vrijdag 24 september 2010

Verhagen staat achter weigeren burgemeesters uit nederzettingen

Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken staat achter het besluit van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om een delegatie burgemeesters uit Israel te weigeren. De delegatie zou volgende maand een werkbezoek aan Nederland hebben gebracht in het kader van een uitwisselingsprogramma, maar het bezoek werd afgelopen zondag afgezegd, nadat gebleken was dat in de delegatie zes burgemeesters van nederzettingen op de Westoever zaten.
Uit antwoorden van Verhagen op vragen van respectievelijke de Kamerleden De Roon en Wilders ( PVV) en Voordewind (CU), Van der Staaij (SGP), Ormel (CDA) en Nicolai (VVD) blijkt dat het VNG besluit in lijn was met de politiek van de Nederlandse regering en EU, maar werd genomen door de VNG zelf. De rol van BuZA bleef beperkt tot het geven van een advies. 'Desgevraagd heeft het ministerie de VNG geïnformeerd dat vertegenwoordigers van de Rijksoverheid in het algemeen geen contacten onderhouden met de lokale overheden in de nederzettingen. Andere organisaties in Nederland – waaronder de VNG – staat het evenwel vrij zelfstandig te beslissen of het contacten wil aangaan.'
Verhagen meldt - ten overvloede ook waarom de overheid geen contact met de nederzettingen wil onderhouden:

'Over de status van de nederzettingen bestaat volkenrechtelijk geen verschil van mening. Deze zijn in strijd met het internationaal recht, zoals onder meer is vastgesteld door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en herbevestigd in het advies van het Internationaal Gerechtshof d.d. 9 juli 2004 over de bouw van de veiligheidsbarrière op de Westelijke Jordaanoever. De Europese Raad van 16 september 2010 heeft de strijdigheid van de nederzettingen met het internationaal recht nogmaals bevestigd in zijn verklaring over het Midden-Oosten Vredesproces.De regering onthoudt zich actief van handelingen die kunnen bijdragen aan de legitimering van deze nederzettingen. Daaronder is ook te verstaan het onderhouden van contacten met autoriteiten in de nederzettingen, zoals burgemeesters. Dit betekent echter niet dat de regering anderen verhindert om contacten met hen te onderhouden.'
Zo te zien is daar geen speld tussen te krijgen. Dan blijft vervolgens de vaag over waarom in 's hemelsnaam vertegenwoordigers van niet minder dan vier partijen (ik reken de PVV niet mee, want die heeft volgens haar eigen programma geen respect voor het internationale recht) aan de minister  vragen stellen die erop neer komen dat ze dus blijkbaar WEL hadden gewild dat de VNG had meegewerkt aan het ontvangen van de zes kolonisten-burgemeesters - met andere woorden hadden gewild dat de VNG had meegewerkt aan het 'onderhouden van contacten die kunnen bijdragen aan het legitimeren van de nederzettingen'.
En - trouwens - ook het CIDI dat steeds volhield dat het lobbyen voor het ontvangen van de kolonisten niet hetzelfde is als ijveren voor de legitimering van het nederzettingenprogram, kan dus op het dak gaan zitten.

Geen opmerkingen: