Posts tonen met het label Arab. Literature. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Arab. Literature. Alle posts tonen

donderdag 9 juli 2015

Sloop ''illegale'' bouwsels met 54% gestegen in Bedoeïenen gemeenschappen in de Negev

 Het slopen van een huis in As-Sayed in de Naqab (Negev). (Foto Activestills.org)

In het jaar 2014 is het aantal gebouwen dat werd gesloopt in Bedoeïenen gemeenschappen gestegen met 54%. Het betrof gebouwen in zowel erkende als niet-erkende dorpen. Dat melde de krant Haartez op basis van een rapport dat het Israelische ministerie van Openbare Veiligheid heeft uitgebracht.
Het rapport meldt dat 1,073 bouwsels werden gesloopt in 2014, tegen 697 in 2013. Van deze gebouwen werden er 718 door de eigenaars zelf gesloopt, nadat ze aanzeggingen hadden gekregen dat het gebouw zou worden gesloopt. Dat zelf slopen gebeurt om extra kosten te vermijden, meldt Haaretz die iemand erop uitstuurd om onderzoek te doen. De krant citeerde Mohamed al-Juda, een inwoner van de niet-erkende plaats 'Al-Za'arura, die zei: 'Als ze iemand een slooporder overhandigen zeggen ze erbij dat het verstandig is om het  zelf te doen omdat hij anders de kosten voor de machines en de politiemannen moet betalen. De mensen kunnen die duizenden shekels niet opbrengen, dus slopen ze het huis dan maar zelf.''

donderdag 13 december 2012

Naguib Mahfouz: 'Misschien zegt het iets over het verval van onze cultuur'

Het stuk hieronder is een interview dat ik in destijds als correspondent in Cairo had met de schrijver Naguib Mahfouz een paar maanden nadat hij in 1988 de Nobelprijs voor de literatuur had gekregen. Het verscheen op 5 augustus 1989 in de zaterdagbijlage 'Het Vervolg' van de Volkskrant, nadat de kunstredactie het eerder een paar maanden had laten liggen omdat ze het niet interessant vonden. Onder invloed van het feit dat ik tegenwoordig Arabisch studeer aan de universiteit (waartoe ook Arabische literatuur behoort) heb ik het weer opgediept (en overgetypt; 1989 was nog het pre-internet tijdperk). Ik ben voor dit interview speciale dank verschuldigd aan Mohammed Helmi, destijds mijn parttime vertaler. Hij voerde - op mijn aanwijzingen maar ook voor een deel naar eigen inzicht - het grootste deel van het gesprek. Zonder hem was dit interview niet mogelijk geweest. Naguib MahfouzNaguib Mahfouz 1911-2006
 

