Posts tonen met het label Monuments. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Monuments. Alle posts tonen

donderdag 19 april 2012

Holocaust Dag met een persoonlijke tintje

(Foto's plaquette en monument H.W. Swarttouw)


Vandaag, 19 april, was het holocaust dag (Yom Hashoa), een dag die Israel heeft ingesteld voor de herdenking van de slachtoffers van de nazi-vernietiging. Meestal sla ik die dag over, omdat ik een bezoek aan de jaarlijks Auschwitz herdenking of een bezoek op 4 mei aan de Hollandsche Schouwburg wel genoeg vind. Ik ben vóór holocaust herdenkingen, dat wel,  maar toch ook erg tegen een overkill eraan, aanhanger als ik ben van de school van Norman Finkelstein, die het boek 'De Holocaust industrie' schreef als aanklacht tegen de manier waarop de herdenking van dit verleden tot een politiek wapen is gesmeed.
Maar vandaag was anders.
Een paar maanden geleden werd ik benaderd door Wolter Noordman, inwoner van Heerde (bij Zwolle), die in zijn vrije tijd een productief amateur-historicus is en meerdere boeken over  vergeten episodes uit de Tweede Wereldoorlog op zijn naam heeft. Hij was mij op het spoor gekomen via het Digitaal Monument, waar ik wel eens een email heen gestuurd had en vroeg of ik inlichtingen kon verschaffen over ene Eduard Maurice Hijmans, die in de gemeente Heerde in een een inrichting had gezeten. Noordman wilde dat weten in het kader van een onderzoek naar het lot van zes Joodse patiënten van deze inrichting die waarschijnlijk alle zes in nazi-kampen waren vermoord. 
Edu Hijmans
Ik was me van het bestaan van deze Eduard Hijmans nooit zo bewust geweest. Maar een blik op de familiepapieren in mijn bezit leerde wie hij was: een achter-achterneef van me via de kant van zijn vader die geneesheer directeur was geweest van het ziekenhuis Bronovo in Den Haag. Maar bovendien ook nog eens een achterneef via zijn grootmoeder, Johanna Kann, die van zichzelf ook een Hijmans was. Met mijn hulp wist Noordman naaste familie van hem op te sporen, het verhaal compleet te krijgen en zelfs foto's boven water te krijgen. (zie bijvoorbeeld hiernaast). Eduard Hijmans had van jongs af aan geleden aan epilepsie en was ook mentaal niet 100% procent geweest. Hij was inderdaad in 1943 naar Auschwitz gedeporteerd en daar onmiddellijk na aankomst vergast.
Om een lang verhaal kort te maken: een gevolg van het speuren van Wolter Noordman, en van een daaropvolgend initiatief van de 'Heerder Historische Vereniging' waar hij lid van is, was dat ik op deze Yom Hashoa 2012, met andere genodigden en leden van de joodse gemeente Zwolle, de gast was van de gemeente Heerde. En wel om een verzuim uit het verleden goed te maken. Heerde had namelijk al lang een gedenkplaat voor de 'gevallenen' van 1940-45, maar eerder had niemand ooit gedacht aan die zes Joodse patiënten van de inrichting De Dreef, die toch ook burger van de gemeente waren geweest. Zij kregen vandaag hun eigen plaquette.
Het was een simpele plechtigheid, burgemeester mevrouw Pijnenburg-Adriaenssen hield een speech waarin ze - tot mijn vreugde - aangaf dat herdenken onder meer dient als waarschuwing dat het weer kan gebeuren en dan ook anderen kan treffen. H.J. Swarttouw, kleinzoon van een broer van Edu Hijmans, sprak, en Ben Ketelaar hield een toespraak namens de joodse gemeente Zwolle.
Ik vond het een memorabele bijeenkomst. Om meer dan één reden. Omdat de gemeente Heerde de moeite had genomen voor deze herdenking en daarvoor, kennelijk in samenspraak met de joodse gemeente Zwolle, deze dag had uitgezocht. Omdat Wolter Noordman een nieuw klein stukje vergeten tragiek van de holocaust had opgediept, dat omdat het ineens zo dichtbij kwam als het ware een nieuw licht wierp op het menselijk lijden dat ermee gemoeid was. Door de confrontatie met deze voor mij onbekende familiegeschiedenis en door het zien van de foto met toch ook wel herkenbare familietrekken kreeg het lot van deze zes kwetsbare mensen die ten onder zijn gegaan in de nazi-vernietigingsmachine ineens een soort extra emotionele dimensie.
De confrontatie met  deze onbekende familie-geschiedenis had trouwens ook een aangename kant.  Ineens heb ik er nu een achterneef bij van wie ik het bestaan nooit had geweten, en met wie ik hier dus kennismaakte: Henk Swarttouw, die over een paar maanden naar Helsinki vertrekt als ambassadeur. Aan hem dank ik de foto's bij dit stukje.

woensdag 26 oktober 2011

Prominente archeologen in het geweer tegen het 'Museum van de Intolerantie'


 Ik heb het op dit blog vaker gehad over de plannen van het Simon Wiesenthal Center (SWC) in Los Angeles om een 'Museum van de Tolerantie' te bouwen in Jeruzalem. Dat museum verrijst - ausgerechnet - op een deel van de eeuwenoude Mamilla (Ma'aman Allah) begraafplaats net even buiten de muren van de antieke stad, waar al sinds de 7e eeuw mensen begraven liggen. Onder hen zijn metgezellen van Saladin die de stad in de 12e eeuw bevrijdde van de Kruisvaarders, en de stamvaders van een groot aantal van de belangrijkste Jeruzalemse families. Het weerhoudt de Israelische overheden en het SWC er niet van met de plannen door te gaan, ondanks het feit dat de joodse religie - net zo goed trouwens als de islamitische - het ruimen van begraafplaatsen verbiedt. En dat allemaal dus in de naam van ...de tolerantie.

Er is al veel te doen geweest om de plannen. Diverse publicaties, zoals deze over de historische achtergrond. Rechtszaken voor het  hooggerechtshof waar (zie hier) ondeugdelijk bewijsmateriaal werd aangevoerd en door de rechters geaccepteerd terwijl een verklaring van de archeoloog die voor de Israelische Dienst van Oudheden een proefopgraving had gedaan werd weggemoffeld, de architect Frank Gehry die zich terugtrok, protesten van Joodse kant, waaronder de Reformbeweging in de VS, 
 Bij alle tegenstemmen hebben zich nu 84 toparcheologen gevoegd van over de hele wereld (waar vreemd genoeg geen enkele Nederlander bij was. Hebben wij geen toparcheologen?). In een brief aan het SWC, de burgemeester van Jeruzalem, Nir Barkat, en de directeur-generaal van de Israelische Dient van Oudheden, tekenen zij bezwaar aan tegen het verder vernielen van een begraafplaats van ongekend grote historische waarde en tegen het - in strijd met alle internationaal geaccepteerde regels - opgraven van duizenden menselijke resten die vervolgens onceremonieel opeen onbekende plaats worden gedumpt.

 Mamilla met de muur rond de bouwactiviteiten op de achtergrond

De 84 schrijven onder meer
We are aware of the undeniable importance of Mamilla as one of the oldest and most prominent cemeteries in Jerusalem and throughout the Holy Land. We are also confident, in accordance with the archaeological data collected by the Israeli Antiquities Authority’s Chief Excavator of the museum site, that the area of the historic cemetery remains replete with several layers of Muslim graves housing human remains and archaeological monuments dating back to at least the 12th century. 
The well-documented history of the Mamilla cemetery, which once covered 134 dunums (about 33 acres), reveals that it is a hallowed burial ground where centuries of Muslim notables, military officials, religious figures, and countless other Jerusalemite families were buried. 
The caves in the cemetery that contain human remains are claimed to be the resting site of Jews, Christians and Muslims. They are documented to be the site of mass burials from Persian massacres of Christians in the 7th Century. The cemetery also contains the Mamilla Pool, an ancient reservoir dating back to the 1st Century B.C.E., which provided water for the city of Jerusalem for centuries and was likely linked to a Herodian aqueduct system.
Mamilla has thus lived through and contains the built and buried remains of many major historical events spanning the Jewish, Christian and Muslim history of the Holy Land, making it a heritage site of global interest and value. While we understand that portions of the original cemetery have been converted into parks and other structures, we also know that opposition to these previous projects was consistent, and that the latest and most invasive encroachment on the cemetery to build the “Museum of Tolerance” involved deep excavations that resulted in the disinterment of hundreds of human bones and other important antiquities in an unscientific and disrespectful manner. 

