Posts tonen met het label Hannah Arendt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hannah Arendt. Alle posts tonen

maandag 22 juni 2015

Wat is een antisemiet? Iemand aan wie rechtse ''opiniemakers'' de pest hebben

De eerste Jood die land kocht in de duinen ten noorden van Jaffa, op een plek waar vervolgens drie jaar later, in 1909, Tel Aviv ontstond, was een Nederlander: de bankier Jacobus Kann. Dezelfde Jacobus Kann stond ook aan de wieg van de bank die later Bank Leumi, de Nationale Bank van Israel, zou gaan heten. In Nederland was hij één van de drie oprichters geweest van de Nederlands Zionisten Bond (NZB). Een aantal jaren zat hij in het bestuur van de World Zionist Organization. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij beheerder van de fondsen van de organisatie toen die in het neutrale Nederland waren ondergebracht. In de jaren '20 was hij de eerste Nederlandse consul in Jeruzalem. Je zou dus kunnen zeggen dat Kann zijn sporen als zionist wel heeft verdiend. Toch is er in heel Israel nauwelijks een steegje, laat staan een plein of straat, te vinden dat naar Jacobus Kann is genoemd. De reden hiervoor laat zich raden. Kann was bevriend met Juda Magnes, de stichter en eerste rector van de Hebrew University, en de filosoof Martin Buber. Hij was een sympathisant, zoniet een lid van hun beweging ''Brit Shalom'' (Het Vredesverbond), die geen Joodse staat ten koste van de oorspronkelijke bevolking van Palestina wilde, maar een compromis. Brit Shalom was tot David Ben Gurion in 1947-1948 de zaak forceerde en tegen de wil van de Arabische meerderheid de Staat Israel uitriep, voorstander van een ''binationale'' staat. Het was daarom een beweging die achteraf allesbehalve populair was bij de ''mainstream'' zionisten. Het feit dat Kann in de zionistische geschiedschrijving niet de plaats heeft gekregen die hij verdiende, heeft daar vrij zeker mee te malen.
Joden hebben altijd al een tendens gehad om pluriformiteit in hun gelederen te onderdrukken.

