Straatbeeld in het Neirab-kamp (Foto: Occupied Palestine)
UNRWA, de VN-organisatie voor de Palestijnse vluchtelingen, heeft donderdag het doden veroordeeld van 10 Palestijnse vluchtelingen in het Neirab-kamp in de buurt van de Syrische stad Aleppo. Onder hen waren vier kinderen.
Volgens de directeur van UNRWA in Syrië, Amanya Michael Ebye, werd het kamp door raketten getroffen juist op het moment dat de families bijeen zaten voor de iftar, de maaltijd na de vastendag van Ramadan. Er waren behalve de 10 doden ook meer dan 30 gewonden van wie een aantal in kritieke toestand verkeert. Het jongste kind dat werd gedood was zes jaar.
Door de vijandelijkheden heeft UNRWA de zes scholen in het kamp voor 3.000 kinderen tijdelijk gesloten. Donderdag gingen ze weer open. Maar drie kinderen zullen dus niet meer deelnemen aan de voorbereidingen voor het einde jaars-examen.
Het kamp op 13 kilometer ten oosten van Aleppo ligt in een zone waar Syrische regeringstroepen staan tegenover aan al-Qaeda gelieerde rebellen van de Tahrir al-Shams. De raketten werden vermoedelijk door de troepen van president Assad afgevuurd. De escalatie van de gevechten in noordwest Syrië heeft gevolgen voor de 10.000 - 20.000 Palestijnse vluchtelingen in het gebied.Het Neirab kamp herbergt 18.000 Palestijnen. Het is in het verleden vaker doelwit geweest van vijandelijkheden.
Posts tonen met het label Syria. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Syria. Alle posts tonen
zaterdag 18 mei 2019
vrijdag 29 juli 2016
Syrische Nusra Front maakt zich los van al Qaeda en gaat verder onder nieuwe naam
![]() |
| Al Jolani |
De verandering werd bekendgemaakt via een video opname waarin Mohammed al Jolani, de leider van al Nusra zich vertoonde temidden van andere leiders van de groep en met een nieuwe, witte vlag in plaats van de oude zwarte van al Nusra. Het was de allereerste keer dat al Jolani zijn gezicht toonde aan de rest van de wereld. De verandering, zo legde hij uit, was bedoeld om het excuus weg te nemen dat "de internationale gemeenschap, geleid door Amerika en Rusland, gebruikt om moslims in de Levant te bombarderen en te verjagen, namelijk dat zij het Nusra Front aanvallen dat is verbonden met al Qaeda''.
zondag 12 april 2015
UNRWA luidt de noodklok over Yarmouk en Gaza

Yarmouk
Het hoofd van UNRWA, het speciale agentschap van de VN voor de Palestijnse vluchtelingen, Pierre Krähenbühl, is zaterdag naar Syrië vertrokken voor ''urgente poging'' om de hulpverlening aan de hoofdzakelijk Palestijnse burgers in het kamp Yarmouk in Damascus weer op gang te brengen. Krähenbühls missie komt temidden van berichten dat de strijd tegen de Islamitische Staat (IS) in het kamp een nieuwe fase is ingegaan.
UNRWA zei in een verklaring uitermate bezorgd te zijn voor het lot van de overgebleven 18,000 Palestijnen en Syriërs in het kamp, onder wie 3,500 kinderen. Het kamp is sinds 1 april het terrein van intense gevechten. Volgens UNRWA zijn de levens van de inwoners nooit erger in gevaar geweest dan nu, schuilend in hun gehavende huizen, en met een desperate behoefte aan voedsel en drinkwater. Ze kunnen niet weg. Wie zich op straat waagt stelt zich bloot aan enorme risico's.
zondag 5 april 2015
Ongeveer 2.000 Palestijnen geëvacueerd uit het door IS bedreigde Yarmouk-kamp in Damascus
Een 2,000-tal mensen is geëvacueerd uit het Yarmouk-kamp in de Syrische hoofdstad Damascus, nadat de Islamitische Staat (IS) grote delen ervan heeft veroverd. Dat heeft het persbureau AFP zondag vernomen van een Palestijnse functionaris.
Ongeveer 400 families, naar schatting zo'n 2,000 mensen, slaagden erin het het kamp vrijdag en zaterdag te verlaten via twee veilige wegen naar de Zahira wijk, die onder controle is van het (staats)leger, " zei Anwar Abdul Hadi, een functionaris van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie PLO. Abdul Hadi zei dat Syrische militairen bij de evacuatie hadden geholpen. Palestijnse strijders vochten intussen tegen IS met de bedoeling de opmars van de islamisten te vertragen. IS heeft grote delen van het kamp in handen sinds woensdag. Abdul Hadi zei dat de meeste evacuées waren opgevangen in opvangcentra van de regering , en dat een 25-tal gewonden naar twee ziekenhuizen in Damascus waren gebracht.
Ongeveer 400 families, naar schatting zo'n 2,000 mensen, slaagden erin het het kamp vrijdag en zaterdag te verlaten via twee veilige wegen naar de Zahira wijk, die onder controle is van het (staats)leger, " zei Anwar Abdul Hadi, een functionaris van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie PLO. Abdul Hadi zei dat Syrische militairen bij de evacuatie hadden geholpen. Palestijnse strijders vochten intussen tegen IS met de bedoeling de opmars van de islamisten te vertragen. IS heeft grote delen van het kamp in handen sinds woensdag. Abdul Hadi zei dat de meeste evacuées waren opgevangen in opvangcentra van de regering , en dat een 25-tal gewonden naar twee ziekenhuizen in Damascus waren gebracht.
zondag 16 maart 2014
Over Syrië
Kaart van de huidige machtsverdeling in Syrië (ontleen aan Syria Comment). Klik hier om een groter beeld te krijgen, zodat ook de tekst leesbaar wordt.
Ik heb lang niet over Syrië geschreven. De laatste analyse die ik schreef dateert van 2 juni 2012, bijna twee jaar geleden dus. Daarin schreef ik dat Syrië afstevende op een volledige burgeroorlog en dat het Westen daarbij flink behulpzaam was. Door de eis te stellen dat dat president Bashar al-Assad, moest aftreden vooraleer er kon worden onderhandeld. En door wapenleveranties te faciliteren aan een oppositie die volstrekt verdeeld was en totaal niet in staat om een realistisch plan van actie voor de periode-na-Assad op tafel te leggen.
Meer dan anderhalf jaar had ik daar helaas niet veel aan toe te voegen. Ik bleef het nieuws wel een beetje volgen op mijn Engelse blog, maar analyses heb ik er niet meer aan gewijd. Een van de belangrijkste redenen daarvoor was de notoire onbetrouwbaarheid van al het nieuws. Aantallen doden, slachtpartijen, wie verantwoordelijk was voor wat, werd steeds minder controleerbaar. Youtube filmpjes die de ronde deden met beelden van gruwelen konden meestal niet worden geverifieerd. Een van de - aanvankelijk - betere nieuwsbronnen, de zender Al Jazeera, was zozeer bevooroordeeld (de zender is gevestigd in Qatar en Qatar steunde bepaalde fracties in de Syrische Nationale Coalitie SNC) dat een aantal van zijn eigen mensen protesteerde en opstapte. De cijfers van het Syrian Observatory for Human Rights, dat steeds door alle persbureaus werd geciteerd, was eveneens zwaar op de hand van de NSC. En over de officiële lezingen van de regering, van het Syrische persbureau Sana of de tv, hoeven we het niet te hebben.
Maar nu de burgeroorlog dit weekeinde zijn vierde jaar is ingegaan, is er reden om toch weer een keer bij de situatie stil te staan.
maandag 30 december 2013
UNRWA: 15 doden door honger in Palestijnse Yarmouk-kamp in Damascus
| Straat in het Yarmouk kamp. |
Gunnes waarschuwde dat de situatie in het kamp, waar 20.000 mensen min of meer in de val zitten verergert doordat er gebrek is aan voedsel en medicijnen. Gunnes zei dat UNRWA, wegens de aanwezigheid van gewapende groepen en doordat de Syrische regering het gebied van de buitenwereld heeft afgesloten, sinds september het kamp niet meer heeft kunnen binnengaan om er de meest noodzakelijke zaken te leveren.
Een groot deel van het kamp is in handen van de oppositie tegen president Assad. Het wordt al bijna een jaar belegerd door troepen die loyaal aan Assad zijn. Tienduizenden van de 170.000 inwoners van het kamp zijn intussen naar elders gevlucht.
woensdag 2 oktober 2013
'Dodental onder Palestijnen in Syrië naar 1597'
De 'Working Group for Palestinians in Syria' heeft gemeld dat het dodental van Palestijnen in Syrië als gevolg van de burgeroorlog intussen is opgelopen tot 1597. In maart stond het dodental al op 1377. In september, kwamen acht Palestijnen om in leeftijd variërend tussen 21 en 27 jaar.
In de verklaring van dinsdag zei
de groep dat drie Palestijnen aan martelingen in Syrische detentiecentra, terwijl een vierde bezweek aan verwondingen als gevolg van een artilleriebeschieting van het vluchtelingenkamp Khan Sheikh. Vier anderen overleden eveneens als gevolg van beschietingen, onder wie twee die overkleden doordat het kamp bij Deraa werd gebombardeerd.,
De groep wees op de slechte humanitaire situatie in de diverse vluchtelingenkampen als gevolg van voortdurende blokkades door het regime en het met het Syrische regime regime verbonden Volksfront voor de Bevrijding van Palestina - Algemeen Commando van Ahmad Jibril. Zo zijn de ingangen van het Yarmouk-kamp in Damascus, een van de grootste vluchtelingenkampen, al bijna drie maanden afgesloten met als gevolg grote tekorten aan voedsel en medicijnen en is het verstoken van elektriciteit. De situatie in de Sbina, Husseinia en Deraa-kampen zijn niet veel beter. Het Neirab-kamp heeft nu al bijna een jaar geen elektriciteit.
Een functionaris van Al-Fatah zei vorige week dat ongeveer 250.000 Palestijnen op de vlucht zijn voor de strijd. Onder alle inwoners van Syrië zou het aantal vluchtelingen intussen 6,2 miljoen bedragen. De dodentallen voor heel Syrië liggen vermoedelijk in de buurt van de 115.000
Rechtse, Palestijnenhatende sites als 'Elder of Zion' of 'Brabosh' in België namen het bericht van de Palestijnse doden in Syrië over met de vermelding dat Israelkritische sites hier geen oog voor hebben omdat zij er alleen op uit zouden zijn Israel het leven zuur te maken. Dat verwijt kan worden teruggekaatst met de opmerking dat sites als Brabosh c.s alleen oog hebben voor Palestijnse doden die vallen buiten Israel en de bezette gebieden. Er kan aan worden toegevoegd dat aan het leed van de Palestijne vluchtelingen in Syrië (en die in Libanon, Jordanië en elders) simpel kan worden tegemoetgekomen als Israel, dat hen heeft verdreven, de betreffende VN-resoluties eindelijk eens zou opvolgen en hen zou laten terugkeren.
| Ahmad Jibril |
De groep wees op de slechte humanitaire situatie in de diverse vluchtelingenkampen als gevolg van voortdurende blokkades door het regime en het met het Syrische regime regime verbonden Volksfront voor de Bevrijding van Palestina - Algemeen Commando van Ahmad Jibril. Zo zijn de ingangen van het Yarmouk-kamp in Damascus, een van de grootste vluchtelingenkampen, al bijna drie maanden afgesloten met als gevolg grote tekorten aan voedsel en medicijnen en is het verstoken van elektriciteit. De situatie in de Sbina, Husseinia en Deraa-kampen zijn niet veel beter. Het Neirab-kamp heeft nu al bijna een jaar geen elektriciteit.
Een functionaris van Al-Fatah zei vorige week dat ongeveer 250.000 Palestijnen op de vlucht zijn voor de strijd. Onder alle inwoners van Syrië zou het aantal vluchtelingen intussen 6,2 miljoen bedragen. De dodentallen voor heel Syrië liggen vermoedelijk in de buurt van de 115.000
Rechtse, Palestijnenhatende sites als 'Elder of Zion' of 'Brabosh' in België namen het bericht van de Palestijnse doden in Syrië over met de vermelding dat Israelkritische sites hier geen oog voor hebben omdat zij er alleen op uit zouden zijn Israel het leven zuur te maken. Dat verwijt kan worden teruggekaatst met de opmerking dat sites als Brabosh c.s alleen oog hebben voor Palestijnse doden die vallen buiten Israel en de bezette gebieden. Er kan aan worden toegevoegd dat aan het leed van de Palestijne vluchtelingen in Syrië (en die in Libanon, Jordanië en elders) simpel kan worden tegemoetgekomen als Israel, dat hen heeft verdreven, de betreffende VN-resoluties eindelijk eens zou opvolgen en hen zou laten terugkeren.
donderdag 30 mei 2013
Opposition groups from inside Syria criticize the still inconclusive meeting of the SNC in Istanbul
A number of groups of opposition fighters on the ground in Syria
have condemned the main opposition coalition group The Syrian National Coalition (SNC) for
failing to represent the Syrian revolution. The SNC has been
meeting in İstanbul for the last one week, but has so far failed to reach consensus on the
extent of the bloc's enlargement and a peace conference in June. In a statement the groups said that in order to be really representative of the Syrian opposition the SNC should choose no less than 50% of its leadership from the groups who are struggling inside Syria, instead of haggling about the inclusion or non inclusion of members of liberal groups.
The SNC began their meeting last Thursday, expecting to address the expansion of the coalition, its participation in the planned peace conference headed by Russia and the United States, its new leadership and finally forming a cabinet of ministers for interim Prime Minister Ghassan Hitto's government. However, the 60-member-bloc has so far failed to tackle its agenda or make any decisions due to the division between liberals and Islamists and their competition for membership in the coalition.
The meeting that was expected to only last three days, still failed on Wednesday, its seventh day, to come to any conclusions on agenda items. Many important members did not even attend the meeting anymore. Coalition insiders told the Anatolia news agency that former president of the coalition Mouaz al-Khatib, vice-presidents Suhair al-Atassi and Riad Seif and senior coalition members Walid al-Bunni, Haytham Malih, Louay Safi and Burhan Galioun did not attend Wednesday's session. (However Turkish Foreign Minister Ahmet Davutoğlu, as well as former French ambasssador to Damascus Eric Chevalier, U.S. Ambassador to Damascus Robert Ford, and Saudi Deputy Foreign Minister Salman bin Sultan did attend in order to try to bridge the divisons in the SNC).