Om zeven uur in de ochtend biedt Cairo's centrale Tahrir-plein een vredige aanblik. Het Hilton hotel en het Egyptisch Museum weerkaatsen de opkomende zon. De temperatuur is aangenaam. De stemmen van vroege voorbijgangers weerklinken tussen de gevels en zorgen voor een intimiteit die zo vroeg alleen wordt onderbroken door een enkele voorbijrazende bus.
In het kleine café Ali Baba zoek ik naar de schrijver Naguib Mahfouz. Het is nooit moeilijk hem in Cairo op te sporen. Om te beginnen weet je dat hij er is. De Nobelprijswinnaar heeft niets van de rusteloosheid van sommige andere Egyptische intellectuelen en haat reizen als de pest. De enige keert dat hij zich verplaatst is 's zomers als hij net als veel van zijn stadgenoten het hete Cairo verruilt voor Alexandrië. Het is bekend dat hij maar twee keer in zijn leven buiten Egypte is geweest. Dat was in de jaren zestig, toen zijn ministerie hem op dienstreis stuurde naar Joegoslavië en Noord-Jemen en hij het gevoel had dat het moest.
De Nobelprijs haalde hij verleden jaar ook niet zelf op. Hij liet het over aan zijn twee giechelende dochters (die nog nooit een boek van hem hebben ingezien) en de staatssecretaris van Cultuur. Cairo is 'waar zijn hart ligt'. Alleen al de gedachte dat hij zich erbuiten zou begeven benauwt hem. Hij is hier geboren, zijn meeste boeken spelen zich hier af. Hij weet er de weg, zowel in de dure wijk Dokki als in tussen de paupers en handelaars in het Husseini-kwartier. Hij kent er de hasjtenten, de literaire cafés, de verborgen zelfkant, de chic van vroeger en de verloedering sinds de bevolking van 1,5 naar 12 miljoen is gegroeid.
Punctueel als een machine werkt Mahfouz in Cairo dagelijks zijn schema af. Je kunt er de klok op gelijk zetten, zeggen zijn vrienden. 's Morgens om zes uur maakt de 77-jarige schrijver een wandeling van een uur door de dan nog uitgestorven stad, altijd naar dezelfde coffeeshop. Hij drinkt er zijn koffie zonder suiker en leest de kranten, voor hij begint aan een werkdag tot aan de (late) lunch. De middag is er om te rusten en te lezen; 's avond is hij meestal thuis. De donderdagavond is voor de vaste ontmoeting met een select clubje vrienden dat zichzelf de geuzennaam harafish (zootje ongeregeld) heeft toegedicht.De afgesproken plaats is het Casino Qasr el-Nil aan de Nijl. De schrijver geeft er acte de présence om acht uur precies. En al jarenlang met dezelfde traktatie – een kilo kofta – onder de arm.
Mijn komst naar Ali Baba is dan ook niet tevergeefs. Mahfouz zit op zijn vaste plaats: een tengere gestalte aan een tafeltje voor het raam op de eerste verdieping. Met zijn karakteristieke houterige en tegelijk lenige mimiek springt hij op, één en al glimlach, legt de krant terzijde en biedt koffie aan. Maar als ik zeg waarvoor ik gekomen ben, blijkt dat zijn vroegere bijna spreekwoordelijke toegankelijkheid toch heeft plaatsgemaakt voor een strenger regime. Praten over koetjes en kalfjes is één ding, maar voor een interview moet ik de mensen bellen die hem 'beschermen'. Helaas, teveel mensen willen hem zien. 'Ik ben nu een functionaris van de prijs,' voegt hij er verontschuldigend aan toe.
Pas een paar weken later kan ik vragen wat hij met die uitspraak bedoelde. De drie cerberussen die waken over zijn agenda ben ik dan gepasseerd. We zitten in zijn riante werkkamer bij de krant Al-Ahram, die vroeger toebehoorde aan zijn collega en vriend, de in 1987 overleden (toneel)schrijver Tawfiq al-Hakim. Sinds vorig jaar , zo luidt Mahfouz' antwoord op mijn vraag, heeft hij eigenlijk niets meer gedaan dat niet met de prijs te maken had: 'Lezingen, symposia, interviews, het ging maar door. Mijn hele werkjaar is eraan opgegaan, want dat loopt van oktober tot april. In de zomer kan ik niet werken, een allergie aan mijn ogen maakt dat ik niet kan lezen als het te warm is. Ik hoop nu maar dat deze kermis (hij gebruikt het Egyptische woord moulid) weer zal overgaan.'
Hij heft de handen ten hemel, een typisch Mahfouz-gebaar, en lijkt ermee te zeggen: wat kan ik anders doen dan me schikken? En ik zie de tv-beelden weer voor me waarop Mahfouz zich door president Mubarak de hoogste Egyptische onderscheiding, de Orde van de Nijl, laat omhangen, of scènes waarbij hij braaf en gewillig als een kind achter groene tafels zit. 'Deze prijs,' zei hij al meteen in oktober toen hij hem kreeg, 'is belangrijker voor de Arabische literatuur dan voor Naguib Mahfouz.'
Terwijl het gesprek verder gaat probeer ik me een voorstelling te maken van de ontwrichting die de commissie in Oslo teweeg heeft gebracht. Mahfouz' schema's stammen namelijk al uit de tijd dat hij als vijfentwintigjarige koos voor het schrijverschap. Vijftig jaar lang slaagde hij erin om zijn diverse levens ermee van elkaar te scheiden en om tegelijkertijd in de schaduw te blijven. De progressieve publiciteitsschuwe schrijver bestond naast de gezagsgetrouwe ambtenaar in het nette pak. De voor ieder toegankelijke bohémien die tot diep in de nacht op het terras van Fishawi of Riche zat te oreren, was – zonder dat iemand het wist – tevens huisvader met een vrouw en twee kinderen. Maar nu heeft de Nobelprijs hem de regie uit handen genomen. Hij is de macht kwijt over zijn tijd. Hij is nu een publieke figuur die meningen moet verkondigen. Persbureaus bellen hem zelfs als er zoiets speelt als de Rushdie-affaire.
Het moet een soort nachtmerrie voor hem zijn. Zijn hele leven was een vlucht voor de controverse. Draufgängerische neigingen hebben alleen de personen in zijn boeken, zoals de talentvolle Isa al Dabagh in Autumn Quail, die als aanhanger van het ancien régime na de revolutie zijn hoge baan verliest en te gronde gaat omdat hij het verdomt zich anders voor te doen dan hij is. Mahfouz zelf is heel anders. Toen zijn jongere collega Youssef Idris, een van de beste korte verhalen schrijvers aller tijden, jaloers was op de prijs en de keuze voor Mahfouz toeschreef aan diens 'pro-westerse gezindheid' en slaafse verdediging van Sadats Camp David-politiek, sprak heel Cairo er schande van. Maar Mahfouz zelf zei alleen maar: 'Ach, Youssef draait wel weer bij. Je zal zien, over een week of wat komt hij gewoon weer langs bij 'Am` (Oom) Naguib.'
Misschien is Mahfouz' instelling te verklaren uit zijn achtergrond. Hij werd geboren in het Gabaliyya district in islamitisch oud-Cairo. Een a-cultureel milieu dat de leeswoede die hij als jongetje aan de dag legde niet bepaald stimuleerde. 'In de vakantie zeiden ze: hou toch op, spaar je ogen voor de studie. Maar ik was gek op lezen. Ik wilde ook schrijven zoals de dingen die ik las. Het ging zelfs zover dat ik hele stukken kopieerde er er mijn eigen naam onder zette.'
Hij koos voor een studie filosofie, schreef zijn eerste korte verhalen als student, maar schrijver worden kwam niet bij hem op. De moderne Arabische literatuur stond in die ook nog in de kinderschoenen. De roman, met name, was nog vrijwel onbekend. Pas een handjevol mensen als Mohammed Hussein Heykal (met de roman Zeynab uit 1914), Taha Hussein of Abbas Aqqad, had zich gewaagd aan deze westerse kunstvorm. Als een van zijn professoren, de historicus en socialist Salama Mousa hem niet had aangespoord, zou hij de stap misschien nooit hebben gezet. Er was, zegt hij, eerst 'een soort crisis voor nodig'. Maar daarna wiep hij zich ook meteen op een methodische studie. Tekstboeken wezen hem de weg naar de 'topwerken' vanaf de Griekse klassieken tot aan de hedendaagse westerse literatuur. Tegen de onzekerheden van het kunstenaarsbestaan dekte hij zich tegelijkertijd in door secretaris te worden van een andere leraar, zijn hoogleraar islamitische filosofie, toen die minister van Waqf (religieuze zaken) werd. Het was het begin van een carrière als ambtenaar die hij volhield tot aan zijn pensioen.
 
 Gamaliyya straat, de belangrijkste straat in de wijk waar Mahfouz opgroeide (Foto Egypt Independent).

Keihard werken (zonder twijfel de reden waarom hij in een loopbaan van 52 jaar een veertigtal romans afleverde, en een respectabel aantal filmscenario's en korte verhalen) leidde vanaf 1939 tot de publicatie van drie romans over het oude Egypte van de farao's. Eigenlijk had het een omvangrijk project moeten worden dat de hele antieke geschiedenis van Egypte zou omvatten. Maar gelukkig liet Mahfouz het idee na een paar jaar vallen om zich te werpen op een voor de Arabische wereld nieuw genre: de 'realistische' roman.
Nu ontstonden boeken als Het begin en het einde, Khan el-Khalili, en Midaq-steeg die waren gesitueerd in het islamitische Cairo waar hij geboren werd. Er liepen hoeren in rond, bedelaars, zwarthandelaars en politieke nieuwlichters. Het waren herkenbare en 'maatschappij-kritische' kronieken van de snelle veranderingen in de Egyptische samenleving, die werden gekenmerkt door politieke instabiliteit, botsingen met de Britten, vrouwenemancipatie en de opkomst van nieuwe stromingen als het communisme en de Moslim Broederschap.
Het hoogtepunt uit die tijd was zijn 1500 pagina's tellende Trilogie, over de lotgevallen en dilemma's van een familie tussen 1917 en 1945. Het verschijnen van deze kroniek over de generatiekloof tussen de rijke maar ongeletterde vader Ahmed Abdel Gawad en diens studerende zoon Kamal, en de lotgevallen van de ooms, neven en nichten, vestigde in 1954 op slag zijn naam en maakte hem tot de meest gelezen auteur in de Arabische wereld.
Pas daarna – op 43-jarige leeftijd – trouwde Mahfouz. Zijn privéleven bleef echter een gesloten boek. Niemand van zijn vrienden had ooit zijn vrouw gezien, totdat – na de toekenning van de prijs – haar foto verscheen in het blad Al-Mussawar. Uit het interview bleek dat zij nauwelijks meer dan een vaag idee had van het werk van haar man.
Hoe ziet u uw plaats tussen de andere Nobelprijswinnaars van de laatste tijd? Past u tussen mensen als Garcia Marquez, Soyinka, Brodsky?
Mahfouz hoeft er niet lang over na te denken. 'De mensen die de prijs vroeger kregen waren reuzen,' zegt hij, 'maar de laatste jaren zijn ze niet van hetzelfde postuur. Ze zijn goed, daar is geen twijfel aan, maar geweldenaars zijn het niet. Vroeger waren het mensen die we kenden. We plachten ze zelf te nomineren. En de verrassing was dan hoogstens: waarom krijgt Sartre hem eerst en daarna pas Camus, of andersom. Nu zijn het mensen van wie we nooit hebben gehoord, die oké blijken te zijn als we ze gaan lezen, maar geen openbaring. Wat dat betreft zitten we allemaal in hetzelfde schuitje. Misschien zegt het iets over het verval van onze cultuur. Misschien zijn er, God weet, wel een heleboel talenten die niet schrijven.
Egyptian novelist Naguib Mahfouz
U hebt in eerder interviews gezegd dat u wat uw ontwikkeling betreft bent beïnvloed door een heel reeks auteurs, van Arabische klassieken als Mutanabbi en modernere als Yahya Haqqi tot westerse schrijvers van Shakespeare tot Faulkner. Veel mensen zien u als de 'vader van de Arabische roman'. Bent u het daarmee eens?
'De vader moet de eerste zijn geweest die er één schreef,' zegt Mahfouz tamelijk bits. 'En dat was ik niet, dat was zelfs (Muhammed Hussein) Heykal of Al-Mowaylihi niet. Recent is gebleken dat een zekere Haqqi, een oom van Yahya Haqqi de schrijver was van de eerste Egyptische roman. Hij moet de vader zijn geweest. Maar goed, iedere generatie heeft een vader.'

En u was dat in uw generatie meer dan de anderen?
'Ach ik heb lang geleefd. En zoals u weet zijn vorm, stijl en techniek de som van de omstandigheden. Onder druk van steeds wisselende sociale gebeurtenissen ontwikkelde het zich als het ware vanzelf onder mijn handen. Ik betrapte mezelf erop dat ik met allerlei stijlen aan het experimenteren ben geweest zonder dat ik me ook maar een moment een vernieuwer heb gevoeld.'

Maar u werd beïnvloed door de Europeanen.
'Natuurlijk vergat ik nooit dat ik de meest recente literatuur had gelezen en bestudeerd. Maar als ik schreef, was dat in de traditionele vorm. De boeken Khan el-Khalili en Midaq-Steeg, bijvoorbeeld, schreef ik in een stijl die door Virginia Woolf werd veroordeeld en bespot in een boek van haar dat ik in dezelfde periode aan het lezen was. Het is niet zo dat ik beïnvloed werd. Ik bestudeerde het en nam het in me op, maar volgde niet de mode van de 'new wave', van schrijven in de laatste en nieuwste stijl. Ik gebruikte wat ik zou willen noemen een 'toepasselijke stijl'. En dat gaat zover dat ik in mijn laatste boeken zelfs de methode hanteer van wat 'de primitieve anekdotiek' wordt genoemd.

Maar uw beslissing om in het klassieke Arabisch te schrijven in plaats van in het Egyptische dialect, was dat op zichzelf niet al een beslissing die bijdroeg tot de ontwikkeling van de roman?
'Wel, we besloten ons te specialiseren in romans en dan vooral realistische romans. En wat we ontdekten was dat schrijven in het klassieke Arabisch zoals het toen bestond, niet ging. Sommige collega's zeiden toen: laten we het maar vergeten. We schrijven in het `amiyya (Egyptische Arabisch) , want dat is makkelijker en dat is wat de mensen willen. Weer een andere groep pleitte ervoor het verhaal te vertellen in het klassieke Arabisch en de dialogen in het `amiyya te doen. Maar wij zeiden: laten we dit klassieke Arabisch zo ontwikkelen dat deze nieuwe kunstvorm er een plaats in kan vinden. Het was een lange weg. En natuurlijk zijn er een heleboel fouten gemaakt, soms ook met komische gevolgen. Maar ik denk dat de weg die we gevonden hebben, intussen de weg is geworden voor alle generaties. Het is een ontzettend rijke taal, dit zogenoemde 'makkelijke fusha Arabisch'. En het wordt gelezen van Marokko tot de Perzische Golf.'

De helden in uw boeken zijn vaak opstandig en kritisch ten opzichte van de maatschappij. In uw eigen leven is daar nooit zo sprake van geweest. Zijn zij een personificatie van Mahfouz, Mahfouz op papier?
'Jazeker, tot op een bepaalde hoogte. Maar ik wil zeggen dat ik, hoewel ik nooit politiek bezig ben geweest in letterlijke zin, ik wel altijd heb behoord tot het 'actieve publiek'. Voor de revolutie was er geen demonstratie waaraan ik niet meedeed. Bij één ervan, tijdens de regering-Sidqi in 1931 of '32, ik was toen student, ben ik zelfs bijna gedood. Ik was dus wel actief, maar als lid van de massa. Ik ben nooit bereid geweest lid te worden van besturen of comités, alhoewel ik mijn hele leven behoord heb tot een politieke partij.. Jawel, de taliyya wafdiyya, de linkse voorhoede van de Wafd.'
 

Nassers revolutie van 1952 bracht een breuk teweeg in het oeuvre van Mahfouz. Er volgde een periode waarin hij niet schreef. Sommigen denken dat dit was omdat hij de realistische roman met de Trilogie tot perfectie had gebracht en nog niet wist welke weg hij daarna zou inslaan. Hij zelf, de links-liberaal die het schrijven ook zag als 'het bedrijven van politiek met de pen', houdt het erop dat Nassers streven naar een nieuwe maatschappij hem in verwarring bracht.
'Het verlangen om te schrijven verdween,' zegt hij. 'Ik probeer het meestal zo te verklaren: er werd een nieuwe maatschappij opgebouwd op de ruïnes van een vorige. En voor een schrijver leek het gepast te zwijgen en na te denken over wat er aan de hand was.'
'Om toch wat te doen te hebben' liet hij zich registreren als scenario-schrijver. Het bleek een makkelijker leven dan voorheen. 'De film betaalde gul en ik gaf het even gul weer uit aan boeken. Ik dacht dat het afgelopen met me was als man van literatuur.' Maar na vijf jaar kwam de drang tot schrijven toch weer terug. En dat resulteerde in zijn meest raadselachtige (en volgens sommigen beste) boek: Awlad haritna (Kinderen uit onze straat, in de Nederlandse vertaling 'Kinderen van Gabalawi'). Een allegorie waarin God, Adam, Mozes, Jezus en Mohammed onder andere namen zijn getransponeerd naar het leven in een straat in islamitisch Cairo. Hun heilbrengende boodschap wordt steeds gecorrumpeerd door de zogenoemde futawat, bekende krachtpatserfiguren in Cairo's oude wijken, die het midden houden tussen 'beschermers', bendeleiders en doodgewone afpersers. De laatste heilbrenger is de wetenschapper Arafa en het boek sluit af met een verbijsterend open einde na de dood van God.
Awlad haritna verscheen in de jaren zestig in een serie in Al-Ahram. Wegens bezwaren van het religieuze establishment is het boek echter in Egypte niet te krijgen. De avondkrant El-Messa begon na de Nobelprijs een herpublicatie in afleveringen. Maar Mahfouz zelf, als altijd beducht voor controverse, stak daar een stokje voor na nieuwe protesten van de kant van Al-Azhar, de invloedrijke islamitische universiteit. En tijdens ons gesprek spreidt hij, met al zijn vriendelijkheid en gewilligheid, ook een geweldige vasthoudendheid ten toon bij het omzeilen van vragen over dit omstreden boek. Een protest tegen de revolutie? Nee, dat was het niet, zegt hij met veel omhaal van woorden. Anti-religieus was het al evenmin. 'Neenee, het probeerde alleen wetenschap en religie met elkaar in verband te brengen .. of zoiets.' En als hem gevraagd wordt wat dan wel de boodschap ervan was, spreidt hij de handen ten hemel: 'Wallahi, het gaat over mensen in een straat die als de profeten zouden kunnen zijn en hun maatschappij zouden kunnen hervormen, als ze maar genoeg geduld zouden hebben.'
VoorzijdeIk besluit het over een andere boeg te gooien. In de wetenschap dat Mahfouz na Awlad haritna heel andere wegen insloeg en zich in een reeks kortere romans, die in de jaren zestig zeventig ontstond, ook heel regelmatig kritisch uitliet over de verworvenheden van de revolutie en Nassers bureaucratie. In een stijl die veel directer, 'moderner', was schreef hij onder meer De dief en de honden over de zelfdestructie van een man die terugkeert uit de gevangenis en een outcast blijft; het al eerder genoemde Autumn Quail, en Respected Sir, over een jongen van eenvoudige komaf die letterlijk alles opoffert aan het heilige ideaal om directeur-generaal van een ministerie te worden.

Hoe denkt u na al deze jaren over Nassers revolutie?
'Zij bracht Egypte fantastische dingen en tegelijkertijd een vernieling die de verbeeldingskracht te boven gaat. Het puinruimen vindt plaats in deze tijd. Hoe kunnen we de negatieve gevolgen kwijtraken en tegelijk de goede dingen behouden? Hoe komen we de puinhoop te boven na al die oorlogen, de passieve rol van de Egyptische burgers die een gevolg was van de dictatuur, de opeenstapeling van schulden? Het onderwijs – ik zal niet beweren dat het vroeger het beste ter wereld was – is een chaos, omdat het gratis onderwijs zonder planning werd uitgevoerd en achtergestelde kinderen in scholen werden gepropt als passagiers in Cairo in een bus. De economische crisis is ook nadelig voor de literatuur. Want hoe kan je verwachten dat mensen boeken kopen als hun enige gedachte is hoe ze aan geld moeten komen voor eten en de opvoeding van hun kinderen?'

En dan komt hij ineens ongevraagd terug op Awlad haritna.
'Het was,'zegt hij' ook een soort open brief aan de leiders van de revolutie. Dit is het verhaal, schreef ik hen, van de religie en de wetenschap. En dit is het verhaal van de futawat. Kies voor jezelf aan welke kant jullie willen staan. Want in die tijd waren zij begon begonnen zich te gedragen als futawat. '

maandag 11 juni 2012

Nizar Qabbani: De Haan

Nizar Qabbani
Twee postings hieronder plaatste ik een video van de Syrische dichter Nizar Qabbani (overleden in 1998) die het gedicht Ed-Deek, de Haan, voorleest, een satire op een ongenoemde Arabische heerser  (het kon Hafez al-Assad zijn, of Saddam Hussein, maar ook anderen konden zich er door aangesproken voelen). Bij de video stonden de Arabische tekst en een Franse vertaling. Ik beloofde dat een Nederlandse vertaling van mijzelf zou volgen.  Hier is hij:

De Haan

In onze buurt is een haan, een meester in de ontucht
elke morgen plukt hij de veren van de kippen uit de buurt,
hij pikt, achtervolgt, neemt bezit van ze en verlaat ze
en onthoudt niet eens de namen van de chicks

In onze buurt is een haan die zich duidelijk laat horen in de morgen
als Samson de reus laat hij zijn rode baard staan
hij onderdrukt ons dag en nacht .. preekt tot ons . houdt ons voor
verbiedt ons .. want hij is de enige .. hij is de glorieuze
de omnipotente, de geweldige

Er was in onze buurt een haan .. een agressieve
een fascistische met de denkbeelden van een nazi
hij greep de macht met behulp van een tank
bevroor de vrijheid en alles wat vrij was
schafte het vaderland af
schafte het volk af
schafte de taal af
schafte de verjaardagen van de kinderen af
schafte historische gebeurtenissen af
schafte de namen van de bloemen af

In onze buurt is een haan die zich op het nationale feest
hult in generaalstenue
hij eet seks
drinkt seks
wordt dronken van seks
vaart op lichamen als waren het bootjes
en verslaat legers van tepels

In onze buurt is een haan van Arabische komaf..
die een universum opende van duizenden echtgenotes
in onze buurt was een haan .. een ongeletterde
leider van één van de milities
hij heeft niets geleerd dan provocatie en moord,
de aanplant van hashish of het vervalsen van geld
hij verkocht de kleren van zijn vader
beleende de ring van zijn vrouw
vergreep zich zelfs aan de tanden van de doden!
in onze buurt is een haan wiens hele talent
eruit bestaat dat hij eerder een wapen afvuurt dan woorden!!

In onze buurt is een haan, een nerveuze gek
die dagelijks ruziënd op ons in praat
hij loopt trots als al-Ma'amoun
en roept van de minaret van de moskee
eer mij.. eer mij...
want ik ben de staat en de wet!!
hoe zal de regen naar ons toe komen
hoe zal het graan rijpen
hoe zal het goede ons deel worden..
de zegen over ons worden gespreid!
dit land wordt niet bestuurd door God!
hier heerst het hanendom!

Gaat in onze stad een haan ..dan komt er een andere haan
de tirannie blijft de tirannie
valt het Leninistische regime .. dan rukt het Amerikaanse op..
en wat verpulverd wordt zijn de mensen!!

Als de haan over de dorpsmarkt loopt
in volle luister, de veren opgedoft
de onderscheidingen van de vrijheid schitterend op de schouders
roepen alle kippen van het dorp vol bewondering
oh onze heer de haan
oh onze meester de haan
oh generaal van de seks ..superman van het plein
u bent het idool van miljoenen vrouwen!!
Hebt u een dienstmeisje nodig?!
Kan ik u van dienst zijn?!
Wilt u een massage?!

