Posts tonen met het label zionism. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zionism. Alle posts tonen

donderdag 24 december 2015

''Het enige verwijt waartegen ze geen verweer hebben, is dat Israel niet democratisch is''

Het onderstaande stuk schreef ik voor het Decembernummer (jaar 25 nr. 99) van De Brug, het orgaan van SIVMO (Steuncomité Israelische Vredes- en Mensenrechtengroepen). 
Deze site blijft verder tot nader order nog even gesloten, wegens studieredenen. Op mijn Engelse zustersite geeft ik wel nog nieuws. 
Kristall15(26of 1)
(Foto Anja Meulenbelt)

''Tijdens de Kristallnacht werden duizenden winkels en eigendommen van Joden en honderden synagogen vernield en platgebrand door Duitse bruinhemden. Misschien was de meerderheid van de Duitsers het er niet mee eens, maar ze hielden zich stil. Wanneer in Israel twee kerken en tientallen moskeeën in vlammen opgaan en honderden Israelische supporters van Beitar roepen "dood aan de Arabieren" na iedere voetbalwedstrijd, wanneer een familie levend wordt verbrand, als een jongen van 15 levend wordt verbrand, blijft de meerderheid zwijgen, al zijn ze misschien geschokt. '' (….)
''De Kristallnacht kwam niet zomaar uit het niets ''uit de lucht vallen'', het was het product van een ontwikkeling die a langer aan de gang was. En we kunnen in Israel zien dat daar de laatste jaren een vergelijkbare ontwikkeling gaande is.''
Dit is een – verkort – citaat van één van de spreeksters op de Kristallnachtherdenking dit jaar in Amsterdam van het ''Platform Stop Racisme en uitsluiting'', het Palestijnse lid van het Israelische parlement, Haneen Zoabi. Het Platform houdt die Kristallnachtherdenkingen al jaren (vroeger onder de naam van Nederland Bekent Kleur), maar de laatste paar jaar is er steeds van alles om te doen. De vertegenwoordigers van ''officieel'' Joods-Nederland vinden namelijk dat de herdenking alleen moet herdenken. En niet, wat het Platform óók doet wijzen op – en waarschuwen voor – hedendaagse uitingen van racisme.
Steevast wordt de afgelopen jaren het verwijt bij van stal gehaald dat de herdenking ''anti-Israel'' zou zijn. Dit jaar waren die protesten heviger dan ooit. Zelfs werden verwijten van stal gehaald dat de herdenking ''antisemitisch'' zou zijn en dat er een ''terroriste'' aan het woord was gelaten. Maar dit jaar werd dan ook – voor het eerst in de geschiedenis van deze herdenkingen – het onderwerp Israel ook ècht ter sprake gebracht. En nog wel door Haneen Zoabi, Palestijns lid van de Israelische Knesset en – hoe zal ik het zeggen – een veelbesproken lid. Ze kwam in het parlement in 2009 voor de partij Al-Tajamm'u al-Watani al-Dimoqrati (Nationaal Democratische Assemblee – Balad in het Ivriet, die tegenwoordig is opgegaan in de ''Verenigde -Arabische Lijst”. Al en jaar nadat ze aantrad kwam ze al uitgebreid in het nieuws, omdat ze aan borod van het Turkse schip Mavi Marmara , dat ten koste van tien Turkse doden door de Israelische marine werd geënterd, meevoer met de Gaza Flotilla, die probeerde de blokkade van Gaza te breken. Er werd schande van gesproken en er werd – wat het Israelische hooggerechtshof voorkwam -geprobeerd haar van nieuwe verkiezingen uit te sluiten.

dinsdag 4 februari 2014

Het Scarlett effect

Het is grappig om te zien hoe de zaak Scarlett Johansson de ware aard bloot heeft gelegd van hen die zich ''progressieve'' zionisten noemen. Johansson, die zeven jaar had gewerkt als ambassadeur voor Oxfam, moest tot haar verdriet ontdekken dat dit niet viel te combineren met een lucratieve baan als pr-uithangbord van SodaStream. Dat is een firma die apparaten voor het zelf thuis maken van frisdranken vervaardigt in een fabriek in Mishkor Adumim, een aanhangsel van de grote nederzetting Maaleh Adumim ten oosten van Jeruzalem.
Johansson kwam met gelikte uitspraken dat ze voor “economische samenwerking en sociale uitwisseling tussen een democratisch Israel en Palestina” was. En dat SodaStream ''een brug  naar vrede tussen Israel en Palestina bouwt''. Ook zou de firma de ongeveer 500 Palestijnse arbeiders in haar fabriek ''een gelijke behandeling en betaling geven als hun Israelische collega's''.
Scarlett Johnasson_SodaStream EventMaar uiteraard was dat voornamelijk publicitaire onzin. SodaStream betaalt zijn Palestijnse arbeiders mogelijk minder slecht dan andere Israelische ondernemingen in bezet gebied, maar van een gelijke behandeling van Palestijnse en Israelische werknemers is geen sprake. Geen Palestijn maakt deel uit van het management, hun loon is weliswaar twee tot drie keer dat van een arbeider in een Palestijnse onderneming en ook zou SodaStream wel iets doen aan sociale verzekeringen, maar de Palestijnen verdienen nog altijd een stuk minder dan hun Israelische collega´s, kunnen geen vuist maken via een vakbond (en worden ontslagen als zij dat wel proberen), maken absurd lange werktijden, en worden wel degelijk gediscrimineerd. The Electronic Intifada deed er in 2013 een boekje over open. 
Verder is moeilijk in te zien hoe een fabriek die is opgericht op geroofd land diep in de Westoever, om te kunnen profiteren van  lagere bouwkosten, en van een speciaal laag Israelisch belastingtarief (waarvan, onnodig het te zeggen, geen cent naar de Palestijnse Autoriteit gaat) bijdraagt aan ´´het bouwen van bruggen tussen Israel en Palestina´´.

maandag 30 april 2012

Weg met het zionisme

Levy
Het was afgelopen donderdag Israels Onafhankelijkheidsdag. Voor Gideon Levy, de altijd dwarse journalist van Haaretz, was dat  reden om over het zionisme te schrijven. Het zionisme zou na 115 jaar met pensioen moeten, schreef hij, want het heeft zijn doel bereikt. Dat doel was een Joodse staat. Die is gesticht en daarmee is de taak van het zionisme in feite volbracht. Het feit dat er nu nog steeds over zionisme wordt gesproken sticht alleen maar verwarring, want niemand weet wat het inhoudt. Eigenlijk hoort zionisme thuis in de geschiedenisboeken, maar ..

.. the Jewish people lives, as they say, and therefore Israel has tried to invent a new Zionism for itself, far more totalitarian than its predecessor. 
en
We have given world Jewry grades in Zionism. Anyone who donates to settlements - Zionist; anyone who donates to human rights organizations - anti. Anyone who belongs to the nationalist, rapacious, right-wing Jewish establishment - Zionist. Anyone who seeks a fairer, more enlightened alternative - post. Anyone who blindly supports all of Israel's misdeeds - Zionist; anyone who dares to criticize it - anti-Semites, even if they are Jewish. A former Israeli who lives in Vegas and gambles on his former country's future, urging it to blow up, bomb, crush and destroy - Zionist. Anyone worried about its justice - post-Zionist.

'Ben ik een zionist?' vraagt Levy zich af. En hij geeft het antwoord: 'Als zionisme het koloniseren van de Westoever is dan ben ik een anti-zionist. Als het de voortzetting van de bezetting is, ben ik geen zionist. En als zionisme het recht van het Joodse volk op een staat is, net zoals het recht van het Palestijnse volk op een staat, inclusief het goedmaken van tenminste een deel van het onrecht dat ze in 1948 is aangedaan, dan ben ik een zionist. En als zionisme het streven is naar democratische staat, dan ben ik in dat geval ook een zionist, zoon van een zionist.'

Het is geen nieuw thema dat Levy aanroert. Zionisme staat op meer plaatsen ter discussie. Ooit was ik zelf zionist. Het is meer dan 35 jaar geleden. Zionisme noemde ik toen, in  navolging van anderen, 'de bevrijdingsbeweging van het joodse volk'. En in zekere zin sta ik nog steeds achter die uitspraak, maar daarna kwamen de jaren '90 waarin 'New Historians'  als Benny Morris, Avi Shlaim en Ilan Pappé met Simcha Flapan als voorloper, ons een andere kijk gaven op de ontstaansgeschiedenis van Israel en dingen bevestigden die we langzamerhand steeds meer begonnen te vermoeden en ons een ongemakkelijk gevoel hadden bezorgd. Het beeld van de bevrijdingsbeweging werd toen wat genuanceerd. Nog steeds sta ik, net als Levy, achter het idee dat de situatie van de Joden ten tijde van het ontstaan van het zionisme rechtvaardigde dat zij aanspraak gingen maken op een eigen land. Immers in die tijd was - met name in Oost-Europa - zeker sprake was van een eigen nationaliteit, met een eigen taal (Jiddisch) en vaak een eigen autonoom Joods bestuur, maar zonder bijbehorende burgerrechten. Joden waren in veel landen een aparte, veelal rechteloze vervolgde minderheid. Maar net als veel anderen (onder wie Levy, denk ik) heb ik zo mijn twijfels of de manier waarop Israel uiteindelijk tot stand is gekomen wel zo gelukkig was. Ik denk dat het anders had gekund - en ook had gemoeten, en dat een historisch compromis met de Palestijnen wel het minste is waar Israel op aan zou moeten sturen.
Dat is iets wat de staat Israel op zich zou moeten nemen. Het zionisme is daarbij geenszins nodig. Het zionisme in zijn hedendaagse ideologische vorm is daar alleen maar een hinderlijke factor bij, zoals ook Levy aangeeft. Immers zionisten zijn tegenwoordig mensen die geld geven aan nederzettingen, die de bezetting in stand houden en die iedereen die mensenrechtenorganisaties steunt of het het waagt kritiek te hebben op hoe Israel zich opstelt, verdacht maken als anti-zionist, wat in de ogen van de huidige zionisten zo'n beetje gelijk staat aan antisemitisme.
We kunnen het ook anders zeggen: het zionisme was ooit een beweging die naar de emancipatie van de Joden streefde. Dat heeft de beweging bereikt, maar intussen is zij doorgegroeid tot een gevaarlijke, chauvinistische ideologie, die de rechten van Palestijnen ontkent, hen onderdrukt, het recht opeist hun  land in bezit te nemen en de bezetting te laten voortduren. Dat is iets anders dan aanvankelijk de bedoeling is geweest. Dus: weg met deze beweging die zichzelf heeft overleefd en uit is gegroeid tot een gevaarlijke, nationalistische karikatuur van een bevrijdingsbeweging. Anti-zionisme is de noodzakelijk oplossing. Het is de keuze voor een andere koers dan Israel op dit moment volgt. Zet het zionisme bij het groot vuil, of in een museum, waar andere nationalistische bewegingen al eerder terecht zijn gekomen.

Maar dat is dus niet zo eenvoudig. Want zionisme is niet alleen in Israel een soort keurmerk geworden voor wat in de ogen van rechtse Israeli's deugt of  niet deugt, het heeft ook een functie buiten Israel. Daar is het een netwerk van geldinzamelingsmachines en Joodse organisaties. Het is er bovendien een predicaat dat de gemiddelde Jood buiten Israel zichzelf vrij gedachteloos verleent, zonder dat het overigens hoeft in te houden dat hij/zij ook daadwerkelijk lid is van de een of andere zionistische organisatie. In de ogen van de gemiddelde, niet al te geëngageerde Jood buiten Israel is zionisme zoiets als 'achter Israel staan', en dat doen velen van hen nu eenmaal vrij automatisch.
Beinart
Een bewijs hiervoor is - paradoxaal - een recent boek van de Amerikaan Peter Beinart, 'The Crisis of Zionism'.  Beinart, die redacteur van de New Republic is geweest, tegenwoordig voor de Daily Beast schrijft en lector is in politicologie en journalistiek aan de Universiteit van New York, beschrijft daarin de afkalvende steun voor Israel onder de jongere generatie Joodse Amerikanen. Beinart wijt dat onder meer aan de onvoorwaardelijke steun van organisaties als de Joodse lobby AIPAC en verwante organen voor een Israelische politiek die botst met de doorgaans liberale en tolerante opvattingen van Amerika's Joodse bevolking. De jongeren kunnen volgens hem die steun veel minder goed  met hun eigen levenswijze in overeenstemming brengen dan de oudere generatie. Beinart breekt daarom een lans voor een liberaler soort zionisme, een ander en beter zionisme zoals het volgens sommigen ooit was, of was bedoeld, en hij neemt afstand van de nederzettingen en is kritisch over de bezetting. Een controversieel element uit zijn  boek is dat hij pleit voor een boycot van producten uit de nederzettingen, een soort partiële BDS (Boycot, Divestment and Sanctions), wat hem onder meer in de Bay Area (San Francisco en omgeving) op afzeggingen van spreekbeurten kwam te staan. (voor meer bijzonderheden over zijn  boek, klik hier, of hier)
Maar het paradoxale van Beinarts boek, dat overigens zoals ook eerdere publicaties van hem, veel aandacht krijgt, is natuurlijk dat hij het zoekt in een ander soort zionisme, terwijl het misschien meer voor de hand had gelegen intussen afstand te nemen van deze totaal door de ultra-nationalisten geannexeerde ideologie. Het gebruik van het woord zionisme zet immers al meteen de deur open voor discussies over wie de ware zionisten zijn en wat een echt en goed zionisme eigenlijk inhoudt. Beinart's keuze voor de term heeft wellicht het voordeel dat  het teruggrijpt op een term die voor velen de verbondenheid met Israel symboliseert en daarom appelleert aan een groot publiek, maar het staat tegelijkertijd voor de diepgewortelde - en door de diehard zionisten aangemoedigde -  begripsverwarring dat kritiek op Israel antizionistisch en dus anti-Israel is. Een afrekening met het zionisme-na-de-geboorte van de staat en een pleidooi voor een ander soort benadering, dat is wat nodig is en dat is wat de duidelijkheid van de dingen die Beinart betoogt zou verhogen. Het zionisme is zijn uiterste houdbaarheidsdatum al decennia geleden gepasseerd. Gideon Levy heeft, zoals bijna altijd, volkomen gelijk.
    

dinsdag 22 november 2011

Rechtse rariteitenshow bij diner Amerikaanse zionisten

Het jaarlijkse diner van de ZOA, de Zionist Organization of Amerika, is wel vaker een soort parade van rare rechtse types en wereldvreemde uitspraken. Maar dit jaar - zo'n  800 aanwezigen in het Grand Hyatt Hotel in Manhattan New York - was het wel heel erg een rariteitenkabinet. Haaretz geeft een smakelijk verslag van een bijeenkomst van mensen die allang het zicht op de realiteit kwijt lijken te zijn geraakt en de wonderlijkste dingen zeggen. Eigenlijk vooral om te lachen. Tot je je realiseert dat we het hier hebben over  een populaire tv-presentator met een miljoenenpubliek, een Republikeinse presidentskandidate, een voorzitster van de Commissie voor buitenlandse zaken van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en een belangrijke professor van de (religieuze) Bar Ilan universiteit in Tel Aviv.
Inbar
Om met de laatste te beginnen, Efraim Inbar, directeur van het Begin-Sadat Centrum voor Strategische Studies van Bar Ilan, hield een toespraak waarin hij zei dat zijn universiteit nog de 'enige zionistische universiteit' is die er in Israel over is. Want de Hebrew University in Jeruzalem en de Universiteit van Tel Aviv zitten volgens deze geleerde vol met 'bolsjewistische post-zionisten' die hun faculteiten ook nog eens vullen met gelijkgezinden. Daardoor puilden de universiteiten in Israel volgens deze politieke-econoom en strategische denker, uit van de  'post-modernisten die niet alleen het zionisme ondermijnden, maar ook nog eens de academische waarheid'.
Boude uitspraken, lijken me dat. Niet-zionisten zijn dus volgens deze professor eigenlijk niet gekwalificeerd voor een academische functie. Je zou toch eerder het tegenovergestelde kunnen  verwachten. Mensen met een wereldvisie die door een zionistische overtuiging of een of andere andere ideologie hermetisch is afgetimmerd, zouden zich toch eerder diskwalificeren, zou je zeggen. Omdat ze ertoe neigen de werkelijkheid vertekend te zien.   
Maar Inbar was maar één van de guests of honor. Een andere was Glenn Beck, leider van een talk-show op Fox-tv waarin hij regelmatig zowat de hele wereld van antisemitisme en erger beschuldigt. Beck kreeg de “Dr. Miriam & Sheldon Adelson prijs als 'verdediger van Israel'.  Nog een andere gast was het Republikeinse lid van het Huis van Afgevaardigden Ileana Ros-Lehtinen die van de ZOA de “Dr. Irving & Cherna Moskowitz Prijs' kreeg  voor het 'bevorderen van sterke relaties tussen de VS en Israel'. En dat waren me de prijzen wel. Adelson is een miljardair die rijk is geworden met gokpaleizen in Las Vegas, Hij is ook eigenaar van een uiterst rechtse, gratis krant in Israel (Israel Hayom), vriend van Netanyahu, voorstander van de nederzettingen, en sponsor van de rechtse, door Natan Sharansky geleide, denktank The Shalem Insitute. Irving Moskowitz is zo mogelijk nog beruchter. Hij is een casino-magnaat uit Florida die in zijn eentje een groot deel van de verjoodsingsprogramma's in Jeruzalem financiert van groeperingen als Elad en Ateret Cohaniem.   
Ros-Lehtinen, de voorzitter van de Commissie Buitenland van het Huis van Afgevaardigden, die bekend staat als een verdedigster van Israel door dik-en-dun,  hield daarna een rede waarin zij de 'gevaarlijke' plannen van een Palestijns lidmaatschap van de VN afkraakte. Ook stelde ze twee van de aanwezigen voor, vrouwen uit de nederzetting Kedumim, waarbij ze, volgens Haaretz in haar wijsheid opmerkte dat zulke nederzettingen 'niet een hinderpaal zijn op weg naar vrede, maar een oplossing  voor de overleving van Israel'.

Eveneens aanwezig was presidentskandidate Michele Bachmann die de aanwezigen in vervoering bracht door te zeggen dat 'ik op de dag dat ik wordt ingezworen als president van de VS de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem zal verplaatsen' en dat Israel, als zij president wordt, ook nooit een inch of vierkante voet gebied zal hoeven afstaan. Bachman had het er verder over dat de Iraanse president Ahmadinejad een tweede holocaust voorbereidt waardoor 'opnieuw miljoen joden hun leven dreigen te verliezen'. Zij  riep op tot een volledige blokkade van Iran door de Amerikaanse marine, tot het in stelling brengen van een ballistische raketten ter land, ter zee, in de lucht en in de ruimte' en voor het opstellen van aanvalsplannen door het Pentagon in antwoord op de 'nucleaire dreiging' van Iran. De ZOA-joden weten zo tenminste op wie ze moeten stemmen.
Beck tijdens een (mislukt) optreden in Jeruzalem,

Daarna was het woord aan Glenn Beck. Die hield een - zoals gewoonlijk - onduidelijk verhaal van meer dan een uur, waarin hij de holocaust van destijds en het heden vrijelijk dooreen mixte. Beck merkt in dat verhaal op dat de situatie nu erger dan in de tijd dat Hitler de Joden met uitroeiing bedreigde, want de wereld van nu helpt laat de uitlatingen passeren van gekken die erop uit zijn Israel en het Joodse volk te vernietigen. (Nee, inderdaad de wereld trad destijds - heel anders dan nu - krachtdadig tegen Hitler op. Daardoor werden de moorden van toen gelukkig verhinderd. Toch?).
Beck zei dat er nog 18 maanden resten om de wereld te redden maar liet mystiek in het midden wat hij bedoelde, toen hij zei dat hij wist 'hoe dat moet'. Op 8 december zou hij meer van zich laten horen. 'Er is een vacuüm en ik ben van plan dat te vullen,' sprak de presentator raadselachtig. En passant vergeleek Beck trouwens ook nog even de activisten van “Occupy Wall Street” met de bruinhemden van Hitlers SA van destijds. Hij voegde eraan toe dat het steeds moeilijker werd om de terroristen en de fascisten te onderscheiden van de mensen die zeggen zich tegen hen te verzetten'.
Arme Beck, zou ik zeggen, het is waarschijnlijk al te laat voor een passende therapie. 
En dan was er natuurlijk de uitsmijter, in de persoon van Morton A Klein, de onnavolgbare president van de ZOA en (lid van het bestuur van de lobby-organisatie AIPAC). Ook Klein, die volgens Haaretz door Adelson werd omschreven als de 'grootste zionist ter wereld',  hield een lange speech, waarin hij zowel de Palestijnen afmaakte als de Amerikaanse politiek aanviel en een betoog hield over de onrechtvaardige beschuldigingen die al sinds de kruisiging van Jezus over de Joden worden uitgestort.  Uiteraard vergeleek hij dat met de ongerechtvaardigde opmerkingen die heden ten dage Israel ten deel vallen. En hij vatte de daaruit resulterende onrechtvaardige situatie als volgt samen in een zinnetje dat van een nogal typisch gevoel voor humor getuigde. Klein zei namelijk dit: 'de hele wereld het fout heeft en dat de Joden gelijk hebben'. Ik moest dat tweemaal overlezen, maar begon toen toch te lachen. Want zoiets kan geen zinnig mens natuurlijk serieus hebben gemeend. Hahaha, die Klein, dat moet een grap geweest zijn. Toch? Het kan toch gewoon niet dat de president of the Zionist Organization of America zoiets ernstig bedoelt?

maandag 2 augustus 2010

Israel gaat 400 kinderen van niet-Joodse gastarbeiders deporteren

Het Israëlische kabinet heeft zondag  een maatregel goedgekeurd waarbij ongeveer 400 kinderen van gastarbeiders uit Aziatische en Afrikaanse landen zullen worden gedeporteerd. De kinderen, die over het algemeen in Israël zijn geboren, Hebreeuws spreken en geen ander thuis kennen, dienen binnen 21 dagen te vertrekken.
Aanvankelijk stond een maatregel op het programma waarbij 1100 à 1200 kinderen zouden worden gedeporteerd. Dat is in de huidige vorm afgezwakt. Kinderen die voldoen aan de volgende vijf criteria kunnen blijven: hun ouders moeten legaal het land zijn binnengekomen, ze moeten langer dan vijf jaar in Israël zijn, Hebreeuws spreken, op de nominatie staan om naar de eerste klas van de basisschool te gaan (of een hogere klas) en - als ze niet in Israël geboren zijn - het land voor hun 13e zijn binnengekomen. Ongeveer 400 kinderen voldoen niet aan deze deze criteria, zo wordt geschat.

Over de maatregel is lang gedebatteerd. Achtergrond is angst dat een te welwillende houding tegenover de niet-Joodse gasten het Joodse karakter van de staat Israël in gevaar zou kunnen brengen. Er wonen ongeveer 200.000 gastarbeiders in Israël, van de helft van hen zijn de visa verlopen. Premier Netanyahu noemde de maatregel een 'redelijke en afgewogen beslissing, die op twee overwegingen teruggaat, een humanitaire en een zionistische. We zoeken naar een manier om kinderen op te nemen en in onze harten te sluiten die zijn opgegroeid en opgevoed als Israëli's. Aan de andere kant willen we niet iets in het leven roepen dat er toe zal leiden dat honderdduizenden illegale gastarbeiders het land zullen binnenstromen.''
 De Israëlische afdeling van Unicef, de VN-organisatie die zich bezighoudt met de rechten van het kind, noemde de maatregel een 'zware  schending' van de Conventie over de rechten van het Kind die Israël mede heeft ondertekend. 'Israël dient een meer humane immigratiepolitiek te formuleren en te stoppen met de  onzinnige draaideur politiek, waarbij aan de ene kant gastarbeiders en hun kinderen worden gedeporteerd en aan de andere nieuwe gastarbeiders worden aangeworven,' aldus een verklaring van Unicef.
Ook binnen Israël is veel kritiek. Yossi Sarid, de vroegere leider van de linkse Meretz-partij maakte zich boos in een stuk in Haaretz, waarbij hij opmerkte dat voor Netanyahu 'humaan' en 'zionistisch' blijkbaar twee verschillende begrippen zijn. Anderen, onder wie de schrijver van dit blog, zullen niet aarzelen de maatregel racistisch te noemen. Een niet onbelangrijke bijkomstigheid is dat de maatregel opnieuw aangeeft tot wat voor een ruggengraat- en principeloos zooitje de partij Arbeid is afgegleden. Bij de stemming in het kabinet waren 13 ministers voor en tien stemden tegen of onthielden zich. Tot de voorstemmers behoorde Avishay Braverman van Arbeid, die zichzelf graag als verlicht en progressief voordoet, terwijl zijn partijgenoot Isaac Herzog zich van stemming onthield. Als deze twee anders hadden gestemd was het voorstel tegengehouden.  Zij hadden er beter aan gedaan het voorbeeld te volgen van hun partijgenoot Benjamin Ben Eliëzer, voor het overige allerminst een verlicht iemand, die tijdens de kabinetsvergadering boos riep dat een Israël dat kinderen deporteert niet het Israël is dat hij kent. (Overigens - nog een detail: de ministers van Shas stemden tegen het voorstel omdat zij tegen het instellen van criteria waren waarbij enkele honderden kinderen kunnen blijven. Ook Avigdor Lieberman was daartegen). 

donderdag 20 mei 2010

Het tekortschieten van het Amerikaans Joodse establishment

 In de Amerikaan-Joodse gemeenschap is het nodig te doen over een essay van Peter Beinart (foto), een jonge voormalige medewerker van the New Republic (tegenwoordig van The Daily Beast), onderzoeker vn de New America Foundation en Associate Professor of Journalism and Political Science aan the City of New York University. In het essay in The New York Review of Books  uit Beinart scherpen kritiek op het Amerikaans-Joodse establishment, AIPAC met name en de Conference of Presidents of Major American Jewish Organizations, zeg maar de belangrijkste Joodse lobby-organisaties. Zijn kritiek komt erop neer - kort samengevat in een alinea uit zijn artikel dat ik hieronder citeer - dat Amerikaanse zionisten altijd is gevraagd om hun liberale opvattingen even niet uit te dragen als ze als zionisten actief waren. Met als gevolg dat er een scheiding der geesten heeft plaatsgevonden.
  Beinart:

Among American Jews today, there are a great many Zionists, especially in the Orthodox world, people deeply devoted to the State of Israel. And there are a great many liberals, especially in the secular Jewish world, people deeply devoted to human rights for all people, Palestinians included. But the two groups are increasingly distinct. Particularly in the younger generations, fewer and fewer American Jewish liberals are Zionists; fewer and fewer American Jewish Zionists are liberal. One reason is that the leading institutions of American Jewry have refused to foster—indeed, have actively opposed—a Zionism that challenges Israel’s behavior in the West Bank and Gaza Strip and toward its own Arab citizens. For several decades, the Jewish establishment has asked American Jews to check their liberalism at Zionism’s door, and now, to their horror, they are finding that many young Jews have checked their Zionism instead.

'Enkele tientallen jaren heeft het Joodse establishment van Amerikaanse Joden gevraagd hun liberalisme bij de deur van het zionisme achter te laten en tot hun schrik ontdekken ze dat veel jonge Joden nu in plaats daarvan maar hun zionisme achter zich hebben gelaten,' jawel. Het is vooral in de Amerikaanse context een zeer terechte uitspraak, Amerikaanse Joden stemmen voor 70% op de Democratische Partij, zijn actief in Burgerrechtbewegingen en behoren tot de grootste gevers als het aankomt op het doneren van geld aan goede doelen en politieke campagnes. Dus het feit dat ze voor Israël andere standaarden aanleggen dan passend is voor hun in andere gevallen zo liberale en democratische opvattingen is extra relevant. Zoals het ook relevant is dat Beinart wijst op studies van Steven Cohen van Hebrew Union College samen met Ari Kelman, waaruit blijkt dat jonge Amerikaanse Joden zich helemaal niet meer zo met Israël identificeren. Te veronderstellen dat er een verband is tussen die desinteresse en de richting die Israël op is gegaan is niet te ver gezocht.

Ten overvloede illustreert Beinart de discrepanties:
Israeli governments come and go, but the Netanyahu coalition is the product of frightening, long-term trends in Israeli society: an ultra-Orthodox population that is increasing dramatically, a settler movement that is growing more radical and more entrenched in the Israeli bureaucracy and army, and a Russian immigrant community that is particularly prone to anti-Arab racism. In 2009, a poll by the Israel Democracy Institute found that 53 percent of Jewish Israelis (and 77 percent of recent immigrants from the former USSR) support encouraging Arabs to leave the country. Attitudes are worst among Israel’s young. When Israeli high schools held mock elections last year, Lieberman won. This March, a poll found that 56 percent of Jewish Israeli high school students—and more than 80 percent of religious Jewish high school students—would deny Israeli Arabs the right to be elected to the Knesset. An education ministry official called the survey “a huge warning signal in light of the strengthening trends of extremist views among the youth.”
You might think that such trends, and the sympathy for them expressed by some in Israel’s government, would occasion substantial public concern—even outrage—among the leaders of organized American Jewry. You would be wrong. In Israel itself, voices from the left, and even center, warn in increasingly urgent tones about threats to Israeli democracy. (Former Prime Ministers Ehud Olmert and Ehud Barak have both said that Israel risks becoming an “apartheid state” if it continues to hold the West Bank. This April, when settlers forced a large Israeli bookstore to stop selling a book critical of the occupation, Shulamit Aloni, former head of the dovish Meretz Party, declared that “Israel has not been democratic for some time now.”) But in the United States, groups like AIPAC and the Presidents’ Conference patrol public discourse, scolding people who contradict their vision of Israel as a state in which all leaders cherish democracy and yearn for peace.
En:

Not only does the organized American Jewish community mostly avoid public criticism of the Israeli government, it tries to prevent others from leveling such criticism as well. In recent years, American Jewish organizations have waged a campaign to discredit the world’s most respected international human rights groups. In 2006, Foxman (van de Anti-Defamation League ADL, AP) called an Amnesty International report on Israeli killing of Lebanese civilians “bigoted, biased, and borderline anti-Semitic.” The Conference of Presidents has announced that “biased NGOs include Amnesty International, Human Rights Watch, Christian Aid, [and] Save the Children.” Last summer, an AIPAC spokesman declared that Human Rights Watch “has repeatedly demonstrated its anti-Israel bias.” When the Obama administration awarded the Presidential Medal of Freedom to Mary Robinson, former UN high commissioner for human rights, the ADL and AIPAC both protested, citing the fact that she had presided over the 2001 World Conference Against Racism in Durban, South Africa. (Early drafts of the conference report implicitly accused Israel of racism. Robinson helped expunge that defamatory charge, angering Syria and Iran.)
En zovoorts. Beinart heeft natuurlijk gelijk met deze kritiek, maar niettemin is hij aangevallen zowel van rechts als van links. Rechts lag voor de hand. De tegenwerpingen daar, onder meer van de Jewish Forward, komen erop neer dat hij de foute rol van de Palestijnen buiten beeld laat en dat jonge Joden zich niet van Israël afkeren omdat het niet compatibel is met hun liberale opvattingen, maar omdat ze niet Joods en bewust genoeg zijn opgevoed.
En links? Wel, daar is bijvoorbeeld de kritiek van The Magnes Zionist in wiens opmerkingen ik me andermaal kan vinden. Hij zegt dat Beinart ten onrechte een beeld heeft van een links, liberaal en humanitair zionisme dat nu in de verdrukking is. Jerry Haber (the Magnes Zioinist) stelt daar tegenover dat een echt liberaal zionisme, van Magnes, Buber, Ahrendt en anderen, wel heeft bestaan maar in 1948 is overleden bij de geboorte van de staat. Hij wijst erop dat Beinart denkt dat links in Israël het moeilijk heeft, terwijl de realiteit is dat links meer dan tien jaar geleden al ter ziele is gegaan. Hij haalt naar boven dat Beinart voorbeelden geeft van personen uit het politieke midden die de oude liberale idealen soms levend hielden (opperrechter Aharon Barak, Ehud Barak, Olmert). Terwijl het grootste gevaar juist dreigt van de kant van dit altijd weer chauvinistische, nationalistische midden. En hij zegt tenslotte dat ..
In the next generation, if you are a pro-Israeli who stands for human rights, you will reject the chauvinistic center of Israel and ally with the next generations of Chomskys and Finkelsteins and Judts.  You will see that their anti-Israel sentiments are against that chauvinistic center, not against a more progressive Israel.  Beinart doesn't see this now.
But the next generation will.
 (Voor Beinarts gehele essay klik hier, voor de reactie van de Magnes Zionist, klik hier)


Het enige dat ik daar nog aan toe te voegen heb, is dat de situatie onder Nederlandse Joden eigenlijk nog veel erger is dan onder de Amerikaanse. Amerika heeft dan weliswaar die lobby-organisaties die veel meer tanden (= meer geld en dus macht)  hebben dan ons eigen CIDI, maar er staat tegenover dat er tenminste nog allerlei progressieve uitlaatkleppen zijn, in de vorm van media, zoals The Nation, Counterpunch, Democracy Now, The Jewish Forward en nog veel meer die vaak en graag tegendraadse meningen over Joodse, Israëlische en aanverwante  onderwerpen publiceren (The New York Review is in zekere zin ook een voorbeeld - al zou een stuk als dat van Beinart misschien ook wel in de NRC hebben gekund). Maar wij hier in Nederland moeten het doen met het NIW, een weekblaadje dat de afgelopen tien jaar op ontstellende manier naar rechts en een onbestemd soort Joodse gezelligheid is afgegleden (de enige linkse redactrice, trouwens ook de enige die echt kon schrijven,  is sinds kort ook weg), en binnen Joodse organisaties is geen enkele discussie mogelijk. Wel is er natuurlijk Een Ander Joods Geluid, maar dat heeft door het ontbreken van een soort Joods middenveld en door gebrek aan wezenlijke discussie elders, geen enkele aansluiting met de Joodse gemeenschap als geheel.
Met als gevolg dat ook Nederlands Joodse organisaties met de mond belijden dat ze voor een twee-statenoplossing en tegen de nederzettingen zijn en belang hechten aan de mensenrechten en democratische waarden, terwijl ze in de praktijk geen woord van kritiek willen horen op een regeringspolitiek die sinds de Oslo-akkoorden in ongekend tempo de nederzettingen heeft uitgebreid, onlangs twee zinloze bloedige  oorlogen heeft gevoerd, systematisch zijn eigen Arabische burgers onderdrukt en als democratische rechtsstaat bezig is zichzelf steeds verder uit te hollen. Wat valt er aan te doen? Misschien dat er om te beginnen een platform zou moeten worden geschapen waarop de broodnodige discussie wel kan worden gevoerd. Maar hoe? Ik houd me aanbevolen voor suggesties.      

dinsdag 14 april 2009

Arbeidspartij: metafoor voor de treurnis van Israëls politiek

UIt: De Brug, uitgave SIVMO, van december 2006


De Israëlische Arbeidspartij vervalt al een paar jaar met regelmaat in dezelfde treurige herhaling. Eerst was het Barak die de belofte van vrede niet nakwam en de partij in verwarring achterliet. Vervolgens was het Amram Mitzna die een nieuw tijdperk leek in te luiden, maar even snel verdween als hij was gekomen. En nu is er dan Amir Peretz, die aantrad met beloftes van sociale veranderingen en een vreedzame koers, maar in plaats daarvan meedeed aan een zinloze oorlog in Libanon en berustte in het toetreden tot de regering van het racistische partijtje Yisrael Beiteinoe van Avigdor Lieberman.

Door Maarten Jan Hijmans

Het is als een bange droom: de Israëlische Arbeidspartij is een metafoor. Een metafoor voor de politiek van Israël. Ooit was de partij de belichaming van wat wij allemaal dachten dat Israël was: een nieuwe egalitaire maatschappij waar een nieuw soort joden werden geboren, die met hun handen de grond bewerkten en niet uit waren op materiële rijkdom maar verrijking van de geest. Een land van kibboetziem en vergelijkbare idealen, een land dat vreedzaam de hand reikte naar de omringende wereld. De Arbeidspartij – of liever gezegd de partij en haar voorgangers, de Mapai en later de Maarach - was in die jaren de ruggengraat van Israëls politiek. Het was de grootste partij, de leverancier van de premier en de belangrijkste ministers – de partij wàs Israël.
Intussen weten wij wel beter. Israël is niet dat land geworden van gelijkheid en broederschap. De kibboetziem verkeren, als ze niet toevallig erin zijn geslaagd de één of andere uiterst winstgevende industriële onderneming op te zetten, al jaren bijna allemaal op de rand van het bankroet. De landbouw is al lang niet meer Israëls belangrijkste exportproduct. En egalitair? Zelfs van de mensen die een baan hebben, verdient ongeveer een derde tegenwoordig minder dan 2000 sjekel, oftewel ongeveer 450 dollar per maand. Dat is zelfs voor een éénpersoonshuishouden te weinig om rond te komen. En dan hebben we het nog niet over de werklozen (het percentage schommelt de laatste jaren tussen de zes en 10 procent) of ouderen en alleenstaanden. Armoede is al geruime tijd een alledaags verschijnsel in het huidige Israël. Gaarkeukens en andere noodhulpvoorzieningen bloeien er als nooit tevoren. Nederlandse voedselbanken vallen erbij in het niet.
Ook op de vreedzaam naar de buren uitgestoken hand valt veel af te dingen. De akkoorden van Oslo van 1993 hebben in de verste verte niet hun beloftes waargemaakt. Ten opzichte van de Palestijnen lijkt de situatie uitzichtlozer dan ooit. Sinds 2000 en het uitbreken van de Tweede Intifada zijn de gebieden de facto opnieuw bezet, heeft geen enkele vredesgesprek meer plaatsgevonden, wordt op de Westoever een muur gebouwd die de voornaamste nederzettingenblokken inlijft bij Israël en is Gaza ten prooi aan regelmatige militaire invallen en een draconische blokkade. De verhouding met de Arabische wereld in het algemeen is trouwens niet veel beter. Vredesinitiatieven zoals het voortstel van de Arabische top van 2002 in Beiroet worden door Israël stelselmatig genegeerd. En de zinloze inval in Libanon van de afgelopen zomer droeg zeker niet bij aan het beeld van een Israël dat zijn best doet de verhoudingen te verbeteren via gesprekken en diplomatieke initiatieven.

En Arbeid? Net zoals het beeld van het vernieuwende karakter van de Israëlische maatschappij is weggezakt, zo is ook Arbeid een soort schaduw geworden van het vroeger leek te zijn. Zelfs in de woorden van de huidige partijleider Amir Peretz is het geen partij meer die opkomt voor de zwakkeren in de samenleving. “De Israëlische Arbeidspartij heeft in de afgelopen jaren in feite een rechtse sociaal-economische politiek aangenomen die bijna niet verschilt van die van Netanyahoe en de Likoed,” zo zei hij in een interview met een Brits zionistisch blaadje, kort voordat hij tot de nieuwe partijleider werd verkozen. Om er aan toe te voegen dat hij hoopte van de kiezers een volmacht te krijgen de partij weer terug te leiden naar de sociale waarden van vroeger en de gunst van de kiezers. Zoals Menachem Begin indertijd de Likoedpartij dicht bij de minder bevoorrechten bracht, zo hoopte hij ´´een Begin voor de Arbeidspartij´´ te kunnen zijn.

Qua ‘vredespolitiek’ scoort Arbeid evenmin goed. We hebben – afgezien van het intermezzo van 1993-1995 waarin Yitzhak Rabin en Shimon Peres de Oslo-akkoorden omhelsden en er een paar jaar van optimisme heerste - niets dan ellende beleefd. De leiders van de Arbeid leverden daaraan niet minder een bijdrage dan de leiders van de Likoed. Om te beginnen waren Rabin en Peres al niet zonder zonden. Zij voerden, ondanks hun steun voor de Oslo-akkoorden, lang niet alle bepalingen ervan uit. Na een paar Palestijnse aanslagen schoven zij in het akkoord vastgelegde afspraken over de bouw van een haven en een vliegveld in Gaza, de vrijlating van Palestijnse gevangenen, het scheppen van een corridor tussen Gaza en de Westoever, en verdere terugtrekkingen van de Westoever, zonder veel ceremonieel vertoon aan de kant.
Maar dat was nog niets vergeleken met wat hun opvolger Ehud Barak ervan maakte. Barak kwam aan het bewind na een intermezzo van Likoed-bewind onder leiding van Benjamin Netanjahoe. Zijn platform was een uitgesproken vredesplatform, waarin niet alleen een vergelijk met de Palestijnen als doel werd gesteld, maar ook een overeenkomst met Syrië. Het leverde hem de steun op van een meerderheid van de Arabische kiezers in Israël, wat neerkwam op zo’n 10 procent van de stemmen. Maar nauwelijks was Barak aan de macht, of hij deinsde terug voor een historisch vergelijk over de Golan, wat het einde betekende van een nog maar net begonnen vrijage met Syrië.
Vervolgens was er de omstreden bijeenkomst van Barak, Clinton en Arafat in 2000 in het Amerikaanse presidentiële buitenverblijf Camp David, waar definitief een dikke streep werd getrokken door alle beloften van Oslo. Er is over wat daar in Camp David gebeurde veel geschreven en veel gezegd. Sommigen menen dat Arafat daar het ware gezicht van de Palestijnen liet zien door te weigeren in te gaan op fraaie compromis-voorstellen. Anderen menen dat Barak niets aanbood dan wat lege hulzen. Zelfs is wel gespeculeerd dat hij op die manier welbewust een bom legde onder de onderhandelingen met de Palestijnen. Dit is niet de plek om dieper in te gaan op vragen naar wat daar nu precies is gebeurd. Maar wel kan worden geconstateerd dat Barak, als hij naar zijn adviseurs had geluisterd, had kunnen weten dat Arafat het tegenover zijn achterban èn tegenover de omringende Arabische staten nooit had kunnen verantwoorden om - om maar iets te noemen - akkoord te gaan met wat Barak voorstelde voor Jeruzalem. Ook is duidelijk dat Barak na Camp David nooit iets heeft gedaan om de kloof die daar was ontstaan, te dichten. Integendeel, hij liet niets na om die kloof nog eens extra te accentueren en te onderstrepen hoe Arafat hier liet zien dat hij in wezen een compromis afwees. Met als treurig gevolg dat het grootste deel van de Israëli’s hun geloof in de mogelijkheid van een vergelijk met de Palestijnen kwijtraakte.
En als of dat allemaal nog niet genoeg was besloot Barak in het najaar van 2000, bij het uitbreken van de intifada, tot een keiharde respons. Daarbij werden tanks en helikopters ingezet tegen Palestijnse menigten en Israëlische scherpschutters tegen stenengooiende jongeren. Tegelijkertijd maakte Barak zichzelf en de Arbeid bij de Israëlische Arabieren voor een periode van jaren gehaat door orders te geven om met scherp op Arabische demonstranten te schieten die zich tijdens demonstraties in onder meer Nazareth solidair toonden met de Palestijnse opstandelingen. Er vielen 13 doden.

Boemerang
Het probleem van Baraks optreden was niet alleen dat het de ondergang van de Oslo bezegelde en waarschijnlijk het uitbreken van de intifada hielp uitlokken. Het werkte ook als een boemerang voor zijn partij. De Arabische kiezers, die zich door hem bedrogen voelden, lieten hem in 2001 massaal in de steek. Ook de Israëlische kiezers bleken niet onder de indruk van zijn verrichtingen en stemden in groten getale voor Sharon. Barak leed een verpletterende nederlaag, stapte op en liet Arbeid in verwarring achter.
Vervolgens was er een kort intermezzo met als partijleider ex-generaal en ex-burgemeester van Haifa, Amram Mitzna, die in 2002 met een duifachtig program Shimon Peres overtroefde en het tot partijleider wist te brengen. Mitzna leidde echter een verdeelde partij en dat was mede een reden waarom hij in de verkiezingen van 2003 door Sharon werd weggegevaagd.
Inmiddels naderen we het einde van 2006 en weer lijkt het erop alsof een leider van Arbeid na een korte, veelbelovende start ten onder zal gaan. Amir Peretz, van oorsprong Marokkaan, leider van de vakbond Histadroet, kwam eerder dit jaar verrassend op, nadat hij met een sociaal program en een uitgesproken vredeskoers, de onvermijdelijke Shimon Peres bij interne verkiezingen had verslagen (Peres, over de 80 intussen, liep daarna over naar Olmerts Kadima). Maar ook Peretz lijkt kort na zijn opkomst zijn krediet alweer grotendeels te hebben opgebruikt. Zijn belofte van een vreedzame aanpak van de verhouding met de Palestijnen verdampte snel nadat hij in het kabinet Olmert de portefeuille van Defensie op zich nam. In die positie is hij zowel direct verantwoordelijk voor de schandelijk harde wijze waarop Gaza als maandenlang wordt belaagd, als voor het jongste zinloze militaire avontuur van deze zomer in Libanon. En intussen is van de sociale hervormingen waar hij zich sterk voor maakte (zoals verhoging van het minimumloon) nog helemaal niets gemerkt. Peretz lijkt zich zo ongeloofwaardig te hebben gemaakt bij zowel links als rechts. Olmert en de zijnen verwijten hem incompetentie omdat hij geen einde kan maken aan de Palestijnse beschietingen met Qassam-raketten. Links - of beter: het minder bevoorrechte deel van de natie dat op hem heeft gestemd - ziet dat er van zijn sociale programma niets terecht gaat komen. En als extra-factor die zijn geloofwaardigheid ondergraaft is er dan nog bijgekomen dat hij - en zijn partij – zonder veel problemen akkoord zijn gegaan met het toetreden tot de regering van Yisrael Beiteinoe, de racistische partij van Avigdor Lieberman die de transfer van alle Arabieren uit Eretz Israël voorstaat.
Je vraagt je af hoe dat allemaal kan. Hoe de geschiedenis zich steeds kan blijven herhalen en nieuwe, veelbelovende sterren aan het Arbeids-firmament zo snel na hun opkomst steeds weer opgebrand raken. Het antwoord op die vraag is gecompliceerd. Het heeft zonder meer te maken met de post-Koude oorlogssituatie waarin ideologie allerwegen overboord is gegooid en sociaal-democratische partijen op meer plaatsen gedesoriënteerd zijn geraakt. Het heeft natuurlijk te maken met de oorlog van 1967 en de daaropvolgende bezetting van de Westoever en Gaza die in Israël voor een bijzondere situatie heeft gezorgd. Maar het gebrek aan richting van de partij valt zeer zeker ook terug te voeren op het feit dat Arbeid eigenlijk nooit een echte linkse partij is geweest in de klassieke zin van het woord. Het is een amalgaam van diverse linksige richtingen, waarin bij elke nieuwe fusie het linkse element het altijd aflegde tegen het nationale. Een zeer verhelderend boek daarover, The Founding Myths of Israel van de Israelische historicus Zeev Sternhell geeft aan dat de Arbeidersbeweging in Israel eigenlijk vrijwel vanaf het begin niet zozeer een socialistische beweging is geweest, als wel meer een corporatistische. Niet het socialistische element was belangrijk, maar het nationalistische. De organisatie van de joodse arbeid stond vanaf het begin in het teken van de opbouw van een zionistisch land en al het andere werd eraan ondergeschikt gemaakt. Vooral Ben Goerion, de eerste partijleider en later eerste premier van Israel, ging bij de opbouw van de diverse arbeidersinstituties heel ondemocratisch en zeker ook niet socialistisch te werk. Sternhell, die een expert is op het gebied van fascistische en corporatistische bewegingen in Europa, aarzelt niet om het Israelische socialisme ´nationalistisch socialisme´ te noemen, waarbij hij in de inleiding nog even fijntjes opmerkt dat ´nationaal socialistisch´ om voor de hand liggende redenen als kwalificatie niet aan de orde was.
Sternhells boek, dat - zoals te verwachten was – vrijwel onopgemerkt is gebleven, levert waarschijnlijk één van de sleutels tot een beter begrip waarom de Arbeid niet veel meer is dan een schaduw uit het verleden. Wie met de kennis van dit boek naar de houding kijkt die de partij steeds heeft ingenomen tegenover de Palestijnen en de bezette gebieden (denk bijvoorbeeld aan Golda Meirs beroemde uitspraak ‘Palestijnen bestaan niet’ uit de jaren zeventig, of de gretigheid waarmeer de Arbeiderspartij na ‘67 als eerste begon met het stichten van nederzettingen) begrijpt beter waar de huidige stuurloosheid vandaan komt.

zaterdag 11 april 2009

Hannah Arendt en haar onbehagen over de zionistische politiek

Uit De Brug, december 2005. - De Brug is een uitgave van Steuncomité Israëlische vredesgroepen en mensenrechtenorganisaties (SIVMO).



Door Maarten Jan Hijmans
Dertig jaar na haar dood mag de politieke filosofe Hannah Arendt (1906-1975) zich verheugen in een nog steeds onverflauwde belangstelling. Universiteiten wijden colleges aan haar en politicologen borduren voort op haar analyses van de totalitaire staat, de zwakheden van ons systeem van indirecte democratie, of van de natiestaat die zichzelf heeft overleefd. Als teken van deze belangstelling verscheen dit jaar en verleden jaar een aantal van haar boeken in Nederlandse vertaling. Daaronder 'Zionisme bij nader inzien ', een door Hella Rottenberg samengestelde en door haar van een inleiding voorziene bundel van nooit in Nederland gepubliceerde kritische opstellen over het zionisme en de manier waarop de staat Israël in het leven werd geroepen.

'Sommige zionistische leiders doen het voorkomen te geloven dat de Joden zich tegen de hele wereld kunnen handhaven en dat zijzelf kunnen volhouden alles of niets van alles en iedereen te eisen. Maar achter dit valse optimisme schuilt een vertwijfeling over alles en een echte bereidheid tot zelfmoord,die uitermate gevaarlijk kunnen worden als zij bepalend zouden worden voor de stemming en atmosfeer waarin de Palestina-politiek zich afspeelt.'

Het is verleidelijk een bespreking van "Zionisme bij nader inzien' van Hannah Arendt te beginnen met citaten zoals dit. Voor wie wil sprokkelen leveren deze essays, hoewel geschreven tussen de jaren 1945 en 1951, een flink aantal uitspraken op die vaak naadloos van toepassing zijn op de situatie van vandaag. Bijvoorbeeld een citaat over hoe de visie van Theodor Herzl dat antisemitisme nu eenmaal alle andere volken eigen is, de fundamenten heeft gelegd voor een defaitistische houding van de Israëlische politiek, een politiek van: het doet er niet toe wat Israël doet, want zij - de anderen, de gojim - waren toch al altijd tegen ons. Arendt veegt er de vloer mee aan.
Of citaten naar aanleiding van het feit dat Israël niet geboren is in overleg met en met instemming van zijn buren en van de Palestijnen, wat ertoe leidde - ertoe moest leiden - dat het land afhankelijk zou worden van machtige beschermers elders. Arendt betoogt dat het dan ook een speelbal zal worden van de belangen van die beschermers. - Dan wel citaten over hoe de zionistische politiek al vòòr Israël geboren was, steeds maximalistischer werd, waarbij de partijen ter linkerzijde die compromisbereid waren steeds opschoven naar rechts. Met als voorbeeld Ben Gurion, die wat territoriumdrift betreft het onderscheid tussen socialisten en anderen deed vervagen.

'Zionisme bij nader inzien' kan heel wat van dit soort uitspraken leveren. Maar die citaten zouden geen recht doen aan Arendt, want het gaat haar niet om kernachtige uitspraken. Die zijn bij haar als het ware stijlbloemen. Heftige uitbarstingen of emotioneel geladen uitspraken versieren als het ware haar betoogtrant, die onveranderlijk een koele afstandelijke analyse is. Ze prikkelen ons haar gedachtengang te volgen, naar argumenten te luisteren, zelf ons verstand te laten werken. Haar schrijven is een bijna onbestaanbare combinatie van emotionaliteit en koel redeneren. Het is misschien één van de redenen waarom Arendts werk niet makkelijk in een paar woorden is te schetsen of samen te vatten.

Maar misschien is de combinatie van deze twee ook wel een gevolg van de omstandigheden waaronder Arendts leven zich afspeelde. Aanvankelijk wees niets erop dat ze ooit een belangrijk politiek theoreticus zou worden of zich met Joodse zaken zou inlaten. Ze werd geboren in 1906 in Hannover en groeide op in Königsberg als kind van geassimileerde Joodse ouders. In 1925 begon ze braaf aan een studie theologie in Marburg. Ze kreeg er vrijwel direct een verhouding met de 17 jaar oudere, getrouwde hoogleraar filosofie, Martin Heidegger. Om meer afstand tot Heidegger te nemen stapte ze in 1927 over naar de universiteit van Heidelberg, waar ze haar studie voortzette onder leiding van de filosoof Karl Jaspers. De affaire met Heidegger duurde desondanks tot 1933. Heidegger bleef ook altijd een stempel drukken op haar werk. Maar 1933 gaf Arendts leven een beslissende wending. Ze werd gearresteerd door de Gestapo nadat ze onderzoek had gedaan naar nazi-propaganda. Ze wist te ontkomen naar Frankrijk, waar ze onder meer voor de Jeugd Aliyah ging werken. Heidigger ontpopte zich in dezelfde tijd als belangrijk propagandist voor de nazi's.

Het jaar '33 was beslissend, maar de opkomst van de nazi's had Arendt al eerder oog in oog gesteld met haar afkomst. Haar studie was aanvankelijk volstrekt in de ban van de klassieke filosofie (haar proefschrift ging obver het begrip liefde bij Augustinus). Maar onder invloed van de nazi-opkomst legde ze contacten met de Duitse zionistische organisatie onder leiding van Kurt Blumenfeld, met wie ze bevriend raakte en lang zou blijven. De positie van de Duitse Joden zette haar ook aan tot een studie van het leven van Rachel Varnhagen, een vroeg 18e eeuwse Duitse Jodin en society figuur die zich had laten dopen om zich in de betere kringen staande te kunnen houden. Rahel Varnhagen, The Life of een Jewish Woman zou overigens pas in 1958 worden gepubliceerd.

Eenmaal in Parijs ontmoette ze iemand die haar levensgezel zou worden. Een kortstondig huwelijk met de journalist Günther Stern (1929) was geen succes gebleken. Haar nieuwe liefde, Heinrich Blücher, was oud-communist en oud-lid van de Spartakus Bund van Rosa Luxemburg. Hij was niet Joods en geen academicus, maar daarom niet minder erudiet en zou later een grote invloed uitoefenen op Arendts denkbeelden over politiek. Na de inval van de nazi's in Frankrijk (en nadat Arendt korte tijd had vastgezeten in het Durchgangslager Gur) wisten de echtelieden in 1941 te ontkomen naar Amerika dat hun tweede vaderland zou worden.
Arendt werkte er onder andere bij Schocken Books, een Duits-Joodse firma die naar New York was uitgeweken (ze introduceerde in haar functie onder meer Kafka in Amerika)en tegelijkertijd begon al vrijwel meteen met de voorbereiding van het werk dat haar beroemd zou maken: The Origins of Totalitarianism.

Met Heinrich Blücher

Dit werk in drie delen dat in 1951 verscheen (en waarvan deel drie 'Totalitarisme' onlangs in een Nederlandse vertaling uitkwam bij uitgeverij Boom)is een magistrale studie over het ontstaan en de werking van totalitaire systemen zoals het Duizendjarige nazi rijk van Adolf Hitler en het Sovjet-schrikbewind van Josef Stalin. Het boek is vaak bekritiseerd omdat nazisme en communisme op één hoop zouden worden gegooid, maar mijns insziens is dat ten onrechte, haar analyse gaat dieper dan dat. Het door Arendt nauwelijks genoemde totalitaire bewind van Mao Zedong in China (het was daar nog te vroeg voor) zou ook moeiteloos in haar beschrijvingen hebben gepast. Zoals ook haar anlayse van hoe in de, in de 20ste eeuws inmiddels klassenloos geworden maatschappij, de 'massa's' een voedingsbodem vormen voor naar het totalitarisme neigende rechtse groeperingen te denken geven, met name als we kijken naar de recente geschiedenis van Frankrijk, België. Oostenrijk en tot op zeker hoogte ook Nederland (Fortuyn).

In de jaren dat Arendt werkte aan de Origins of Totalitarianism begon ook haar publicistische arbeid over zionistische onderwerpen. Ze had lang een column in het immigrantenblaadje Aufbau. Incidenteel schreef ze ook wel voor andere bladen, zoals het later tot een spreekbuis van de Amerikaans Joodse neo-conservatieven verworden Commentary.Arendt had zo haar eigen denkbeelden over zionistisceh politiek. Lang pleitte ze bijvoorbeeld voor de oprichting van een Joods legioen in Palestina dat mee zou kunnen helpen de nazi's te bestrijden,totdat haar duidelijk werd dat dit vooral een strijdpunt was van de extreem, rechtse Herut van Vladimir (Ze'ev) Jabotinsky.
Zeer conistent was zij als het aankwam op de vraag hoe het nieuwe Joodse tehuis in Palestina eruit zou moeten zien. Voor Arendt stond vast dat een staat die werd gesticht voordat er een overeenkomst met de omringende Arabische landen en de Palestijnen was, tot onheil zou leiden. Tot een Joods land dat herschapen zou worden in een tot de tanden bewapend fort, dat voor zijn overleving afhankelijk zou zijn van de bescherming van externe supermachten. Arendt was, met dit schrikbeeld voor ogen, van het begin af aan gekant tegen elke vorm van territorialisme.
Ook sloot zij zich aan bij de voorstanders van een bi-nationale staat, zoals Hashomer Hatzair dat later zou opgaan in de Mapampartij, en de mensen van Brith Shalom, onder wie Yehuda Magnes, de eerste rector magnificus van de Hebreeuwse Universiteit en Martin Buber.
Een thema dat steeds bij haar terugkomt is dat Joden niet de fouten moeten overdoen die anderen in het verleden hebben gemaakt en moeten oppassen te verworden tot nationalisten, daar waar de natiestaat eigenlijk zichzelf al heeft overleefd. Een ander thema is haar kritiek op de wereldvreemde manier van politiek bedrijven van de zionisten, die volgens haarvoor een belangrijk deel teruggaat tot de wonderlijke manier waarop Herzl, een van de founding fathers van het zionisme, te werk ging bij zijn contacten met staatshoofden. Hij trachtte hen tot medewerking te verlenen aan het realiseren van zijn droom, Der Judenstaat, vanuit de gedachte dat al die heersers daartoe wel bereid zouden zijn omdat ze immers allemaal antisemiet waren en van hun Joden afwilden.
Arendt geeft aan dat dit niet alleen een hoogst kinderlijke misvatting was, maar bovendien de basis heeft gelegd voor een visie waarbij de zionisten antisemieten aanvankelijk als hun bondgenoten zagen. Vervolgens zijn ze ook nog eens het antisemitisme als een soort onveranderlijk gegeven gaan beschouwen dat nu eenmaal elke niet-Jood eigen zou zijn. Een even foute als defaitistische opvatting, aldus Arendt. De houding van 'wat doet het er toe wat we doen want ze zijn toch tegen ons' heeft er volgens haar waarschijnlijk mede toe bijgedragen dat er in de Arabische wereld een nieuw soort antisemitisme is ontstaan.

Hella Rotten berg heeft voor de bundel 'Zionisme bij nader inzien' een een keuze uit deze stukken vertaald en van een heldere inleiding voorzien. Een verdienstelijk initiatief. Ik ben het niet met alles eens, bijvoorbeeld niet met Rottenbergs verbazing dat Aerendt zo'n profetische blik zou hebben gehad dat ze toen al de situatie zou hebben voorzien waarin een tot de tanden bewapend Israël zich tegen de rest van de wereld verzet. Er waren wel meer mensen die dat zagen aankomen. Onder hen waren - om er slechts twee te noemen - de psychiater Erich Fromm en de natuurkundige Albert Einstein. Arendt was minder een eenling dan het nu lijkt en de eensgezindheid in zionistische kringen was in die dagen minder groot dan latere geschiedschrijvers ons soms willen laten geloven. Wel redeneerde ze scherper dan menigeen. Ook in haar pleidooi om het uitroepen van de staat Israël uit te stellen en de diplomatie nog een kans te geven stond ze niet alleen. Moshe Shertok (Sharett), de latere minister van Buitenlandse Zaken, vroeg precies hetzelfde en kreeg daarover een hooglopend conflict met Ben Gurion. En ook Nahum Goldmann deed een even dringend als vergeefs beroep op Ben Gurion om met het uitroepen van de onafhankelijkheid te wachten, omdat met name met Egypte en Irak nog volop werd gepraat. Maar dit zijn opmerkingen in de marge. Zionisme bij nader inzien verdient een groot publiek.

Israel begint serieus met de annexatie van de Westoever

  Het is natuurlijk onvergeeflijk als je al jaren blogt over het Midden-Oosten en vooral over Israel en de Palestijnen en juist nu, als Isra...