Het hele document is hier te vinden Het valt te vrezen dat de brief van de 84 geen gevolgen zal hebben. Israel heeft een reputatie hoog te houden als het gaat om het vernielen van monumenten die getuigen van een historische aanwezigheid van anderen dan Joden in het heilige land.


zondag 17 juli 2011

Groen licht voor museum van de schande

 De Mamilla begraafplaats.

Eén van de meest trieste en treurigmakende nieuwsfeiten van de afgelopen week is dat het Israelische ministerie van  binnenlandse zaken afgelopen dinsdag 12 juli, na lange juridische gevechten, de definitieve goedkeuring heeft verleend voor de bouw van een museum in het centrum van Jeruzalem door het Simon Wiesenthalcentrum in Los Angeles. Dit museum, dat een museum van de 'Tolerantie' moet worden en 100 miljoen dollar zal gaan kosten, zal - schrik niet - verrijzen bovenop één van de oudste en historische meest interessante islamitische begraafplaatsen in de wereld.
De Mamilla begraafplaats gaat  terug tot de tijd van de verovering van Jeruzalem door de kruisridders in de 11e eeuw en volgens sommigen zouden er zelfs al graven zijn uit de 7e of 8ste eeuw. Op deze begraafplaats liggen behalve de mensen die werden  gedood tijdens de slachting die de kruisridder er aanrichtten, ook de gesneuvelde strijdmakkers van Saadin (Salah Eddin al-Ayyubi) de man die de stad 100 jaar later weer heroverde, en mogelijk liggen er zelfs nog metgezellen van de profeet Mohammed. Afgezien daarvan liggen er generaties na generaties van de bekendste islamitische families van Jeruzalem  begraven, zoals de Husseini's, Khalidi's, Nashashibi's, Dajani's en noem ze maar op.
In de Joodse wereld is het zo dat Joodse begraafplaatsen niet geruimd mogen worden. Ze moeten, in overeenstemming met de profetie van Jesaja, bewaard blijven tot de tijd van de wederopstanding van de doden. Ik herinner me nog als de dag van gisteren het drukke diplomatieke verkeer van de kant van Israel toen er begin jaren '90 plannen waren in Cairo om een rondweg over de uitgestrekt Joodse begraafplaatsen daar te leiden en hoe dat uiteindelijk werd afgewend. Ook in de islamitische wereld bestaat het principe dat begraafplaatsen niet mogen worden geruimd. Maar Israel hanteert duidelijk andere maatstaven wanneer ergens Joden begraven liggen, dan wanneer het om islamieten gaat. En zeker in het geval van de Mamilla begraafplaats is in dit opzicht sprake van een opeenstapeling van treurigstemmende beslissingen.
De begraafplaats viel in 1948 bij de verovering van West-Jeruzalem in Israelische handen, terwijl de beheerder, de islamitische Waqf (de stichting die religieuze moslim-bezittingen beheert) in Oost-Jeruzalem zetelde. Het gebied werd daarom als 'absentee propertee' behandeld (bezit waarvan de bezitter afwezig was, een eufemisme dat gold voor de bezettingen van alle gevluchte of verjaagde Palestijnen en waarvan het beheer daardoor verviel aan de Israelische staat). Nadat Israel in 1967 ook Oost-Jeruzalem had veroverd, deed de Waqf het verzoek de begraafplaats weer onder haar beheer te mogen nemen, maar dat werd niet ingewilligd. Integendeel. Ondanks protesten van de Waqf, werd in hetzelfde jaar 1967 nog een deel van de begraafplaats tot parkeerplaats gemaakt, waarbij een onbekend aantal opgegraven lichamen zonder de aanwezigheid van moslim-autoriteiten op een tot dusver onbekende plaats werd herbegraven. Een jaar later, in 1968, werd ter gelegenheid  van het 20-jarig bestaan van Israel, zelfs een groot deel van de begraafplaats (ongeveer de helft ervan) omgespit om plaats te maken voor een park, het Israelische Onafhankelijkheidspark. Daarbij werden  bestaande, soms eeuwenoude grafmonumenten verwijderd.
En nu - in de derde fase van deze treurige geschiedenis van gebrek aan respect en van intolerantie -  werden enkele jaren geleden plannen ontvouwd om op de begraafplaats een museum neer te zetten, een museum voor de Tolerantie nog wel (hoe krijgt iemand het voor elkaar in dit verband. Om je een goede voorstelling ervan te maken hoe zoiets voor de betrokkenen voelt, moet je je indenken dat een islamitische organisatie hier in Nederland zou voorstellen een museum van de Tolerantie neer te zetten op een monumentale Joodse begraafplaats, bijvoorbeeld de Portugees-Israelitische begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel).
Islamitische organisaties en leden van families die verwanten op de Mamilla-begraafplaats hebben liggen, spanden rechtszaken aan. Maar het Israelische hooggerechtshof liet zich door de voorstanders van de bouw overtuigen dat de Mamilla begraafplaats al jaren niet meer werd gebruikt (logisch, hij was al jaren in Israelische handen) en dat er nooit was geprotesteerd toen een deel tot parkeerplaats was gemaakt (wat aantoonbaar niet waar was, zie onder meer de foto hieronder).
1967, leden van de Waqf en de islamitische gemeenschap nemen de vernielingen in ogenschouw die zijn aangericht op de Mamilla-begraafplaats bij het aanleggen van een parkeerplaats en ruimen beenderen die zijn achtergebleven bij de graafwerkzaamheden.

