Posts tonen met het label Irak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Irak. Alle posts tonen

zaterdag 18 juni 2016

Iraakse regeringstroepen nemen het grootse deel van Falluja in

Iraake legervoertuigen in het centrum van Falluja. (AP)

Iraakse toepen hebben het centrum van Falluja ingenomen op de strijdkrachten van de Islamitische Staat (IS of Daesh), zo heeft de premier van Irak, Haidar al-Abadi vrijdag in een tv-speech verklaard. Wèl zijn er nog delen van de stad in handen van IS. De troepen zijn bezig de nog aanwezige IS-strijders uit hun schuilplaatsen te verjagen.
Twee jaar geleden, in 2104 verloor de staat de stad aan Daesh. Enkele maanden later werd ook de tweede stad van Irak, Mosul, door Daesh ingenomen. 
"We hebben beloofd dat we Fallujah weer terug zouden veroveren en dat hebben we gedaan,'' zei Abadi. ''Onze strijdkrachten hebben de controle over de stad  op een paar kleine verzetshaarden na die in de komende uren zullen moeten worden schoongeveegd. Fallujah is nu weer van de natie en Mosul is de volgende slag.''
Eerder die dag hadden de troepen het centrum van de stad, die vijftig kilometer (een uur rijden) van Bagdad ligt, ingenomen en de Iraakse vlag gehesen op het gemeentehuis.

zaterdag 13 december 2014

De Islamitische Staat staat pal en Assad houdt stand, een nieuwe fase in de Syrische oorlog

(Dit stuk scheef ik - iets gewijzigd - voor het decembernummer van ''De Brug'', het blad van het Steuncomité Israelische Vredes-en Mensenrechtenorganisaties) 

En hoe gaat het nu met Syrië? Bijna vier jaar duurt de oorlog nu. Het aantal doden bedraagt 191.000. Tegen de 3 miljoen mensen zijn het land ontvlucht en zitten meest in de buurlanden Turkije en Jordanië; 6,5 miljoen Syriërs zijn intern ontheemd. Maar het regime van Bashar al-Assad wankelt nog steeds niet echt. Integendeel, het voelt zich gesterkt door de opmars van ISIS, dat intussen is getransformeerd in Islamitische Staat. Nu is het namelijk voor iedereen - ook het Westen - duidelijk dat alleen Assads regering echt pal staat tegen de dreiging van deze 'terroristen'.  En hoe staat het met de rest van het verzet?

Strijders van IS tijdens een parade in Raqqa, juni 2014 (Foto AP) 

Tja, het verzet. Het belangrijkste nieuws daarover is redelijk recent en betreft natuurlijk het uitroepen in juni van dit jaar van de Islamitische Staat (IS) door Abu Bakr al-Baghdadi, die zichzelf de rol van kalief toekende. Veel betreffende de situatie in Syrië en de samenstelling van de overige verzetsgroepen, hangt samen met de successen van Baghdadi en zijn groep, die aan het uitroepen van het kalifaat vooraf gingen. Op de situatie van die andere groepen kom ik later terug. Maar eerst het verhaal van Daesh, zoals de Islamistische Staat in het Arabisch wordt genoemd, een acroniem van Al-Dawla al-Islamiyya fil-Iraq wal-Sham, de Islamitische staat in Irak en de Levant.
Dat verhaal is, zoals alles wat samenhangt met de situatie in Syrië (en Irak) van dit moment behoorlijk gecompliceerd. In Syrië begon het al vrij snel na het uitbreken van de opstand tegen het bewind van Assad. Een groep strijder die vanuit Irak naar Syrië waren gestuurd om daar deel te nemen aan de strijd noemde zich vanaf januari 2012 officieel Jabhat al-Nusra (het Overwinningsfront). De groep, onder leiding van Abu Muhammad al-Jawlani, onderscheidde zich vrijwel meteen met zware autobomaanslagen waarbij ook veel burgerslachtoffers vielen.

woensdag 3 november 2010

Tenminste 113 doden door bommen in Bagdad, Europees Hof verbiedt Nederland vluchtelingen uit te zetten

Artsen houden zich in een ziekenhuis in Bagdad bezig met een gewonde jongen. (Foto AP)


Update woensdag:  Tenminste 113 mensen zijn dinsdag omgekomen bij een serie van zeker 17 explosies in Bagdad, zo meldt de Los Angeles Times woensdag.  Ongeveer 285 mensen werden gewond. De ontploffingen begonnen om ongeveer kwart over zes 's avonds en vond plaats in tenminste 10 wijken. Het ging om geprepareerde auto's, bermbommen en mortiersalvo's.
'Er ontploften tien auto's met bommen erin, vier bermbommen en twee kleefbommen,' zei generaal Qassim al-Moussawi, een woordvoerder van de veiligheidsautoritenten in Bagdad. De meeste explosies vonden plaats bij banken en plaatsen die op dat moment in de avond gewoonlijk druk zijn. Met name shi'itische wijken van de Iraakse hoofdstad werden getroffen.
De aanslagen vonden plaats twee dagen na een aanval op een katholieke kerk, waarbij gijzelaars werden vastgehouden en die na een bestorming, waarbij een van de gijzelnemers een bomvest tot ontploffing bracht,  eindigde in een bloedbad waarbij 58 mensen werden gedood.Ook is het acht maanden na de verkiezingen van 7 maart zonder dat de politici in Irak er in al die tijd in zijn geslaagd een regering te vormen. Veel waarnemers in Bagdad geven de schuld van de onzekerheid, aanslagen en chaos aan dit onvermogen van de Iraakse politiek om tot een akkoord te komen.

Toevallig viel de nieuwe golf aanslagen samen met het besluit van de Nederlandse regering om 60 uitgeprocedeerde Iraakse vluchtelingen in ploegen vanuit Nederland terug te sturen naar Bagdad. Woensdag zou de eerste batch van 15 man op het vliegtuig worden gezet.
Een vertegenwoordiger van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) van de VN nam maandag de ongewone stap om vanuit Bagdad hier naartoe te komen om er bij de regering voor te pleiten de uitzetting niet door te laten gaan, omdat Irak allesbehalve veilig is voor teruggestuurde vluchtelingen die daar zonder meer worden gedropt. Maar de kersverse minister van Immigratie en Integratie, Gert Leers, zei dinsdag nog in de Tweede Kamer dat hij de uitzetting desondanks door zou laten gaan, tot hij van de Nederlandse ambassade in Bagdad via een zogenoemd 'ambtsbericht' gehoord zou hebben dat de situatie in Irak echt onveilig zou zijn. Diezelfde dag nog, werden zijn woorden dus gelogenstraft en werd door de nieuwe serie bommen in Bagdad nog eens te meer aangetoond hoe het Nederlandse beleid in dit opzicht altijd van klunzigheid, onkunde, ongeïnteresseerdheid en gevoelloosheid aan elkaar hangt. Maar gelukkig greep later op de dag het Europese Hof in door de uitzetting voorlopig even te verbieden. Over drie weken, als het Hof heeft heeft vastgesteld of Irak veilig is of niet, volgt een definitieve uitspraak.

maandag 25 januari 2010

Ali Chemicali eindigt aan de galg, weer zware aanslagen in Bagdad


Ali Hassan al-Majid, 'Chemical Ali', is vandaag opgehangen. Ik meld het met een gevoel van opluchting. Vraag aan mezelf: Hoe kan iemand die tegen de doodstraf is, toch blij zijn met een executie? Antwoord: Om dezelfde reden als waarom ik blij was met de executie van Saddam Hussein en met die van de nodige kopstukken van het nazirijk, of van mensen in Nederland die met hen hadden geheuld. Voor misdaden tegen de menselijkheid van deze omvang mag de doodstraf wat mij betreft blijven bestaan (Waren we er maar wat consequenter mee omgegaan, dam waren ook Lages, Kotälla, Fischer en Aus der Fünten destijds doodgeschoten en hadden we nooit een probleem van de Vier - later: Drie - van Breda gehad) .
Generaal Ali Hassan (hier op de foto in betere dagen), een volle neef van Saddam Hussein, was een goed voorbeeld van iemand die de strop ten volle had verdiend. Hij was vier maal ter dood veroordeeld. Eenmaal in 2007 wegens zijn aandeel als militaire bevelhebber over de Operatie Anfal in 1988 waarbij massaal gifgas werd ingezet, tientallen Koerdische dorpen werden verwoest, honderdduizenden werden verdreven en waarschijnlijk 80.000 mensen werden gedood. Een tweede maal in 2008 voor zijn aandeel in het neerslaan van de shíïtische opstand in Zuid-Irak na de verdrijving van Irak uit Kuweit in 1991 waarbij naar chatting 100.000 doden vielen. (In Kuweit was Ali H. overigens tijdens de bezetting Iraks militaire gouverneur. Ook zijn  rol bij die bezetting was wel een doodvonnis waard geweest, maar dat was misschien meer iets geweest voor rechtbank in Kuweit).
Een derde maal werd Ali H. in maart 2009 ter door veroordeeld wegens gewelddadig optreden tegen shi'ieten in Bagdad. Een vierde doodvonnislwerd ruim een week geleden geveld,  wegens een gifgasaanval op het stadje Halabja in 1988 waarbij ongeveer 5000 doden vielen en dat destijds geweldig de aandacht trok doordat er volop beelden van deze moordpartij beschikbaar kwamen.
 
Overigens werden op dezelfde dag dat Chemische Ali ter dood werd gebracht voor een het eerst sinds ongeveer een maand weer gecoördineerde bomaanslagen op drie belangrijke doelen in Bagdad uitgevoerd. De doelen waren dit keer drie hotels nabij de Groene Zone, het Palestine Hotel, het Sheraton en het hotel Babil. Het Sheraton herbergt veelal buitenlandse zakenlieden en ambtenaren, het Palestine Hotel is zeer in trek bij de pers en het Babil-hotel wordt meest bevolkt door Iraakse en Arabische zakenmensen. Er vielen tenminste 36 doden en 71 gewonden. Zoals gewoonlijk wees de regering beschuldigend naar Al-Qaeda. Maar sunni onvrede met de gang  van zaken bij de komende verkiezingen, waar de sunni's opnieuw in een bijrol worden gemanoeuvreerd, lijkt me meer voor de hand te liggen.

woensdag 13 januari 2010

Davids brengt de donkere kanten van de polderdemocratie in beeld

De Hoop Scheffer werd NAVO-secretaris generaal en had het vervolgens heel gezellig met Bush op diens ranch in Texas.

Ach, waar een klein land klein in kan zijn. Maanden werk van een aantal hooggekwalificeerde onderzoekers, en 500 pagina's druks verder weten we dus in grote trekken wel hoe het zat met de deelname van Nederland aan het Irak-avontuur van Bush en Blair. Nederland was dus wel degelijk gevraagd militair mee te doen, maar deed het uiteindelijk niet, hoewel we wel politieke steun verleenden (zodat er een Nederlandse militair op het podium stond toen de hoogste Amerikaan in rang zijn eerste persconferentie gaf). Het ministerie van buitenlandse zaken, waar Jaap de Hoop Scheffer net was aangetreden, deed er ongeveer drie kwartier brainstormen over om die principe-beslissing te nemen. En daar bleef het verder bij, ook al was er geen volkenrechtelijke basis voor de aanval (anders gezegd: ook al was het hele avontuur zo illegaal als de pest), en ook al waren de deskundigen van het ministerie zich dat ook wel bewust, we hielden toch liever vast aan onze vertrouwde Atlantische aanpak (lees: we bleven liever als een schoothondje van de VS achter Bush aanlopen), dan dat we samen met Duitsland en Frankrijk een eigen Europese aanpak probeerden van de grond te krijgen en probeerden tegenwicht te bieden aan de koers van Blair in Londen).
Het legde in ieder geval De Hoop Scheffer geen windeieren. Deze middelmatige politicus zou nooit secretaris-generaal van de NAVO zijn geworden als hij zich niet zo getrouw aan de aanpak van Bush had aangepast (en Jan Peter Balkenende daarin had meegesleept).
De premier gaf overigens in het begin weinig leiding aan de hele gang van zaken en liet het over aan De Hoop Scheffer. Pas later liet hij zich overhalen mee te praten. Toen toonde hij zich ook overtuigd van de inlichtingenrapporten die lieten zien dat Irak mogelijk toch nog massavernietigingswapens had. Maar de info die hij de Kamer verstrekte was vaag en waarschijnlijk deels onjuist. (De Kamer zelf, de meerderheid van CDA en VVD, liet dit echter ongestraft gebeuren, kunnen we hier bij aantekenen) .  
Tja, dat was zo'n beetje wat het rapport Davids onthulde en de vraag is wat we daarvan nog niet wisten of op zijn minst al lang hadden gedacht. Samengevat: de besluitvorming in Nederland was halfslachtig, niet gebaseerd op eigen meningsvorming maar meer op trouw aan de VS, ongefundeerd en slecht doordacht, slecht gepresenteerd en ook nog eens halfbakken - want is 'politieke steun nu eigenlijk meedoen met de aanval op Irak of niet meedoen? De verdienste van opperrechter Davids en zijn commissie is dat heel duidelijk uit de doeken werd gedaan hoe het allemaal rammelde en hoe geprobeerd werd kolen en geiten te sparen; hoe de keerzijde van onze polderdemocratie een zeer zwarte kant heeft van esprit-loos, door vrijwel geen enkel moreel of anders kompas gestuurd, gebroddel. Waarvan dus acte.

Maar er is meer. Ook het rapport zelf vertoont weer wat mankementen. Het tv-programma De Wereld draait door haalde de journalisten Huub Jansen (VPRO-Argos) en Kees Schaap (VARA-Zembla) voor de camera. Jansen had aangetoond dat er in een beginstadium wel degelijk militaire actie is geweest van Nederlanders in Irak (al was het maar van verkenningseenheden) en Schaap had in Zembla wapendeskundigen van UNSCOM (later UNMOVIC) aan het woord gelaten  (onder wie de bekende Scott Ritter en een Nederlander) die verklaarden dat zij wel degelijk de BVD hadden geïnformeerd dat zij er zeker van waren dat onderzoek uitwees dat er er GEEN massavernietigingswapens in Irak meer waren. De bevindingen van deze journalisten waren aan Davids aangeboden, maar worden - waarschijnlijk omdat zij niet uit officiële bronnen afkomstig waren (of zelfs van ambtenaren die hun geheimhoudingsplicht hadden geschonden) - in het rapport niet genoemd.

Dus toch een parlementaire enquête, zoals Femke Halsema suggereerde? Ik ben benieuwd. Dat lijkt in ieder geval spannender dan de tweespalt die onmiddellijk optrad tussen CDA en PvdA over de reactie van Balkenende op het rapport. Die tweedracht lijkt best te lijmen, al moet natuurlijk gezegd dat Nederland langzamerhand een traditie aan het opbouwen is waarin kabinetten niet ontploffen tijdens een crisis als er alle  reden voor is, maar pas veel later, achteraf (Srebrenica).

Wat mijzelf betreft: een persoonlijk noot is dat ik waarschijnlijk één van de weinigen was die VOOR de ingreep was (een van de betrekkelijk zeldzame medestanders was Mient jan Faber). Mijn motivatie was de wreedheid van het bewind van Saddam, waar ik als Midden-Oostenredacteur en -correspondent jarenlang de meest gruwelijke verhalen over had gehoord en ook beschreven en waarvan ik tijdens twee bezoeken ook de vrijwel onbegrijpelijke terreur voor zover dat mogelijk was aan den lijve heb gevoeld. (Irak is het enige land in het Midden-Oosten geweest waar ik 24-uur per dag bang was. Ik heb er ook 's nachts angstdromen gehad, zo erg dat ik een keer in onderbroek op de gang van een hotel wakker werd en door het personeel weer mijn kamer in moest worden geholpen, na een rondje slaapwandelen - iets wat ik verder werkelijk nooit gedaan heb).
Ik was destijds - onder Bush I - zeer teleurgesteld dat de veldtocht tegen Saddam na diens inname van Kuweit niet eindigde met zijn val en ook woedend over het feit dat het Westen (met name de VS) toeliet hoe Saddam toen honderdduizenden shiïeten in het zuiden en Koerden in het noorden afslachtte. (Ik had - dit terzijde - in 1989 ook één van de eersten geweest kunnen zijn die berichtte over de massale gifgasaanvallen in het kader van wat later bekend zou worden asl de Anfal-operatie. Ik kreeg in 1988 van Iraakse dissidenten en Koerden in Damascus een stapel materiaal in handen die later bleek het dodental -80.000 en de totale omvang van de vernietiging van dorpen etc. vrij accuraat ingeschat te hebben. De chef buitenland van de Volkskrant, Jan Luijten, wilde de verhalen echter niet hebben, want ''ik wist toch zeker wel dat er al verslaggevers van de krant verhalen gebracht hadden van Koerden die naar Turkije waren gevlucht? Ik las de kanttroch zeker wel?'. Ik heb het mezelf later heel erg kwalijk genomen dat ik toen niet al op een breuk heb laten aankomen en het besluit heb genomen het materiaal aan andere kranten aan te bieden. Nu duurde het één à twee jaar voordat Joost Hiltermann van Human Richts Watch de ware omvang van Anfal  begon te publiceren).