vrijdag 17 april 2009

Hannah Arendt: analyseren om de werkelijkheid te temmen

Boekbespreking in het NIW, ...2006

De opkomst van het nazisme in Duitsland en later Oostenrijk leidde destijds tot een uittocht van linkse en Joodse intellectuelen. Velen van hen weken uit naar de VS en zetten daar vaak schijnbaar moeiteloos hun carrière voort. De Amerikaanse academische wereld en Hollywood plukken er nòg de vruchten van. Eén van die immigré's was de van oorsprong Duitse filosofe Hannah Arendt (1906 - 1975). Ook zij verwierf zich een plaats in het Amerikaanse academische landschap. Haar oeuvre zou grotendeels in het teken komen te staan van de gebeurtenissen die haar gedwongen vertrek naar de VS hadden bepaald en meer in het algemeen van de kwalen van de 20ste eeuw: het falen van de democratie, de opkomst van totalitaire regimes, jodenvervolging en kwaad en geweld. Ze stortte zich erop met een mengeling van emotionele betrokkenheid en analytische afstandelijkheid en verwierf zich zo een vrij unieke plaats onder de politieke denkers van de 20ste eeuw.
Ook in Nederland staat Arendt nog steeds volop in de belangstelling. Er worden universitaire cursussen en symposia aan haar gewijd en een tastbaar bewijs van belangstelling is de recente verschijning van de nodige boeken in Nederlandse vertaling. Daaronder één deel - Totalitarisme - van het driedelige The Origins of Totalitarianism, het werk waar zij in 1951 beroemd mee werd en waarin zij de aard en het succes van totalitaire systemen als nazisme en Stalinisme probeert te verklaren. Verder een heruitgave van haar destijds geruchtmakende verslag van het Eichmann-proces in Jeruzalem, en een selectie uit haar gepassioneerde, uiterst kritische essays over het zionisme en de omstandigheden waaronder de onafhankelijkheid van Israël werd uitgeroepen: ''Zionisme bij nader inzien". Ook de prachtige biografie van haar leerlinge Elizabeth Young-Bruehl uit 1982 is nu eindelijk in het Nederlands vertaald. Eerder waren onder meer al vertalingen verschenen van On Revolution waarin ze de tekortkomingen van ons systeem van indirecte democratie analyseert en zich voorstander toont van systemen met een directe vertegenwoordiging zoals radendemocratie) en On Violence, dat werd geschreven tegen de achtergrond van studentengeweld in de jaren zestig en van de politieke moorden op Kennedy en Martin Luther King.
In onderlinge samenhang geven deze boeken een goed beeld van waar Arendt mee bezig is geweest. Eigenlijk zijn het alle belangrijke negatieve zaken geweest waar ze zelf als Duitse Jodin mee te maken kreeg en die haar leven hadden beïnvloed. - antisemitisme, nazi-bewind, oorlog, jodenvervolging. Ze probeerde de achtergronden van deze barre werkelijkheden te bevatten en in een kader te plaatsen - misschien wel om zo de werkelijkheid in toom te kunnen houden. Strikt genomen kwam ze daarmee buiten het terrein van haar vakgebied, de filosofie. Zelf noemde ze zich ook bij voorkeur geen filosoof, maar politiek filosofe. Al doende leverde ze geen pasklare politieke theorieën of oplossingen, maar wel scherpe analyses die ons ook nu, in een periode waarin de opkomst van populistische of rondweg ultra-rechtse partijen in tal van landen tekenen zijn van de kwetsbaarheid van ons democratische systeem, nog volop stof ter overdenking geven.
Het begon heel anders. Opgegroeid in Königsberg als dochter van geassimileerd Joodse ouders, ging Arendt in 1925 theologie studeren in Marburg. Ze raakte er in de ban van de liefde voor filosofie van de klassieke oudheid van de 17 jaar oudere, getrouwde hoogleraar filosofie Martin Heidegger met wie ze ook vrijwel direct een verhouding kreeg. Twee jaar later week ze uit naar Heidelberg om verder te studeren bij Heideggers's collega Karl Jaspers. De verhouding met Heidegger, die ook altijd een stempel op haar werk bleef drukken, bleef echter bestaan. In ieder geval tot het moment, in het begin van de jaren dertig, dat Heidegger zich als propagandist van de nazi's ontpopte. Het contact tussen beiden (gedocumenteerd is in een briefwisseling waarvan eveneens onlangs een Nederlandse uitgave verscheen), werd trouwens na de oorlog weer enigszins hersteld.
Onder druk van de toegenomen nazi-dreiging voltrok zich echter een verandering in de geassimileerde Arendt. Haar dissertatie ging weliswaar nog over het begrip liefde bij de kerkvader Augustinus, maar haar volgende project (1929), een biografie van de 18e eeuwse Rachel Varnhagen die haar Joodszijn wegmoffelde en zich liet dopen om tot de beau monde van die dagen te kunnen behoren, verried een toegenomen belangstelling voor de problemen die te maken hebben met het behoren tot een Joodse minderheid. Het boek, Rahel Varnhagen, a Jewish Woman, werd overigens pas in 1958 uitgegeven in de VS.
In dezelfde tijd zocht Arendt ook toenadering tot de Duitse zionisten en hun leider Kurt Blumenfeld met wie ze lang bevriend zou blijven. Toen ze in 1933 voor Blumenfeld en de zijnen in bibliotheken onderzoek deed naar antisemitische propaganda, werd ze korte tijd door de Gestapo vastgehouden. Ze zocht daarop de wijk in Frankrijk. Daar raakte ze betrokken bij de Jeugd Aliyah. Tevens leerde ze er haar tweede man en ware levensgezel kennen, Heinrich Blücher, een niet-joodse, voormalige communist, die net als Heidegger een grote invloed op haar werk zou gaan uitoefenen. Samen met hem wist ze nadat Frankrijk door de nazi 's onder de voet was gelopen in 1941 naar Amerika te ontkomen, overigens niet dan nadat ze had weten te ontsnappen uit het kamp Gur waarin ze korte tijd was geïnterneerd.

Defaitisme
In de VS kreeg Arendt vrij snel aansluiting bij de intelligentsia. De historicus Salo Baron hielp haar aan een baan bij Schocken Books, de voortzetting van een uitgeweken Duits-Joodse uitgeverij en ze vond aansluiting bij emigrantenkringen rond Columbia University. Vrijwel meteen na aankomst begon ze aan The Origings of Totalitarianism, tegelijkertijd begon ze ook voor Duits-Joodse emigrantenblaadjes en schrijven. De stukken over zionisme en het totstandkomen van Israël die Hella Rottenberg bijeenbracht, vertaalde en inleidde in de bundel "Zionisme bij nader inzien", werden in die periode geschreven. Het zijn stukken waarin - heel kernmerkend - een heftige en vaak spottende toon samengaat met scherpe analyses. Zo voorspeelt ze dat het gebrek aan overeenstemming met de Arabieren de Joodse staat veroordeelt om in lengte van jaren afhankelijk te blijven van machtige externe beschermers. Ze hekelt de opvatting die onder invloed van founding father Theodor Herzl gemeengoed is geworden in het zionisme, dat antisemitisme iets onveranderlijks is - een soort natuurverschijnsel. In haar ogen leidt dat tot een gevaarlijk soort defaitisme: Israël stelt zich op alsof het nu eenmaal hoe dan ook gedoemd is tegen de rest van de wereld te strijden. Het zijn kortom, buitengewoon kritische stukken die toen - waarschijnlijk trouwens nog steeds niet - de handen van de meeste zionisten niet op elkaar konden krijgen, maar wèl gaan over de dilemma's waar Israël bijna 60 jaar later nog steeds mee worstelt.
Eveneens zeer de moeite waard is de heruitgave van haar verslag van het proces van de jodenmoordenaar Eichmann in 1963. ''Eichmann in Jeruzalem'' (ondertitel ''De banaliteit van het kwaad'').

Ambtenaar
Het absolute kwaad - en de oorzaken ervan - was één van de thema's waar Arendt erg in was geïnteresseerd. Vandaar dat ze direct nadat de SS-er Eichmann in Argentinië was gearresteerd, de New Yorker het aanbod deed het proces te verslaan. Haar voornaamste conclusie - dat Eichmann niet de supermoordenaar was die de Israëlische autoriteiten van hem wilden maken, maar veeleer een ijselijk gewoon iemand, een volijverige ambtenaar die zorgde voor een perfecte dienstregeling van de moordtransporten - zorgde internationaal voor grote opwinding. Met name in Israël werd boos gereageerd op haar constatering dat het proces een theaterstuk was dat Eichmann een belangrijkere rol wilde toedichten in de moordmachine dan hem toekwam. Ook haar vaststelling dat uit het proces bleek dat de Joodse Raden op veel plaatsen een veel grotere rol hadden gespeeld bij de uitvoering van het drama dan tot dat moment was aangenomen, viel volstrekt verkeerd. Het kostte haar vele vrienden (onder wie Kurt Blumenfeld, de vroeger voorman van de Duitse zionisten). Bij herlezing moet ik echter zeggen dat haar voorstelling van zaken (die onder meer gedeeld werd door Abel Herzberg en Harry Mulisch, twee Nederlanders die het proces eveneens volgden) niet alleen geloofwaardig overkomt, maar ons eigenlijk meer over het kwaad leert dan als Eichmann wèl een absolute boosdoener was geweest. Verbazend, dat daar 40 jaar geleden zoveel om te doen is geweest.
Blijft over de vraag: wat te doen met dit wel erg royale aanbod aan Arendt-boeken zo ineens. Wat raad een recensent zijn lezers aan? Een moeilijke vraag, want eigenlijk ontstaat alleen bij het lezen van meer van haar werken een soort totaalbeeld van waar het bij Arendt allemaal om ging. (Boeken óver haar, zoals die van Dirk de Schutter en Peter Venmans, hielpen mij niet echt op weg) Misschien beginnen met de meest leesbare twee: Eichmann in Jeruzalem en Zionisme bij nader inzien? En de biografie van Young-Bruehl ernaast? Bij mij werkte het.
Maarten Jan Hijmans

Hannah Arendt, Het zionisme bij nader inzien.Vertaald, geannoteerd en van een inleiding voorzien door Hella Rottenberg. Mets & Schilt, Amsterdam, 2005

Hannah Arendt, Eichmann in Jeruzalem,De banaliteit van het kwaad.Met een voorwoord van Ido de Haan.Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2005

Hannah Arendt, Totalitarisme.Inleiding, vertaling en glossarium Remi Peeters en Dirk De Schutter,Boom, Amsterdam, 2005

Elisabeth Young-Bruehl, Hannah Arendt, een biografie. Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2005

Peter Venmans, De ontdekking van de wereld, Over Hannah Arendt, Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2005

Dirk de Schutter, Het ketterse begin,Hannah Arendt over de filosofie van het actieve leven,Uitgeverij Damon, Budel, 2005

zaterdag 11 april 2009

Hannah Arendt en haar onbehagen over de zionistische politiek

Uit De Brug, december 2005. - De Brug is een uitgave van Steuncomité Israëlische vredesgroepen en mensenrechtenorganisaties (SIVMO).