Afgezien daarvan accepteerde het hof een verklaring van een obscure, vermoedelijk corrupte imam in Jaffa dat de begraafplaats doordat zij al een tijdje niet gebruikt was, haar wijding zou hebben verloren, iets wat in de islam net zomin kan als in het jodendom. En tenslotte werden getuigenissen van tenminste één archeoloog in dienst van de Israelische archeologische dienst dat er nog duizenden lichamen op de plaats van de bouw in de grond zouden zitten, door het hof genegeerd.  
En nu is er dus definitief groen licht voor aflevering drie van de ontheiliging. Rashid Khalidi is een van de mensen die zich inzet voor behoud van de begraafplaat waar zover de herinnering reikt al zijn voorouders liggen. Hier een lezing van hem en een verwijzing naar meer documentatie. Ikzelf  heb ook al eerder over deze zaak geschreven. Hier en hier.  De reden daarvoor is dat ik het doodzonde vind  als deze begraafplaats, die een historisch en cultureel monument van wereldformaat is, verloren gaat, Maar vooral ook omdat ik me ontzettend boos kan maken over de dubbele standaarden die hier worden gehanteerd en die hier zo pijnlijk duidelijk naar voren komen in het gelieg en gedraai van alle betrokken instanties tot en met het hooggerechtshof toe, om toch maar vooral net te doen alsof die begraafplaats niet veel meer is dan een braakliggende stuk grond waar die verdomde Palestijnen weer allerlei leugens over te berde brengen om de Joden dwars te zitten. (Zie bijvoorbeeld de berichtgeving in één van de media van de kolonisten, Arutz 7, hier). Een museum voor de Tolerantie? Een museum voor een dubbele, leugenachtige, racistische moraal zullen ze bedoelen. Een museum van de driedubbele schande.

vrijdag 6 augustus 2010

Jeruzalem vernielt weer 15 graven op Mamilla begraafplaats


De Gemeente Jeruzalem heeft woensdag opnieuw 15 graven vernield op de eeuwenoude islamitische Mamilla-begraafplaats. Dat gebeurde met bulldozers, onder begeleiding van politie. Het Alternative Information Centre (AIC) maakte foto's waarvan de hierboven staande er één is. Volgens de Al-Aqsa stichting voor Waqf en Erfgoed die zorgt voor onderhoud en restoratie van de begraafplaats begon het werk vroeg in de morgen.
Mamilla (Ma'aman Allah) was volgens de overlevering al in de zevende eeuw in gebruik als begraafplaats, wat zou betekenen dat sommigen van de vroegste moslim-veldheren er begraven liggen. Zeker is dat strijders van Salah ed-Din al Ayyubi (Saladin) die de kruisvaarders uit Jeruzalem verdreven er begraven liggen, evenals generaties Jeruzalemse families als de Husseini's, Nusseibehs, Khalidi's, Dajani's en Nashashibi's. Mamilla is in het nieuws omdat het Simon Wiesenthal Centre uit Los Angeles bezig is op een gedeelte ervan een Museum van de Tolerantie (sic) te bouwen (Ik heb daar op mijn blog eerder over geschreven). Een aantal nazaten van die families heeft naar aanleiding van dit project in februari een klaagschrift gestuurd naar de VN-organisatie voor Cultuur, UNESCO, met de vraag in actie te komen. Volgens de Palestinian Telegraph heeft de Islamitische Beweging in Israël naar aanleiding van de vernielingen van woensdag ook een klacht gedeponeerd bij de politie in Jeruzalem.
M
Een blik nop een stuk van de begraafplaats waar geen bulldozers overheen gegaan zijn.

dinsdag 16 februari 2010

Hoe het Simon Wiesenthal Centre bezig is met het bouwen van een Museum van de Schande

 De Ma'man Allah (Mamilla) begraafplaats met graftombes uit de 19e eeuw.

Joden kennen het principe dat hun begraafplaatsen niet mogen worden geruimd. Dat heeft te maken met het geloof in de wederopstanding. In de profetie van Yeshayahu (Jesaja) wordt voorspeld hoe, als  de Mashiah (Messias) komt de botten zich weer aaneen zullen voegen en  met vlees worden bekleed, zodat de doden kunnen herrijzen.
Islamieten kennen een soortgelijk principe: ook hun begraafplaatsen mogen nooit en te nimmer worden geruimd.
Juist door deze overeenkomst tussen de religies is het volgende verhaal zo pijnlijk. Het gaat om de islamitische Mamilla (Ma'aman Allah) begraafplaats in Jeruzalem, waarop  het Simon Wiesenthal Center uit Los Angeles twee gebouwen wil neerzetten, een Museum van de Tolerantie en een Museum van de Menselijke Waardigheid. De eerste steen voor het project werd gelegd in 2004 door de gouverneur van Californië, Arnold Schwarzenegger in het bijzijn van de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Israël, Daniel Kurtzer.
 
Tombe van de 12e eeuwse Mammelukse heerser Al-Qabki.

De Mamilla begraafplaats is ongeveer 1000 jaren oud en dus één van de oudste ter wereld. De begraafplaats ligt net even buiten de antieke stadsmuren van de Oude Stad (hij wordt begrensd door de King George- Agron-; Hillel- en Menashe ben Israel Straten)  en gaat terug tot de tijd van Salah ed-Din el Ayyubi (Saladin), de man die de kruisvaarders uit Palestina verdreef (en - maar dat terzijde - de Joden toestemming gaf terug te keren naar Jeruzalem). (sommigen neem zelfs aan dat de plek nog ouder is, en dat er strijders begraven liggen van de allereerste moslim-veroveraars die Jeruzalem innamen in 640). Uit de tijd van Saladin ligge er dignitarissen en ministers. Sommigen van hen waren voorzaten van families die nu nog in Jeruzalem voorkomen. Vele duizenden bewoners van Jeruzalem na hen, waaronder leden van families die tot op de huidige dag een rol spelen in Jeruzalem; zoals de Husseini's, de Nashashibi's, de Dajani's, de Khalidi's  of de Nusseibehs, volgden hen.
 
Leden van de waqf en de moslimgemeenschap inspecteren in 1967 de vernielingen die Israël heeft aangericht bij het aanleggen van een parkeerplaats en verzamelen botten die bij de graafwerkzaamheden zijn achtergebleven.

 
De in een park veranderde Mamilla begraafplaats.
 
De begraafplaats viel onder de verantwoordelijkheid van de Waqf (islamitische beheersstichting) die ook de Haram al-Sharif  (Tempelberg) beheert, maar viel bij de verdeling van Jeruzalem in 1948 in Joodse handen en werd toen tot zogenaamde 'absentee property' verklaard. Een gedeelte van de begraafplaats aan de kant van de Hillel Straat werd in 1967 geasfalteerd en tot parkeerplaats gemaakt, terwijl er ook een parkeergarage werd aangelegd. Tevergeefs deed de Waqf in 1967, na de verovering van Oost-Jeruzalem door Israël, het verzoek het beheer over de begraafplaats weer te mogen overnemen. Een jaar later werd nog een veel groter gedeelte van de begraafplaats - iets meer dan 50%, overwegend aan de kant van de King George Straat  - omgetoverd in een park, dat ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van Israël de naam 'Onafhankelijkheidspark (Gan Ha'atsmaut) kreeg. De nog aanwezige grafstenen en resten van grafstenen op dat gedeelte werden bij die gelegenheid verwijderd en het aanzien van een begraafplaats verdween volledig onder het park.
 
Graven met op de achtergrond het hek rond de bouwplaats van de nieuwe musea. 

En inmiddels is zich dus weer een nieuwe bedreiging aan het voltrekken: de bouw van de twee musea door het Wiesenthal Centre. Het Centrum heeft daarvoor van de Israëlische regering het gedeelte gekregen dat al jaren in gebruik is als parkeerplaats, plus nog wat erbij. Belangrijke Jeruzalemmers en de moslimautoriteiten hebben daartegen bezwaar gemaakt bij het Israëlische hooggerechtshof, maar dat werd in 2007 ongegrond verklaard. In de Los Angeles Times van 12 februari is in een stuk van rabbijn Marvin Hier, de directeur van het Wiesenthal Centrum, te lezen wat de overwegingen waren van het Hof. Die komen in grote trekken hierop neer:  1) Het parkeerplaatsgedeelte was al meer dan 50 jaar niet meer als begraafplaats in gebruik en niemand had daar ooit bezwaar tegen gemaakt; 2) de Israëlische Archeologische Dienst had een 250-tal resten van lichamen opgegraven en herbegraven en 2) een islamitische imam had de begraafplaats ooit 'mundras' verklaard, wat zo veel wil zeggen als 'in onbruik en niet langer geheiligd'.
Een groot aantal nazaten van mensen en families die op de begraafplaats begraven liggen heeft daarop - gesteund door een aantal mensenrechtenorganisaties een petitie opgesteld. De petitie is - omdat in Israël geen recht meer te verkrijgen was - gericht aan de Unesco en diverse andere organisaties van de VN. Onder meer de volgende punten worden erin naar voren gebracht: 1) de Palestijnen in Israël konden tot 1966 geen bezwaar maken tegen de onteigening van de begraafplaats, want de Arabische bevolking van Israël leefde tot 1966 onder militair bestuur, 2) opeenvolgende Israëlische regeringen en instanties hebben in de jaren voor 1967 steeds aangevoerd dat de begraafplaats een belangrijk cultureel erfgoed vertegenwoordigde en daarom in stand zou worden gehouden. Die beloftes werden vervolgens gebroken; 3) het verzoek van de Waqf uit 1967 om weer het beheer over de begraafplaats te mogen overnemen, werd afgewezen, 4) het besluit om de begraafplaast 'mundras' te verklaren was onwettig en was uitgevaardigd door een imam in Israëlische dienst uit Jaffa, die een jaar later wegens fraude werd veroordeeld. De islamitische rechtbank van Jeruzalem heeft dit besluit nietig verklaard. Er is namelijk geen enkele mogelijkheid onder islamitisch recht om een begraafplaats die lang in gebruik is geweest als 'mundras' te bestempelen. Zo'n begraafplaats blijft altijd geheiligd (zoals dat ook met joodse begraafplaatsen het geval is);  5) De Israëlische Archeologische Dienst heeft 250 lichamen opgegraven zonder dat daar - volgens de regels - islamitische geestelijken bij aanwezig waren, niemand weet ook of, en zo ja waar, ze zijn herbegraven  Maar wat erger is: de Israëlische Archeologische Dienst had vastgesteld dat er nog minstens 200 lichamen zijn achtergebleven en dat  in vier diepere lagen zich vermoedelijk nog ten minste 2000 andere graven bevinden op dit deel van het terrein. Het rapport van de desbetreffende archeoloog, Gideon Suleimani, is niet aan het hooggerechtshof meegestuurd, zoals Suleimani zelf in een stuk dat bij de petitie is gevoegd, verklaart.
Begraafplaats die parkeerplaats is geworden. Hier komt een deel van het Museum van de Schande.