Kortom, ik was zeer doordrongen van de misdadigheid van het regime. Ik had bovendien in december 2002 voor de IKON, waar ik toen werkte, de conferentie van de Iraakse oppositie in Londen gevolgd, waar duidelijk was dat de Amerikanen - en de oppositie - op allerlei fronten aan voorbereidingen hadden gewerkt voor een machtsovername. (Ik heb er toen ook een artikel over gemaakt voor het blad Soera dat op dit blog staat) Weliswaar waren die voorbereidingen ontoereikend, maar er was toch was er ook nog wel wat reden voor hoop dat het nog goed kon komen.
Die hoop is buitengewoon snel vervlogen - zie ook een interview dat ik later had met met de Iraakse politicoloog Issam Khafaji, die net als ik aanvankelijk dacht dat het anders zou gaan en zijn diensten aan de Amerikanen aanbood, maar als snel diep teleurgesteld in de Amerikaanse aanpak terugkeerde uit Bagdad.
Dat was dus een tweede diepe teleurstelling, na Bush I deed Bush II het niet minder fout, met niet minder desastreuze gevolgen.

En nog altijd stel ik -en gelukkig ik niet alleen - de vraag hoe het mogelijk is dat de Irak-operatie eindigde in het fiasco dat het is geworden dat honderdduizenden het leven heeft gekost (en nog steeds doorgaat slachtoffers te eisen), zonder dat wij in het Westen ons de vraag stellen waarom we ons DAAR niet mee bezighouden. Waarom laten we daar geen onderzoekscommissies op los, waarom beleggen we geen conferenties over de vraag hoe we in godsnaam nog iets kunnen doen om de kolossale, misdadige blunders die daar door Bremer III, Cheney, Bush en de diverse elkaar opvolgende generaals zijn begaan een beetje goed te maken.

Ik wil maar zeggen: er is niets mis met het aan de kaak stellen van de gebreken aan onze poldercultuur die blijkbaar verhinderen dat we in dit soort zaken de goede besluiten nemen op een goede manier. Maar wat mij betreft is de vraag waar we mee bezig zouden MOETEN houden,  toch een heel andere, namelijk hoe we ons wel over onze slechte besluitvorming kunnen buigen maar de ECHT belangrijke zaken - de misdadige onkunde en ongeïnteresseerdheid waarmee de VS  het hele Iraakse avontuur hebben  aangepakt  - en waar wij door onze 'politieke steun' toch ook medeverantwoordelijk voor zijn - buiten beschouwing kunnen laten. In Srebrenica voelden we ons  - terecht - verantwoordelijk. In dit geval niet, zelfs niet een klein beetje. Is dat wegens het gevoel dat we ons er toch eigenlijk ook maar voor spek en bonen in hebben laten betrekken en dat die 'politieke steun' geen moer te betekenen had? Of is dat omdat die Irakezen tenslotte maar Arabieren zijn? Hoe dan ook, ik denk dat het langzamerhand hoog tijd wordt dat we onze indifferente houding tegenover de gevolgen van dit - en andere Westerse avonturen in dit werelddeel - laten varen, al as het maar omdat we mogelijk ooit zoals in 2000 of onoansg nog bijna boven Detroit - de rekening krijgen gepresenteerd..

dinsdag 8 december 2009

Tenminste 112 doden, 197 gewonden bij nieuwe bomaanslagen in Bagdad




Zeker 112 mensen zijn gedood en 197 mensen gewond, bij een serie nieuwe aanslagen met door zelfmoordenaars bestuurde autobommen in het gouvernementele hart van Bagdad. De drie bommen gingen kort na elkaar af bij achtereenvolgens een rechtbank, het tijdelijke gebouw van het ministerie van Financiën (het oorspronkelijke gebouw werd al  op 25 augustus bij een aanslag verwoest), en bij een trainingscentrum voor rechters. Een half uur eerder was ook een bom ontploft in de zuidelijke wijk Doura. Daarbij kwamen drie politieagenten om.
Het was de zwaarste serie aanslagen sinds op 25 oktober het ministerie van Justitie en de kantoren van de gouverneur van Bagdad doelwit waren. Op 25 augustus moesten de ministeries van Buitenlandse Zaken, Financiën en Justitie eraan geloven. De aanslagen geven aan  dat de veiligheidssystemen in Bagdad, ondanks alle voorzorgen, zo lek zijn als een mandje. Voor wat betreft de daders is het waarschijnlijk dat moet worden gedacht aan sunnitische groepen, al of niet met banden met leiders van de vroegere Ba'ath-partij. Gevreesd moet worden dat meer van dit soort mega-aanslagen zullen volgen in de aanloop naar de verkiezingen van begin volgend jaar.
(Update: Volgens een latere telling waren er minder doden: 77 en ruim 500 gewonden. Eerder had ook een getal van 127 doden de ronde gedaan. Vermoedelijk is geen van deze getallen correct. Hoe kan het anders, bij zo'n schaal van verwoesting).

maandag 7 december 2009

Iraaks parlement op het nippertje akkoord met nieuwe kieswet


Tien minuten voor om 12 uur zondagnacht de deadline verstreek en een tweede veto van de Iraakse vice-president Tareq al-Hashemi van kracht zou zijn geworden, is het Iraakse parlement het alsnog eens geworden over een herziene versie van de Iraakse kieswet. De VN en de Amerikaanse ambassade hadden achter de schermen hard meegewerkt aan dit compromis, dat het alsnog mogelijk maakt dat begin 2010 verkiezingen worden gehouden. Daarvan afhankelijk was de vraag of de VS zich zouden kunnen houden aan hun voornemen om in 2012 hun troepen volledig terug te trekken.
Een eerdere versie van de kieswet was door de - sunnitische - vice-president Al-Hashimi op 18 november gevetoed, omdat er onvoldoende rekening was gehouden met de 4 miljoen vluchtelingen buiten Irak van wie de de meesten sunni zijn. Het compromis dat nu is gevonden is een uitbreiding van het aantal parlementszetels van 275 tot 325. Daarvan zullen 310 zetels naar de provincies gaan, en worden 15 zetels apart gehouden om te verdelen onder groepen en minderheden die landelijk gezien wel scoren maar in de provincies de kiesdrempel niet halen.Ook kregen de sunni's zetels terug zoals in de noordelijke provincie Niniveh en in Koerdische gebieden, die in de eerdere versie niet aan hen toekwamen. De verkiezingen, die eerst op 16 januari zouden plaatsvinden, zullen nu waarschijnlijk op 27 of 28 februari worden gehouden als dat technisch haalbaar blijkt te zijn.
Het aannemen van de wet maakt het mogelijk dat eindelijk een beslissing gaat vallen over de toekomst van de omstreden olie-regio Kirkuk, waarvoor in de wet voorzieningen zijn getroffen. Maar met deze kieswet is nog lang niet een werkelijk Iraakse oplossing van de deling van de macht een feit. De grote machtsblokken, de sjiïtische Dawa en ISCI (Islamic Supreme Council of Iraq) aan de ene en de Koerden aan de andere kant, zijn in feite naar een soort van autonomie strevende vertegenwoordigers van het Koerdische noorden en het sjiïtische zuiden.Er is nauwelijks een begin te bekennen van een overeenstemming met de sunnitische bevolkingsgroep en meer pan-Iraaks georiënteerde politieke krachten in het land.

donderdag 19 november 2009

Iraakse verkiezingen opnieuw in gevaar

De Iraakse verkiezingen lopen opnieuw gevaar, doordat de Iraakse vice-president Tareq al-Hashimi (foto) de recent aangenomen verkiezingswet heeft gevetoëd. De wet moet nu opnieuw naar het parlement, waar de hele moeizaam bereikte constructie rond het omstreden Kirkuk en de vraag of 'open' dan wel 'gesloten' kieslijsten (lijsten waarop namen van kandidaten worden vermeld, of lijsten die alleen partijen noemen) vereist zijn, weer aan de orde gesteld kan worden. Niemand weet hoe dat gaat aflopen en hoe lang dat gaat duren. De verkiezingsdatum van eind januari zal in ieder geval niet worden gehaald.Premier Al-Maliki, die het veto bekritiseerde, had de kiescommissie gevraagd met haar werk door te gaan. Maar de kiescommissie liet weten dat zij de voorbereidingen van de verkiezingen met onmiddellijke ingang heeft opgeschort.
Het veto van de sunni Hashimi, die samen met president Jalal Talabani (Kurd) en Adil Abdel-Mahdi (van de sjiïtische ISCI) het presidentiële college vormt, had overigens te maken met een volgens hem te gering aantal zetels voor de Iraki's in het buitenland, van wie de meesten sunni zijn. Zij krijgen nu 5% van de zetels, hij wil dit uitbreiden tot 15%. of 10%. De te verwachten nieuwe debatten in het parlement zullen worden gecompliceerd omdat ook de Kurden wensen voor de zetelverdeling hebben: zij willen een groter aandeel in de zetels voor minderheden. Dat heeft te maken met het feit dat zij hopen zodoende meer zetels te verwerven voor Kurdistan, waar minderheden als de Yazidi´s, Shabaks en  Assyrièrs sterk vertegenwoordigd zijn.

dinsdag 10 november 2009

Nieuwe kieswet in Irak, weg vrij voor verkiezingen


Markt in downtown Kirkuk (foto AP)