Door Maarten Jan Hijmans
Dertig jaar na haar dood mag de politieke filosofe Hannah Arendt (1906-1975) zich verheugen in een nog steeds onverflauwde belangstelling. Universiteiten wijden colleges aan haar en politicologen borduren voort op haar analyses van de totalitaire staat, de zwakheden van ons systeem van indirecte democratie, of van de natiestaat die zichzelf heeft overleefd. Als teken van deze belangstelling verscheen dit jaar en verleden jaar een aantal van haar boeken in Nederlandse vertaling. Daaronder 'Zionisme bij nader inzien ', een door Hella Rottenberg samengestelde en door haar van een inleiding voorziene bundel van nooit in Nederland gepubliceerde kritische opstellen over het zionisme en de manier waarop de staat Israël in het leven werd geroepen.

'Sommige zionistische leiders doen het voorkomen te geloven dat de Joden zich tegen de hele wereld kunnen handhaven en dat zijzelf kunnen volhouden alles of niets van alles en iedereen te eisen. Maar achter dit valse optimisme schuilt een vertwijfeling over alles en een echte bereidheid tot zelfmoord,die uitermate gevaarlijk kunnen worden als zij bepalend zouden worden voor de stemming en atmosfeer waarin de Palestina-politiek zich afspeelt.'

Het is verleidelijk een bespreking van "Zionisme bij nader inzien' van Hannah Arendt te beginnen met citaten zoals dit. Voor wie wil sprokkelen leveren deze essays, hoewel geschreven tussen de jaren 1945 en 1951, een flink aantal uitspraken op die vaak naadloos van toepassing zijn op de situatie van vandaag. Bijvoorbeeld een citaat over hoe de visie van Theodor Herzl dat antisemitisme nu eenmaal alle andere volken eigen is, de fundamenten heeft gelegd voor een defaitistische houding van de Israëlische politiek, een politiek van: het doet er niet toe wat Israël doet, want zij - de anderen, de gojim - waren toch al altijd tegen ons. Arendt veegt er de vloer mee aan.
Of citaten naar aanleiding van het feit dat Israël niet geboren is in overleg met en met instemming van zijn buren en van de Palestijnen, wat ertoe leidde - ertoe moest leiden - dat het land afhankelijk zou worden van machtige beschermers elders. Arendt betoogt dat het dan ook een speelbal zal worden van de belangen van die beschermers. - Dan wel citaten over hoe de zionistische politiek al vòòr Israël geboren was, steeds maximalistischer werd, waarbij de partijen ter linkerzijde die compromisbereid waren steeds opschoven naar rechts. Met als voorbeeld Ben Gurion, die wat territoriumdrift betreft het onderscheid tussen socialisten en anderen deed vervagen.

'Zionisme bij nader inzien' kan heel wat van dit soort uitspraken leveren. Maar die citaten zouden geen recht doen aan Arendt, want het gaat haar niet om kernachtige uitspraken. Die zijn bij haar als het ware stijlbloemen. Heftige uitbarstingen of emotioneel geladen uitspraken versieren als het ware haar betoogtrant, die onveranderlijk een koele afstandelijke analyse is. Ze prikkelen ons haar gedachtengang te volgen, naar argumenten te luisteren, zelf ons verstand te laten werken. Haar schrijven is een bijna onbestaanbare combinatie van emotionaliteit en koel redeneren. Het is misschien één van de redenen waarom Arendts werk niet makkelijk in een paar woorden is te schetsen of samen te vatten.

Maar misschien is de combinatie van deze twee ook wel een gevolg van de omstandigheden waaronder Arendts leven zich afspeelde. Aanvankelijk wees niets erop dat ze ooit een belangrijk politiek theoreticus zou worden of zich met Joodse zaken zou inlaten. Ze werd geboren in 1906 in Hannover en groeide op in Königsberg als kind van geassimileerde Joodse ouders. In 1925 begon ze braaf aan een studie theologie in Marburg. Ze kreeg er vrijwel direct een verhouding met de 17 jaar oudere, getrouwde hoogleraar filosofie, Martin Heidegger. Om meer afstand tot Heidegger te nemen stapte ze in 1927 over naar de universiteit van Heidelberg, waar ze haar studie voortzette onder leiding van de filosoof Karl Jaspers. De affaire met Heidegger duurde desondanks tot 1933. Heidegger bleef ook altijd een stempel drukken op haar werk. Maar 1933 gaf Arendts leven een beslissende wending. Ze werd gearresteerd door de Gestapo nadat ze onderzoek had gedaan naar nazi-propaganda. Ze wist te ontkomen naar Frankrijk, waar ze onder meer voor de Jeugd Aliyah ging werken. Heidigger ontpopte zich in dezelfde tijd als belangrijk propagandist voor de nazi's.

Het jaar '33 was beslissend, maar de opkomst van de nazi's had Arendt al eerder oog in oog gesteld met haar afkomst. Haar studie was aanvankelijk volstrekt in de ban van de klassieke filosofie (haar proefschrift ging obver het begrip liefde bij Augustinus). Maar onder invloed van de nazi-opkomst legde ze contacten met de Duitse zionistische organisatie onder leiding van Kurt Blumenfeld, met wie ze bevriend raakte en lang zou blijven. De positie van de Duitse Joden zette haar ook aan tot een studie van het leven van Rachel Varnhagen, een vroeg 18e eeuwse Duitse Jodin en society figuur die zich had laten dopen om zich in de betere kringen staande te kunnen houden. Rahel Varnhagen, The Life of een Jewish Woman zou overigens pas in 1958 worden gepubliceerd.

Eenmaal in Parijs ontmoette ze iemand die haar levensgezel zou worden. Een kortstondig huwelijk met de journalist Günther Stern (1929) was geen succes gebleken. Haar nieuwe liefde, Heinrich Blücher, was oud-communist en oud-lid van de Spartakus Bund van Rosa Luxemburg. Hij was niet Joods en geen academicus, maar daarom niet minder erudiet en zou later een grote invloed uitoefenen op Arendts denkbeelden over politiek. Na de inval van de nazi's in Frankrijk (en nadat Arendt korte tijd had vastgezeten in het Durchgangslager Gur) wisten de echtelieden in 1941 te ontkomen naar Amerika dat hun tweede vaderland zou worden.
Arendt werkte er onder andere bij Schocken Books, een Duits-Joodse firma die naar New York was uitgeweken (ze introduceerde in haar functie onder meer Kafka in Amerika)en tegelijkertijd begon al vrijwel meteen met de voorbereiding van het werk dat haar beroemd zou maken: The Origins of Totalitarianism.

Met Heinrich Blücher

Dit werk in drie delen dat in 1951 verscheen (en waarvan deel drie 'Totalitarisme' onlangs in een Nederlandse vertaling uitkwam bij uitgeverij Boom)is een magistrale studie over het ontstaan en de werking van totalitaire systemen zoals het Duizendjarige nazi rijk van Adolf Hitler en het Sovjet-schrikbewind van Josef Stalin. Het boek is vaak bekritiseerd omdat nazisme en communisme op één hoop zouden worden gegooid, maar mijns insziens is dat ten onrechte, haar analyse gaat dieper dan dat. Het door Arendt nauwelijks genoemde totalitaire bewind van Mao Zedong in China (het was daar nog te vroeg voor) zou ook moeiteloos in haar beschrijvingen hebben gepast. Zoals ook haar anlayse van hoe in de, in de 20ste eeuws inmiddels klassenloos geworden maatschappij, de 'massa's' een voedingsbodem vormen voor naar het totalitarisme neigende rechtse groeperingen te denken geven, met name als we kijken naar de recente geschiedenis van Frankrijk, België. Oostenrijk en tot op zeker hoogte ook Nederland (Fortuyn).

In de jaren dat Arendt werkte aan de Origins of Totalitarianism begon ook haar publicistische arbeid over zionistische onderwerpen. Ze had lang een column in het immigrantenblaadje Aufbau. Incidenteel schreef ze ook wel voor andere bladen, zoals het later tot een spreekbuis van de Amerikaans Joodse neo-conservatieven verworden Commentary.Arendt had zo haar eigen denkbeelden over zionistisceh politiek. Lang pleitte ze bijvoorbeeld voor de oprichting van een Joods legioen in Palestina dat mee zou kunnen helpen de nazi's te bestrijden,totdat haar duidelijk werd dat dit vooral een strijdpunt was van de extreem, rechtse Herut van Vladimir (Ze'ev) Jabotinsky.
Zeer conistent was zij als het aankwam op de vraag hoe het nieuwe Joodse tehuis in Palestina eruit zou moeten zien. Voor Arendt stond vast dat een staat die werd gesticht voordat er een overeenkomst met de omringende Arabische landen en de Palestijnen was, tot onheil zou leiden. Tot een Joods land dat herschapen zou worden in een tot de tanden bewapend fort, dat voor zijn overleving afhankelijk zou zijn van de bescherming van externe supermachten. Arendt was, met dit schrikbeeld voor ogen, van het begin af aan gekant tegen elke vorm van territorialisme.
Ook sloot zij zich aan bij de voorstanders van een bi-nationale staat, zoals Hashomer Hatzair dat later zou opgaan in de Mapampartij, en de mensen van Brith Shalom, onder wie Yehuda Magnes, de eerste rector magnificus van de Hebreeuwse Universiteit en Martin Buber.
Een thema dat steeds bij haar terugkomt is dat Joden niet de fouten moeten overdoen die anderen in het verleden hebben gemaakt en moeten oppassen te verworden tot nationalisten, daar waar de natiestaat eigenlijk zichzelf al heeft overleefd. Een ander thema is haar kritiek op de wereldvreemde manier van politiek bedrijven van de zionisten, die volgens haarvoor een belangrijk deel teruggaat tot de wonderlijke manier waarop Herzl, een van de founding fathers van het zionisme, te werk ging bij zijn contacten met staatshoofden. Hij trachtte hen tot medewerking te verlenen aan het realiseren van zijn droom, Der Judenstaat, vanuit de gedachte dat al die heersers daartoe wel bereid zouden zijn omdat ze immers allemaal antisemiet waren en van hun Joden afwilden.
Arendt geeft aan dat dit niet alleen een hoogst kinderlijke misvatting was, maar bovendien de basis heeft gelegd voor een visie waarbij de zionisten antisemieten aanvankelijk als hun bondgenoten zagen. Vervolgens zijn ze ook nog eens het antisemitisme als een soort onveranderlijk gegeven gaan beschouwen dat nu eenmaal elke niet-Jood eigen zou zijn. Een even foute als defaitistische opvatting, aldus Arendt. De houding van 'wat doet het er toe wat we doen want ze zijn toch tegen ons' heeft er volgens haar waarschijnlijk mede toe bijgedragen dat er in de Arabische wereld een nieuw soort antisemitisme is ontstaan.

Hella Rotten berg heeft voor de bundel 'Zionisme bij nader inzien' een een keuze uit deze stukken vertaald en van een heldere inleiding voorzien. Een verdienstelijk initiatief. Ik ben het niet met alles eens, bijvoorbeeld niet met Rottenbergs verbazing dat Aerendt zo'n profetische blik zou hebben gehad dat ze toen al de situatie zou hebben voorzien waarin een tot de tanden bewapend Israël zich tegen de rest van de wereld verzet. Er waren wel meer mensen die dat zagen aankomen. Onder hen waren - om er slechts twee te noemen - de psychiater Erich Fromm en de natuurkundige Albert Einstein. Arendt was minder een eenling dan het nu lijkt en de eensgezindheid in zionistische kringen was in die dagen minder groot dan latere geschiedschrijvers ons soms willen laten geloven. Wel redeneerde ze scherper dan menigeen. Ook in haar pleidooi om het uitroepen van de staat Israël uit te stellen en de diplomatie nog een kans te geven stond ze niet alleen. Moshe Shertok (Sharett), de latere minister van Buitenlandse Zaken, vroeg precies hetzelfde en kreeg daarover een hooglopend conflict met Ben Gurion. En ook Nahum Goldmann deed een even dringend als vergeefs beroep op Ben Gurion om met het uitroepen van de onafhankelijkheid te wachten, omdat met name met Egypte en Irak nog volop werd gepraat. Maar dit zijn opmerkingen in de marge. Zionisme bij nader inzien verdient een groot publiek.

Lina Attala, hoofdredacteur van Egyptische internetkrant Mada Masr, in de problemen

Lina Attala, de hoofdredacteur van het internet platform Mada Masr. ongeveer het enige nog volledig onafhankelijke Egyptische nieuwsitem. is...