Earlier on Monday morning the SNC members agreed to include eight more members to the 60-member body -- six from the liberal bloc. But the enlargement discussion is not over after the liberal bloc voiced its dissatisfaction. The liberal bloc, led by veteran opposition figure Michel Kilo, had demanded that 22 of its members be included in the coalition, but were given only 6 seats. But their attempt, which was backed by the the US an the West in general, was blocked by a Qatari backed block in which the Muslim Brotherhood has a final say. The liberal camp deliberated on Monday whether to withdraw from the coalition. There were reports that two of the liberal members withdrew their membership in protest. Kamal al-Labwani, an ally of Kilo and a senior member of the coalition, had already left İstanbul in protest at what he regarded as the domination of Qatari-backed coalition Secretary-General Mustafa al-Sabbagh, Reuters reported.
The statement said about the attempt to broaden the coalition that it was 'no more than a feeble attempt to add persons and groups that have no real impact on the revolution'. It said that the groups 'rejected this attempt”and in its place demanded representation in the coalition's leadership. “Our political representation should occupy no fewer than 50 percent of the seats in the [coalition] and its leadership bureaus,” according to the revolutionary forces, who added that this was “a final warning” for the coalition. The statement was signed “The Revolutionary Movement in Syria” and among the groups that issued it were The Syrian Revolution General Commission, the Local Coordination Committees in Syria, the Syrian Revolution Coordinators' Union and the Supreme Council for the Leadership of the Syrian Revolution. The Turkish Daily Hürriyet added that the protest by the groups amounted to an ultimatum of 24 hours to the NSC to include members of the groups inside Syria in its ranks.
The SNC began their meeting last Thursday, expecting to address the expansion of the coalition, its participation in the planned peace conference headed by Russia and the United States, its new leadership and finally forming a cabinet of ministers for interim Prime Minister Ghassan Hitto's government. However, the 60-member-bloc has so far failed to tackle its agenda or make any decisions due to the division between liberals and Islamists and their competition for membership in the coalition.
The meeting that was expected to only last three days, still failed on Wednesday, its seventh day, to come to any conclusions on agenda items. Many important members did not even attend the meeting anymore. Coalition insiders told the Anatolia news agency that former president of the coalition Mouaz al-Khatib, vice-presidents Suhair al-Atassi and Riad Seif and senior coalition members Walid al-Bunni, Haytham Malih, Louay Safi and Burhan Galioun did not attend Wednesday's session. (However Turkish Foreign Minister Ahmet Davutoğlu, as well as former French ambasssador to Damascus Eric Chevalier, U.S. Ambassador to Damascus Robert Ford, and Saudi Deputy Foreign Minister Salman bin Sultan did attend in order to try to bridge the divisons in the SNC).
Earlier on Monday morning the SNC members agreed to include eight more members to the 60-member body -- six from the liberal bloc. But the enlargement discussion is not over after the liberal bloc voiced its dissatisfaction. The liberal bloc, led by veteran opposition figure Michel Kilo, had demanded that 22 of its members be included in the coalition, but were given only 6 seats. But their attempt, which was backed by the the US an the West in general, was blocked by a Qatari backed block in which the Muslim Brotherhood has a final say. The liberal camp deliberated on Monday whether to withdraw from the coalition. There were reports that two of the liberal members withdrew their membership in protest. Kamal al-Labwani, an ally of Kilo and a senior member of the coalition, had already left İstanbul in protest at what he regarded as the domination of Qatari-backed coalition Secretary-General Mustafa al-Sabbagh, Reuters reported.
The statement said about the attempt to broaden the coalition that it was 'no more than a feeble attempt to add persons and groups that have no real impact on the revolution'. It said that the groups 'rejected this attempt”and in its place demanded representation in the coalition's leadership. “Our political representation should occupy no fewer than 50 percent of the seats in the [coalition] and its leadership bureaus,” according to the revolutionary forces, who added that this was “a final warning” for the coalition. The statement was signed “The Revolutionary Movement in Syria” and among the groups that issued it were The Syrian Revolution General Commission, the Local Coordination Committees in Syria, the Syrian Revolution Coordinators' Union and the Supreme Council for the Leadership of the Syrian Revolution. The Turkish Daily Hürriyet added that the protest by the groups amounted to an ultimatum of 24 hours to the NSC to include members of the groups inside Syria in its ranks.
dinsdag 12 februari 2013
Grote Syrische dichter Al-Ma'arri door het verzet onthoofd
Ik heb al een tijdje niet over Syrië geschreven. Feiten zijn in een burgeroorlog nauwelijks te checken en behalve informatie over gevechten en slachtoffers valt er niet veel te melden. Maar één van mijn favoriete bloggers, professor Asa'd Abu Khalil (The Angry Arab News Service) brengt bovenstaande foto die - opnieuw - veel ergs doet vrezen over de gezindheid en bedoelingen van 'het verzet'.
Het gaat om een borstbeeld in Aleppo van de dichter Abu Ala' al-Ma'arri, die leefde van 973 - 1058 en die uit de buurt van Aleppo afkomstig was. Met Al-Mutanabbi (gestorven in 965) geldt Al--Ma'arri als één van de grootste Arabische dichters die ooit geleefd heeft. Zijn Risālat al-ghufrān (Verhandeling over de vergiffenis) dat gaat over een tocht naar het paradijs, waar hij gesprekken heeft met dichters uit de voor-islamitische tijd, zou een voorbeeld zijn geweest voor Dante toen hij diens Divina Comedia schreef. Al-Ma'arri was ook een (zwartgallige) vrijdenker. Syrische verzetsgroepen hebben hem nu alsnog als afvallige aangemerkt en onthoofd. Zij plaatsen zichzelf daarmee in de categorie van beeldenstormers als de Taliban in Afghanistan of de bezetters van Timbouktou in Mali.
maandag 12 november 2012
Syrische verzet vormt nieuwe eenheidsorganisatie
| Mouaz al-Khatib |
De nieuwe organisatie heeft de naam Syrische Nationale Coalitie voor de Oppositie en Revolutionaire Krachten gekregen. Tot leider ervan werd de 52-jarige Mouaz al-Khatib gekozen, een voormalige imam van de Omayyaden-moskee van Damascus en leider van gematigde islamitische 'Islamitische Moderniserings Groep'. Als vice-voorzitters werden Riad al-Seif (66) en de dochter van de vroegere Syrische opposant Jamal al-Atassi, Soheir al-Atassi gekozen. Het nieuwe orgaan, dat 60 leden telt en waarin de Syrische Nationale Raad met 22 man is vertegenwoordigd, moet op termijn zorgen voor de vorming van een regering in ballingschap. Ook is besloten tot de oprichting van een militaire raad die de militaire activiteiten op de grond moet gaan coördineren.
De vorming van de nieuwe coalitie kwam na een week van onderhandelingen in Doha, Qatar, die bijeen waren geroepen door de VS en Qatar met de bedoeling een nieuwe verenigde structuur voor het Syrische verzet te creëren. Deze poging leek tot het begin van het afgelopen weekeinde nog tot mislukken gedoemd. Een eerdere poging om een orgaan te vormen dat het Syrische Nationale Initiatief had moeten gaan heten, en dat geleid had moeten worden door Riad al-Seif, leed afgelopen week schipbreuk. De SNC weigerde zijn dominante positie op te geven.ook was er veel verzet tegen het feit dat de herstructurering al te duidelijk was opgelegd door de Amerikanen.
Het feit dat nu toch een nieuwe organisatie uit de grond is gestampt werd toegejuicht door de VS, en onder meer Turkije, Frankrijk en de Golflanden. Ook in Syrische oppositiekringen overheerste groot enthousiasme. Maar of deze onder druk tot stand gekomen eenheid in de praktijk gaat werken, moet worden afgewacht.
donderdag 8 november 2012
Amerikaans- Britse poging het Syrische verzet te remodelleren is mislukt
Riad al-Seif (m) in gesprek met collega's op de bijeenkomst in Doha. (AFP)
Een initiatief van de Amerikanen en Britten om een nieuw vertegenwoordigend lichaam van de Syrische oppositie te creëren is deze week geruisloos mislukt. Het nieuwe lichaam, het Syrische Nationale Initiatief, zou in de plaats moeten zijn gekomen van de Syrische Nationale Raad(SNC) , die volgens het Westen te zeer verdeeld is en te veel overheerst door islamistische groeperingen (Moslim Broeders) om effectief te zijn. Het nieuwe lichaam zou uit 50 leden gaan bestaan, en vier onderdelen gaan tellen, waaronder een militaire raad, en een overgangsregering. In het nieuwe initiatief zou de SNC 15 leden krijgen, naast andere groeperingen die nu niet of ondervertegenwoordigd zijn in de SNC.
Het geheel was een initiatief van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton en haar Britse collega en werd gesteund door Frankrijk, Turkije en de Golfstaten. Het zou zijn beslag krijgen tijdens een speciale conferentie die deze week plaatsvond in Doha in Qatar. De uitvoering ervan was in handen van Robert Ford, de vroegere Amerikaanse ambassadeur in Syrië. De man die hij naar voren had geschoven als leider van het Initiatief was Riad al-Seif, een lid van de SNC. In de wandelgangen werden hier grappen over gemaakt. Gesproken werd van 'Ford's sword', een woordspeling op Al-Seif, wiens naam in het Arabisch 'zwaard' betekent.
Maar woensdagavond leed het plan onverwachts schipbreuk. Al Seif verloor zijn zetel in de SNC, die tegelijkertijd ook een bijeenkomst hield, en trok zich terug. Tevens werd bekend dat drie groeperingen die actief zijn binnen Syrië en die opgenomen zouden worden in het nieuwe Initiatief, verstek lieten gaan.'Er zijn teveel mensen tegen dit initiatief om het mogelijk te maken dat het gaat werken,' zo citeerde de Daily Telegraph een Westerse diplomaat in Doha.
'Iedereen heeft het gevoel dat dit initiatief is opgelegd,' zei Ahmed Zaidan, het plaatsvervangend hoofd van de Revolutionaire Raad, een lichaam dat belast is met de coördinatie met gewapende groepen in Syrië. 'Ze hebben het kledingstuk geweven, maar nu is er niemand om het te dragen.'
Gemeld werd ook dat SNC-leden een bijeenkomst hadden met Riad al-Seif en hem ondervroegen over de lijst met name van de mensen die naar voren werden geschoven om het nieuwe initiatief te leiden. 'We vroege hem waarom sommige mensen op die lijst stonden en hij zei dat hij het niet wist. Het Westen legde hem dit op. Hoe kan je een plan goedkeuren dat je niet kan verdedigen? zei een SNC-lid tijdens de bijeenkomst.
Kort voor het initiatief in Doha mislukte hield de Amerikaanse ambassadeur Ford een rede waarin hij de aanwezige Syrische oppositieleden ervan probeerde te overtuigen dat alleen een politieke oplossing van het Syrische probleem een mogelijkheid is. Gemeld werd dat hij de oppositie voorhield dat er geen 'no fly zone' zal komen en dat de internationale gemeenschap het Vrije Syrische Leger niet militair zal gaan steunen. “Er is geen militaire oplossing voor het Syrische probleem., er is alleen een een politieke oplossing,” aldus Ford
zaterdag 29 september 2012
Syrië, een strijd die steeds sectarischer wordt
Dit stuk schreef ik voor het oktobernummer van De Brug, uitgave SIVMO (Steuncomité Israelische Vredesgroepen en Mensenrechtenorganisaties):
De antieke citadel van Aleppo, de tweede stad in grootte in Syrië, in rustiger dagen. (Foto Getty images). Volgens de berichten van vandaag woedt er na beschietingen en gevechten een brand in de middeleeuwse souk (zie foto hieronder). De souk (markt) is onderdeel van het onder de bescherming van Unesco vallende werelderfgoed.


Wat te doen met Syrië? Dat schreef
Alain Gresh van Le Monde diplomatique kort geleden op zijn blog
'Nouvelles de l'Orient'. Het conflict krijgt een soort eeuwigdurend
karakter, vervolgde hij. Op dit moment zijn noch de beloftes van het
regime uitgekomen dat het de opstand de kop zou indrukken, noch is de
hoop van het Westen bewaarheid dat het regime in elkaar zou storten.
En intussen betaalt het land een hoge prijs. Er zijn tienduizenden
doden (de schattingen van de VN gaan intussen in de richting van de
30.000), een ongekend aantal gewonden, en talloze vluchtelingen. Hoe
verder het conflict afglijdt, hoe meer de Syrische maatschappij
uiteen wordt gerukt, gemeenschappen tegen elkaar worden opgezet,
buren het opnemen tegen hun buren.
Tot zover Alain Gresh. Hij beschrijft
in feite de wanhoop die waarnemers, waaronder natuurlijk ook
journalisten, bevangt bij een conflict dat maar voortduurt en
voortduurt, waarbij steeds meer slachtoffers vallen, dat steeds
uitzichtlozer wordt en waarin weinig lijkt te veranderen.
Natuurlijk, er is wel steeds nieuws, want nu eens is het Damascus
waar het hardst wordt gevochten, dan weer is het een wijk van Aleppo,
Irbil, of Homs die door het Syrische leger in puin wordt geschoten in
een poging de opstandelingen die zich daar onder de bevolking hebben
gemengd, te verdrijven. En er zijn slachtpartijen, autobommen,
ontvoeringen. Maar doorbraken, echte nieuwe ontwikkelingen, zijn er
niet te melden. La crise s'éternise, de crisis is eindeloos,
zoals Gresh schreef.
Het is verleidelijk te blíjven
citeren, want iedereen kiest daar zijn eigen formuleringen voor. Zo
citeerde Max Rodenbeck, de Midden-Oostenverslaggever van The
Economist, Lakhdar Brahimi, de ervaren Algerijnse vredestichter die
onlangs Kofi Annan opvolgde als speciale gezant van de VN voor Syrië.
Brahimi omschreef zijn nieuwe taak als 'vrijwel onmogelijk', schreefRodenbeck, 'en dat lijkt een juiste waarneming. Het regime is in het
nauw gedreven maar onscrupuleus en weigert te praten met zijn
tegenstanders zolang ze de wapens niet neerleggen. Van hun kant zijn
de minder goed bewapende, onderling verdeelde, maar volhardende
rebellen niet van plan te praten met het regime totdat Bashar Assad
vertrekt. De rest van de wereld kijkt ontzet toe, of gaat stilletjes
door met het voeden van het conflict, terwijl de ellende toeneemt.
Alleen al in augustus verdubbelde het aantal vluchtelingen dat in
landen buiten Syrië asiel aanvroeg tot 200.000.'
