donderdag 2 september 2010

Neve Gordon: 'Aanval op academische vrijheid is aanval op de maatschappij als geheel'

Ik heb - ook al uit tijdgebrek - tot nu weinig of niets geschreven over de door Israelisch rechts in samenwerking met Amerikaanse neocons gecoordineerd uitgevoerd aanval op de universiteiten als bastions van links gezeur over mensenrechten en het zionisme ondermijnend, anti-nationaal gedrag. Anderen besteedden er gelukkig wel aandacht aan. Hieronder een stuk van Neve Gordon, politicoloog van de Ben Gurion Universiteit in Beer Sheba, dat de dreigende situatie volgens mij goed weergeeft. De vertaling is van mij.   
   
 Op 31 mei voegde ik me bij ongeveer 50 studenten en leden van de faculteit die buiten de Ben-Gurion Universiteit in de Negev aan het demonstreren waren tegen de Israelische militaire aanval op het konvooi schepen dat humanitaire hulp naar Gaza vervoerde. In een reactie daarop marcheerden de volgende dag een paar honderd studenten met Israelische vlaggen in de hand naar het gebouw van de sociale faculteit. Temidden van pro-regeringsslogans en nationalistische liederen waren er ook kreten waarin om mijn ontslag van de faculteit werd gevraagd.
Een student ging zover een Facebook pagina te creëren die als enige doel had mij te laten ontslaan. Tot nu hebben 2100 mensen (onder wie ook veel niet-studenten) zich aangemeld. Afgezien van doodswensen en verklaringen dat ik zou moeten worden verbannen staat er op de site ook een oproep om me tijdens colleges te bespioneren. 'We geloven,' zo eindigt een boodschap van de groep, 'dat we, als we serieus en doorwrocht werk leveren, met de hulp van ieder van jullie genoeg materiaal kunnen verzamelen om..... Neve Gordons status op de universiteit te beïnvloeden en misschien zelfs zijn ontslag te bewerkstelligen.   

Dergelijke persoonlijke aanvallen maken onderdeel uit van een veel breder offensief op het Israelische hoger onderwijs en zijn professoren. Twee recente incidenten zijn een voorbeeld van de proto-fascistische logica om de pijlers van de academische vrijheid in Israel te ondermijnen. Ze geven tevens aan dat de aanval op Israels academia wordt ondersteund door neoconservatieve krachten in Amerika. 
Het eerste incident betreft een rapport van het Institute for Zionist Strategies in Israel, dat een analyse bevatte van de curriculae van de Israelische sociologie departementen en dat de professoren beschuldigde van  'post-zionistische' vooringenomenheid. Het instituut definieert 'post-zionisme' als een tendens om de fundamenten van de zionistische ethiek te ondermijnen en een affiniteit met radicaal linkse stromingen'. Behalve de 'usual suspects' van linkse huize, worden in  het rapport ook intellectuelen als Benedict Anderson en Eric Hobsbawn onder de post-zionisten gerangschikt.
Het instituut zond het rapport naar de Israelische Raad voor het Hoger Onderwijs, het lichaam dat verantwoordelijkheid draagt voor al Israels universiteiten, en de Raad zond het op zijn beurt weer door naar de universiteits-presidenten. Joseph Klafter, de president van de universiteit van Tel Aviv, ging zover om enkele hoogleraren te vagen hun curriculae door hem te laten inzien, hoewel hij later zei dat hij niet de bedoeling had gehad om de faculteit de wet voor te schrijven en het rapport van de hand wees.  

