donderdag 30 september 2010

Mensrechtenrechten in Syrië: De tien verloren jaren van Bashar Assad

Dit schreef ik voor het zojuist verschenen numer van het tijdschrift ZemZem (jaargang 6/nr 2).  

In de jaren 80 verdwenen we zonder proces in de gevangenis. Nu krijgen we een proces, maar we verdwijnen nog steeds in de gevangenis.'
(Citaat van een Syrische mensenrechtenactivist).

President Bashar Assad met zijn vrouw Basma.

De Syrische regering liet op 28 juli 2009 de mensenrechtenadvocaat Muhanad al-Hasani oppakken. Een paar maanden later, op 10 november, werd hem door de beroepsgroep van advocaten het recht ontnomen om nog als advocaat in rechtszaken op te treden, omdat hij voorzitter was van de – niet-geautoriseerde – Syrische Organisatie voor de Mensenrechten. In maart van dit jaar werd Hasani veroordeeld tot drie jaar omdat hij publiekelijk de dood van een gevangene door marteling aan de kaak had gesteld.
Op 14 oktober 2009 werd de bejaarde mensenrechtenadocaat Haytham al-Maleh (78) opgepakt, nadat hij in het openbaar kritiek had geleverd op de manier waarop het regime omgaatmet de menserchten. Hij werd in juli 2010 eveneens tot drie jaar veroordeeld. Het was zijn tweede veroordeling in minder dan tien jaar.
Deze twee veroordelingen zijn de meest recente voorbeelden van hoe treurig het nog steeds in Syrië is gesteld met de vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten. Tien jaar nadat in 2000 Hafez al-Assad overleed en werd opgevolgd door zijn zoon Bashar al-Assad, tot dat moment oogarts in de Britse hoofdstad Londen, is er niet veel vebeterd. Het aantreden van Bashar leek een nieuw tijdperk in te luiden, waarin de oude praktijken van de staatsveiligheidsdiensten, rigide controle van de media en het met harde hand optreden tegen uitingen van onvrede hadden afgedaan en een grotere openheid en mate van vrijheid hun intrede deden. Bashar sloot kort na zijn aantreden de om de grote aantallen politieke gevangenen die er korter of langer vastgezeten hadden beruchte Mazze gevangenis in Damascus en de Tadmor-gevangenis in het noorden van het land. Eerder, in de toespraak bij zijn aantreden op 17 juli 2000, had hij het ook al gehad over de noodzaak van constructieve kritiek, openheid en zelfs van 'democratie'. Het leek alsof de donkere jaren van Assad sr hadden plaatsgemaakt voor een 'Damasceense lente', en of er na jaren waarin de Ba'ath-partij en Ba'ath-ideologie het alleenrecht hadden gehad, ruimte zou komen voor meer pluralisme. Vrijwel onmiddellijk vormden zich op veel plaatsen discussiegroepen die in privé-woningen bijeenkwamen. Begin 2001 waren er 21 van dit soort groepjes. Maar korte tijd later al kwamen er waarschuwingen. Eerst van de toenmalige minister van Informatie Adnan Omran jegens groepjes die 'erop uit lijken te zijn om (politieke) partijen te worden' en later van Bashar al-Assad himself aan het adres van mensen die – met opzet of ongewild – de stabiliteit van het vaderland zouden ondermijnen en de vijand in de kaart spelen.
In augustus 2001 volgden de eerste arrestaties. Tien mensen werden opgepakt. Onder hen waren twee parlementariërs, Ma'amun al-Homsi en Riad Seif, die vijf jaar kregen. De anderen, onder wie de vroegere leider van de communistische partij Riad al-Turk, kregen over het algemeen straffen van twee tot vijf jaar, met uitzondering van de professor in de economie Aref Dalila, die een van de de oprichters was van de Çomités voor de Herleving van de Civil Society. Hij kreeg tien jaar. Nog een soort uitzondering was de arts Kamal Labwani, de stichter van de 'Liberaal Democratische Verzameling'. Hij kreeg in 2002 een staf van drie jaar, maar werd in mei 2007 opnieuw veroordeeld, ditmaal tot 12 jaar, omdat hij tijdens een reis naar de VS en Europa met talloze regeringsfunctionarissen, journalisten en mensenrechtenactivisten had gesproken en bovendien op de tv-stations A-Mustaqilla en Al-Hurra was verschenen.
De straffen voor Labwani en voor Dalila (die overigens sinds 2008 weer vrij is) zijn tot nu toe de zwaarste straffen die onder Bashar al-Assad zijn uitgedeeld. Maar al met al heeft Human Rights Watch, dat in juli van dit jaar een rapport uitbracht onder de titel 'A Wasted Decade', 92 gevallen van vrijheidsberoving van mensenrechtenactivisten geteld sinds Al-Assad jr aan de macht kwam. HRW denkt overigens dat het werkelijke aantal hoger ligt dan die 92, omdat het vaak heel moeilijk is om informatie te krijgen over detenties, met name als het gaat om Koerden of islamisten.
De arts Kamal Labwani achter de tralies. Labwani is de man links.

Bij de arrestatie van de activisten valt de Syrische overheid terug op de wet op de noodtoestand die de veiligheidsdiensten een breed scala aan mogelijkheden geeft. En bij hun berechting zijn er tenminste drie artikelen in de strafwet die gaan over het aanzetten tot raciale of sektarische spanningen, het verzwakken van de nationale sentimenten, dan wel het verspreiden van valse of overdreven informatie die de nationale sentimenten verzwakt' – 'terwijl Srië in staat van oorlog verkeert of op het punt staat in oorlog te geraken'. Maar arrestatie en gevangenisstraf zijn niet de enige wapens die de overheid tot haar beschikking heeft. Bijeenkomsten en/of persconferenties van activisten worden routinematig verhinderd of verstoord. En nog een middel is het uitvaardigen van reisverboden. Het Syrische Centrum voor de Media en de Vrijheid van Meningsuiting, een -niet-erkende – NGO telde in 2009 417 van dit soort verbonden om te reizen, en in sommigen gevallen betrof het verbod ook familieleden van activisten.
Met de vrijheid van meningsuiting is het eveneens droevig gesteld. Toen Bashar aan de macht kwam waren slechts drie kranten geoorloofd, alle drie publicaties van de Ba'ath-partij, te weten Al-Ba'ath, Tishreen en al-Thawra. Bashar maakte een einde aan het verbod op andere, onafhankelijke publicaties, maar kwam enkel maanden later, in september 2001, met een nieuwe perswet (decreet 50 uit 2001) waarmee de regering de mogelijkheid van controle kreeg over ongeveer alles wat in Syrië wordt gedrukt of verschijnt. Het gevolg is dat nog slechts twee onafhankelijke dagbladen ondanks de dagelijks censuur overeind zijn gebleven. Beide zijn eigendom van mensen die zeer verwant zijn aan het regime. Het zijn Baladna van een zoon van de vroegere chef van de veiligheidsdienst, Bahjat Suleiman, en Al-Watan van een neef van Assad, Amin Makhlouf.
Maar de controle strekt zich ook uit tot het internet. Alle politieke content van websites wordt gecontroleerd en hetzelfde geldt voor populaire sites als Facebook, YouTube en blogging sites als Blogspot.com van Google of Wordpress.com. The Committee tot Protect Journalism rangschikte Syrië in 2009 bij de tien slechtste landen voor bloggers ter wereld. Human Rights Watch telde in de anderhalf jaar tussen januari 2007 en juni 2008 tien journalisten en bloggers die waren gearresteerd, terwijl in het algemeen 153 zaken betreffende de vrijheid van meningsuiting voor het Hof van Staatsveiligheid kwamen. Onder hen waren mensen die op een caféterras kritiek op het regime hadden geuit, wat was overgebriefd.
Syrië had onder de vorige Assad een slechte staat van dienst als het aankwam op foltering of het verdwijnen van mensen. Berucht zijn met name het neerslaan van een opstand van islamisten in Hama in 1982, waarbij een groot deel van de stad werd verwoest en mogelijk zo'n 10.000 mensen werden gedood. Dit soort grootschalige zaken is onder Assad jr niet voorgekomen. Wel is er een zaak van 13 jonge islamisten uit Deir el Zor van wie er tenminste 10 sinds 2008 worden vastgehouden op een onbekende plaats, terwijl het lichaam van één van hen – die vermoedelijk door marteling is overleden – aan de familie is geretourneerd. Koerdische activisten – de 1,5 miljoen Koerden zijn niet gerechtigd hun eigen taal te gebruiken, zijn eveneens gemarteld. Zeer ernstig is het feit dat in 2008 een opstand plaatsvond onder de 1500 – 2500 gevangenen in de Sednaya-gevangenis op 30 km ten noorden van Damascus, die gewapend werd onderdrukt, waarbij volgens Syrische mensenrechtenorganisaties mogelijk 25 gevangenen werden gedood. Tot op0 de dag van vandaag is er in Syrië een nieuwsblackout over deze gebeurtenis van kracht en weten veel families niets van het lot van hun in de gevangenis verblijvende familieleden HRW heeft een – onvolledige – lijst van 42 gevangenen van wie bekend is of zij nog leven of niet.

Tot slot een enkele opmerking over de vraag waarom Assad in 2000 het signaal gaf dat hij hervormingen wilde, daar later op terugkwam en vervolgens niet alsnog – al of niet in een geleidelijk tempo – meer is gaan liberaliseren. Er zijn wat dat betreft twee scholen, die allebei omdat in het uiterst gesloten circuit van de Syrische machthebbers geen uitsluitsel te verkrijgen is – een zekere mate van geloofwaardigheid bezitten. Aan de ene kant is er de Syrië kenner Joshua Landis die in 2004 betoogde dat leden van de oppositie onmiddellijk in 2001 bij de eerste tekenen van dooi vrije verkiezingen eisten en een verandering van regime, zodat Assad wel gedwongen was in te grijpen. De andere lezing is die van Eyal Zisser, die in 2003 betoogde dat Assad jr door zijn entourage, die vreesde dat het regime gevaar zou kunnen lopen, was teruggefloten. Mogelijk komen beide op hetzelfde neer: een regime dat vreest dingen op gang te brengen die het als een tovenaarsleerling niet kan beheersen. Het resultaat is stagnatie en onvrijheid en een regime dat als het eerlijk zou zijn zichzelf in de spiegel niet zonder schaamte zou moeten durven aankijken.

2 opmerkingen:

Trees zei

een paar maanden geleden zag ik deze prachtige documentaire op Al jazeera over 3 schrijvers, politieke aktivisten etc.De 3 mannen hebben jaren lang vastgezeten in de beruchte Palmyra/Tad mor gevangenis. de film gaat over hun reis terug en de herinneringen die opkomen. Prachtig. De moeite waard om te bekijken.



http://english.aljazeera.net/programmes/witness/2010/07/20107411724695523.html

Abu Pessoptimist zei

Dank Trees voor deze tip. Ik had pas vandaag tijd om een deel ervan te bekijken. De film is inderdaad een aanrader, al is hij wat lang.