Posts tonen met het label Edward Said. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Edward Said. Alle posts tonen

woensdag 17 februari 2016

Hebben de Palestijnen een ''doodscultuur''?

Israeli's hebben over het algemeen een vertekend beeld van Palestijnen. Dat komt onder meer doordat Joden en Palestijnen in het kleine gebied Israel/Palestina totaal gescheiden van elkaar leven. Palestijnen in de bezette gebieden zijn weggestopt achter een Muur. Joden zien hen alleen als ze kolonist zijn of soldaat en hen eronder moeten houden. 
Binnen de grenzen van het eigenlijke Israel leven de twee groepen eveneens langs elkaar heen. Weinig Joden kennen Palestijnen persoonlijk, vriendschappen komen bijna niet voor. Vooroordelen, die al een lange geschiedenis  hebben worden versterkt doordat alle Palestijnen die zich niet bij de bezetting neerleggen stelselmatig in de Israelische media en bijna iedereen in Israel ''terroristen'' worden genoemd. Kinderen nemen de stereotypen van hun ouders over en op school worden die nog versterkt, doordat de schoolboeken Palestijnen afschilderen als primitief, onbetrouwbaar en moordlustig.
De Israelische premier Netanyahu is een goed voorbeeld van hoe de beeldvorming is doorgedrongen. Kortgeleden zei hij in een speech voor de Knesset dat er in de huidige tijd geen mogelijkheid is voor een twee-statenoplossing omdat de Palestijnen daar volgens hem niet aan toen zijn. Zij zouden een   ''doodscultuur'' kennen.  Hij legde dat als volgt uit: de golf van aanvallen met messen die al sinds oktober woedt (de golf van ''terreur'' zoals hij het noemde) komt niet voort uit wanhoop over de bezetting, zoals sommigen denken. Nee, die ''terreur'' is volgens hem het resultaat van ''een totalitaire ideologie van de Palestijnen  en een wens om Joden te doden''.
Een doodscultuur. Palestijnen zijn blijkbaar een ander soort mensen, volgens Netanyahu. Heel anders dan Joden in elk geval. Het feit dat ze onder een bezetting leven is niet erg voor ze. Dat hun land stelselmatig wordt afgepakt, dat hun mogelijkheden qua beroep, studie, bewegingsvrijheid en wat dan ook al hun hele leven is ingeperkt, dat ze stelselmatig worden geterroriseerd door kolonisten en militairen, dat doet hen kennelijk niet zo veel. Nee, dat ze wat Netanyahu ''terreur'' noemt uitoefenen is omdat ze graag dood willen. Of omdat ze graag anderen, met name Joden, willen doden, want zo is nu eenmaal hun cultuur.
Netanyahu plaats zich met deze uitspraak stevig in de traditie van wat onder Midden-Oostenkenners  ''Oriëntalisme wordt genoemd.

vrijdag 17 april 2009

Said en Chomsky en de durf om lelijkheid onder ogen te zien

Boekbespreking NIW, april 2006
Edward W. Said, From Oslo to Iraq and the Roadmap, Bloomsbury, London,2004

Noam Chomsky, De arrogantie van de Macht;
Hoe het Amerikaanse streven naar hegemonie het voortbestaan
van de planeet bedreigt, Lemniscaat,Rotterdam, 2004


'Er gaat een verhaal dat de beroemde schrijver Guy de Maupassant, kort nadat in het midden van de 19e eeuw de Eiffeltoren was gebouwd, links en rechts in Parijs zonder ophouden zijn beklag deed over hoe lelijk hij de nieuwe structuur vond. Niettemin liet hij geen dag voorbijgaan zonder in het restaurant van de toren te hebben geluncht. Eenmaal gewezen op het paradoxale van zijn gedrag, antwoordde De Maupassant koeltjes: ''Ik ga daarheen omdat het de enige plek in Parijs is waar ik niet naar de toren hoef te kijken en hem zelfs niet kan zien.'
De in 2003 overleden Edward Said gebruikt in zijn laatste, posthuum verschenen, bundel opstellen deze anekdote om een parallel te trekken met de situatie van Israël: 'Mijn indruk is dat voor de meeste Israëli's hun land onzichtbaar is. Er in wonen brengt een soort blindheid en onvermogen met zich mee om te zien wat het is en wat ermee gebeurd is, en niet minder opmerkelijk, onwil om te begrijpen wat het heeft betekend voor anderen in de wereld, vooral in het Midden-Oosten.' Het is alleen deze blindheid voor de eigen situatie die volgens Said die zou kunnen verklaren waarom de Israëli's als reactie op de tweede intifada in meerderheid kozen voor Ariël Sharon. Blijkbaar begrepen ze niet dat de intifada een reactie was op jaren van ondragelijke onderdrukking. En nog minder dat de keuze van een generaal die als geen ander de belichaming is van het zaaien van dood en verderf onder de Palestijnen, op zijn best zou kunnen zorgen voor (een bloedige vorm van) uitstel van het onvermijdelijke. Namelijk de onvermijdelijke conclusie dat 'apartheid alleen kan werken als twee volken de scheiding en ongelijkheid accepteren die de sterke partij aan de zwakke oplegt'.
Het is maar één voorbeeld uit de bundel artikelen die Said in de laatste jaren van zijn leven regelmatig bleef schrijven voor de kranten Al-Ahram Weekly en Al-Hayat. Het zijn meest polemische stukken die de actualiteit tot onderwerp hebben, maar bijna altijd die actualiteit weten uit te tillen boven de waan van de dag. Said was niet alleen een geëngageerde Palestijn, hij was ook één van de meest vooraanstaande intellectuelen van deze tijd. Hij was sinds 1963 hoogleraar in de Engelse taal aan de prestigieuze Columbia Universiteit in New York en schreef niet minder dan 23 boeken, waaronder Orientalism en Covering Islam,die op voorbeeldige manier duidelijk maakten hoe vooringenomen Midden-Oostendeskundigen en journalisten de islamitische wereld benaderden (en helaas vaak nog steeds benaderen). Daarnaast was hij een begaafd amateur-pianist die jarenlang muziekkritieken verzorgde voor het Amerikaanse blad The Nation, en die met zijn vriend, de pianist-dirigent Daniel Barenboim een jaarlijks terugkerend festival opzette voor jonge joodse en Arabische musici. From Oslo to Iraq and the Roadmap zijn zijn stukken van de laatste twee, drie jaar van zijn leven, geschreven toen hij al wist dat de leukemie bezig was van hem te winnen. Ze geven een goed beeld van waar Said voor stond. Bewogenheid om de menselijke tragedie van de Palestijnen is het centrale thema, maar daarnaast gaat het om compassie, cultuur en menselijke waarden. En niet te vergeten over onbegrip over vooroordelen, zoals kortzichtig nationalisme en xenofobie, die maken dat mensen elkaar niet gewoon als gelijken kunnen beschouwen, of ze nu westerling zijn of Arabier, of Jood, moslim of christen zoals Said zelf.
Vanuit deze invalshoek levert hij onophoudelijk scherpe kritiek op de arrogante meedogenloosheid van de Israëlische bezetting, de imcompetentie van Palestijnse leiders (en Arabische leiders in het algemeen), de lompe klunzigheid van Clinton die in 2000 in Camp David dacht wel even een vrede door te drukken waarbij de Palestijnen hun rechten voorgoed zouden opgeven, en op de ongekend desastreuze effecten van George W. Bush en zijn aanhang van neo-cons. Lezing van deze bundel maakt nog eens duidelijk hoe jammer het is dat Said niet langer zijn scherpe pijlen kan blijven richten op Arabieren die het belang ontkennen van de holocaust, Amerikaanse joden die academici die kritisch denken over Israël de mond willen snoeren, of sleutelfiguren in het huidige Amerikaanse Midden-Oostenbeleid zoals Perle of Wolfowitz, die hebben gezorgd dat Washington onder Bush, zoals Said zegt, de agenda is gaan uitvoeren van de Israëlische Likud.

Quest for Dominance
Een man die qua kritiek op Bush niet onderdoet voor Said is Noam Chomsky, hoogleraar linguïstiek in Harvard en schrijver van diverse kritische boeken over Amerika´s buitenlandse politiek. Van hem verscheen 'De arrogantie van de macht', een vertaling van Hegemony or Survival: America's Quest for Global Dominance. Chomsky's voornaamste invalshoek is het gevaar van het Amerikaanse unilateralisme, dat zijn bekroning vond in de herfst van 2002 met de afkondiging van de nieuwe militaire doctrine dat de VS ervoor zullen zorgen sterk genoeg te zijn om eventuele tegenstanders ervan te weerhouden een leger op te bouwen dat de militaire macht van de VS zou kunnen overtreffen of evenaren. Deze doctrine - plus het feit dat de VS zich het recht voorbehouden om eventueel preventief oorlog te voeren - maakt in feite een lachertje van artikel 51 van het Handvest van de VN dat elke staat het recht geeft op zelfverdediging. Ja, eigenlijk ontneemt het alle zin aan het hele instituut van de Verenigde Naties, betoogt Chomsky. Zijn boek is een onderstreping van de gevaren die de opstelling van de VS met zich meebrengt zoals verspreiding van massavernietigingswapens, nieuwe stimulansen voor het terrorisme door de invallen in Afghanistan en Irak, ondermijning van alles wat zweemt naar internationale rechtsorde en multilateraal oplossen van problemen.
Interessant is het contrast tussen Said en Chomsky, die overigens veel waardering hadden voor elkaar. Chomsky slaat zijn lezers dood met een onwaarschijnlijk grote kennis van details, en brengt zijn analyses met een mathematische, schijnbaar emotieloze precisie. Said veroorlooft zich uitbarstingen, maar heeft een buitengewoon elegante stijl. Emotie is bij hem de dragende factor. Said heeft mijn voorkeur, maar beiden doen in feite hetzelfde: ze roepen ons op niet de struisvogelpolitiek van De Maupassant te volgen, maar onder ogen te zien wat er lelijk is aan de omgeving en misschien wel onszelf.
Maarten Jan Hijmans

In memoriam Edward Said (1935-2003)

Uit Het Katern, uitg. Een Ander Joods Geluid, december 2003


‘Wij die de Palestijnse zaak ondersteunden zijn wees geworden door de ontijdige dood van Edward Said. Voor Israëlische joden zoals ik was hij de vuurtoren die ons vanuit de verwarring en duisternis van het opgroeien in een zionistische staat, leidde naar een veiliger kust van redelijkheid, bewustzijn en moreel besef.
‘Ik betreur het dat ik Edward pas in 1988 leerde kennen, maar ik vind mezelf fortuinlijk als ik denk aan alle tijd die we samen hebben doorgebracht. Zijn inzichten in, en ideeën over the werkelijkheid in de wereld en die van de Palestijnen in het bijzonder zal ons nog vele jaren de weg wijzen. Maar bovenal zullen we Edwards unieke vermogen missen om het onrecht dat de Palestijnen in het verleden is aangedaan onder woorden te brengen, als een tegenwicht tegen de nog steeds bestaande tendens in de Westerse media om het lijden en de tragedie van Palestina naar de zijlijn te verwijzen of te negeren. Er is niemand die gemakkelijk zijn lege plaats op dat podium zal overnemen - niemand die in een paar zinnen zo duidelijk het onrecht uit het verleden in verband kan brengen met de huidige tragedie in het land Palestina.’

Dat schreef Ilan Pappé. (destijds)geschiedenisdocent aan de universiteit van Haifa, in het Engelstalige Egyptische weekblad Al AhramWeekly, naar aanleiding van het overlijden van Edward Said op 25 september 2003. Pappé was niet de enige die zich verweesd voelde. Al Ahram Weekly wijdde niet minder dan twee volle pagina’s aan Said’s dood, met bijdragen van tal van Palestijnse, Egyptische en joodse kopstukken, onder wie Hanan Ashrawi, Mahmoud Darwish en Daniël Barenboim. Maar ook elders was er veel aandacht voor dit overlijden van misschien wel de bekendste Palestijnse intellectueel van deze tijd.
Terecht. Said was hoogleraar Engelse taal en literatuur aan de New Yorkse Columbia Universiteit, een professioneel geschoolde pianist, muziekcriticus (van het blad The Nation), maar bovenal iemand die zijn betrokkenheid bij de Palestijnse zaak en zijn positie als intellectueel die met één been in de Arabische en met het andere in de Westerse wereld stond, op een onnavolgbare manier wist te gebruiken. Boeken als Orientalism (1978) en Covering Islam (1981) prikten op ongewoon krachtige manier de ‘koloniale’ en bevoogdende manier door waarop Westerse wetenschappers en journalisten keken (en soms nog steeds kijken) naar de Arabische en islamitische wereld. Daarnaast beschreef hij in The Question of Palestine (1979), After the Last Sky (1986) en Blaming the Victims (1988) op zeer invoelbare manier het lijden van de Palestijnen. En tenslotte was hij niet alleen kritisch ten aanzien van de manier waarop het Westen naar de Arabieren en islamieten keek, maar was hij ook nooit te beroerd om heftige kritiek te leveren op Arabische vooroordelen ten aanzien van joden, of op de labbekakkige Arabische gewoonte om alle ellende en gebreken in de Arabische wereld steeds aan invloeden van buitenaf toe te schrijven.

Holocaust
Maar Said was behalve dat ook één van de eerste Palestijnen die opkwam voor een compromis met Israël. Sinds halverwege de jaren zeventig al was hij een pleitbezorger voor de twee-staten oplossing en tevens onderscheidde hij zich door het begrip en de aandacht die hij kon opbrengen voor de speciale positie waarin de holocaust het joodse volk had geplaatst. Zo schreef de Palestijnse mensenrecht-activiste Hanan Ashrawi in haar in memoriam in Al Ahram Weekly onder meer:
‘Hij identificeerde zich op zachtmoedige wijze met de onderdrukten en koesterde een intimiderende woede tegenover de onderdrukkers, omarmde warm het slachtoffer en verwierp keihard de schuldigen. Hij koesterde liefde voor het Zuid-Afrika van na de apartheid en alles waar het in zijn streven voor stond, en had een totale minachting voor discriminatie, racisme en het onteren van menselijk leven en de mensenrechten. ... Hij had een brandende dorst naar de algemene erkenning en acceptatie van het menselijke verhaal dat recht zou doen aan het ondraaglijke lijden van het Palestijnse volk en hen deel zou doen gaan uitmaken van het avontuur van de mensheid. Hij had de integriteit en de compassie om onder ogen te zien hoe gruwelijk het joodse volk geleden heeft en hoe onuitspreekbaar de pijn van de holocaust is, en om tegelijkertijd van Israël te eisen dat het zijn eigen schuld zou erkennen aan het lijden van de Palestijnen. Hij had de moed om te zoeken naar oplossingen en alternatieven en altijd uit te kijken naar jongere leiders, een mentor voor diegenen onder hen die een belofte inhielden.’

Vichy-bestuur
Said, geboren in 1935 in Jeruzalem, na 1948 een vluchteling die opgroeide in Cairo en de VS, was van 1977 tot 1991 lid van de Palestijnse Nationale Raad (het PLO-parlement). In 1988 was hij opgetogen over de verklaring van Palestijnse Onafhankelijkheid (waarbij tegelijkertijd ook het bestaan van de staat Israël werd erkend). Na 1993 echter ontpopte hij zich als scherp criticus van Yasser Arafat. De Oslo-akkoorden noemde hij vanaf het begin een ‘slechte deal’ en een ‘Palestijns Versailles’. In zijn bundels The Politics of Dispossesion (1994) en Peace and its Discontents (1995) gaat hij nog verder en stelt hij dat Oslo het Palestijnse lijden en de bezetting heeft geconsolideerd, en tot ‘bantustanisering’ van het Palestijnse gebied heeft geleid. Arafat en de Palestijnse Autoriteit zijn, zegt hij in ‘95 in een lezing, verworden tot collaborateurs met de Israëlische bezetting, een soort Palestijns Vichy-bestuur (het kwam hem te staan op een verbod van zijn publicaties in Palestijns gebied).
De laatste jaren was Said ervan overtuigd dat het stadium van een twee-staten-oplossing een gepasseerd station was, omdat zij onmogelijk was gemaakt door de verdere ontwikkeling van de nederzettingenpolitiek. Sinds die tijd pleitte hij voor de oplossing binnen één staat, die seculier en democratisch zou zijn en gebaseerd op de gelijkheid van alle burgers. Tevens pleitte hij in al Mubadar (Het Palestijnse Nationale Initiatief) samen met kopstukken als Haidar Abdel-Shafei, Mustafa Barghouti en Ibrahim Dakak voor democratische vernieuwing van de Palestijnse maatschappij. Said zou, met zijn kritische, onafhankelijke opstelling en zijn dubbelpositie als Arabisch intellectueel en Westers literatuurprofessor een natuurlijke bondgenoot van de Israëlische vredesbeweging hebben kunnen zijn, maar daarvoor werd hij toch te veel met ‘de vijand’geassocieerd. De reactie van rabbijn Michael Lerner, de voorman van de Amerikaanse Tikkun-beweging, was waarschijnlijk representatief. Lerner erkende bij Saids overlijden diens grote gaven en het feit dat hij ‘verder ging dan wie ook van zijn intellectuele Palestijnse tijdgenoten bij het scheppen van een basis voor verzoening tussen onze twee volken’. Maar toch was het voor Lerner niet ver genoeg gegaan, want ‘vaak hadden we gewild dat Said sympathie had kunnen opbrengen voor het lijden van de Europese joden en de manier waarop zij vonden dat hun terugkeer naar wat zij als hun land van herkomst zagen niet een uiting van Westers kolonialisme was. Hij ging nooit zover dat hij toegaf dat het Palestijnse verzet tegen de joodse immigratie in de jaren dat de Joden probeerden te ontkomen aan de Europese gaskamers of de kampen voor de displaced persons die van 1945-48 bestonden, immoreel was.’
Om te besluiten dan maar over naar een terrein waar Said door niemand betwist bezig is geweest bruggen te slaan. Met de Israelische pianist en dirigent Daniël Barenboim die hij ooit op een vliegveld had ontmoet, had hij de laatste jaren een project waarin jongeren uit Israël, Palestina en de Arabische wereld samen kwamen om te musiceren en een tournee te maken met een orkest. Barenboim heeft het laatste woord: ‘Veel Israëli’s en joden hebben nooit zijn kritiek willen aanvaarden op niet alleen de huidige Israëlische regering, maar op een zekere mentaliteit die hij identificeerde met Israelisch denken en doen, namelijk het gebrek aan vermogen om te begrijpen dat dezelfde onafhankelijkheidsoorlog van 1948 die voor het joodse deel van de bevolking het verwerven van een nieuwe identiteit betekende, voor de niet-joodse bevolking van Palestina niet alleen een militaire nederlaag betekende, maar een psychologische catastrofe. En daarom was hij kritisch over het onvermogen van Israëlische leiders om de noodzakelijke symbolische gebaren te maken die aan welke oplossing dan ook vooraf zouden moeten gaan. De Arabieren, aan de andere kant, waren en zijn nog steeds niet in staat om zijn gevoeligheid te begrijpen voor de joodse geschiedenis. Zij beperken zich tot het steeds opnieuw onderstrepen van hun onschuld als het lijden van de joden ter sprake komt. ....

Hij was een van die zeldzame mensen die zich er steeds van bewust zijn dat informatie niet meer is dan de allereerste stap op weg naar begrip. En hij was altijd op zoek naar het ‘verderop gelegene’ in het idee, het ‘ongeziene’ voor het oog, het ‘ongehoorde’ voor het oor. Het was een combinatie van deze eigenschappen die hem ertoe brachten met hem de West-Eastern Diwan op te richten, die een forum wil zijn voor jonge Israëlische en Arabische musici om gezamenlijk kennis te maken met muziek in al zijn vertakkingen. De Palestijnen hebben één van hun meest eloquente verdedigers van hun aspiraties verloren. De Israëli’s hebben een humane, eerlijke tegenstander verloren. En ik heb een soul mate verloren.’

Maarten Jan Hijmans

Lina Attala, hoofdredacteur van Egyptische internetkrant Mada Masr, in de problemen

Lina Attala, de hoofdredacteur van het internet platform Mada Masr. ongeveer het enige nog volledig onafhankelijke Egyptische nieuwsitem. is...