Een paar dagen later onthulde Haaretz met een vette kop dat een andere rechtse organisatie, Im Tirtzu (Als je het wilt... een verwijzing naar een uitspraak van Theodor Herzl 'Als je het wilt is het geen droom,'  AP),
de Ben Gurion Universiteit, waar ik een professor ben en een vroegere leider van de faculteit 'regering en politiek', had gedreigd. Im Tirtzu had de president van de Universiteit, Rivka Carmi, verteld dat het donoren zou overhalen hun bijdragen op te schorten, tenzij de universiteit stappen zou ondernemen om 'een einde te maken aan de antizionistische tendenzen bij de faculteit 'regering en politiek'. De organisatie eiste een verandering in de samenstelling van de faculteit en de inhoud van haar curriculae' en gaf de president een maand de tijd om aan dit ultimatum tegemoet te komen. Die keer was het niet alleen mijn hoofd dat werd geëist.      
President Carmi stelde onmiddellijk dat Im Tirtzu's eisen een ernstige bedreiging inhielden voor de academische vrijheid. Maar minister van Onderwijs Gideon Sa'ar, die ook voorzitter van de Raad voor het Hoger Onderwijs is, beperkte zijn antwoord tot de nogaloppervlakkige verklaring dat welke poging dan ook om donaties aan de universiteiten te schaden, dienden te worden gestopt. Sa'ars reactie was op een verontrustende manier voorspelbaar. Nog maar een paar maanden eerder had hij gesproken op een bijeenkomst van Im Tirtzu na de publicatie van een rapport van die organisatie over de zogenaamde linkse trend in de Israelische politicologie-faculteiten. Tijdens de bijeenkomst zei hij dat, hoewel hij het rapport niet had gelezen, de conclusies ervan uiterst serieus zouden worden genomen.
De Ben-Gurion Universiteit in Beer Sheba .

Hoewel de recente schermutselingen lijken te gaan over de academische vrijheid, maakt de aanval tegen  Israels academia in werkelijkheid deel uit van een veel breder offensief tegen liberale waarden. Diverse krachten in Israel zijn zich aan het mobiliseren om een uiterst rechtse politieke agenda door te drukken. Ze hebben de universiteiten als hun eerste doelwit uitgekozen, en wel om twee reden. Ten eerste, omdat de universiteiten onderdak bieden  aan veel uitgesproken critici van Israels politiek van rechtsmisbruik - ook al hebben ze nooit enige regeringspolitiek veroordeeld,  zelfs niet de restricties van de academische vrijheid van Palestijnse universiteiten. Die kritische geluiden worden opgevat als verraad en derhalve als geluiden die dienen te worden gesmoord. Bij deze aanvallen komt er bijval van Amerikanen als Alan M. Dershowitz, die bij een recent bezoek aan de universiteit van Tel Aviv om het ontslag vroeg van professoren die de Palestijnse roep ondersteunen voor een boycot van Israelische goederen en desinvesteren uit Israelische ondernemingen, tot Israel zich gaat houden aan de internationale wetten op het gebied van de mensenrechten. Hij noemde met name Rachel Giora en Anat Matar, beiden hoogleraar aan de Universiteit van Tel Aviv, als leden van die groep.        
 Ten tweede omdat alle Israelische universiteiten voor ongeveer 90% van hun budget afhankelijk zijn van publieke gelden. De groepen hebben vastgesteld dat dit hun achilleshiel is. Het idee is om het krachtige bondgenootschap dat bestaat tussen deze rechtse organisaties en leden van de regering uit te buiten en de ammunitie aan te leveren  die nodig is om de financiële ondersteuning van de universiteiten te binden aan de voorwaarde dat er nationalistisch gedachtegoed wordt onderwezen en dat 'subversieve ideeën' worden geweerd. In de ogen van de rechtse Israelische organisaties zijn de universiteiten niet veel meer dan verlengstukken van de regering. Maar niettemin zouden Im Tirtzu en andere vergelijkbare organisaties niet alleen op eigen kracht effectief zijn geweest als zij niet financieël waren geholpen door steunpilaren in de Verenigde Staten. En zoals blijkt zijn sommige van die ideologische bondgenoten bereid om diep in hun zakken te tasten om de zaak te dienen.   
Dominee John C. Hagee, leider van Christian United for Israel, is Im Tirtzu's suikeroom geweest. Zijn volgelingen hebben de organisatie met tenminste $ 100.000 bedeeld. Na de jongste aanval van Im Tirtzu heeft zelfs Hagee echter geconcludeerd dat het te ver ging en besloten te stoppen met het betalen van verdere efondsen. Het Hudson Intitute, een neo-conservatieve think tank die meehielp de Midden-Oostenpolitiek van de regering-Bush vorm te geven, heeft de afgelopen paar jaar honderdduizenden dollars naar het Institute for Zionist Strategies gesluisd. Het was nagenoeg de enige donor. Voor Christians United en het Hudson Institute is de aanval op de academische vrijheid duidelijk ook een manier om veel verdergaande doelen te bereiken.   Het Hudson Institute heeft bijvoorbeeld neo-imperialistische doelen in het Midden-Oosten. Een lid van zijn Board of Trustees (Raad van Toezicht, AP) is er voorstander van het aanvallen van Iran. De eschatologische uitgangspositie van Christians United (waarbij de Tweede Komst van de Messias afhankelijk is van het verzamelen van alle Joden in Israel) houdt steun voor zo'n aanval in. Het griezelige samen optrekken van zulke Israelische en Amerikaanse organisaties maakt duidelijker wat de echte doelen zijn van de huidige aanval op de academische vrijheid: het gaat erom de Israelische politiek te beïnvloeden en de weinige liberale krachten die nog actief zijn in het land uit te schakelen. De atmosfeer in Israel is rijp voor zo'n aanpak.   

Het 'team'van Im Tirtzu in hun T shirts met portretten van zionistische voortrekkers erop. Vierde van rechts is Im Tirtzu oprichter en leider, Ronen Shoval.  

 Niettemin: het laatste dreigement van Im Tirtzu heeft verkeerd uitgepakt. Hetzelfde geldt voor het rapport van het Institute for Zionist Strategies. De aanvallen zijn voor het moment afgeslagen. De presidenten van alle universiteiten hebben het rapport veroordeeld en beloofd dat zij zich nooit zulle verlagen tot deze versie van McCarthyisme. 
Maar ondanks die verklaringen hebben de rechtse organisaties toch aanzienlijk terrein gewonnen. Te oordelen naar de commentaren op tal van internetsites hebben de populistische beweringen dat belastinggeld van de burgers wordt gebruikt om Israel te bekritiseren, veel lezers ervan overtuigd dat de universiteiten beter in de gaten gehouden moeten worden door de regering en dat 'dissidente' professoren moeten worden ontslagen. 
Bovendien zal het feit dat de structuur van de Israelische universiteiten ingrijpend is veranderd in de afgelopen vijf jaar, en dat de meeste macht nu in handen is van de presidenten in plaats van zoals vroeger bij de faculteiten, zonder twijfel worden gebruikt om de aanvallen op de academische vrijheid te continueren. 
Bestuurders aan de top van de universiteiten hebben al gesteld dat, als de Knesset een wet aanneemt tegen de Bocyot, Divestment and Sanctions Beweging voor Palestina,  de wet zal worden gebruikt om leden van de faculteit die de beweging steunen, te ontslaan.
Belangrijker nog, is dat er nu een gevoel is onder veel leden van de faculteiten dat er een 'gedachtenpolitie' is geformeerd  - en dat heel wat leden ervan in feite deel uitmaken van de academische gemeenschap. Het feit dat studenten in spionnen veranderen en dat curriculae worden verzameld geeft academici in het hele land een uiterst unheimisch gevoel. Ik voor mij, bijvoorbeeld, heb besloten in mijn curriculae een notitie op te nemen die het gebruik van opname-apparatuur verbiedt zonder dat ik vooraf toestemming heb gegeven. En veel van mijn vrienden gebruiken nu Gmail in plaats van de email van de universiteit uit vrees dat hun correspondentie op de een of andere manier bestuurders van de universiteit in het geweer kan brengen.     
Israels academia werd ooit gezien als een bastion van de vrije meningsuiting, maar het is de proeftuin geworden om het succes uit te testen van aanvallen op de liberale waarden. En hoewel het nog steeds erg moeilijk is om diegenen te treffen die erin geslaagd binnen de academische poorten te komen, worden degenen die nog niet die drempel zijn gepasseerd duidelijk in de gaten gehouden. Ik weet van één geval van een jonge academicus die niet werd aangenomen als gevolg van zijn lidmaatschap van 'Courage to Refuse', een organisatie van reserve officieren die weigeren dienst te doen op de Westoever. In het tijdperk van Google en Facebook kan de gedachtenpolitie makkelijk kandidaten diskwalificeren op basis van handtekeningen onder petities en zelfs wegens de 'vrienden via internet' die iemand heeft. Israelische studenten die afstuderen volgen die ontwikkelingen en voor hen is de boodschap duidelijk.   
Hoewel in de politiek niets vastligt, lijkt Israel zich op een hellend vlak te bevinden. De Israelische academische wereld is nu het strijdperk waar sommige van de meest fundamentele zaken die een maatschappij betreffen worden uitgevochten. Het probleem is dat we, in plaats van te strijden over grondrechten, nu strijden over het recht om te strijden.

Geen opmerkingen: