplarisch voor hoe Europa werkt. We zetten de deur open voor iets nieuws, maar voorlopig nog zonder de mogelijkheid er besluitvaardig mee om te gaan. We hopen waarschijnlijk dat dat vanzelf groeit zoals dat eigenlijk met dat hele Europa is gegaan. Want of de eenwording nou uit idealisme voortkwam of niet, er was in feite maar één ding dat vanaf het begin de kar trok: ruim baan voor handel en industrie. De rest hobbelde er achteraan. Inmiddels is Europa een solide systeem, in vele opzichten machtiger dan wijzelf, een feit dat niet meer kan worden teruggedraaid. Maar in bestuurlijke zin lopen we nog steeds achter de feiten aan. In plaats van een transparante Europese democratie is het nog steeds een compromis tussen een Brussels bestuur en een Europa der vaderlanden. En in de praktijk betekent dit dat de integratie haar eigen wetten en eigen dynamiek creëert en dat wij als het ware het gevoel hebben dat Brussel ons boven het hoofd groeit.
Ook deze grondwet verandert daar niet wezenlijk iets aan. Het is vooral een momentopname van hoe de Unie tot nu is geëvolueerd. Stemmen we voor, dan betekent dat instemming met de manier waarop het gaat. Stemmen we tegen (of blijven we weg), dan gaat Europa evengoed door op de ingeslagen weg. Kortom, als voor of tegen al verschil maakt, dan is de scheidslijn ertussen behoorlijk vaag. Wat volgens mij jammer is, want misschien was het wel een keer tijd geweest voor een meer principiële discussie of het zwaartepunt van de democratie zolangzamerhand niet gewoon naar Brussel moet worden verlegd.

donderdag 16 april 2009

EU geeft Israël vrijbrief om korte metten te maken met Palestina

Uit: De Brug, uitgave SIVMO, maart-april 2006

Door Maarten Jan Hijmans

'They not only kick us, but they also tell us how we should react to their kicking.' Deze uitspraak van de in de jaren zestig door de Zuidafrikaanse politie vermoorde zwarte vakbondsman Steve Biko krijg ik niet meer uit mijn hoofd, naar aanleiding van de reacties op het feit dat Hamas de Palestijnse verkiezingen heeft gewonnen.
Israël kicks de Palestijnen al jaren op welke manier het maar kan. Het bouwt in strijd met alle internationale verdragen en afspraken met kracht voort aan een nederzettingenprogramma. Het heeft op alle mogelijke manieren het gezag en de effectiviteit van de Palestijnse Autoriteit ondermijnd. Het wurgt de Palestijnse economie door stelsels van afsluitingen, pasjes, checkpoints, weigering van vergunningen, of regelrechte sabotage. Het hindert het functioneren van de gezondheidszorg en het onderwijs. Het dringt de landbouw terug door het stelselmatig confiskeren van grond en water. Het is bezig datgene wat nog over is van Palestina op te delen in onderling van elkaar gescheiden enclaves, niet in de laatste plaats doormiddel van de bouw van de (door het Internationaal Hof van Justitie als illegaal bestempelde) Muur. De Muur die opnieuw duizenden dunams inlijft bij Israël, Oost-Jeruzalem afsnijdt van het Palestijnse achterland, Palestina in tweeën deelt en op dreigende wijze de contouren zichtbaar maakt van een nieuwe landkaart die strookt met de ideeën van een meerderheid van het Israëlische politieke establishment.
Israël kicks daarenboven door de ondragelijke manier waarop de bezetting van dag tot dag het leven van de Palestijnen beheerst, en door de manier waarop Israëlische troepen huishouden in bezet gebied, van de zogenoemde 'gerichte liquidaties', waarbij behalve het doelwit ook geregeld naaste familie en/of buren en omstanders worden vermoord, tot de straffeloze manier waarop Israël militaire incursies uitvoert. Zoals recent het openbreken van de gevangenis in Jericho om een aantal Palestijnse gevangenen te snaaien en in Israëlische cellen onder te brengen.
Israël kicks. De niet helemaal onbegrijpelijke reactie daarop was een denderende verkiezingsoverwinning van Hamas. Maar vervolgens blijkt dat de Palestijnen niet op de goede manier op de kicking hebben gereageerd. Israël besluit elk contact met een door Hamas gedomineerd Palestijnse bestuur te mijden, het verhoogt het aantal van bijna 300 checkpoints op de Westoever nog eens nog met enkele tientallen, het verbreekt eenzijdig de met behulp van Amerikaanse bemiddeling gemaakte recente afspraken dat landbouw- en andere producten vanuit Gaza ongehinderd via Rafah Egypte binnen mogen, en het legt beslag op de belastingen en accijnzen die bij Israëlische havens en grensovergangen worden geheven op Palestijnse producten. Let wel: belastingen en accijnzen die eigendom zijn van de PA, een roof op klaarlichte dag tot een bedrag van tussen de 50 en 65 miljoen dollar per maand.
En inmiddels hebben de belangrijkste Israëlische partijen laten weten dat zij zich - nu er door de verkiezingsoverwinning van Hamas geen partner meer is aan Palestijnse kant - gereed maken om door 'eenzijdige stappen' de grenzen van een democratische staat met een joodse meerderheid veilig te stellen. De politiek van niet-praten die al vanaf 2001 de aanpak was van de in coma liggende Ariël Sharon, wordt daarmee breed gecopieerd. Hetgeen betekent - daar is geen fantasie voor nodig - dat wie er ook dadelijk de verkiezingen in Israël wint, de 'Muur' een solide kans maakt de nieuwe buitengrens van de staat Israël te worden.
Al met al een verontrustend perspectief, want het schuift de kans op een vergelijk door naar een verre, verre toekomst. Maar wat misschien nog verontrustender is, is dat de Israëlische aanpak door de VS en ook nog eens door de EU, worden gedeeld. Net als Israël vinden de VS en de EU dat Hamas, dat nu via een democratische weg aan de macht is gekomen, kan worden genegeerd omdat het een terroristische organisatie is, die eerst Israël moet erkennen en uit haar Handvest moet schrappen dat Israël geen recht heeft van bestaan.
Nu valt niet te ontkennen dat Hamas de afgelopen jaren verantwoordelijk is geweest voor misdadige terroristische aanslagen. Maar wie zich daarin vastbijt, vergeet dat het optreden van Israël volgens internationale maatstaven in diezelfde periode vaak niet minder als terroristisch kan worden aangemerkt - zij het dat we het dan hebben over staatsterrorisme. En wat dan eveneens vergeten wordt, is dat Hamas al een jaar een bestand in acht neemt en heeft aangekondigd bereid te zijn tot een langdurige overeenkomst met Israël als het zich zou terugtrekken uit alle bezette gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem.

Eén van de meer verbazende conclusies die zich opdringt als we kijken naar de reacties op de overwinning van Hamas, is dat policymakers er zo door leken verrast en zo weinig leken voorbereid op een nieuwe koers van Hamas. Terwijl bij insiders al meer dan een jaar bekend was dat Hamas besloten had zich pragmatisch op te gaan stellen en op het politieke vlak de vruchten te gaan plukken van de populariteit die het als sociaal bewogen, onkreukbare en politieke onbuigzame organisatie had opgebouwd. Niemand minder dan de lamme sheikh Yassin gaf al in 2004 aan dat een politieke oplossing de weg was en dat een langdurige hudna met Israël tot de mogelijkheden behoorde, nog net voor hij met zeven anderen (onder wie twee zoons) door een Israëlische raket naar de andere wereld werd geholpen. Een jaar later, in maart 2005 werd in Cairo een akkoord bereikt tussen Hamas en de PA dat de deur openzette naar wat nu, in januari, is gebeurd. Hamas legde daar vast dat het zou deelnemen aan de verkiezingen, dat het een bestand in acht zou nemen van minstens een jaar (dat zonodig zou kunnen worden verlengd) en dat het onderhandelingen zou beginnen over toetreding tot de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO, let wel: een organisatie die in 1989 met zoveel woorden Israël heeft erkend.
De policymakers, met name die in de VS en de EU, die nu zeggen dat Hamas eerst Israël moet erkennen voor er sprake kan zijn van contact, zouden zich maar eens op het hoofd moeten krabben en zich afvragen wat dat akkoord van Cairo nu eigenlijk inhield. Zij zouden zich eveneens kunnen afvragen of Ismael Haniya, de vroegere assistent van sheikh Yassin en de gedoodverfde nieuwe Palestijnse premier, niet gelijk had toen hij zich afvroeg waarom Hamas wel Israël zou moeten erkennen, terwijl Israël niet eens het principe van een Palestina binnen de grenzen van 1967 had erkend´. Ook zouden zij kunnen nadenken over een recente opmerking van Abu Mazen, de Palestijnse president, die treurig vaststelde dat wij ´al in 1989 Israël hebben erkend, maar wat heeft het ons eigenlijk gebracht?´´
Waar de Europese en Amerikaanse policymakers echter vooral over zouden moeten nadenken is de volgende vraag: geloven zij in een dialoog met de gekozen vertegenwoordigers van het Palestijnse volk, of gaan zij ermee akkoord dat Israël in de komende maanden en jaren unilateraal zijn eigen oplossing gaat opleggen? Die vraag, die sterk doet denken aan de tijd, al die tientallen jaren, dat praten met de PLO taboe was voor Europese en Amerikaanse politici, is ineens weer actueel. Nee: actueler dan ooit.

Israel begint serieus met de annexatie van de Westoever

  Het is natuurlijk onvergeeflijk als je al jaren blogt over het Midden-Oosten en vooral over Israel en de Palestijnen en juist nu, als Isra...