'Assad heeft verschillende tactieken uitgeprobeerd om de opstand
die nu 18 maanden oud is, de kop in te drukken. Eerst beloofde hij
hervormingen, terwijl zijn veiligheidstroepen tegelijkertijd het vuur
openden op vreedzame demonstranten. Vervolgens deed het regime het
voorkomen alsof alles in orde was, afgezien van wat loslopende
'terroristen'. Nu, na te hebben toegegeven dat hij met een echte
oorlog te maken heeft, komt Assad met een keuzemogelijkheid: zijn
regime moet worden geaccepteerd of zijn leger zal de aarde
verschroeien onder de voeten van diegenen die ertegen zijn.'
Tot zover Rodenbeck van de Economist. Ook hij ziet een conflict dat voorlopig nog lang niet voorbij is. Immers de opstandelingen zijn niet sterk genoeg om het leger echt aan te kunnen. En het regime voert – zoveel is intussen wel duidelijk – een strijd waarbij het koste wat het kost wil overleven en waarbij het geen prijs te hoog lijkt te vinden, zoals blijkt uit het ongekend hoge dodental en de aan puin geschoten stadswijken. Vooral in augustus was het duidelijker dan ooit – met dagenlange beschietingen van wijken in en rond Damascus en Aleppo, de twee belangrijkste steden, waarin het verzet posities had ingenomen. Die artilleriebeschietingen, die dienden om de eigen verliezen van het leger zo laag mogelijk te houden voordat de troepen 'erin' gingen om met de laatst overgebleven opposanten af te rekenen, eiste een onwaarschijnlijk hoge tol aan burgerslachtoffers en was verantwoordelijk voor de enorme toename aan vluchtelingen. Assad en de zijnen gaan tot het uiterste.
Aan de andere kant kan over de oppositie ook niet al teveel goeds worden gemeld. Nog steeds is er sprake van een groot aantal plaatselijke milities in plaats van een goed gecoördineerd SNA (Syrian National Army). Nog steeds is het hommeles in de Syrische Nationale Raad (SNC), waar belangrijke figuren weglopen, waar geklaagd wordt over ineffectiviteit, over gebrek aan democratie en over het feit dat islamisten het er voor het zeggen hebben, zoniet openlijk dan toch achter de schermen. De Raad wordt nu uitgebreid, maar is ook dan nog steeds geen democratische organisatie en vertegenwoordigt ook dan nog steeds niet alle groepen. De Plaatselijke Coördinatie Comités (LCC) bijvoorbeeld, één van de organisaties die een geweldloze aanpak van de revolutie voorstaan, is er ook dan nog steeds niet in vertegenwoordigd. En dan hebben we het nog niet gehad over het feit dat ook het verzet zich aan gruwelijke praktijken schuldig maakt als ontvoeringen, standrechtelijke executies en moordpartijen op regeringstroepen of van personen of groepen die verdacht worden van loyalisme aan Assad, en vaak zijn dat groepen of personen tot de minderheden behoren. Evenmin hebben we dan de vraag opgeworpen in hoeverre het verantwoord is met strijdgroepen positie te kiezen in woonwijken, die dan vervolgens een doelwit worden van tegenaanvallen van de regeringstroepen. Veel vluchtelingen die nu naar het buitenland vluchten vertellen dat zij het gevoel hadden gehad als het ware gegijzeld te zijn geweest in een gewapend conflict waar zij part noch deel aan hadden gehad.
Het zijn trouwens ook niet alleen de strijdende partijen zélf die schuldig zijn aan het feit dat dit conflict s'eternise, oftewel zo eindeloos duurt. Ook die omstanders die in de woorden van Rodenbeck van The Economist 'stilletjes doorgaan met het voeden van het conflict', mogen er op aan worden aangekeken, want ook op het diplomatieke vlak zijn de posities behoorlijk bewegingloos ingegraven. Het Westen kijkt al lang met nauw verholen woede naar Rusland, dat verdergaande sancties tegen Assad en de zijnen tegenhoudt en dat – net als Iran – het Syrische regime met wapens steunt. Met als argument dat een vertrek van Assad niet een voorwaarde vooraf dient te zijn, maar dat onderhandelingen de oplossing moeten bieden. Het Westen is echter niet minder koppig dan Moskou. Het eist juist, Amerika voorop, dat Assad vertrekt voordat over wat anders kan worden gepraat, terwijl intussen Saudi-Arabië en Qatar doorgaan de rebellen met wapens te spekken, met logistieke steun van Amerika. De reden die de VS en andere Westerse landen geven waarom zij de oppositie niet naar de onderhandelingstafel drijven, maar juist zo vasthouden aan Assads vertrek, is dat 'het regime alle legitimiteit' heeft verloren. Dat is ongetwijfeld waar. Maar het vermoeden laat zich moeilijk wegpoetsen dat op de achtergrond toch meespeelt dat Assad een bondgenoot is van Hezbollah in Libanon en van het door iedereen – niet in de laatste plaats Israel en de Golflanden – gehate Iran, en dat met Assads vertrek de positie van de 'sjiitische as' in dit deel van het Midden-Oosten een beslissende klap kan worden toegebracht.
Een beeld dat steeds vaker te zien is in Latakia, in het hartland van de Alawitische minderheid: begrafenisstoeten van soldaten van het regeringsleger. (Wall Street Journal)
Nu is dit alles in grote trekken eigenlijk allemaal niet zo vreselijk nieuw. En de vraag dringt zich vervolgens op of er dan echt niets verandert. Het antwoord daarop moet bevestigend zijn: er verandert wel wat, maar niet steeds in gunstige zin. Een belangrijke ontwikkeling, die al een tijd gaande is, is dat het regime tijdens deze maanden van harde strijd steeds minder het karakter van een staatsapparaat voor alle Syriërs heeft gekregen. Doordat de nadruk steeds meer is komen te liggen op de militaire en veiligheidsdiensten is het nationale leger gaandeweg geëvolueerd en veranderd in een soort partijmilitie die een keihard, niets ontziend gevecht voert om te overleven. Dit karakter wordt nog versterkt doordat het kamp van Assad ertoe is overgegaan wapens uit te delen en zogenaamde 'Volkscomités' op te richten in gebieden waar de bevolking nog loyaal is aan het regime.
Deze ontwikkeling gaat gepaard aan een groeiende vervreemding tussen de oppositie en groepen die van oudsher steunpilaren waren van het Assad-bewind, zoals de christenen en vooral de Alawieten, de groep waaruit de familie Assad zelf voortkomt. Uit diverse berichten wordt duidelijk dat vooral de Alawieten, die vóór de familie Assad aan de macht kwam eeuwenlang een vervolgde minderheid zijn geweest, zich in bepaalde gebieden zoals in de buurt van de stad Latakia, en masse opgeven voor dienst in het leger of in deze Volkscomités, bang als ze zijn dat een val van het Assad regime gepaard zal gaan met bijltjesdagen, collectieve afrekeningen en een terugkeer naar de donkere periodes uit hun verleden. Het treurige nieuws is verder dat de oppositie volstrekt zijn best niet doet om het vertrouwen te winnen van de Alawitische en christelijke groeperingen, of die delen van de soennitische bourgeoisie die het altijd goed met het Assad-regime kon vinden. Integendeel, die groeperingen worden in toenemende mate bang gemaakt en vervolgd. Ook hierin schiet de oppositie dus helaas schromelijk tekort.
Toch zijn niet alle berichten uit Syrië even zwart. Als we de International Crisis Group (ICG) mogen geloven, die begin augustus een uitgebreid rapport over de situatie uitbracht, zijn er ook lichtpuntjes. De sociale cohesie is niet helemaal verdwenen. Op veel plaatsen zijn er spontane initiatieven geweest om hulp te verlenen aan getroffen buren en buurten. Ook waren er hier en daar acties die ergere gewapende confrontaties wisten te voorkomen. En tenslotte heeft het regime – ondanks alles – de moraal niet kapot weten te krijgen, want de protestdemonstraties waar alles anderhalf jaar geleden tenslotte mee begonnen was, gaan nog steeds door. De veerkracht is dus nog niet helemaal verdwenen.
dinsdag 7 augustus 2012
Rebellie in beweging Ahmed Jibril wegens beschieting Yarmouk-kamp in Damascus
Ahmed Jibril.
Leden in Palestina van het het radicale Volksfront voor de Bevrijding van Palestina-Algemeen Commando hebben in een verklaring gedreigd zich af te scheiden van het leiderschap in Damascus en zes leden van het centrale comité van de organisatie zijn opgestapt. Dat gebeurde maandag tijdens een bijeenkomst meldt Ma'an News. De reden voor de protesten is de houding van de secretaris-generaal (=leider) van de beweging, Ahmed Jibril, die zich achter de Syrische president Bashar al-Assad heeft geschaard.
De kritiek op Jibril kwam op gang na de gebeurtenissen in het Yarmouk-kamp in Damascus, het grootste Palestijnse vluchtelingenkamp in Syrië, waarbij afgelopen vrijdag 21 mensen werden gedood en 65 gewond raakten bij een bombardement met mortieren in een drukke straat
Wie verantwoordelijk was voor het bombardement, de Syrische regering of de oppositie, werd niet duidelijk uit de verklaringen van betrokkenen. Maar de leider van het politburo van de PLO in Damascus, Anwar Abdul Hadi, leverde na het bombardement wel scherpe kritiek op Jibril, die zich niet alleen achter Assad had opgesteld maar ook enkele honderden Palestijnen in het kamp had bewapend, onder het motto dat zij de Palestijnen moeste beschermen. Abdul Hadi stelde dat het rustig was gebleven in het Yarmouk-kamp tot het moment dat Jibril was begonnen mensen te bewapenen. Dat was in strijd met een beslissing van 15 Palestijnse fracties om volledig neutraal te blijven in het Syrische conflict. De Palestijnse ambassadeur in Damasus. Mahmoud al-Khalidi herhaalde zaterdag nog eens dat de Palestijnen eensgezind waren dat die neutraliteit gehandhaafd diende te worden.
De houding van Jibril komt overigens niet uit de lucht vallen. Jibril's beweging is een radicale afsplitsing van George Habash' Volksfront voor de Bevrijding van Palestina, die zich vooral altijd heeft onderscheiden door alleen in gewapende strijd en in geen enkele vorm van onderhandelingen met Israel te geloven. Jibril (74 inmiddels) begon zijn loopbaan als officier in het Syrische leger en is altijd een trouwe volgeling van het Baath-bewind gebleven.
Opmerkelijk te aanzien van de gebeurtenissen in het Yarmouk-kamp van vorige week is intussen dat iedereen op eieren loopt als het aankomt op het aanwijzen van de schuldigen van het bombardement. Ook UNRWA, de organisatie die zorgt voor de Palestijnse vluchtelingen was uiterst voorzichtig. Woordvoerder Chris Gunness bevestigde dat er 21 dode waren, maar wees erop dat het kamp overloopt in andere buurten van Damascus waar Syriërs en geen Palestijnen wonen zodat nog niet zeker was hoeveel Palestijnen waren gedood. Ook liet hij in het midden wie er had geschoten.
zaterdag 14 juli 2012
Four Palestinians killed in Syria during protest against the killing of 16 others
The Yarmouk camp in Damascus
Four Palestinian refugees were killed and several others were injured after Syrian security forces opened fire at demonstrators in Al-Yarmouk refugee camp on Friday, Ma'an News reports. Palestinians in the Damascus-area camp told Ma’an that hundreds of refugees had taken to the streets to protest the killing of 16 Palestinians earlier in the week.
At the demonstration, Syrian forces opened fire on protesters, killing at least four, whom witnesses say suffered gunshot wounds to the upper body.
On Wednesday, 15 officers affiliated to the Palestinian Liberation Army in Damascus and their driver were found dead after they had been kidnapped en route to the Palestinian refugee camp Nairab near Aleppo several weeks ago, a Palestinian official said.
Palestinian refugees in Syria must do military service for one month in the Palestinian Liberation Army. The PLA was established as the armed wing of the Palestine Liberation Organization, but later integrated under Syrian military command and used to police refugee camps.
The group was returning from training in a military institute in Misayaf between Hama and Homs when a group of gunmen seized the bus, the head of the PLO's politburo in Damascus Anwar Abdul-Hadi said.
On Wednesday, Syria security notified Palestinian leaders that the officers were found riddled with bullet and stab wounds on the main road near Idlib, Abdul-Hadi said.
While Palestinian officials insist that refugees in Syria are not taking part in the conflict raging in the country, the fighting between opposition and state forces has spilled into camps across Syria. Palestinians in Syria told Human Rights Watch in June that Syrian security forces are detaining hundreds of people, including Palestinians, in the al-Yarmouk camp.They said that thousands of Palestinians have recently fled the city of Homs and its suburbs because of the violence there, as well as from Daraa due to recent heavy shelling, and have sought refuge in al-Yarmouk.
The largest Palestinian refugee camp in Syria which is home 200,000 Palestinians, al-Yarmouk has also experienced a number of deadly incidents. A Syrian security official threatened to raid the camp due to Fatah's alleged support of anti-Assad demonstrations, sources in the camp told Ma'an in March. Days later, a vehicle belonging to the Palestinian Liberation Army in the camp was hit by an explosion that killed three people.
Last June, 14 Palestinians in the same camp were reported killed and another 43 injured after attacking the headquarters of leftist group PFLP-GC amid tensions between supporters and opponents of the Syrian regime, PA official news agency Wafa reported at the time.
The Electronic Intifada in a recent article also paid attention to the difficult position of the Palestinian population in Syria, who are threatened to be drawn into the armed conflict.
zondag 1 juli 2012
Links van de week tot 30 juni 2012
Hier een paar links naar artikelen van de afgelopen week:
Prof. Juan Cole nam op zijn blog een verslag in grafieken van de Amerikaanse aanvallen met drones over - geen prettige cijfers, deze mensenrechtenverkrachtingen op last van Obama:
Graphs of Death: US Drone Strikes Visualized
Meestal gaat de discussie over de hoge kosten van de bezetting van de Westoever en de slechte gevolgen. Noam Sheizaf brengt op de blog +972 de andere kant van de medaille ter sprake:
The profitable occupation, and why it is never discussed
Twee commentaren op de gebeurtenissen in Egypte:
Blogger 3arabawy (Hossam Hamalawy) over
Morsi, SCAF and the revolutionary left
en de Amerikaans/Israelische politcoloog Joel Beinin over de gebreken van de Egyptische oppositie
In search of a new political language
(Wie behoefte heeft aan een overzicht van de gebeurtenissen in Egypte van de afgelopen weken kan hier terecht: een redelijk goed artikel van de Belg Ludo de Brabander, Staatsgreep in Egypte )
Onlangs kwam via Maariv naar buiten dat Israel ten tijde van het bloedbad in Ruanda-Burundi wapens aan de Hutu's leverde, Jadaliyya schrijft:
Israeli Arms Sales To Rwandan Genocidaires Should Not Be Surprising
Badil over de onthutsende achtergronden van de sloop van Arabische huizen in Lydda (Lod) in 2010. Er is sindsdien niets veranderd of verbeterd.
Homeless In Your Own Home
Actueel over Syrië, een lang interview in Jadaliyya met dissident Haytham Manna van de National Coordinating Body for Democratic Change:
The Current Impasse in Syria
En tot slot twee stukken over bedreigde monumenten. Eén over de vernielingen door de burgeroorlog in Syrië, de andere over een Libanese minister die ten behoeven van een bouwproject overblijfselen van een Phoenicische haven laat slopen:
Syria’s History and Heritage: Forgotten Relics
Beirut Bulldozers Tear Down Ancient Phoenician Port To Build Skyskapers
Prof. Juan Cole nam op zijn blog een verslag in grafieken van de Amerikaanse aanvallen met drones over - geen prettige cijfers, deze mensenrechtenverkrachtingen op last van Obama:
Graphs of Death: US Drone Strikes Visualized
Meestal gaat de discussie over de hoge kosten van de bezetting van de Westoever en de slechte gevolgen. Noam Sheizaf brengt op de blog +972 de andere kant van de medaille ter sprake:
The profitable occupation, and why it is never discussed
Twee commentaren op de gebeurtenissen in Egypte:
Blogger 3arabawy (Hossam Hamalawy) over
Morsi, SCAF and the revolutionary left
en de Amerikaans/Israelische politcoloog Joel Beinin over de gebreken van de Egyptische oppositie
In search of a new political language
(Wie behoefte heeft aan een overzicht van de gebeurtenissen in Egypte van de afgelopen weken kan hier terecht: een redelijk goed artikel van de Belg Ludo de Brabander, Staatsgreep in Egypte )
Onlangs kwam via Maariv naar buiten dat Israel ten tijde van het bloedbad in Ruanda-Burundi wapens aan de Hutu's leverde, Jadaliyya schrijft:
Israeli Arms Sales To Rwandan Genocidaires Should Not Be Surprising
Badil over de onthutsende achtergronden van de sloop van Arabische huizen in Lydda (Lod) in 2010. Er is sindsdien niets veranderd of verbeterd.
Homeless In Your Own Home
Actueel over Syrië, een lang interview in Jadaliyya met dissident Haytham Manna van de National Coordinating Body for Democratic Change:
The Current Impasse in Syria
En tot slot twee stukken over bedreigde monumenten. Eén over de vernielingen door de burgeroorlog in Syrië, de andere over een Libanese minister die ten behoeven van een bouwproject overblijfselen van een Phoenicische haven laat slopen:
Syria’s History and Heritage: Forgotten Relics
Beirut Bulldozers Tear Down Ancient Phoenician Port To Build Skyskapers
maandag 11 juni 2012
'Slachtpartij in Houla was niet het werk van de Syrische regering maar van de rebellen'
Eind mei werd de wereld opgeschrikt door het verhaal van een slachtpartij in het Syrische dorp Houla (district Homs) waar 108 mensen, onder wie en groot aantal kinderen, waren afgeslacht. Het Syrische leger een de pro-Assad sabiha-milities kregen de schuld en de roep om meer druk op Assad, via sancties of militair ingrijpen werd luider.
Blogger professor Asa'ad Abu Khalil (Angry Arab) wees op onderstaand verslag in de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) van 7 juni waarin een heel andere lezing werd gegeven. Auteur is Rainer Hermann, FAZ-correspondent in Dubai, die Arabisch spreekt. Hij bericht vanuit Damascus. Ik citeer eerst de Duitse versie. Daaronder geef ik een Nederlandse samenvatting
Houla, begrafenis van de slachtoffers in een masssagraf.
Hermann heeft gesproken met opposanten van Assad die tegen het gebruik van geweld zijn en die met getuigen van de moordpartij hebben gesproken. Omdat ook voorstanders van geweldloos verzet recent vermoord of bedreigd zijn, wilden ze anoniem blijven. De slachtpartij vond plaats na het vrijdaggebed, tijdens een aanval van sunnitische rebellen op drie checkpoints van het Syrische leger die aanvallen van rebellen vanuit het overwegend sunnitische Hula op omringende alawitische dorpen moesten voorkomen. Het leger riep versterkingen te hulp uit een nabijgelegen kazerne en er volgde en gevecht dat rond 90 minuten duurde, waarbij tientallen soldaten en rebellen omkwamen.
Houla was in die 90 minuten afgesloten van de buitenwereld en de slachtpartij vond in die 90 minuten plaats. Er werden vrijwel uitsluitend families vermoord die behoorden tot de alawitische en shi'itische minderheid in Houla. Onder meer tientallen leden van een familie die niet lang geleden van de sunnitische tot de shi'itische islam was overgaan, leden van de Alawitische familie Shomaliya en verwanten van een sunnitische parlementariër die de reputatie heeft een collaborateur te zijn. Onmiddellijk na de slachtpartij hebben de daders video's gemaakt van de slachtoffers, onder het mom dat sunnieten zouden zijn, en die op het internet verspreid. Vertegenwoordigers van de regering bevstigden deze lezing, maar wezen erop dat de regering in het openbaar geen onderschied wil aken tusen sunnieten en alawieten.
(Bashar al-Assad en de voornaamste steunpilaren van het regime zijn nagenoeg uitsluitend alawitisch, de oppositie bestaat overwegend uit sunnieten. Verder commentaar bij het verhaal in de FAZ lijkt me overbodig, AbuP).
Blogger professor Asa'ad Abu Khalil (Angry Arab) wees op onderstaand verslag in de Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) van 7 juni waarin een heel andere lezing werd gegeven. Auteur is Rainer Hermann, FAZ-correspondent in Dubai, die Arabisch spreekt. Hij bericht vanuit Damascus. Ik citeer eerst de Duitse versie. Daaronder geef ik een Nederlandse samenvatting
Das Massaker ähnelt auf den ersten Blick dem von Hula, bei dem am 25.
Mai 108 Menschen getötet worden waren. Syrische Oppositionelle, die aus
der Region
kommen, konnten in den vergangenen Tagen aufgrund glaubwürdiger
Zeugenaussagen den wahrscheinlichen Tathergang in Hula rekonstruieren.
Ihr Ergebnis widerspricht den Behauptungen der Rebellen, die die
regimenahen Milizen Schabiha der Tat beschuldigt hatten. Sie sollen
unter dem Schutz der syrischen Armee gehandelt haben. Da zuletzt
Oppositionelle, die den Einsatz von Gewalt ablehnen, ermordet oder
zumindest bedroht worden sind, wollen die Oppositionellen ihre Namen
nicht genannt sehen.
Das Massaker von Hula hatte sich nach dem Freitagsgebet ereignet. Die
Kämpfe setzten ein, als sunnitische Rebellen die drei Straßenkontrollen
der syrischen Armee um Hula herum angriffen. Die Kontrollpunkte haben
die Aufgabe, die alawitischen Dörfer um das überwiegend sunnitische Hula
vor Anschlägen zu schützen.
Eine
angegriffene Straßenkontrolle rief Einheiten der syrischen Armee zu
Hilfe, die 1500 Meter entfernt eine Kaserne unterhält und umgehend
Verstärkung schickte. Bei den Kämpfen um Hula, die 90 Minuten
gedauert haben sollen, wurden Dutzende Soldaten und Rebellen getötet.
Während der Kämpfe waren die drei Dörfer von Hula von der Außenwelt
abgeriegelt.
Nach Angaben der Augenzeugen habe sich das Massaker
in dieser Zeit ereignet. Getötet worden seien nahezu ausschließlich
Familien der alawitischen und schiitischen Minderheit Hulas, dessen
Bevölkerung zu mehr als neunzig Prozent Sunniten sind. So wurden mehrere
Dutzend Mitglieder einer Familie abgeschlachtet, die in den vergangenen
Jahren vom sunnitischen zum schiitischen Islam übergetreten sei.
Getötet wurden ferner Mitglieder der alawitischen Familie Shomaliya und
die Familie eines sunnitischen Parlamentsabgeordneten, weil dieser als
Kollaborateur galt. Unmittelbar nach dem Massaker hätten die Täter ihre
Opfer gefilmt, sie als sunnitische Opfer ausgegeben und die Videos über
Internet verbreitet. Vertreter der syrischen Regierung bestätigten zwar
diese Version, verwiesen aber darauf, dass sich die Regierung
verpflichtet habe, öffentlich nicht von Alawiten und Sunniten zu
sprechen. Staatspräsident Baschar al Assad gehört den Alawiten an, die
Opposition wird überwiegend von der sunnitischen Bevölkerungsmehrheit
getragen.
Hermann heeft gesproken met opposanten van Assad die tegen het gebruik van geweld zijn en die met getuigen van de moordpartij hebben gesproken. Omdat ook voorstanders van geweldloos verzet recent vermoord of bedreigd zijn, wilden ze anoniem blijven. De slachtpartij vond plaats na het vrijdaggebed, tijdens een aanval van sunnitische rebellen op drie checkpoints van het Syrische leger die aanvallen van rebellen vanuit het overwegend sunnitische Hula op omringende alawitische dorpen moesten voorkomen. Het leger riep versterkingen te hulp uit een nabijgelegen kazerne en er volgde en gevecht dat rond 90 minuten duurde, waarbij tientallen soldaten en rebellen omkwamen.
Houla was in die 90 minuten afgesloten van de buitenwereld en de slachtpartij vond in die 90 minuten plaats. Er werden vrijwel uitsluitend families vermoord die behoorden tot de alawitische en shi'itische minderheid in Houla. Onder meer tientallen leden van een familie die niet lang geleden van de sunnitische tot de shi'itische islam was overgaan, leden van de Alawitische familie Shomaliya en verwanten van een sunnitische parlementariër die de reputatie heeft een collaborateur te zijn. Onmiddellijk na de slachtpartij hebben de daders video's gemaakt van de slachtoffers, onder het mom dat sunnieten zouden zijn, en die op het internet verspreid. Vertegenwoordigers van de regering bevstigden deze lezing, maar wezen erop dat de regering in het openbaar geen onderschied wil aken tusen sunnieten en alawieten.
(Bashar al-Assad en de voornaamste steunpilaren van het regime zijn nagenoeg uitsluitend alawitisch, de oppositie bestaat overwegend uit sunnieten. Verder commentaar bij het verhaal in de FAZ lijkt me overbodig, AbuP).
zaterdag 2 juni 2012
Syrië stevent af op een volledige burgeroorlog en het Westen helpt er een handje bij
´We zijn geen terroristen.´ Demonstratie tegen Assad op 25 mei na het vrijdaggebed in Binsh bij Idlib in het noorden van Syrië (Reuters).
De woede tegen Bashar al-Assad heeft een nieuw hoogtepunt bereikt, nadat was vastgesteld vorige week vrijdag 108 mensen onder wie veel kinderen in Houla (provincie Homs) naar alle waarschijnlijkheid door Assads mensen waren vermoord. Een dertigtal door granaten, wat wees op beschietingen door het reguliere leger. De rest was gedood door geweerkogels of messteken, wat leek te wijzen op een actie van de zogenoemde sabiha, gewapende bendes behorende tot het pro-Assad kamp.
De moordpartij lijkt een keerpunt te worden in het drama dat Syrië heet. Dertien Westerse landen wezen de Syrische ambassadeur uit. De Veiligheidsraad sprak een veroordeling uit, en er gaan stemmen op die - zoals de Franse president Hollande - gewapend ingrijpen niet langer willen uitsluiten.
Maar intussen is de slachtpartij in Houla vooral een bewijs van hoe de situatie in Syrië verder uit de hand loopt. Joshua Landis, één van de beste Syrië-kenners, betoogde voor National Public Radio (hier te volgen op zijn blog) dat wat in Houla gebeurde te verklaren was uit het feit dat het een sunnitisch dorp is, dat is omringd door dorpen met een alawitische of christelijke bevolking. De alawieten en christenen steunen, uit angst voor het ongewisse onder een nieuw regime, over het algemeen Assad. En de regering, die langzamerhand meer in het nauw raakt doordat sunnieten steeds vaker uit het leger deserteren of zich op ander manieren van haar afkeren (stakingen van winkeliers in Damascus of Aleppo), is begonnen dorpsmilities te bewapenen op plaatsen waar haar aanhangers in de meerderheid zijn. De slachting in Houla zou zijn begonnen als represaille voor een aanval vanuit Houla op een checkpoint van het leger, maar sabiha uit de omringende dorpen zouden het werk vervolgens hebben afgemaakt met de bedoeling de sunnieten uit het anti-Assad kamp een lesje te leren.
Of het zo gegaan is weten we niet zeker. Dat het een actie van rebellen was, met de bedoeling het regime in diskrediet te brengen, zoals Damascus het zelf noemde, is misschien niet helemaal voor 100% uit te sluiten, alhoewel minder waarschijnlijk Misschien zullen we de waarheid ook wel nooit te weten komen. Maar wat als een paal boven water staat, is dat de tegenstellingen tussen de Syrische bevolkingsgroepen toenemen. Tegenover acties van het officiële Syrische leger tegen de burgerbevolking staat een toenemend aantal ontvoeringen en lynchpartijen van militairen, ambtenaren en ook burgers door de rebellen. Om nog maar niet te spreken van bomaanslagen tegen politie- en inlichtingencentra, zoals onlangs in Damascus waarbij 55 mensen werden gedood en 400 gewond. Er zijn tientallen, honderden -volgens Joshua Landis wel zo´n 500 - rebellenmilities actief, en niemand weet wie ze commandeert. Evenmin is duidelijk of de regering haar sabiha wel in de hand heeft. En intussen gooit het westen, dat uit is op ´regime-change´, willens en wetens olie op het vuur door te gedogen - de VS voorop - dat Saudi-Arabië en Qatar wapens leveren aan de rebellen. Het perspectief van een burgeroorlog langs religieuze lijnen - à la Irak of à la Libanon - komt daardoor geleidelijk maar onontkoombaar dichterbij.
Nog een andere factor draagt bij het uiteenvallen van de samenhang van de Syrische maatschappij. Samir Aita, een Syrische econoom die hoofdredacteur is van de Arabische editie van het Franse blad Le Monde diplomatique, zei in een interview voor één van de oppositiebewegingen, de National Coordination Body for Democratic Change, dat de tegen Syrië afgekondigde sancties krachtig bijdragen aan de desintegratie van de sociale verbanden. De sancties treffen, zoals meestal, vooral de burgers en niet het regime. In de winter zaten mensen massaal in de kou door gebrek aan energie. Inmiddels kost een fles gas om te koken 40 - 50 dollar en is een tekort aan meel en aan veel andere zaken. Het gebrek aan essentiële levensbehoeften werkt uitermate ontwrichtend op een samenleving waarin de slechte economische situatie en de grote (jeugd)werkloosheid überhaupt toch al belangrijke factoren waren die bijdroegen tot het ontstaan van de opstand in maart 2011.
Het Westen dringt nu - na Houla met vernieuwde kracht - aan op het verdwijnen van Assad. Hier en daar valt te horen dat de VS wel wat voelen voor het Jemenitische-model: zoveel druk op Assad dat hij net als Ali Abdallah Saleh van Jemen opstapt en de macht overdraagt aan een vicepresident die dan hervormingen kan doorvoeren. Die aanpak heeft in Jemen niet echt gewerkt. Maar in Syrië is het helemaal een slag in de lucht: het gaat eraan voorbij dat Assad´s Ba´ath-regime niet zozeer afhankelijk is van één man, maar van een clan en zelfs een groot deel van een bevolkingsgroep (de Alawieten) die alle machtsposities bezetten, zowel in het leger als de burgermaatschappij.
Maar dan is er nog een groter probleem. En dat is dat er volstrekt geen geloofwaardig alternatief is voor Assads bewind. De Syrische Nationale Raad (SNC), de grootste groep, wordt gedomineerd door de Moslim Broederschap. De SNC heeft de roep om democratie in Syrië niet eens in haar eigen gelederen kunnen toepassen. Hij heeft minderheden als christenen en alawieten (bij elkaar meer dan een kwart van de bevolking) niet voldoende op hun gemak kunnen stellen om hen over de streep te trekken in het kamp van de mensen die Assad willen verdrijven. Ook is die zelfde SNC er na meer dan een jaar nog steeds niet in geslaagd om een geloofwaardig programma voor-na-Assad op tafel te leggen. En zelfs moest een conferentie die half mei in Cairo zou worden gehouden om de SNC met ander oppositiegroepen op één lijn te krijgen, wegens gebrek aan overeenstemming worden afgezegd. Niettemin blaast de SNC hoog van de toren, roept hij dat hij niet wil praten met de regering voor Assad weg is, en heeft hij nu - na Houla - ook het staakt-het-vuren opgezegd waar het zich - net zo min als de regering trouwens - toch al niet aan hield.
Tegen deze achtergrond is het eigenlijk onbegrijpelijk dat het Westen maar blijft drammen dat Assad weg moet voor er zaken kunnen worden gedaan, en verwijten blijft maken aan het adres van Rusland, dat de regering in Damascus de hand boven het hoofd blijft houden. Van alle kanten kunnen we horen dat Rusland alleen uit is op eigenbelang. En het zal inderdaad wel waar zijn dat het voor Moskou van belang is vrienden als Syrië of Iran niet zonder meer aan hun lot over te laten. Maar voor Rusland lijkt het toch minstens even belangrijk te zijn dat er geen geloofwaardig alternatief is voor de huidige regering. Ook lijkt het oprecht bezorgd dat militair ingrijpen de zaken zal verergeren, zoals het Westen dat al eerder heeft gedaan met ingrijpen in Irak, Afghanistan en uiteindelijk ook Libië. Rusland lijkt niet per sé uit te zijn op het handhaven van Assad en diens regering. Tenslotte is ongeveer de hele wereld ervan overtuigd dat dat niet echt veel langer tot de mogelijkheden behoort. Maar wel dringt Moskou steeds aan op onderhandelingen die moeten leiden tot hervormingen van binnenuit. En met een nauw verholen aanval op het Westen en de Golflanden uit het ook scherpe kritiek uit op ´partijen die de oppositie aanzetten tot het saboteren van het Annan-plan met de bedoeling buitenlandse interventie uit te lokken´.
En intussen sprak Annan zelf deze dagen dus onder meer met Assad in een poging zijn zes-puntsplan te redden. De linkse Libanese krant Al-Akhbar meldde uit diplomatieke bron te hebben gehoord dat Washington, Londen en Parijs Annan op pad hadden gestuurd met forse eisen, nadat de Veiligheidsraadsdiscussie door Russisch verzet niet had opgeleverd wat ze hadden gehoopt. Eis nummer één was een onderzoek naar wat zich heeft afgespeeld in Houla. Eis nummert twee, die samenviel met het wegsturen van de Syrische ambassadeurs uit de Westerse hoofdsteden, was volgens Al-Akhbar dat Assad onmiddellijk begint met het implementeren van de hervormingen die hij eerder had beloofd.
Al-Akhbar haalde ook Annan´s assistent Nasser al-Qudwa aan, die zei dat het al of niet hebben van succes van het Annan-plan op dit moment afhangt van het zo gauw mogelijk uitbreiden van het aantal waarnemers en een verbreding van hun taken, zodat ze ook tijdelijk de supervisie kunnen krijgen over het bestuur van ´gevarenzones´.
Het is onwaarschijnlijk dat dat ervan zal komen. De sfeer na Houla is zodanig dat het er meer op lijkt dat de missie-Annan al zo ongeveer is afgeschreven. En zo escaleert de situatie geleidelijk verder in de richting van een volledige burgeroorlog.
De woede tegen Bashar al-Assad heeft een nieuw hoogtepunt bereikt, nadat was vastgesteld vorige week vrijdag 108 mensen onder wie veel kinderen in Houla (provincie Homs) naar alle waarschijnlijkheid door Assads mensen waren vermoord. Een dertigtal door granaten, wat wees op beschietingen door het reguliere leger. De rest was gedood door geweerkogels of messteken, wat leek te wijzen op een actie van de zogenoemde sabiha, gewapende bendes behorende tot het pro-Assad kamp.
De moordpartij lijkt een keerpunt te worden in het drama dat Syrië heet. Dertien Westerse landen wezen de Syrische ambassadeur uit. De Veiligheidsraad sprak een veroordeling uit, en er gaan stemmen op die - zoals de Franse president Hollande - gewapend ingrijpen niet langer willen uitsluiten.
Maar intussen is de slachtpartij in Houla vooral een bewijs van hoe de situatie in Syrië verder uit de hand loopt. Joshua Landis, één van de beste Syrië-kenners, betoogde voor National Public Radio (hier te volgen op zijn blog) dat wat in Houla gebeurde te verklaren was uit het feit dat het een sunnitisch dorp is, dat is omringd door dorpen met een alawitische of christelijke bevolking. De alawieten en christenen steunen, uit angst voor het ongewisse onder een nieuw regime, over het algemeen Assad. En de regering, die langzamerhand meer in het nauw raakt doordat sunnieten steeds vaker uit het leger deserteren of zich op ander manieren van haar afkeren (stakingen van winkeliers in Damascus of Aleppo), is begonnen dorpsmilities te bewapenen op plaatsen waar haar aanhangers in de meerderheid zijn. De slachting in Houla zou zijn begonnen als represaille voor een aanval vanuit Houla op een checkpoint van het leger, maar sabiha uit de omringende dorpen zouden het werk vervolgens hebben afgemaakt met de bedoeling de sunnieten uit het anti-Assad kamp een lesje te leren.
Of het zo gegaan is weten we niet zeker. Dat het een actie van rebellen was, met de bedoeling het regime in diskrediet te brengen, zoals Damascus het zelf noemde, is misschien niet helemaal voor 100% uit te sluiten, alhoewel minder waarschijnlijk Misschien zullen we de waarheid ook wel nooit te weten komen. Maar wat als een paal boven water staat, is dat de tegenstellingen tussen de Syrische bevolkingsgroepen toenemen. Tegenover acties van het officiële Syrische leger tegen de burgerbevolking staat een toenemend aantal ontvoeringen en lynchpartijen van militairen, ambtenaren en ook burgers door de rebellen. Om nog maar niet te spreken van bomaanslagen tegen politie- en inlichtingencentra, zoals onlangs in Damascus waarbij 55 mensen werden gedood en 400 gewond. Er zijn tientallen, honderden -volgens Joshua Landis wel zo´n 500 - rebellenmilities actief, en niemand weet wie ze commandeert. Evenmin is duidelijk of de regering haar sabiha wel in de hand heeft. En intussen gooit het westen, dat uit is op ´regime-change´, willens en wetens olie op het vuur door te gedogen - de VS voorop - dat Saudi-Arabië en Qatar wapens leveren aan de rebellen. Het perspectief van een burgeroorlog langs religieuze lijnen - à la Irak of à la Libanon - komt daardoor geleidelijk maar onontkoombaar dichterbij.
Nog een andere factor draagt bij het uiteenvallen van de samenhang van de Syrische maatschappij. Samir Aita, een Syrische econoom die hoofdredacteur is van de Arabische editie van het Franse blad Le Monde diplomatique, zei in een interview voor één van de oppositiebewegingen, de National Coordination Body for Democratic Change, dat de tegen Syrië afgekondigde sancties krachtig bijdragen aan de desintegratie van de sociale verbanden. De sancties treffen, zoals meestal, vooral de burgers en niet het regime. In de winter zaten mensen massaal in de kou door gebrek aan energie. Inmiddels kost een fles gas om te koken 40 - 50 dollar en is een tekort aan meel en aan veel andere zaken. Het gebrek aan essentiële levensbehoeften werkt uitermate ontwrichtend op een samenleving waarin de slechte economische situatie en de grote (jeugd)werkloosheid überhaupt toch al belangrijke factoren waren die bijdroegen tot het ontstaan van de opstand in maart 2011.
Het Westen dringt nu - na Houla met vernieuwde kracht - aan op het verdwijnen van Assad. Hier en daar valt te horen dat de VS wel wat voelen voor het Jemenitische-model: zoveel druk op Assad dat hij net als Ali Abdallah Saleh van Jemen opstapt en de macht overdraagt aan een vicepresident die dan hervormingen kan doorvoeren. Die aanpak heeft in Jemen niet echt gewerkt. Maar in Syrië is het helemaal een slag in de lucht: het gaat eraan voorbij dat Assad´s Ba´ath-regime niet zozeer afhankelijk is van één man, maar van een clan en zelfs een groot deel van een bevolkingsgroep (de Alawieten) die alle machtsposities bezetten, zowel in het leger als de burgermaatschappij.
Maar dan is er nog een groter probleem. En dat is dat er volstrekt geen geloofwaardig alternatief is voor Assads bewind. De Syrische Nationale Raad (SNC), de grootste groep, wordt gedomineerd door de Moslim Broederschap. De SNC heeft de roep om democratie in Syrië niet eens in haar eigen gelederen kunnen toepassen. Hij heeft minderheden als christenen en alawieten (bij elkaar meer dan een kwart van de bevolking) niet voldoende op hun gemak kunnen stellen om hen over de streep te trekken in het kamp van de mensen die Assad willen verdrijven. Ook is die zelfde SNC er na meer dan een jaar nog steeds niet in geslaagd om een geloofwaardig programma voor-na-Assad op tafel te leggen. En zelfs moest een conferentie die half mei in Cairo zou worden gehouden om de SNC met ander oppositiegroepen op één lijn te krijgen, wegens gebrek aan overeenstemming worden afgezegd. Niettemin blaast de SNC hoog van de toren, roept hij dat hij niet wil praten met de regering voor Assad weg is, en heeft hij nu - na Houla - ook het staakt-het-vuren opgezegd waar het zich - net zo min als de regering trouwens - toch al niet aan hield.
Tegen deze achtergrond is het eigenlijk onbegrijpelijk dat het Westen maar blijft drammen dat Assad weg moet voor er zaken kunnen worden gedaan, en verwijten blijft maken aan het adres van Rusland, dat de regering in Damascus de hand boven het hoofd blijft houden. Van alle kanten kunnen we horen dat Rusland alleen uit is op eigenbelang. En het zal inderdaad wel waar zijn dat het voor Moskou van belang is vrienden als Syrië of Iran niet zonder meer aan hun lot over te laten. Maar voor Rusland lijkt het toch minstens even belangrijk te zijn dat er geen geloofwaardig alternatief is voor de huidige regering. Ook lijkt het oprecht bezorgd dat militair ingrijpen de zaken zal verergeren, zoals het Westen dat al eerder heeft gedaan met ingrijpen in Irak, Afghanistan en uiteindelijk ook Libië. Rusland lijkt niet per sé uit te zijn op het handhaven van Assad en diens regering. Tenslotte is ongeveer de hele wereld ervan overtuigd dat dat niet echt veel langer tot de mogelijkheden behoort. Maar wel dringt Moskou steeds aan op onderhandelingen die moeten leiden tot hervormingen van binnenuit. En met een nauw verholen aanval op het Westen en de Golflanden uit het ook scherpe kritiek uit op ´partijen die de oppositie aanzetten tot het saboteren van het Annan-plan met de bedoeling buitenlandse interventie uit te lokken´.
En intussen sprak Annan zelf deze dagen dus onder meer met Assad in een poging zijn zes-puntsplan te redden. De linkse Libanese krant Al-Akhbar meldde uit diplomatieke bron te hebben gehoord dat Washington, Londen en Parijs Annan op pad hadden gestuurd met forse eisen, nadat de Veiligheidsraadsdiscussie door Russisch verzet niet had opgeleverd wat ze hadden gehoopt. Eis nummer één was een onderzoek naar wat zich heeft afgespeeld in Houla. Eis nummert twee, die samenviel met het wegsturen van de Syrische ambassadeurs uit de Westerse hoofdsteden, was volgens Al-Akhbar dat Assad onmiddellijk begint met het implementeren van de hervormingen die hij eerder had beloofd.
Al-Akhbar haalde ook Annan´s assistent Nasser al-Qudwa aan, die zei dat het al of niet hebben van succes van het Annan-plan op dit moment afhangt van het zo gauw mogelijk uitbreiden van het aantal waarnemers en een verbreding van hun taken, zodat ze ook tijdelijk de supervisie kunnen krijgen over het bestuur van ´gevarenzones´.
Het is onwaarschijnlijk dat dat ervan zal komen. De sfeer na Houla is zodanig dat het er meer op lijkt dat de missie-Annan al zo ongeveer is afgeschreven. En zo escaleert de situatie geleidelijk verder in de richting van een volledige burgeroorlog.
donderdag 15 maart 2012
Assad-leaks?
As'ad Abu Khalil (The Angry Arab's News Service) about Assad's emails:
I have no comment.
I have read Asad's emails in the Guardian.
My judgment? The Guardian is a victim of a hoax hatched by the
propaganda machine of the Syrian National Council. It is so lacking in
credibility. It took me minutes to reach my conclusion. Al-`Alam TV
guy is giving advice to Asad directly to his email? Let me guess:
tomorrow the Guardian will show that the car salesman who was hired by
the Iranian Revolutionary Guards to assassinate the Saudi ambassador in
DC through a Mexican drug cartel also contacted Asad and provided him
with advice. And the notion that Asma' Al-Asad, knowing that eyes are
all on her, resorts to order goods through the internet is not
believable. My suggestion? Syrian National Council should work harder
on their propaganda output and the Guardian and Western media should at
least have a little bit of skepticism when they receive propaganda
materials from thus Syrian opposition.
PS The paper admits that they were obtained from Syrian National Council.
PPS This is a joke. Did not anyone at the Guardian raise alarms at such absurd fabrications? Let me guess:the Guardian will publish tomorrow an email from Bashshar to his wife in which he refers to himself as Hitler and a donkey and Shabbih. It is a matter of days.
PS The paper admits that they were obtained from Syrian National Council.
PPS This is a joke. Did not anyone at the Guardian raise alarms at such absurd fabrications? Let me guess:the Guardian will publish tomorrow an email from Bashshar to his wife in which he refers to himself as Hitler and a donkey and Shabbih. It is a matter of days.
I have no comment.
woensdag 14 maart 2012
Het gaat nog wel even duren voor Syrië is bevrijd, maar interventie is niet de oplossing
Een familie ontvlucht de strijd in de stad Idlib. Idlib is intussen gevallen, slechts enkele dagen nadat Syrische regeringstroepen na een belegering van ongeveer een maand de wijk Bab Amro bij Homs hebben ingenomen. De strijders van het Vrije Syrische Leger (FSA) hebben het het hazenpad gekozen. Het Syrische leger is intussen ook begonnen met een aanval om de stad Dera'a in het zuiden terug te veroveren.
Het rapport verleent daarmee geloofwaardigheid aan tenminste een deel van de klacht van de Syrische regering dat sprake was van 'terrorisme'. Ook werd geregistreerd dat ondanks alle spanning., veel Syriërs vonden dat de crisis door onderhandelingen moest worden opgelost:
(Dit is een bewerkte versie van een stuk dat ik schreef voor het blad De Brug van SIVMO (Steuncomité Israelische Mensenrechten- en Vredesorganisaties)
De afgelopen paar maanden zagen we
diverse pogingen om beweging te krijgen in de Syrische versie van de
Arabische Lente, die langzamerhand steeds meer de trekken van
een langdurige nachtmerrie heeft gekregen. In december was er de
poging van de Arabische Liga om de situatie te stabiliseren
doormiddel van het stationeren van waarnemers. Die poging werd na
amper een maand onder druk van Saudi-Arabië en de overige Golfstaten
opgegeven.
Vervolgens werd getracht, eind
januari in de Veiligheidsraad, om een resolutie door te drukken
waarbij het aftreden van Bashar al-Assad werd geëist om zodoende de
weg vrij te maken voor een interim-bewind dat met de opstandelingen
zou moeten onderhandelen. De resolutie werd met een veto afgeschoten door
Rusland en China, die beide vreesden dat het de opmaat zou kunnen worden
voor militaire interventies zoals we die in Irak en kortgeleden in
Libië hebben gezien met alle treurige gevolgen van dien. Rusland
was er bovendien - en waarschijnlijk niet helemaal ten onrechte - van overtuigd dat het nu meteen afzetten van Assad nu niet direct de meest voor de hand liggende volgend stap was.
Daarna volgde weer een bijeenkomst van tientallen landen onder de naam 'Vrienden van het Syrische volk' in Tunis, waarbij eigenlijk niets werd bereikt. Behalve dan het aanscherpen van de toch al redelijke scherpe sancties tegen Damascus.
Daarna volgde weer een bijeenkomst van tientallen landen onder de naam 'Vrienden van het Syrische volk' in Tunis, waarbij eigenlijk niets werd bereikt. Behalve dan het aanscherpen van de toch al redelijke scherpe sancties tegen Damascus.
De voorlopig laatste aflevering van de
pogingen iets voor elkaar te krijgen in Syrië was de missie van de
vroegere secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, die
naar voren is geschoven als een afgezant van een soort joint venture
van de Arabische Liga en de VN. Zijn missie vond plaats tegen de
achtergrond van de val van de woonwijk Baba Amro in Homs na een maand van aanhoudende beschietingen, en wat de later de inname van Idlib in het noorden - en van een dodental dat in een jaar van bloedige acties volgens vermoedelijk voorzichtige schattingen van de VN boven de 8.0000 is gestegen. Annan probeerde Assad te bewegen tot een staakt-het-vuren, het toelaten van humanitaire missies en het beginnen van onderhandelingen met de
oppositie. Het ziet er vooralsnog niet naar uit dat hij daarmee succes zal boeken. Assad wees het idee om te
gaan praten van de hand zolang er nog sprake was van 'terreur' en zei ook dat wat hem betreft onduidelijk is wie de oppositie eigenlijk vertegenwoordigt. De
oppositionele Nationale Syrische Raad (SNC), die daar volgens het Westen voor in aanmerking, had trouwens, bij
monde van haar leider Burhan Ghalioun, ook al laten weten dat zij pas wil overleggen als Assad is afgetreden.
Kortom de impasse duurt voort. Maar één
lichtpuntje was er wel bij de missie van Annan: de oud-VN-baas liet
van tevoren weten dat er geen sprake kan zijn van militaire
interventie van buiten. Daar wordt door sommigen heel anders over
gedacht, maar ik zal proberen uit te leggen waarom dit positief
nieuws is.
Allereerst moeten we kijken
naar hoe het verzet in Syrië in elkaar zit. Het begon in Syrië, net
als in Tunesië, Egypte en Jemen, met spontane geweldloze
demonstraties. Daar werd door het regime op een uiterst gewelddadige
manier op gereageerd. Langzamerhand, pas na enkele maanden, kwam daar ook een gewelddadig antwoord op in de vorm van deserterende
legereenheden en groepjes burgers die zich bewapenden. Op een gegeven
moment kwamen er claims dat er sprake zo zijn van een Vrij Syrisch
Leger (FSA) en kwam er een kolonel Riyadh Assaad naar voren die er de commandant van zou zijn. Van veel kanten is echter intussen
aangevoerd dat het FSA vooral veel pretendeert te zijn, maar in de
praktijk nauwelijks de naam leger verdient. Onder meer op de blog van
de Syrië watcher Joshua Landis werd door mensen vanuit Syrië beschreven dat het in feite rag
tag groepjes zijn die nauwelijks verbinding met elkaar hebben,.
slecht zijn bewapend en in veel gevallen uiterst ongedisciplineerd optreden.
Een ander bewijs hiervoor kwam uit een heel andere hoek, namelijk uit het rapport van de missie van de Arabische waarnemers. Dit rapport verleende op onverwachte wijze geloofwaardigheid aan claims van de Syrische regering dat er ook sprake was van terreur van de kant van opstandelingen, getuige bijvoorbeeld deze passages:
Een ander bewijs hiervoor kwam uit een heel andere hoek, namelijk uit het rapport van de missie van de Arabische waarnemers. Dit rapport verleende op onverwachte wijze geloofwaardigheid aan claims van de Syrische regering dat er ook sprake was van terreur van de kant van opstandelingen, getuige bijvoorbeeld deze passages:
26. In Homs and Dera‘a, the Mission observed armed groups committing acts of violence against
Government forces, resulting in death and injury among their ranks. In certain situations, Government forces responded to attacks against their personnel with force. The observers noted that some of the armed groups were using flares and armour-piercing projectiles.
27. In Homs, Idlib and Hama, the Observer Mission witnessed acts of violence being committed against
Government
forces and civilians that resulted in several deaths and injuries.
Examples of those acts include the bombing of a civilian bus, killing
eight persons and injuring others, including women and children, and the bombing of a train carrying diesel oil. In another incident in Homs, a police bus was blown up, killing two police officers. A fuel pipeline and some small bridges were also bombed.
28. The Mission noted that many parties falsely reported that explosions or violence had occurred in
several locations. When the observers went to those locations, they found that those reports were unfounded .
29. The Mission also noted that, according to its teams in the field, the media exaggerated the nature of the incidents and the number of persons killed in incidents and protests in certain towns.
several locations. When the observers went to those locations, they found that those reports were unfounded .
29. The Mission also noted that, according to its teams in the field, the media exaggerated the nature of the incidents and the number of persons killed in incidents and protests in certain towns.
44. In Homs, a French journalist who worked for the France 2 channel was killed and a Belgian journalist
was
injured. The Government and opposition accused each other of being
responsible for the incident, and both sides issued statements of
condemnation. The Government formed an investigative committee in order
to determine the cause of the incident. It should be noted that Mission
reports from Homs indicate that the French journalist was killed by
opposition mortar shells.
Het rapport verleent daarmee geloofwaardigheid aan tenminste een deel van de klacht van de Syrische regering dat sprake was van 'terrorisme'. Ook werd geregistreerd dat ondanks alle spanning., veel Syriërs vonden dat de crisis door onderhandelingen moest worden opgelost:
74. In some cities, the Mission sensed the extreme tension, oppression and injustice from which the Syrian people are suffering. However, the citizens believe the crisis should be resolved peacefully through Arab mediation alone, without international intervention. Doing so would allow them to live in peace and complete the reform process and bring about the change they desire. The Mission was informed by the opposition, particularly in Dar‘a, Homs, Hama and Idlib, that some of its members had taken up arms in response to the suffering of the Syrian people as a result of the regime’s oppression and tyranny; corruption, which affects all sectors of society; the use of torture by the security agencies; and human rights violations.
Het is niet al te moeilijk om aan de
hand van dit soort waarnemingen in het rapport de reden te
herleiden waarom het onder de tafel werd gewerkt (de versie waaruit ik citeer werd gepubliceerd door de Columbia universiteit in New York). Want terwijl naar buiten werd gebracht dat de missie was mislukt
omdat zij het geweld niet kon keren, was in feite onenigheid binnen
de Arabische Liga de reden. Een deel van de Liga was voor het handhaven van de missie en overleg met
Damascus. Dat was immers volgens het rapport datgene wat grote delen van de bevolking wilden. Maar Saudi-Arabië en de overige Golflanden zagen niets in
onderhandelingen met Assad. Zij stelden zich vierkant achter de eisen
van de Syrische Nationale Raad die 'regime change', oftewel het
verdwijnen van Assad een keiharde voorwaarde vooraf vond (en vindt) voor
onderhandelingen en trokken zich terug uit de missie. Tegelijkertijd werd ook bekend dat Saudi-Arabië en Qatar begonnen waren
wapens te leveren aan het verzet.
En waarom deden de Golflanden dat? Niet
uit sympathie voor het streven naar een vrijer Syrië, zoveel is
wel zeker. In Saudi-Arabië zelf wordt iedereen die het woord
democratie maar in de mond durft te nemen al meteen in de gevangenis gezet. En we hoeven wat dat betreft ook alleen maar even te denken aan de
Saudische hulp bij het neerslaan van de hervormingsbeweging in Bahrein. Het antwoord ligt op een ander vlak, namelijk de vrees van
de Golflanden voor het shi'itische Iran. Het regime van Assad is een trouwe bondgenoot van Iran en er is de Golflanden veel aan gelegen om
de as-Teheran-Damascus ongedaan te maken, evenals trouwens de steun van Assad aan Hezbollah in
Libanon en Hamas in Gaza. Voor hen telt dus vooral dat ze Assad tegen elke prijs kwijt willen.Ze staan daarin overigesn niet alleen. Er zijn wel
meer landen die hun steun voor het verzet in Syrië zeker niet alleen
laten afhangen van hun warme liefde voor de democratie of van
overwegingen van humanitaire aard. We hoeven daarbij niet alleen te
denken aan Israel (dat zich in het openbaar overigens nauwelijks
uitlaat over de situatie). Ook voor Amerika, of voor bijvoorbeeld
Frankrijk dat vanouds warme banden heeft met de christelijke partijen
in Libanon), staan er ook nog heel andere belangen op het spel.
Leiders van de SNC tijdens een bijeenkomst in Tunis in december. Achter de tafel vlnr Basma Qudmani, Burhan Ghalioun (de nr 1 van de SNC) en Haitham
al Maleh. Woensdag 14 aart werd bekend dat Al-Maleh (81), een advocaat en rechter en één van de oudste en bekendste tegenstander van het bewind die meerdere malen in de gevangenis heeft gezeten, uit de SNC stapt. Ook Kamal al-Labwani, arts en eveneens een van de bekendste dissidenten en vechter voor mensenrechten in Syrië, en de mensenrechtenadvocate Catherine al-Talli stapten op. Op hun Facebookpagina schreven ze dat dit te maken had met verschillen van inzicht met de SNC. Al-Lawani voegde eraan toe dat ze 'niet medeplichtig willen worden aan het afslachten van het Syrische volk door vertragen, bedriegen, leugens, steeds een stap voor zijn op de anderen, en het monopoliseren van het nee van beslissingen''. Hij zei dat de SNC "zich leent voor het uitvoeren van de agenda's van buitenlanders die erop uit zijn de strijd te verlengen en erop wachten dat het land in een burgeroorlog wordt gestort."
De naam werd al genoemd, de andere - burgerlijke - poot van het Syrische verzet waar steeds sprake van is, is de Syrische Nationale Raad (SNC). De Raad werd in augustus opgericht in Istanbul en is, zoals hierboven al gemeld, voor een uiterst harde opstellingen jegens het Assad-bewind. Zij is de favoriete gesprekspartner van het Westen, en een bondgenoot van de Golflanden. Maar tegelijkertijd is het erg de vraag of de SNC wel zo representatief is voor de Syriërs in Syrië zelf. De meerderheid ervan bestaat uit
verzetsmensen en intellectuelen die al jaren buiten Syrië wonen.Ook Burhan Ghalioun, de
voorzitter, die hoogleraar is aan de Sorbonne, woont al jaren in
Frankrijk. Het gehalte aan Moslim Broeders is hoog, volgens sommigen is de Raad zelfs niet veel meer dan een façade van de Ikhwan.
Afgezien daarvan is de SNC er niet in geslaagd de minderheidsgroepen aan zich te binden. En dat is een belangrijk gegeven, aangezien de Syrische bevolking, zoals bekend, behoorlijk heterogeen is bestaat uit een soennitische meerderheid met belangrijke minderheden van christenen, Druzen, Koerden en alawieten. Vooral de christelijke en alawitische minderheden (van beide ongeveer 10%) zijn helemaal niet zo enthousiast voor een omwenteling, omdat ze bang zijn dat ze onder een nieuw bewind de bescherming wel eens zouden kunnen gaan verliezen die ze onder het huidige regime genieten. Dat behoort immers zelf tot één van die minderheden: de familie Assad en vrijwel alle belangrijke steunpilaren van het bewind zijn alawieten. Maar juist christenen en alawieten (en trouwens ook de Koerden) zijn nauwelijks vertegenwoordigd in de SNC. Een ander feit is dat de SNC evenin spreekt uit naam van belangrijke delen van de soennitische commerciële middenklasse, die vooralsnog in een omwenteling vooral een bedreiging van hun positie zien, die onder de Assads redelijk stabiel en gewaarborgd was. Dat is ook de reden waarom het in steden als Damascus en Aleppo, de belangrijkste commerciële centra van het land, tot nu toe redelijk rustig is gebleven.
Afgezien daarvan is de SNC er niet in geslaagd de minderheidsgroepen aan zich te binden. En dat is een belangrijk gegeven, aangezien de Syrische bevolking, zoals bekend, behoorlijk heterogeen is bestaat uit een soennitische meerderheid met belangrijke minderheden van christenen, Druzen, Koerden en alawieten. Vooral de christelijke en alawitische minderheden (van beide ongeveer 10%) zijn helemaal niet zo enthousiast voor een omwenteling, omdat ze bang zijn dat ze onder een nieuw bewind de bescherming wel eens zouden kunnen gaan verliezen die ze onder het huidige regime genieten. Dat behoort immers zelf tot één van die minderheden: de familie Assad en vrijwel alle belangrijke steunpilaren van het bewind zijn alawieten. Maar juist christenen en alawieten (en trouwens ook de Koerden) zijn nauwelijks vertegenwoordigd in de SNC. Een ander feit is dat de SNC evenin spreekt uit naam van belangrijke delen van de soennitische commerciële middenklasse, die vooralsnog in een omwenteling vooral een bedreiging van hun positie zien, die onder de Assads redelijk stabiel en gewaarborgd was. Dat is ook de reden waarom het in steden als Damascus en Aleppo, de belangrijkste commerciële centra van het land, tot nu toe redelijk rustig is gebleven.
Het is verleidelijk om de argumenten op een rijtje te zetten waarom de SNC
niet de ruime
media- aandacht en diplomatieke steun verdient die ze krijgt en waarom zij niet is wat ze voorgeeft te zijn. De Libanees-Amerikaanse politicoloog Ass'ad Abu Khalil (ook bekend als blogger The angry Arab) zette er 14 onder elkaar. Hij vindt ook dat de SNC te vergelijken is met het Iraakse Congres van Ahmed Chalabi dat destijds (in 2002) de brede steun van het Westen had, maar na de invasie van Irak als een zeepbel uit lekaar spatte en totaal geen steun in Irak zelf bleek te hebben.
Ik ga niet zo ver als Abu Khalil, maar een aantal redenen opsommen waarom de SNC niet deugt kan geen kwaad. Om te beginnen is de SNC zelf in het geheel niet democratisch en transparant. Ten tweede: de Moslim Broederschap speelt er een leidende rol in. Ten derde: de Raad heeft zich doen kennen als een bondgenoot van Saudi-Arabië en Qatar en trouwens ook van de rechtse 14 maart beweging in Libanon (zeg maar de oppositie tegen de huidige regering waaraan Hezbollah deelneemt). Zelfs werd er – misschien om nog meer in de gunst te komen van het Westen – door woordvoerster Basma Qodmani onlangs op de Franse tv geflirt met Israel, iets wat door veel Syriërs als heel beschamend werd ervaren. Ten vierde: de Raad is afgeweken van het oorspronkelijke geweldloze pad en is een paar weken geleden ook een officiële band aangegaan met de militairen van het FSA. Ten vijfde: de Raad is voor een volstrekt onverzoenlijke opstelling jegens het Assad-regime dat eerst weg moet voor er gepraat kan worden. En ten zesde: de Raad is vóór buitenlandse gewapende interventie, en dat is in het licht wat ik hiervoor schreef, misschien nog wel het belangrijkste reden waarom er grote vraagtekens achter de representativiteit van de SNC gezet moeten worden.
Ik ga niet zo ver als Abu Khalil, maar een aantal redenen opsommen waarom de SNC niet deugt kan geen kwaad. Om te beginnen is de SNC zelf in het geheel niet democratisch en transparant. Ten tweede: de Moslim Broederschap speelt er een leidende rol in. Ten derde: de Raad heeft zich doen kennen als een bondgenoot van Saudi-Arabië en Qatar en trouwens ook van de rechtse 14 maart beweging in Libanon (zeg maar de oppositie tegen de huidige regering waaraan Hezbollah deelneemt). Zelfs werd er – misschien om nog meer in de gunst te komen van het Westen – door woordvoerster Basma Qodmani onlangs op de Franse tv geflirt met Israel, iets wat door veel Syriërs als heel beschamend werd ervaren. Ten vierde: de Raad is afgeweken van het oorspronkelijke geweldloze pad en is een paar weken geleden ook een officiële band aangegaan met de militairen van het FSA. Ten vijfde: de Raad is voor een volstrekt onverzoenlijke opstelling jegens het Assad-regime dat eerst weg moet voor er gepraat kan worden. En ten zesde: de Raad is vóór buitenlandse gewapende interventie, en dat is in het licht wat ik hiervoor schreef, misschien nog wel het belangrijkste reden waarom er grote vraagtekens achter de representativiteit van de SNC gezet moeten worden.
Al deze dingen gaan in tegen wat veel
waarnemers die Syrië goed kennen (en ook het hierboven aangehaalde
rapport van de Arabische waarnemersmissie) schrijven: namelijk dat
vermoedelijk een ruime meerderheid van Syriërs – althans op
dit moment – helemaal niet voor de meest rigoureuze oplossing is: de
onmiddellijke verdwijning van het Assad-regime, en al helemaal
niet voor een militaire optie of buitenlandse interventie. Het is ook het belangrijkste geschilpunt tussen de SNC en twee andere verzetsgroepen, dat mede verhinderd heeft dat zij zich bij het SNC hebben aangesloten. Die twee zijn: de PlaatselijkeCoördinatie Comités (LCC) en het Nationale Coördinatie Comité voor Democratische Verandering (NCC). Het eerste is, zoals de naam al zegt,
een groep van plaatselijke comités binnen Syrië die zich hebben
verenigd. Er zijn afdelingen in alle grotere steden en er is een band
met mensenrechtenorganisaties. De tweede is een groep bestaande uit
een zestal al langer bestaande linkse oppositiepartijen, waaronder
nasseristen en de Syrisch Sociale Nationale Partij. Beide
groeperingen menen dat militair geweld alleen maar leidt tot meer
ellende. Beide willen – vanzelfsprekend – ook af van het
Assad-regime, maar streven naar een vreedzame overdracht van de
macht.
Niemand weet precies hoe groot de
aanhang van deze twee laatste groeperingen is. En het staat ook vast
dat daarnaast een groot deel van het verzet nog steeds alleen
plaatselijk is en niet op de een of andere manier landelijk georganiseerd. Tegelijkertijd luiden de berichten uit Syrië
echter ook dat het verzet nog steeds
groeiende is. Assads regime, daar hoeft geen twijfel over te bestaan, is ten dode opgeschreven. Dat staat vast na de onvoorstelbaar misdadige manier
waarop zijn troepen hebben huisgehouden in Homs (al heeft het FSA
daar - en ook in andere plaatsen - ook een rol in gespeeld, die veel te weinig aandacht heeft
gekregen). Het stond trouwens ook al vast na Assads steeds herhaalde onvervulde beloften
van hervormingen en de eerdere moorddadige optredens van zijn troepen in
Dera'a, Latakia, Jisr al Shughour, Hama en nog wel een paar andere
plaatsen. Maar een militaire optie is onhaalbaar, al was het alleen al omdat het bewind beschikt over elitetroepen in de vorm van de Vierde Brigade en de Republikeinse Garde: 20.000 -30.000 man zwaarbewapende elitetroepen, die onder het commando staan van Assad jongere broer Maher en voor het merendeel bestaande uit alawieten. De treurige conclusie dringt zich op dat het einde voorlopig gewoon nog niet in zicht is. Het Syrische
verzet zal waarschijnlijk nog verder moeten uitkristalliseren en zich beter moeten organiseren, alvorens er echt beweging komt in de richting van
een oplossing. De omwenteling zal van binnenuit moeten komen wil
zij succesvol zijn. Interventie of bewapening van dubieuze
groeperingen als het FSA is niet alleen vrijwel kansloos, maar kan, als het wel zou lukken, alleen maar leiden tot toestanden zoals
we die intussen maar al te goed kennen uit Irak of uit Libië.
(Dit is een bewerkte versie van een stuk dat ik schreef voor het blad De Brug van SIVMO (Steuncomité Israelische Mensenrechten- en Vredesorganisaties)
donderdag 30 september 2010
Mensrechtenrechten in Syrië: De tien verloren jaren van Bashar Assad
Dit schreef ik voor het zojuist verschenen numer van het tijdschrift ZemZem (jaargang 6/nr 2).
In de jaren 80 verdwenen we zonder proces in de gevangenis. Nu krijgen we een proces, maar we verdwijnen nog steeds in de gevangenis.'
(Citaat van een Syrische mensenrechtenactivist).

President Bashar Assad met zijn vrouw Basma.
De Syrische regering liet op 28 juli 2009 de mensenrechtenadvocaat Muhanad al-Hasani oppakken. Een paar maanden later, op 10 november, werd hem door de beroepsgroep van advocaten het recht ontnomen om nog als advocaat in rechtszaken op te treden, omdat hij voorzitter was van de – niet-geautoriseerde – Syrische Organisatie voor de Mensenrechten. In maart van dit jaar werd Hasani veroordeeld tot drie jaar omdat hij publiekelijk de dood van een gevangene door marteling aan de kaak had gesteld.
Op 14 oktober 2009 werd de bejaarde mensenrechtenadocaat Haytham al-Maleh (78) opgepakt, nadat hij in het openbaar kritiek had geleverd op de manier waarop het regime omgaatmet de menserchten. Hij werd in juli 2010 eveneens tot drie jaar veroordeeld. Het was zijn tweede veroordeling in minder dan tien jaar.
Deze twee veroordelingen zijn de meest recente voorbeelden van hoe treurig het nog steeds in Syrië is gesteld met de vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten. Tien jaar nadat in 2000 Hafez al-Assad overleed en werd opgevolgd door zijn zoon Bashar al-Assad, tot dat moment oogarts in de Britse hoofdstad Londen, is er niet veel vebeterd. Het aantreden van Bashar leek een nieuw tijdperk in te luiden, waarin de oude praktijken van de staatsveiligheidsdiensten, rigide controle van de media en het met harde hand optreden tegen uitingen van onvrede hadden afgedaan en een grotere openheid en mate van vrijheid hun intrede deden. Bashar sloot kort na zijn aantreden de om de grote aantallen politieke gevangenen die er korter of langer vastgezeten hadden beruchte Mazze gevangenis in Damascus en de Tadmor-gevangenis in het noorden van het land. Eerder, in de toespraak bij zijn aantreden op 17 juli 2000, had hij het ook al gehad over de noodzaak van constructieve kritiek, openheid en zelfs van 'democratie'. Het leek alsof de donkere jaren van Assad sr hadden plaatsgemaakt voor een 'Damasceense lente', en of er na jaren waarin de Ba'ath-partij en Ba'ath-ideologie het alleenrecht hadden gehad, ruimte zou komen voor meer pluralisme. Vrijwel onmiddellijk vormden zich op veel plaatsen discussiegroepen die in privé-woningen bijeenkwamen. Begin 2001 waren er 21 van dit soort groepjes. Maar korte tijd later al kwamen er waarschuwingen. Eerst van de toenmalige minister van Informatie Adnan Omran jegens groepjes die 'erop uit lijken te zijn om (politieke) partijen te worden' en later van Bashar al-Assad himself aan het adres van mensen die – met opzet of ongewild – de stabiliteit van het vaderland zouden ondermijnen en de vijand in de kaart spelen.
In augustus 2001 volgden de eerste arrestaties. Tien mensen werden opgepakt. Onder hen waren twee parlementariërs, Ma'amun al-Homsi en Riad Seif, die vijf jaar kregen. De anderen, onder wie de vroegere leider van de communistische partij Riad al-Turk, kregen over het algemeen straffen van twee tot vijf jaar, met uitzondering van de professor in de economie Aref Dalila, die een van de de oprichters was van de Çomités voor de Herleving van de Civil Society. Hij kreeg tien jaar. Nog een soort uitzondering was de arts Kamal Labwani, de stichter van de 'Liberaal Democratische Verzameling'. Hij kreeg in 2002 een staf van drie jaar, maar werd in mei 2007 opnieuw veroordeeld, ditmaal tot 12 jaar, omdat hij tijdens een reis naar de VS en Europa met talloze regeringsfunctionarissen, journalisten en mensenrechtenactivisten had gesproken en bovendien op de tv-stations A-Mustaqilla en Al-Hurra was verschenen.
De straffen voor Labwani en voor Dalila (die overigens sinds 2008 weer vrij is) zijn tot nu toe de zwaarste straffen die onder Bashar al-Assad zijn uitgedeeld. Maar al met al heeft Human Rights Watch, dat in juli van dit jaar een rapport uitbracht onder de titel 'A Wasted Decade', 92 gevallen van vrijheidsberoving van mensenrechtenactivisten geteld sinds Al-Assad jr aan de macht kwam. HRW denkt overigens dat het werkelijke aantal hoger ligt dan die 92, omdat het vaak heel moeilijk is om informatie te krijgen over detenties, met name als het gaat om Koerden of islamisten.
De arts Kamal Labwani achter de tralies. Labwani is de man links.
Bij de arrestatie van de activisten valt de Syrische overheid terug op de wet op de noodtoestand die de veiligheidsdiensten een breed scala aan mogelijkheden geeft. En bij hun berechting zijn er tenminste drie artikelen in de strafwet die gaan over het aanzetten tot raciale of sektarische spanningen, het verzwakken van de nationale sentimenten, dan wel het verspreiden van valse of overdreven informatie die de nationale sentimenten verzwakt' – 'terwijl Srië in staat van oorlog verkeert of op het punt staat in oorlog te geraken'. Maar arrestatie en gevangenisstraf zijn niet de enige wapens die de overheid tot haar beschikking heeft. Bijeenkomsten en/of persconferenties van activisten worden routinematig verhinderd of verstoord. En nog een middel is het uitvaardigen van reisverboden. Het Syrische Centrum voor de Media en de Vrijheid van Meningsuiting, een -niet-erkende – NGO telde in 2009 417 van dit soort verbonden om te reizen, en in sommigen gevallen betrof het verbod ook familieleden van activisten.
Met de vrijheid van meningsuiting is het eveneens droevig gesteld. Toen Bashar aan de macht kwam waren slechts drie kranten geoorloofd, alle drie publicaties van de Ba'ath-partij, te weten Al-Ba'ath, Tishreen en al-Thawra. Bashar maakte een einde aan het verbod op andere, onafhankelijke publicaties, maar kwam enkel maanden later, in september 2001, met een nieuwe perswet (decreet 50 uit 2001) waarmee de regering de mogelijkheid van controle kreeg over ongeveer alles wat in Syrië wordt gedrukt of verschijnt. Het gevolg is dat nog slechts twee onafhankelijke dagbladen ondanks de dagelijks censuur overeind zijn gebleven. Beide zijn eigendom van mensen die zeer verwant zijn aan het regime. Het zijn Baladna van een zoon van de vroegere chef van de veiligheidsdienst, Bahjat Suleiman, en Al-Watan van een neef van Assad, Amin Makhlouf.
Maar de controle strekt zich ook uit tot het internet. Alle politieke content van websites wordt gecontroleerd en hetzelfde geldt voor populaire sites als Facebook, YouTube en blogging sites als Blogspot.com van Google of Wordpress.com. The Committee tot Protect Journalism rangschikte Syrië in 2009 bij de tien slechtste landen voor bloggers ter wereld. Human Rights Watch telde in de anderhalf jaar tussen januari 2007 en juni 2008 tien journalisten en bloggers die waren gearresteerd, terwijl in het algemeen 153 zaken betreffende de vrijheid van meningsuiting voor het Hof van Staatsveiligheid kwamen. Onder hen waren mensen die op een caféterras kritiek op het regime hadden geuit, wat was overgebriefd.
Syrië had onder de vorige Assad een slechte staat van dienst als het aankwam op foltering of het verdwijnen van mensen. Berucht zijn met name het neerslaan van een opstand van islamisten in Hama in 1982, waarbij een groot deel van de stad werd verwoest en mogelijk zo'n 10.000 mensen werden gedood. Dit soort grootschalige zaken is onder Assad jr niet voorgekomen. Wel is er een zaak van 13 jonge islamisten uit Deir el Zor van wie er tenminste 10 sinds 2008 worden vastgehouden op een onbekende plaats, terwijl het lichaam van één van hen – die vermoedelijk door marteling is overleden – aan de familie is geretourneerd. Koerdische activisten – de 1,5 miljoen Koerden zijn niet gerechtigd hun eigen taal te gebruiken, zijn eveneens gemarteld. Zeer ernstig is het feit dat in 2008 een opstand plaatsvond onder de 1500 – 2500 gevangenen in de Sednaya-gevangenis op 30 km ten noorden van Damascus, die gewapend werd onderdrukt, waarbij volgens Syrische mensenrechtenorganisaties mogelijk 25 gevangenen werden gedood. Tot op0 de dag van vandaag is er in Syrië een nieuwsblackout over deze gebeurtenis van kracht en weten veel families niets van het lot van hun in de gevangenis verblijvende familieleden HRW heeft een – onvolledige – lijst van 42 gevangenen van wie bekend is of zij nog leven of niet.
Tot slot een enkele opmerking over de vraag waarom Assad in 2000 het signaal gaf dat hij hervormingen wilde, daar later op terugkwam en vervolgens niet alsnog – al of niet in een geleidelijk tempo – meer is gaan liberaliseren. Er zijn wat dat betreft twee scholen, die allebei omdat in het uiterst gesloten circuit van de Syrische machthebbers geen uitsluitsel te verkrijgen is – een zekere mate van geloofwaardigheid bezitten. Aan de ene kant is er de Syrië kenner Joshua Landis die in 2004 betoogde dat leden van de oppositie onmiddellijk in 2001 bij de eerste tekenen van dooi vrije verkiezingen eisten en een verandering van regime, zodat Assad wel gedwongen was in te grijpen. De andere lezing is die van Eyal Zisser, die in 2003 betoogde dat Assad jr door zijn entourage, die vreesde dat het regime gevaar zou kunnen lopen, was teruggefloten. Mogelijk komen beide op hetzelfde neer: een regime dat vreest dingen op gang te brengen die het als een tovenaarsleerling niet kan beheersen. Het resultaat is stagnatie en onvrijheid en een regime dat als het eerlijk zou zijn zichzelf in de spiegel niet zonder schaamte zou moeten durven aankijken.
In de jaren 80 verdwenen we zonder proces in de gevangenis. Nu krijgen we een proces, maar we verdwijnen nog steeds in de gevangenis.'
(Citaat van een Syrische mensenrechtenactivist).

President Bashar Assad met zijn vrouw Basma.
De Syrische regering liet op 28 juli 2009 de mensenrechtenadvocaat Muhanad al-Hasani oppakken. Een paar maanden later, op 10 november, werd hem door de beroepsgroep van advocaten het recht ontnomen om nog als advocaat in rechtszaken op te treden, omdat hij voorzitter was van de – niet-geautoriseerde – Syrische Organisatie voor de Mensenrechten. In maart van dit jaar werd Hasani veroordeeld tot drie jaar omdat hij publiekelijk de dood van een gevangene door marteling aan de kaak had gesteld.
Op 14 oktober 2009 werd de bejaarde mensenrechtenadocaat Haytham al-Maleh (78) opgepakt, nadat hij in het openbaar kritiek had geleverd op de manier waarop het regime omgaatmet de menserchten. Hij werd in juli 2010 eveneens tot drie jaar veroordeeld. Het was zijn tweede veroordeling in minder dan tien jaar.
Deze twee veroordelingen zijn de meest recente voorbeelden van hoe treurig het nog steeds in Syrië is gesteld met de vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten. Tien jaar nadat in 2000 Hafez al-Assad overleed en werd opgevolgd door zijn zoon Bashar al-Assad, tot dat moment oogarts in de Britse hoofdstad Londen, is er niet veel vebeterd. Het aantreden van Bashar leek een nieuw tijdperk in te luiden, waarin de oude praktijken van de staatsveiligheidsdiensten, rigide controle van de media en het met harde hand optreden tegen uitingen van onvrede hadden afgedaan en een grotere openheid en mate van vrijheid hun intrede deden. Bashar sloot kort na zijn aantreden de om de grote aantallen politieke gevangenen die er korter of langer vastgezeten hadden beruchte Mazze gevangenis in Damascus en de Tadmor-gevangenis in het noorden van het land. Eerder, in de toespraak bij zijn aantreden op 17 juli 2000, had hij het ook al gehad over de noodzaak van constructieve kritiek, openheid en zelfs van 'democratie'. Het leek alsof de donkere jaren van Assad sr hadden plaatsgemaakt voor een 'Damasceense lente', en of er na jaren waarin de Ba'ath-partij en Ba'ath-ideologie het alleenrecht hadden gehad, ruimte zou komen voor meer pluralisme. Vrijwel onmiddellijk vormden zich op veel plaatsen discussiegroepen die in privé-woningen bijeenkwamen. Begin 2001 waren er 21 van dit soort groepjes. Maar korte tijd later al kwamen er waarschuwingen. Eerst van de toenmalige minister van Informatie Adnan Omran jegens groepjes die 'erop uit lijken te zijn om (politieke) partijen te worden' en later van Bashar al-Assad himself aan het adres van mensen die – met opzet of ongewild – de stabiliteit van het vaderland zouden ondermijnen en de vijand in de kaart spelen.
In augustus 2001 volgden de eerste arrestaties. Tien mensen werden opgepakt. Onder hen waren twee parlementariërs, Ma'amun al-Homsi en Riad Seif, die vijf jaar kregen. De anderen, onder wie de vroegere leider van de communistische partij Riad al-Turk, kregen over het algemeen straffen van twee tot vijf jaar, met uitzondering van de professor in de economie Aref Dalila, die een van de de oprichters was van de Çomités voor de Herleving van de Civil Society. Hij kreeg tien jaar. Nog een soort uitzondering was de arts Kamal Labwani, de stichter van de 'Liberaal Democratische Verzameling'. Hij kreeg in 2002 een staf van drie jaar, maar werd in mei 2007 opnieuw veroordeeld, ditmaal tot 12 jaar, omdat hij tijdens een reis naar de VS en Europa met talloze regeringsfunctionarissen, journalisten en mensenrechtenactivisten had gesproken en bovendien op de tv-stations A-Mustaqilla en Al-Hurra was verschenen.
De straffen voor Labwani en voor Dalila (die overigens sinds 2008 weer vrij is) zijn tot nu toe de zwaarste straffen die onder Bashar al-Assad zijn uitgedeeld. Maar al met al heeft Human Rights Watch, dat in juli van dit jaar een rapport uitbracht onder de titel 'A Wasted Decade', 92 gevallen van vrijheidsberoving van mensenrechtenactivisten geteld sinds Al-Assad jr aan de macht kwam. HRW denkt overigens dat het werkelijke aantal hoger ligt dan die 92, omdat het vaak heel moeilijk is om informatie te krijgen over detenties, met name als het gaat om Koerden of islamisten.
De arts Kamal Labwani achter de tralies. Labwani is de man links.
Bij de arrestatie van de activisten valt de Syrische overheid terug op de wet op de noodtoestand die de veiligheidsdiensten een breed scala aan mogelijkheden geeft. En bij hun berechting zijn er tenminste drie artikelen in de strafwet die gaan over het aanzetten tot raciale of sektarische spanningen, het verzwakken van de nationale sentimenten, dan wel het verspreiden van valse of overdreven informatie die de nationale sentimenten verzwakt' – 'terwijl Srië in staat van oorlog verkeert of op het punt staat in oorlog te geraken'. Maar arrestatie en gevangenisstraf zijn niet de enige wapens die de overheid tot haar beschikking heeft. Bijeenkomsten en/of persconferenties van activisten worden routinematig verhinderd of verstoord. En nog een middel is het uitvaardigen van reisverboden. Het Syrische Centrum voor de Media en de Vrijheid van Meningsuiting, een -niet-erkende – NGO telde in 2009 417 van dit soort verbonden om te reizen, en in sommigen gevallen betrof het verbod ook familieleden van activisten.
Met de vrijheid van meningsuiting is het eveneens droevig gesteld. Toen Bashar aan de macht kwam waren slechts drie kranten geoorloofd, alle drie publicaties van de Ba'ath-partij, te weten Al-Ba'ath, Tishreen en al-Thawra. Bashar maakte een einde aan het verbod op andere, onafhankelijke publicaties, maar kwam enkel maanden later, in september 2001, met een nieuwe perswet (decreet 50 uit 2001) waarmee de regering de mogelijkheid van controle kreeg over ongeveer alles wat in Syrië wordt gedrukt of verschijnt. Het gevolg is dat nog slechts twee onafhankelijke dagbladen ondanks de dagelijks censuur overeind zijn gebleven. Beide zijn eigendom van mensen die zeer verwant zijn aan het regime. Het zijn Baladna van een zoon van de vroegere chef van de veiligheidsdienst, Bahjat Suleiman, en Al-Watan van een neef van Assad, Amin Makhlouf.
Maar de controle strekt zich ook uit tot het internet. Alle politieke content van websites wordt gecontroleerd en hetzelfde geldt voor populaire sites als Facebook, YouTube en blogging sites als Blogspot.com van Google of Wordpress.com. The Committee tot Protect Journalism rangschikte Syrië in 2009 bij de tien slechtste landen voor bloggers ter wereld. Human Rights Watch telde in de anderhalf jaar tussen januari 2007 en juni 2008 tien journalisten en bloggers die waren gearresteerd, terwijl in het algemeen 153 zaken betreffende de vrijheid van meningsuiting voor het Hof van Staatsveiligheid kwamen. Onder hen waren mensen die op een caféterras kritiek op het regime hadden geuit, wat was overgebriefd.
Syrië had onder de vorige Assad een slechte staat van dienst als het aankwam op foltering of het verdwijnen van mensen. Berucht zijn met name het neerslaan van een opstand van islamisten in Hama in 1982, waarbij een groot deel van de stad werd verwoest en mogelijk zo'n 10.000 mensen werden gedood. Dit soort grootschalige zaken is onder Assad jr niet voorgekomen. Wel is er een zaak van 13 jonge islamisten uit Deir el Zor van wie er tenminste 10 sinds 2008 worden vastgehouden op een onbekende plaats, terwijl het lichaam van één van hen – die vermoedelijk door marteling is overleden – aan de familie is geretourneerd. Koerdische activisten – de 1,5 miljoen Koerden zijn niet gerechtigd hun eigen taal te gebruiken, zijn eveneens gemarteld. Zeer ernstig is het feit dat in 2008 een opstand plaatsvond onder de 1500 – 2500 gevangenen in de Sednaya-gevangenis op 30 km ten noorden van Damascus, die gewapend werd onderdrukt, waarbij volgens Syrische mensenrechtenorganisaties mogelijk 25 gevangenen werden gedood. Tot op0 de dag van vandaag is er in Syrië een nieuwsblackout over deze gebeurtenis van kracht en weten veel families niets van het lot van hun in de gevangenis verblijvende familieleden HRW heeft een – onvolledige – lijst van 42 gevangenen van wie bekend is of zij nog leven of niet.
Tot slot een enkele opmerking over de vraag waarom Assad in 2000 het signaal gaf dat hij hervormingen wilde, daar later op terugkwam en vervolgens niet alsnog – al of niet in een geleidelijk tempo – meer is gaan liberaliseren. Er zijn wat dat betreft twee scholen, die allebei omdat in het uiterst gesloten circuit van de Syrische machthebbers geen uitsluitsel te verkrijgen is – een zekere mate van geloofwaardigheid bezitten. Aan de ene kant is er de Syrië kenner Joshua Landis die in 2004 betoogde dat leden van de oppositie onmiddellijk in 2001 bij de eerste tekenen van dooi vrije verkiezingen eisten en een verandering van regime, zodat Assad wel gedwongen was in te grijpen. De andere lezing is die van Eyal Zisser, die in 2003 betoogde dat Assad jr door zijn entourage, die vreesde dat het regime gevaar zou kunnen lopen, was teruggefloten. Mogelijk komen beide op hetzelfde neer: een regime dat vreest dingen op gang te brengen die het als een tovenaarsleerling niet kan beheersen. Het resultaat is stagnatie en onvrijheid en een regime dat als het eerlijk zou zijn zichzelf in de spiegel niet zonder schaamte zou moeten durven aankijken.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Israel begint serieus met de annexatie van de Westoever
Het is natuurlijk onvergeeflijk als je al jaren blogt over het Midden-Oosten en vooral over Israel en de Palestijnen en juist nu, als Isra...
-
De Joodse gemeenschap belegde donderdagavond een bijeenkomst in het gebouw van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam over ''de dr...
-
Het is weer het seizoen van de olijven ...en van de gebruikelijke aanvallen op de Palestijnse boerenIsraelische kolonisten in actie bij een aanval op Palestijnse boeren die hun olijven willen oogsten. (Foto Shehab News) Let op: 24x u...
-
Een uiterst curieuze avond, gisteren, in het nieuwe gebouw van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam.Een 80-tal mensen was daar samenges...







