Dit stuk schreef ik in mei voor De Brug, het tegenwoordig alleen nog digitaal verschijnende blad van SIVMO (Steuncomité Israelische Vredesgroepen en Mensenrechtenorganisaties)
In februari was er het verrassende
nieuws dat Fatah en Hamas (en alle andere Palestijnse fracties) het
na gesprekken in Cairo eindelijk eens waren geworden over het houden
van algemene verkiezingen. Het zouden de eerste verkiezingen zijn
geworden sinds 15 jaar. Eind april werd echter alweer bekendgemaakt
dat ze voor onbepaalde tijd zijn uitgesteld. Wiens schuld was dat? En
hoe belangrijk was het dat ze niet doorgingen?
Door Maarten Jan Hijmans
Om met de laatste vraag te beginnen:
het uitstel (waarschijnlijk zelfs afstel) is uitermate belangrijk. De
laatste verkiezingen waren in 2006. Zoals bekend werden die gewonnen
door Hamas. Er werd een 'nationale regering' gevormd op basis van de
uitslag die bestond uit ministers van zowel Hamas als al-Fatah.
Israel weigerde echter die regering te erkennen en ermee te werken.
Het werd daarbij gesteund door de Verenigde Staten en ook de Europese
Unie - Hamas had immers Israel niet erkend en was een
''terroristische'' organisatie.
De gevolgen waren niet mis. Fatah
vormde alsnog een eigen regering die niet op de resultaten van de
verkiezingen was gebaseerd. Het gekozen parlement kwam een paar keer
bijeen en daarna nooit meer omdat Israel dat onmogelijk maakte. Met
regelmaat werden parlementariërs van Hamas voor maanden en ook
jaren in ''administratieve hechtenis'' genomen (administratieve
hechtenis is een vorm van gevangenisstraf zonder dat daar een proces
aan te pas komt).
Vervolgens werd in 2007 in Gaza een
couppoging uitgevoerd door de voormalige veiligheidschef van al-Fatah in Gaza, Mohammed Dahlan.
Hij kreeg daarbij steun van Israel en de VS. De poging om Hamas te
wippen mislukte, waarna Hamas in Gaza de macht naar zich toetrok en
Fatah het nakijken had. De volgende stap was dat Israel de blokkade
begon van de Strook, die nu dus 14 jaar oud is.
Hamas en Fatah groeiden na deze
gebeurtenissen verder uit elkaar. Israel voerde een politiek uit
waarbij de talloze banden van vroeger tussen Gaza en de Westoever
zoveel mogelijk onmogelijk werden gemaakt en werden doorgesneden. Het
werden het steeds meer verschillende entiteiten. Tot tevredenheid van
Israel, dat al tientallen jaren de Palestijnen graag uit elkaar
speelt.
Op de Westoever voerde president
Mahmoud Abbas intussen een politiek, waarbij de Palestijnse
Autoriteit langzamerhand in de plaats kwam van de voormalige,
internationaal opererende PLO. Eén van die manieren was het houden
van verkiezingen van Fatah in 2009,
waaraan alleen mensen van Fatah in de bezette gebieden konden
deelnemen. Onderwijl omringde hij zich meer en meer met trouwe
volgelingen van het B-garnituur, zodat de groep aan de leiding steeds
meer de ''kliek rond Abbas'' werd. Ook kwam er meer en meer het
accent te liggen op de veiligheidscoördinatie met Israel, waarbij
met de bezettingsautoriteiten wordt samengewerkt om vormen van
nationalistisch Palestijnse verzet bij voorbaat de kop in te drukken
en mensen preventief op te pakken.
Het netto resultaat was een verdere
verkalking van het Palestijnse verzet. De twee partijen, Fatah en
Hamas ondernamen intussen wel pogingen om daaraan iets te doen en
weer nader tot elkaar te komen. Er werden meerdere gesprekken
gevoerd, gewoonlijk in Cairo en via Egyptische bemiddeling. Er werden
ook meerdere afspraken gemaakt. In 2011 was er een akkoord over
eenwording dat niet van de grond kwam. In 2014 werd een nieuwe
eenheidsregerering (van technocraten) gevormd waar Israel (en de VS)
mordicus tegen waren. De uitvoering ging gepaard met de oorlog van
dat jaar in Gaza en stagneerde eveneens in (onder meer financiële)
tegenstellingen tussen de twee partijen. In 2017 werden nieuwe
besprekingen geopend, in 2018 kwam er een principe-akkoord over
verkiezingen. En dit jaar in februari werden dan eindelijk de plannen
concreet. De twee kemphanen – ook alle andere Palestijnse fracties
waren daarbij overigens van de partij partij - besloten hun
geschillen opzij te zetten tot na de verkiezingen en startten met het
organiseren van parlementsverkiezingen op 22 mei,
presidentverkiezingen in juli en nieuwe verkiezingen voor het
parlement van de PLO, de Palestijnse Nationale Raad (PNC), in
augustus.