Het Iraakse parlement heeft zondag met de stemmen van 141 van de 275 leden alsnog een ontwerp-kieswet goedgekeurd, nadat het eerder enkele malen onmogelijk was gebleken het eens te worden. Het hete hangijzer betrof Kirkuk, centrum van de Iraakse olieindustrie en liggend op de gre ns van Kurdistan. In de nu aangenomen versie wordt voor Kirkuk een census van 2009 gehanteerd, Dat betekent dat de stad een Kurdische meerderheid zal blijken te hebben en na de verkiezingen door Kurdistan zou kunnen worden opgeëist.
De Kurden hebben altijd volgehouden dat Kirkuk vanouds bij Kurdistan hoort en altijd een Kurdische meerderheid heeft gehad. De Arabische en Turkmeense inwoners bestrijden dat. Zij wijzen erop dat de sad altijd sterk gemengd is geweest. Zij hadden de census van 2004 willen hanteren, een tijd waarin Arabieren en Turkmenen nog in de meerderheid waren. Het probleem Kirkuk is mede in de hnd gewerkt doordat de regio in de tijd van Saddam in hoog tempo werd ge-Arabiseerd door de gedwongen verhuizing van Kurden en de import van Arabieren uit zuidelijker streken. In de laatste jaren zijn veel Kurden weer teruggekeerd en werd door de regering van Kurdistan een omgekeerde politiek gevoerd (inclusief vertrekpremies voor Arabieren).
Een andere verandering in de wet is dat nu 'open kieslijsten' worden gebruikt, waarbij kandidaten met naam en toenaam worden genoemd. Zij blijven echter geassocieerd met een partij. Er zullen geen individuele kandidaten meedoen.
Het aannemen van de wet werd door president Obama geroemd als een 'belangrijke mijlpaal'. De terugtrekking van de Amerikaanse troepen is gekoppeld aan deze tweede verkiezingen sinds de invasie van 2002. De kans is groot dat er nu op 23 januari verkiezingen zullen volgen, alhoewel in Bagdad ook - door de vertraging bij het aannemen van deze wet - de datum van 16 april als mogelijheid  wordt genoemd.

maandag 26 oktober 2009

Bommen in Bagdad, het wie en waarom


Ongeveer 150 doden, plusminus 600 gewonden en grote schade na twee zeer Zware bomaanslagen, zondag bij het Iraakse ministerie van Justitie, niet ver van het Mansour Hotel en bij het administratieve gebouw van de provincie Bagdad (Bagdad is zowel een provincie als een stad). Het is natuurlijk geen nieuws meer, vandaag, maandag, een dag later. Wat wel nieuws is en blijft is de schuldvraag: wie doet doet dit en waarom? Nur al-Maliki en leden van zijn kabinet gaven de schuld aan Baath-dissidenten en al-Qaeda leden.
Is dat waarschijnlijk? Er zijn een paar dingen die we kunnen vaststellen. Ten eerste: het kort na elkaar laten ontploffen van twee vrachtauto's met gigantisch zware ladingen die ongehinderd door alle afzettingen heen zijn gekomen, wijst op goede planning en logistieke vaardigheden. Dat heeft deze aanslag gemeen met de aanslagen van 19 augustus toen zes bommen afgingen bij onder de ministeries van Buitenlandse Zaken, Financiën en Onderwijs, waarbij zeker 100 doden en 500 gewonden vielen.
Ten tweede: De aanslagen van 19/8 waren duidelijk gericht op de sjiïtische en Koerdische fracties in de regering. Het ministerie van buitenlandse Zaken is al lang in handen van de Koerd Hoshayr Zebari, de twee andere ministeries behoren toe aan respectievelijk Bayan Jabr Sulagh van het, in de regering vertegenwoordigde sjiïtische ISCI en Khudayr al-Khuzai van een tak van de sjiítische Da'awa Partij van premier al-Maliki. Omdat ministers hun ministeries vol plegen te stoppen met aanhangers kunnen de respectieve ministeries gezien worden als bolwerken van deze fracties. Het lijkt dan niet gezocht te denken aan sunnitische dissidenten en/of oud-Baath-leden als daders. Met name oud-Baathleden lijken voor de hand te liggen, gezien hun militaire know how.
De aanslagen lijken vooral gericht tegen de aanstaande verkiezingen van januari. Ook de aanslag van van zondag op het ministerie van Justitie past dan in die reeks: het ministerie van Justitie (dat aanvankelijk in sunnitische handen was, maar sinds kort wordt geleid door de Koerdische rechter Dara Nur al-Deen, was betrokken bij het ontwerpen van de - overigens nog niet goedgekeurde - wet omtrent ht referendum de stemming over de status van Kirkuk die in sunnitische kringen fel is omstreden. En tenslotte: ook een aanslag op 12 oktober in Ramadi, tijdens overleg van de regering met vertegenwoordigers van de Dulaimi clan die besloten heeft zich van de dissidenten af te keren en met de regering te gaan samenwerken, wijst in de richting van sunnitisch/Baathistisch verzet tegen de plannen van de huidige coalitie. (Al moet erbij worden gezegd dat er geen echte bewijzen zijn voor dit soort hypotheses).
Al Maliki had na de aanslagen van 19 augustus de Syrische regering tevergeefs om uitlevering gevraagd van Baath-refugiees in Damascus en vervolgens de banden met Syrië, die net wat hartelijker waren geworden, verbroken door zijn ambasssadeur terug te roepen. De relaties zullen er door de aanslagen van 12 oktober en afgelopen zondag niet beter op worden.
I

donderdag 22 oktober 2009

Geen wet, vertraging bij Iraakse verkiezingen


Nog een land met verkiezingsperikelen: Irak. Het parlement in Bagdad is er niet in geslaagd het eens te worden over een verkiezingswet en heeft in feite de handen ten hemel geheven door de zaak over te dragen aan een commissie bestaande uit premier Nuri al-Mailiki, president Jalal Talabani en de leiders van de grote politieke partijen. De voornaamste struikelblokken zijn de kwestie Kirkuk (hoort dat bij Kurdistan of juist niet) en een poging om de kieslijsten openbaar te maken. Tot nu toe werd slechts vereist dat elke partij onder de naam van de partij campagne voerde, in het voorstel werd gevraagd dat de partijen ook de namen van hun kandidaten openbaar zouden maken.
Het organiseren van verkiezingen vergt 90 dagen. De verkiezingen stonden gepland voor 3 januari, dus zou de wet op zijn laatst afgelopen maandag aangenomen hebben moeten zijn om op tijd te zijn.
De Iraakse premier Al-Maliki was dinsdag bij president Obama (foto) en deze drukte hem juist op het hart dat de deadline van de verkiezingen gehaald moet worden, omdat de tijdstabel van de Amerikaanse troepenterugtrekkingen daar mede van afhangt. Dit schema, waar Al-Maliki in juli mee akkoord ging, dreigt nu ook in de knel te komen.

donderdag 27 augustus 2009

Al Hakim, leider grootste Iraakse partij, overleden

Sayyed Abdel-Aziz al-Hakim, de leider van de grootste sjiïetische Iraakse partij, ISCI (Islamitische Hoge Raad van Irak)is woensdagavond in een ziekenhuis in Teheran overleden. Al-Hakim was 60, hij leed aan longkanker. Abdel Aziz volgde zijn broer, ayatollah Mohamed Baqr al-Hakim op als leider van de partij toen deze in 2003 werd vermoord in Najaf. Abdel-Aziz al-Hakim was onder meer voorzitter van de regeringsraad, de Iraakse overgangsregering, in 2003. Hij speelde een belangrijke rol als power broker tussen de diverse partijen in Irak. Ook was hij de belangrijke bondgenoot van Iran in Irak.

zaterdag 18 april 2009

Isam al-Khafaji: 'Alleen een tweekamerparlement kan Irak nog redden'

Uit ZemZem, Jrg. 2006, nr. 2

Na de Amerikaanse invasie keerde hij terug naar Irak om te helpen bij de wederopbouw. Maar na vier maanden nam hij ontslag uit de door de Amerikanen ingestelde Raad voor Wederopbouw en Ontwikkeling (IRDC) wegens de richting die de Amerikaanse bestuurders insloegen. Ook zijn droom - het opzetten van een regionaal research- en trainingscentrum voor de sociale wetenschappen in Bagdad - moest hij opgeven door de onwerkbare situatie. Tijdelijk? Dat hoopt hij. Maar voorlopig is dr Isam al-Khafaji, langjarig politiek vluchteling ten tijde van het Ba'ath-regime, weer docent in den vreemde. Nu nog aan de Universiteit van Amsterdam - straks aan Yale.

Maarten Jan Hijmans
De locatie is een rijtjeshuis in Amstelveen. Het gesprek begint in de keuken, want ik ben uitgenodigd voor de lunch. Turkse koffie uiteraard, maar Libanees brood, Iraakse bastirma, worst, diverse soorten kaas en ingemaakte kleine auberginetjes had ik toch niet verwacht. 'De zwarte markt in Beverwijk,' zegt Khafaji ter verklaring. 'Er wonen nu zoveel Iraki's in Nederland dat je al die dingen daar kunt krijgen. - En mijn vrouw,' voegt hij eraan toe. 'want die houdt ervan zelf dingen in te maken. Het brood is trouwens meegebracht door een vriend die net in Libanon is geweest.'
Het gesprek gaat over eten in het Midden-Oosten, favoriete plaatsen, gemeenschappelijke kennissen en interreligieuze verdraagzaamheid. Khafaji is een niet-praktizerende shi'iet, zijn vrouw een christen. Er wordt nu veel nadruk gelegd op het belang van de verschillen tussen de diverse bevolkingsgroepen, maar, stelt hij, religieuze verschillen speelden in het sociale verkeer in Irak, althans in de steden, nooit een grote rol. Maar bovenal spreken we natuurlijk over de politieke situatie van Irak. Over de droom dat Irak na het verdrijven van Saddam weer de goede kant op zou kunnen gaan en over de angst dat het ook bergafwaarts kan gaan. Over Khafaji's kortstondige poging zich persoonlijk voor de wederopbouw in te zetten, en over de redenen waarom hij dat opgaf..

Ibn Khaldun
'Tja, de IRDC,' zegt hij. 'Wat ging er fout? Twee dingen werkten van het begin af aan tegen de ambities van de Iraki's. Het was niet zozeer de oorlog zelf. Veel Iraki's maakten zich vanaf het begin geen illusies over de redenen waarom de Amerikanen de oorlog waren begonnen. Ze wisten dat het de verkeerde redenen waren. En je kan dan aan de kant gaan zitten en afwachten. Maar in de geschiedenis, in de politiek is het dan soms toch beter in actie komen om een plaats voor jezelf creëren, zelfs als het de meest verkeerde mensen zijn die om hun eigen redenen oorlog voeren. Er is een beroemd precedent. Je hebt ongetwijfeld gehoord van de historicus en socioloog Ibn Khaldun. Ook hij maakte zijn handen vuil. Veel mensen weten niet dat zijn geschriften deels ontstonden toen hij adviseur was van Timur Lenk (Tamerlane).....'
'Wij dachten dat de Amerikanen de Irakezen nodig zouden hebben om mee te werken. En we hoopten dat we dan druk zouden kunnen uitoefenen om de rol van de Iraki's te vergroten. En dan niet alleen voor de expats zoals wijzelf, maar vooral voor de locale Iraki's. Irak heeft namelijk een fantastisch potentieel aan geschoolde bureaucraten en technici die zo ingezet hadden kunnen worden. Had het gekund? Ja, zelfs nu zou dat nog kunnen. Maar wat gebeurde? De Amerikanen wonnen de slag in een record tijd. En dat gaf hen de illusie dat alles net zo gemakkelijk zou gaan. Waarom zouden we dan luisteren naar die anderen, dachten ze. We doen het gewoon zelf.'
'Dat was de eerste reden,. De tweede was de enorme vreugde die volgde op de val van Saddam. Dat was niet omdat de Amerikanen waren gekomen, maar omdat het afgelopen was met Saddam. Maar de Amerikanen trokken er ten onrechte de conclusie uit dat ze gezien werden als bevrijders, dat het net zo was als destijds in Japan of Duitsland, dat ze welkom waren en hun gang konden gaan.
'Nee, het was niet zozeer de kwestie van een richtingenstrijd binnen de Amerikaanse gelederen. Het was niet zo dat Defensie, het Pentagon de kwaden waren en de mensen van Buitenlandse Zaken, het State Department, goed. Sommigen dachten dat. Toen het Pentagon het helemaal fout bleek te hebben gingen ze het State Department idealiseren. Het zouden haviken zijn versus duiven. Dat leek te worden geïllustreerd door de situatie in het voormalige paleis van Saddam waar we allemaal - de Amerikanen en de leden van de IRDC - waren ingekwartierd. Daar leken het inderdaad verschillende stammen, men wenste elkaar niet eens goede morgen. Maar haviken en duiven, zo heb ik ze nooit willen noemen. Er waren geen duiven. Het waren de ideologen van het Pentagon, met hun ideeën over met geweld democratie brengen en het karakter van het Midden-Oosten veranderen, tegenover de realisten van het State Department. Let wel: realisten van hetzelfde type als tijdens de Koude Oorlog in de jaren vijftig. Voor hen lag de nadruk erop dat de olie bleef vloeien en dat vereiste in hun ogen stabiliteit. Die stabiliteit was volgens hen helemaal niet gediend met democratie, en debat en een transparante maatschappij. Integendeel, waarom zou je niet gewoon in zee gaan met autoritaire regimes waarmee makkelijk zaken konden worden gedaan. Het was dezelfde manier van denken als in de jaren tachtig. Toen konden de VS het goed vinden met Saddam tijdens diens oorlog tegen Iran, ondanks het feit dat hij zijn volk onderdrukte en ondanks het feit dat - wat we ook over die oorlog denken - hij degene was die de oorlog was begonnen.'

Plastische chirurgie
'Vertaald naar de scenario's van 2003 betekende dit dat het genoeg was om de harde kern van het regime van Saddam te verwijderen, een soort van plastische chirurgie toe te passen en zoveel mogelijk van het regime overeind te houden onder het motto dat chaos moest worden vermeden. Een iets gematigder dictator, dat vooruitzicht maakte de Iraki's behoorlijk bang. Stel je voor: twee maanden voor de invasie vertelde de latere VS-ambassadeur Zalmay Khalilzad de leiders van de Iraakse oppositie op een bijeenkomst in Istanbul tot hun grote schrik dat het erop aankwam Saddam en zijn naaste medewerkers te vervangen. Niets meer dan dat, niks democratie. En voordat Bremer naar Irak kwam was er een maand dat James Garner de leiding had over Irak. De meeste leden van zijn staf waren State Department-mensen en zij probeerden Ba´athisten naar voren te schuiven als nieuwe ministers. Toen dat op het ministerie van gezondheid dreigde te gebeuren, brak er een staking uit van de artsen van dat ministerie. Echt, ik kan je honderden van dit soort verhalen vertellen.´
´Aan de andere kant, waren er de Pentagon-mensen met McArthur-achtige dromen van social engeneering, sommigen van hen hadden werkelijk ideeën als McArthur over hoe je het terrorisme tot zwijgen moet brengen. Maar de Irakezen waren niet alleen de slachtoffers in dit verhaal. Ze dragen heel wat verantwoordelijkheid door de illusies te helpen voeden. Het State Department sloot een fractie in zijn armen die riep om een militaire staatsgreep, de groep van Ayad Allawi, ex-Ba'ath mensen, volgens wie Saddam de bad guy was wiens plaats zij alleen maar hoefden in te nemen. En het Pentagon, en Dick Cheney, omarmden Ahmed Chalabi die hen deed geloven dat het Iraakse volk hem zou ontvangen met rozen en chocola en die aandrong op het ontmantelen van het totale Iraakse staatsapparaat. Ik was getuige van die botsende inzichten. En intussen was het duidelijk dat Irak, wie er na de val van Saddam dan ook aan de macht was gekomen, al waren het bolsjewieken of monarchisten geweest, nooit sterke banden met het Westen en de VS zou hebben gekregen. Het maakt tenslotte deel uit van de regio en heeft zijn eigen belangen en verhoudingen ten opzichte van de buurlanden. Amerika had er daarom goed aan gedaan om Irak niet als een soort cliënt te beschouwen, maar om rode lijnen te trekken die een Irak-na-Saddam niet zou mogen overschrijden. Bijvoorbeeld: geen massavernietigingwapens, geen oorlogen tegen nabuurlanden, geen onderdrukking van de eigen bevolking en verder is het jullie eigen zaak. Op die manier zouden de VS zich een ware vriend van Irak hebben kunnen tonen, en niet een natie die het wilde overheersen.´

Leger
´´Die ene maand Garner, die was zo arrogant, die luisterde naar niemand, laat staan naar Irakezen. Daarna kwam 'onderkoning' Bremer III met zijn sweeping agenda, die het leger ontbond en de grenzen openliet (en wat verwacht je dat Iran, Syrië of Saoedi-Arabië dan zullen doen als je democratie wilt invoeren....). Die strategie was zodanig dat het zaad van een burgeroorlog werd geplant in Irak. Stel je voor, dit land waar de Ba'athpartij oppermachtig was geweest. Saddam had vervaarlijke, zwaar getrainde militia´s, zoals de fedayeen onder het commando van zijn zoon Udai. Vijfendertig jaar was het land systematisch door de partij onder de duim gehouden, het was een soort van nazi-regime. Dan kan je niet zeggen dat de militairen de kwade factor waren. Wat had moeten gebeuren was dat het hele regime was gedelegitimeerd in de ogen van de eigen bevolking. Mensen die 35 jaar lang niets dan propaganda hadden gezien en gehoord, had je moeten vertellen dat het hele verhaal over een groot Irak en dat soort dingen gewoon bullshit waren. Maar stel je voor: 400.000 man militairen de laan uit. Als je hun families erbij optelt, komt dat erop neer dat twee miljoen mensen zonder inkomen kwamen te zitten. En dat in een land waar de werkloosheid toch al heel hoog was. Het leger en de politie waren corrupt, dat is zeker, maar ze hadden een diepe haat voor Saddam, zelfs de officieren. En nu? Kijk naar de gebieden waar het verzet het hevigst is, naar de zogenoemde ´Driehoek des doods´. Dat is geen soennitisch gebied. Op de kaart zie je dat het een gebied is waar volop militaire industrie was: 60.000 mensen waren daar afhankelijk van het militair industriële complex. De Amerikanen, ze hadden een plan om een regime omver te werpen, maar werkelijk zonder enige alternatieve strategie.´

´Ik kan me mijn eerste memo nog herinneren. Dat ging over Iraks cementfabrieken, 13 stuks. Ik wilde ze weer operationeel maken. Ze hadden het goed gedaan, zelfs voor de export gewerkt. De IRDC was geen politiek orgaan, wij zouden ons richten op het administratieve systeem, politiek en administratie zijn gescheiden dingen. En het was waar dat Saddam het bestuur gepolitiseerd had op zijn Oosteuropees. Maar hoe corrupt ook, Irak had al sinds de jaren dertig een centrale bank, er ressorteerden honderden ziekenhuizen onder het ministerie van gezondheid, en het ministerie van Onderwijs ging over 13 universiteiten. Het idee was: breng mensen bij elkaar, diverse soorten experts, tenminste vier in alle provincies, uitgezonderd die in Koerdistan. Laat ze een team vormen dat de zaken op provinciaal en ministerieel niveau administratief weer tot leven brengt. Naar politieke kleur zou niet moeten worden gekeken, het zouden patriotten moeten zijn en hun functie zou tijdelijk zijn, totdat 70, 80% van het bestuur weer op orde zou zijn.'
'Bremer heeft niet eens willen luisteren naar dat plan. Ik heb ontslag genomen in juli, dat was pas na vier maanden. Ik heb nog even gewacht, want ik hoopte aanvankelijk dat we collectief ontslag zouden nemen, en daarmee een daad zouden kunnen stellen. Dat is niet gelukt. Blijkbaar is het voor veel mensen moeilijk om afscheid te nemen van een salaris van $ 17.000 per maand ook al werkte het helemaal niet. Wat zij wilden was dat we spionneerden, dat we de ministeries politiek gesproken 'opschoonden'. Wat wij wilden was nieuw leven inblazen in het systeem.'

Faluja
'De Amerikaanse aanval op Faluja in 2004 was inderdaad een soort waterscheiding, ja. Je moet weten dat de provicie Anbar, waar Faluja toe behoort, tot de kalmste provincies behoorde tijdens de invasie van 2003. Er werd geen schot gelost. Ik heb later de brigade-generaal gesproken die toen het commando had over de Iraakse strijdkrachten in Anbar en gevraagd hoe dat zat. Hij zei toen: 'We waren overtuigd van de zinloosheid van het geheel.' Ten tweede moet je weten dat de mensen in Anbar nog niet waren vergeten dat Saddam in 1995 de stad Ramadi had laten bombarderen na een soort mini-opstand. Dus om te zeggen dat de provincie pro-Saddam was, was een verdraaiing van de feiten. Maar toen nam de Amerikaanse militaire gouverneur in Anbar de zoon van de leider van de grootste stam die pro-Saddam was geweest in de provincie, de Dulaimi, tot assistent. En hierbij moet je je realiseren dat lang niet alles in Bagdad werd beslist. De militaire gouverneurs hadden een grote ruimte voor het nemen van eigen beslissingen. Soms gedroegen ze zich als echte warlords. Er was bijvoorbeeld de uitspraak van de driesterren-generaal McKiernan: ''Wie zijn die civilian shits die beslissingen nemen in Bagdad.''
'De benoeming van deze Dulaimi betekende dat op allerlei posten weer oude bekenden uit de Saddam tijd werden benoemd. Ik heb in mijn huis in Bagdad een keer een bezoek gehad van een delegatie van de 210 advocaten uit Anbar die Bremer wilden spreken omdat ze verkiezingen wilden om van die Duliami's af te komen. Die maakten hun het werken onmogelijk, zeiden ze.'
'Vervolgens werden er vier Amerikaanse aannemers ontvoerd en onthoofd teruggevonden. In het Zuiden gebeurde een keer iets soortgelijks: daar werden zes Britse soldaten gedood. De Britten opende een onderzoek en het eind was dat er publiekelijk en in de moskeeën afstand werd genomen van die daad. Maar de Amerikaanse reactie was: ''We moeten ze een lesje leren'' en ''Het is beter dat ze bang voor ons zijn dan dat ze van ons houden''. Hun all out aanval op Faluja was het begin van openlijke diepgaande vijandigheid in de provincie. Er kwamen verhalen in omloop als ''De Amerikanen hebben speciale kijkers waarmee ze jullie vrouwen naakt kunnen zien''. In Bagdad, waar je voorheen als je je veilig wilde voelen, moest zorgen in de buurt van de Amerikanen te blijven, was het nu ineens zaak om voor je veiligheid zo ver mogelijk van ze vandaan te gaan. Het had een sneeuwbal-effect. De Irakezen begonnen de vragen te stellen als hoe het toch mogelijk was dat de VS niet konden zorgen dat er weer elektriciteit was, terwijl black-outs toch al sinds de jaren zestig haast niet meer waren voorgekomen. De Amerikanen werden nerveus, begonnen wild om zich heen te schieten en lieten hun tanks auto's platwalsen ongeacht of de inzittenden er nog in zaten of niet. Ze begonnen elke Iraki als een potentiële terrorist te zien. De Irakezen kregen het gevoel dat ze onder een bezetting leefden.'


'Maar een volledige opstand is het nog niet. Ik zei eerder: er zijn 400.000 man van het leger ontslagen en de Fedayeen en de Republikeinse Garde komen daar nog bij. Als dat nu allemaal sluipschutters zouden zijn geworden, dan was het dodental niet zoals nu een paar per dag. Irak is geen Afghanistan, het is trouwens ook veel meer een stedelijke jungle; 12 miljoen mensen wonen in de vijf grootste steden, oftewel 73%. Maar als het een volledige opstand zou worden? Dan zou het erger worden dan Vietnam.´
´Ah corruptie. Ik heb dat goed gevolgd via Iraq Revenue Watch (een instituut dat Khafaji met steun van de Open Society Institute van George Sörös opzette, mjh). Revenue Watch draait nu helaas op een lager niveau, maar we hebben een aantal goed rapporten uitgegeven, denk ik. Wat ik kan zeggen is dit: ik ken geen enkele Iraakse aannemer die ooit via een open tender een contract heeft gekregen. En geloof me, ik kan het weten, mijn broer zit in die wereld. De gang van zaken is zo: contracten worden gegund aan iemand in de VS, die een internationale agent inhuurt voor de uitvoering, die weer iemand in Jordanië chartert en zo verder, totdat uiteindelijk een plaatselijke Iraakse aannemer aan het werk gaat - voor 20% van de oorspronkelijke prijs. Het lijkt veel, een bedrag als $ 20 miljard dat de Amerikanen in 2004 voor de wederopbouw hadden bestemd. Maar uit onze rapporten bleek dat slechts één zesde deel van het oorspronkelijke bedrag ook werkelijk de plaats van bestemming bereikte. En dan waren er nog steeds vragen over de doelmatigheid. Om een voorbeeld te noemen dat ik zelf heb gezien: Bremer voerde in zijn rapporten over wat er allemaal verricht zou zijn, onder meer een school op die was herbouwd. Terwijl ik heb geconstateerd dat het gebouw licht beschadigd was en alleen de ramen moesten worden vervangen.´

Quota
Juan Cole, de Amerikaanse hoogleraar, zei onlangs in een interview met ZemZem dat het in Irak ofwel totale chaos wordt, ofwel dat de kant opgaat van een Libanees model, waarbij in de verdeling van de macht vaste verhoudingen voor soenni´s, shiieten en Koerden worden gehanteerd. Bent u het daarmee eens? Of staat u nog achter uw mening van een paar maanden geleden dat de scheidslijnen tussen soenni en shia niet zo scherp zijn als het soms lijkt?
´Ik heb groot respect voor Cole, maar hier ben ik het niet mee eens. Een Libanese oplossing is niet zonder meer de enige mogelijkheid, ook al moet ik zeggen dat hoe langer deze situatie duurt, hoe moeilijker het wordt. Maar één ding is eigenlijk van meet af aan wèl duidelijk. Dat is dat Koerdistan - hoewel Iraakse politici zich dat kennelijk niet wensen te realiseren - bezig is een ander land te worden. Het wordt al sinds 1999 volledig autonoom bestuurd en er is intussen een nieuwe generatie opgekomen die geen Arabisch meer kent en nog nooit in Bagdad is geweest. Dat staat in schril contrast met de generatie van Jalal (Talabani) en Massoud (Barzani). Zij hebben nog in Bagdad op school gezeten. In die tijd moesten Koerden ook naar Bagdad als ze naar een ziekenhuis moesten of een paspoort nodig hadden. Maar voor de nieuwe generatie is Bagdad onbekend terrein. Zij zijn bovendien vrienden van de VS die garant stonden voor hun vrijheid. Dit zijn gewoon feiten, we kunnen er beter maar rekening mee houden. Veel Arabische politici putten hoop uit de regionale situatie, dat Iran en Turkije geen onafhankelijk Koerdistan zullen gedogen. Maar dat is een ongezond standpunt. Ze voelen dat de Koerden zich niet langer gebonden voelen aan Irak. Maar in plaats van bruggen te bouwen, hopen ze dat Turkije zal voorkomen dat ze zich losmaken.'
'Wat de tegenstelling shia -sunni betreft: de bitterheid is begrijpelijk, maar dit is nieuw. Nog maar een paar maanden geleden bestond dit niet. Het is heel griezelig. (We spreken na het opblazen van de beroemde gouden koepel van de Askari-moskee in Samarra die tot een sterke stijging van het aantal aanslagen op specifiek shi'itische of sunnitische doelen heeft geleid. Khafaji merkt op dat weinig mensen zich lijken te hebben gerealiseerd hoeveel technische kennis en voorbereiding er bij komt kijken om zo'n tonnen wegende koepel er in één keer af te blazen, kortom wat voor graad van organisatie erachter deze aanslag heeft gezeten.)
'Maar ik denk dat Irak nog kan worden gered,'zegt hij. 'Het hoeft niet zoiets te worden als Zwitserland met verschillend kantons. Wat we nodig hebben is een parlementair systeem met twee kamers zoals in de VS, een sterke Senaat die de ''Tweede Kamer'' in het gareel houdt. Net als in de VS zou die Tweede Kamer een proportionele vertegenwoordiging moeten hebben, terwijl in de Senaat het aantal afgevaardigden per provincie overal hetzelfde is, of het nu Californië of Ohio is, altijd twee senatoren per staat. Als wij hetzelfde zouden hebben, zou ons dat kunnen redden van een quota-systeem. Op die manier zou het sunnitische Anbar dan net zo vertegenwoordigd zijn als het veel meer inwoners tellende Bagdad. Tegelijkertijd zou er een onderverdeling moeten zijn voor zetels voor de christenen en de Turkmenen. Ook zou de sunnitische enclave in het zuiden van Basra een zetel moeten krijgen. Het is dé manier om de meerderheid een beetje in toom te houden. Democratie is tenslotte niet alleen de stem van de meerderheid, het is ook het recht van minderheden om net zo goed hun stem te laten horen.'
'De internationale gemeenschap zou haar invloed kunnen gebruiken om druk uit te oefenen op de Iraakse regering om naar zo'n oplossing te streven, zij zou haar militaire en economische hulp afhankelijk kunnen maken van de vraag of in deze richting wordt gewerkt. De situatie is slecht, heel slecht, maar nog niet hopeloos al lijkt het er wel op dat het ieder moment die kant op zou kunnen gaan.'

Maarten Jan Hijmans is redacteur van ZemZem.

Vertoon eensgezindheid Iraakse oppositie tegen achtergrond van naderende inval VS

Uit: Soera, nummer 3 + 4 - 2002

Tegen de achtergrond van de Amerikaanse voorbereidingen voor een aanval op Bagdad, kwamen in december 2002 Iraakse oppositiegroepen in Londen samen. Ze beraadden zich op een toekomst na Saddam. Het was de eerste keer in tien jaar dat het was gelukt zo'n breed oppositiefront bijeen te krijgen, al bleven de pro-Syrische Da'awa-partij en de communisten weg. Aan het feit dat de andere zes partijen er wel waren, ging behoorlijk veel koehandel vooraf en ook flinke druk van de VS.

Door Maarten Jan Hijmans

het was vooral een theaterstuk en het werd midden december opgevoerd nadat het eerder tweemaal, in oktober en november, was uitgesteld. Het decor was een Londens hotel met voldoende accomodatie om zo'n 400 deelnemers en nog eens twee- a driehonderd journalisten te bergen. Omdat het zo'n gigantisch complex was, liepen de zaken nog wel eens wat door elkaar. Zo ontstond op een avond een tamelijk komische mix, toen een groepje in abaja en tulband gehulde shi'itische geestelijken van SCIRI bij het afdalen van de trap verzeild raakte tussen een aantal Britse jongedames in blote uitgaanskledij. Ze waren afkomstig van een zo te zien nogal zwoele bedrijfsfuif die een verdieping lager werd gehouden.
Deelnemers in Londen waren de zes belangrijkste Iraakse oppositiegroepingen. Om te beginnen de twee grootste Koerdische groepen die de scepter zwaaien in het autonome Koerdistan: de Koerdische Democratische Partij (KDP) van Massoud Barzani en de Patriottische Unie Koerdistan
(PUK) van Jalal Talabani. Vervolgens de in Teheran zetelende shi'itische Hoogste Raad van het Islamitische Verzet in Irak (SCIRI) van ayatollah Mohammed Baqr al-Hakim, en het voornamelijk uit overgelopen veiligheidsmensen, Ba'ath-aanhangers en militairen bestaande Iraakse Nationale Akkoord (INA). En tenslotte het Iraakse Nationale Congres (INC) van de bankier Ahmed Chalabi en de royalistische beweging onder leiding van Sharif Ali bin Hussein, een neef van de in 1958 vermoorde koning van Irak. Daarnaast was er een groot aantal onafhankelijken en vertegenwoordigers van ethnische minderheidsgroepen als de Assyriërs en de Turkmenen.

Strategie
Het doel van de bijeenkomst was het smeden van een gezamenlijke strategie voor het Irak van na Saddam Hussein. Maar na dagen van plenaire speeches en bijeenkomsten achter gesloten deuren, bleef het intrigerend genoeg de vraag of dat was gelukt. Op het eerste gezicht leek het daar wel een beetje op. Zo was iedereen het erover eens dat het tyrannieke Ba'ath-bewind diende te verdwijnen en leek niemand er moeite mee te hebben dat dit straks zou gaan gebeuren door ingrijpen van de Amerikanen. 'Zelf kunnen we het niet, dus wat willen we dan nog,' zei minister Qazzaz van Ontwikkelingssamenwerking van de autonome Koerdische regering in Arbil me desgevraagd in de wandelgangen.
Ook het karakter van het toekomstige Irak leek geen probleem: unaniem was iedereen het erover eens dat het een federatieve, democratische en pluralistische staat moest worden, waarin iedereen gelijke rechten zou krijgen ongeacht etnische afkomst of geloof (al moet hierbij worden aangetekend dat de enigen die echt belang hebben bij federalisme de Koerden zijn, en dat het niet voor het eerst zou zijn dat dat toezeggingen op dat punt naderhand weinig waard bleken te zijn).
Vervolgens was er volledige overeenstemming over dat er na de val van het regime een overgangsperiode zou moeten komen om de terugkeer anar een genormaliseerd Irak mogelijk te maken. En tenslotte stond voor de deelnemers als het ware vast dat niet meteen in Londen een regering in ballingschap moest worden gevormd.
Goran Talabani, een Londense arts en neef van de Koerdische leider Jalal Talabani (maar zelf een aanhanger van het INC) vatte het tijdens een kort gesprekje dat we hadden in de vestiaire wat cynisch als volgt samen: 'Voor de Amerikanen was deze conferentie een groot succes. Ze wilden een steunbetuiging van de Iraakse oppositie aan hun plannen om met geweld een einde te maken aan het regime in Bagdad. In de tweede plaats wilden ze een vertoon van eensgezindheid. En ten derde wilden zo voorkomen dat er in Londen een regering in ballingschap zou worden gevormd. Dat is allemaal gelukt.'
Het was de wat zure visie van een man die zelf heel wat anders had gewild. Als het aan hem had gelegen was 'Londen' vooral een gelegenheid geworden waar de 'oude partijen' zich hadden beziggehouden met de vraag hoe het in practische zin verder moet met Irak als het regime straks is verjaagd. De Londense Talabani had graag gezien dat erover gesproken was hoe het huidige Irak – waar overheid, politie, rechterlijke macht, ambtenarij en wat al niet allemaal in handen waren van de Ba'ath – in een later stadium zou kunnen worden getransformeerd in een land waar vrijheid van meningsuiting, een vrije pers, een civil society en fatsoenlijk bestuur weer een kans zouden krijgen.
Een door het Amerikaanse State Department gesponsorde werkgroep onder leiding van de schrijver en hoogleraar Kanan Makiya had daar op de conferentie een dik, doorwrocht en in details uitgewerkt rapport over gepresenteerd, maar dat werd helemaal niet behandeld. Volgens Talabani omdat de 'oude partijen' qua structuur en mentaliteit niet erg zouden verschillen van de Ba'ath en omdat ze – meer dan wat anders – vooral begaan waren met machtspolitiek en het verkrijgen van een goede uitgangspositie in het 'Irak van de toekomst'.

Slechte naam
Makiya zelf sloot zich bij deze mening aan. Ook hij was zeer teleurgesteld. 'Om te beginnen is het zeer de vraag hoeveel aan hang die partijen eigenlijk nog hebben in Irak na zoveel jaar ballingschap,' zei hij in een gesprek dat ik met hem had in de koffiebar. 'Ook vraag je je af in hoeverre ze zich ervan bewust zijn dat partijpolitiek als sinds de coup van 1958, toen de koning werd verjaagd, een slechte naam heeft in Irak. Het stond toen gelijk aan straatgevechten, controleposten en willekeur, en dat is iets wat er in al die jaren van Ba'ath-terreur niet beter op is geworden. Dit rapport was een poging om een stap te zetten naar een nieuwe benadering. Misschien wel een stap naar een doorbraak van de algehele stagnatie op het gebied van democratie in het Midden-Oosten. Maar de partijen lijken niet bereid en in staat te zijn om verder te kijken dan hun bestaande belangen en huidige politieke cultuur.'
Dat de partijen daar inderdaad niet toe bereid waren bleek aan het slot van de conferentie, toen het erop aankwam een coördinatie-comité samen te stellen dat het hoogste orgaan van de verenigde oppositie moest worden en bij een volgende bijeenkomst uit zijn midden een overgangs-leiderschap zou moeten kiezen. De verdeling van het aantal afgevaardigden leidde tot scherpe tegenstellingen die pas na verlenging van de conferentie met een dag en na herhaald ingrijpen van de vlak voor de conferentie door het Witte Huis benoemde coördinator van het Irak-beleid, Zalmay Khalilzad, konden worden opgelost.
Uiteindelijk werd een lichaam van 65 mensen benoemd, waarin de shi'itische SCIRI een duidelijk meerderheidspositie kreeg: 24 van de 65 zetels. De Koerdische partijen kregen samen 15 zetels, INA, de Monarchisten en het INC samen eveneens 15. Turkmenen en Assyriërs kregen er respectievelijke vier een twee, vijf zetels werden in onderling overleg verdeeld, terwijl onafhankelijken een plaats kregen doordat alle partijen een paar plaatsen voor hen inruimden. En dat met deze koehandel de zaken lang niet waren opgeklost, bleek toen een voor 15 januari in Arbil (Koerdistan) geplande follow-up bijeenkomst tot twee keer toe moest worden uitgesteld.

Khalilzad met Barzani (r)

Geloofwaardig
Maar de verhoudingen binnen de Iraakse oppositie liggen dan ook moeilijk. De belangen gaan vaak tegen elkaar in. Van partijen als het INA, het INC of de royalisten is nauwelijks duidelijk hoeveel mensen en macht ze eigenlijk vertegenwoordigen. Groepen die wèl kunnen bogen op militaire en civiele macht zijn eigenlijk alleen de twee Koerdische groepen en het SCIRI van ayatollah Al-Hakim. De Koerden vormen al sinds 1992 de regering in Noord-Irak en hebben ieder een leger van zo'n 25.000 man. Het SCIRI heeft eveneens een legertje (de Badr brigade, zo'n 8000 man ) en claimt de vertegenwoordiger te zijn van 200- tot 300.000 vluchtelingen in kampen in Iran. Maar bij het SCIRI moet wel worden aangetteeknd dat de organisatie zowel op politiek als militar gebied tot op grote hoogte wordt gecontroleerd door Iran.
Beide groepen hebben echter wat het uitoefenen van de macht in Irak betreft een probleem: en dat is dat sinds de moderne staat Irak in 1921 werd gevormd, het bestuur traditioneel werd uitgeoefend vanuit de centrale provincie Bagdad, waar soennitische elites de dienst uitmaken. Dientengevolg was het ondenkbaar dat Koerden of shi'ieten zouden worden ingezet om Bagdad te bevrijden, laat staan de staat te gaan leiden. Een geloofwaardige post-Saddam-regering zou alleen uit een coalitie kunnen bestaan met andere groepen, ook al was nauwelijks duidleijk welke macht die vertegenwoordigden. De Amerikaanswe gehieme dienst CIA en een 'realistische fractie' rond minister Colin Powell en de Amerikaanse legerstaf had daarbij een voorkeur voor de overlopers van het INA. Zij redeneerden dat het dankzij contacten van de INA-leiders in de leidende echelons van de Iraakse maatschappij mogelijk zou moeten zijn om een machtsovername in Irak te ensceneren (ook al was een eerdere couppoging in 1996 afgestraft met een golf van executies in Irak). Met de twee Koerdische organisaties en SCIRI samen vormde het INA een coalitie die bekend stond als 'de grote vier'. In de zomer van 2002 lieten deze vier de VS weten dat zij gezamenlijk een conferentie wilden en van plan waren een Iraakse regering in ballingschap op te richten.
Dit plan stuitte in Washington op verzet van een 'meer ideologische' regeringsfractie (bestaande uit onder meer vice-president Dick Cheney en onderminister van Defensie Wolfowitz) die vond dat Irak na de machtswissleinge en democratiseringeproces moest ondergaan een een 'voorbeeld'voor het hele Midden-Oosten moest worden. De ideologen hadden hun eigen favoriet en dat was het INC en zijn leider, Chalabi. Dit INC was aanvankelijk niets anders geweest dan een soort overkoepelende administratie van het Iraakse oppositie-parlement dat tien jaar eerder - in 1992 - tijdens de vorige brede bijeenkomst van van de Iraakse oppositie in Iraaks Koerdistan bijeen was gekomen. Na het uiteenvallen van dit parlement was het INC echter een eigen politiek leven begonnen.
Druk uit het ideologische kamp, en ook het feit dat in Washington nog geen duidelijke consensus bestond over wat er in Irak moest gebeuren, leidde ertoe dat op 9 augustuis niet vier maar zes partijen (de grote vier + het INC en de royalisten) naar Washington werden ontboden om met hoge regeringsfunctionarissen te overleggen over de organisatie van een conferentie. Een conferentie waar nog geen beslissing zou moeten worden genomen over een regering in ballingschap, maar juist meerdere opties open gehouden moesten worden. Er was in Washington immers nog geen beslissing genomen of Saddam ten val gebracht kon worden via een coup, of dat militaire actie en een langdurige bezetting van Irak nodig zou zijn, waarbij naar het voorbeeld van Duitsoland of Japan na de Tweede Wereldoorlog het land geleidelijk op een terugkeer bnaar de democratie zou worden voorbereid.

Deal
De conferentie in Londen droef de sporen van de onzekerheid over de Amerikaanse bedoelingen. INC-leider Chalabi begon, zodra het INC terug was op de kaart, met succes te lobbyen voor een zo groot mogelijk aantal genodigden (onder wie veel onafhankelijken en ook etnische minderheden als Assyriërs en Turkmenen) er terecht van uitgaande dat dit de positie van het INC zou verstreken. Zijn aanpak kreeg op 19 november steun via en brief van het Wuitte Huis, waarin functionarissen van beide Amerikaanse regeringskampen zich uitspraken voor een 'brede' opzet van de conferentie. De benoeming – op het allerlaatste moment - van Khalilzad als coördinator van de conferentie, werd ook gedaan met de kennelijk bedoeling dat hij ervoor zou zorgen zoveel mogelijk opties open te houden.
En vervolgens begon de koehandel. Enkele dagen voor de conferentie van Londen nodigde SCIRI – met kennelijk instemming van Iran - Chalabi uit oor een bezoek aan Teheran. SCIRI-leider Al -Hakim sprak zich bij die gelegenheid uit voor een volledige rol van het INC op de conferentie, in ruil voor een toezegging van Chalabi dat het INC zou helpen te zorgen dat het SCIRI een belangrijke vertegenwoordiging zou krijgen in eventueel te benoemen lichamen of comités. Een soortgelijke deal werd gesloten met de Koerdische leider Barzani, in ruil voor steun van SCIRI (en Iran) voor Barzani in zij n moeizame positie ten opzichte van Turkije.
Niet onlogisch, dit wheelen en dealen. En het ziet er naar uit dat het nog wel even door zal gaan, zolang de plannen van de VS in vaagheid gehuld blijven.

Israelische president Herzog poetst strafblad van veroordeelde moordenaar schoon

  Elor Azaria met zijn moeder De Israelische president Herzog maakte zaterdagavond bekend dat hij het strafblad van Elor Azaria had schoonge...