Er stijgt een bijna  onvoorstelbaar racistische denkwereld op uit dit verhaal. Wie zich realiseert dat elke opgraving in Israël onmiddellijk wordt stilgelegd als er een maar een middenvoetsbeentje of vingerkootje wordt gevonden dat wellicht aan een Jood heeft toebehoord, weet wat ik bedoel. En hoeveel boosheid  klonk er niet door in de verhalen, destijds van de Joodse kant,  over het feit dat het leger van Jordanië Joodse grafstenen van de Olijfberg zou hebben gebruikt om er wegen en latrines van te maken? Hoeveel moeite heeft Israël zich niet getroost om Egypte, eind jaren '80 toen ik er correspondent was, via rechtstreekse en indirecte (Amerikaanse) diplomatieke druk van te weerhouden een geplande vierbaans rondweg om Cairo deels over de uitgestrekte Joodse begraafplaatsen van Cairo te laten lopen?
Als het Wiesenthal Center en rabbijn Marvin Hier hun zin krijgen - en dat zal wel gebeuren - dan wordt dat museum dus helemaal geen museum van de Tolerantie, maar van de Intolerantie, de Schande en de Menselijke Onwaardigheid. Zoals trouwens ook het 'Onafhankelijkheidspark' wat mij betreft mag worden hernoemd tot  'Nationaal monument  van het Israëlische racisme'.

.P.S:  1) Het is ook tekenend dat zich bij de organisaties die de opstellers van de petitie steunen niet één Joods-Israëlische organisatie bevindt, behalve de organisatie Zochrot (Herinneringen). Maar dit piepkleine clubje stelt zich dan ook tot doel de herinnering aan de Nakba levend te houden. Op grond van hun filosofie die ik deel, dat ware verzoening met de Palestijnen uiteindelijk alleen mogelijk zal zijn als de Israëli's zich bewust worden van het onrecht dat zij jegens de Palestijnen hebben bedreven.
P.S.  2) Israël heeft een wet op de Bescherming van Heilige Plaatsen. Daar staan 137 plaatsen en monumenten op. Het Amerikaanse State Department constateerde in zijn rapport uit 2009 over Internationale Interreligieuze vrijheid dat er geen enkel christelijk of islamitisch monument tot deze 137 behoort.   

Israel begint serieus met de annexatie van de Westoever

  Het is natuurlijk onvergeeflijk als je al jaren blogt over het Midden-Oosten en vooral over Israel en de Palestijnen en juist nu, als Isra...