Toen de heerser het verhaal hoorde
gaf hij de beul bevel de haan te slachten
en riep hij met boze stem ..
hoe durfde een gewone buurt-haan de macht van mij te stelen?
Hoe durfde die haan?!
Want ik ben de enige, zonder gelijken

vrijdag 8 juni 2012

Nizar Qabbani: Ed-Deek

Tijdens de treurige impasse in wat wel de Arabische Lente werd genoemd, is het misschien geen slecht idee om voor het opkrikken van de moraal hier nog eens de video te plaatsen van de Syrische dichter Nizzar Qabbani (1923-1998) die zijn gedicht Ed-Deek (de haan) voorleest. Het is een uiterst navrante parodie en in een aantal landen Arabische landen is het gedicht verboden. Uit een Franse vertaling die ik vond is - voor wie geen Arabisch verstaat - niet moeilijk af te leiden waarom dat het geval is. (En voor wie geen Frans kent  hoop ik binnenkort met een Nederlandse vertaling te komen):



Hier de (soms nogal vrije) Franse vertaling van Said Lahsobi, daaronder de Arabische tekst: 

Est dans notre quartier

Un coq orgueilleux, assassin

qui plume les poules du quartier

Tous les matins

Il les agresse par son bec,

Les poursuit

Les fréquente

Et les quitte

Sans se rappeler de leurs noms

2

Est dans notre quartier

Un coq qui crée au lever de chaque jour

Comme la flûte du tyran

Il laisse pousser sa barbe rouge

Et nous tyrannise de jour comme de nuit

En nous, il fait ses discours,

Chante,

Fournique,

Il est donc le seul, l’éternel,

Il est aussi le puissant, le tyran

Est dans notre quartier

Là-bas, un coq méchant, fasciste,

Naziste d’idéee

Qui a pris le pouvoir par la force des blindés

Il a arrêté la liberté et les libres

Il a effacé un pays,

un peuple,

Une langue

Les évenements de l’Histoire,

Mais aussi l’anniversaire des enfants,

Et les noms des fleurs

 

Est dans notre quartier,

Un coq qui s’habille dans les jours feriés

En tenue des généraux

Il mange du sex,

Boit du sex

Se perd la tête par le sex,

Il prend des navires corporels

Gagne des armées par des oreilles

5

Est dans notre quartier

Un coq d’origine arabe,

Il a ouvert l’univers par des milliers de femmes

Est dans notre quartier

Là-bas, un coq illettré

Qui préside l’une des milices

Il n’a appris

Que les attaques et la déstruction

Sinon, cultiver du chite

Et falsifier les monnaies

Jadis, il vendait les vêtements de son père

Et loue son alliance

Et pique même les dents des morts.

7

Est dans notre quartier

Un coq qui ne connait

Que faire des tirs par son pistolet

Au dessus des mots

8

Est dans notre quartier

Un coq nerveux, voire même fou

Il nous parle parfois comme Al Hajjaj

Et marche orguilleusement comme Al Maamoun

Et parle à haute voix de son minaret

Gloire à moi, gloire à moi,

Je suis l’état, je suis la loi,

9

Comment voulez-vous que la pluie nous arrive?

Et que les graines de sables se développent

Et comment peut-on être submergé du bien ?

Ceci est un pays que Dieu ne gouverne pas

Ceux qui le gouvernent sont des coqs

10

Dans notre village

Une fois qu’un coq est parti, un autre arrive,

Et la tyrannie est la même

Une loi léninienne tombe,

Une loi américaine attaque,

Ainsi, la poudre est l’être humain.

11

Quand le coq passe par le marché du village,

Bien habillé, aux plumes gonflées

Sur ses épaules illuminent les emblêmes de la libération;

Tous les coqs du village créent en admiration:

Monsieur le coq,

Seigneur le coq,

Ô! général du sex et viril de la place

Vous êtes l’idôle des millions de femmes

Avez-vous besoin d’une servante?

Avez-vous besoin d’une domistique

Avez-vous besoin d’un massage?

12

Lorque le gouverneur a entendu l’histoire,

Il a donné l’ordre de guillotiner le coq

Par un ton nerveux dit-il :

Comment un coq parmi les enfants du quartier

Avait le courage de prendre mon pouvoir

Car je suis l’unique, sans partage.



في حارتنا ديك سادي سفاح
ينتف ريش دجاج الحارة كل صباح
ينقرهن.. يطاردهن.. يضاجعهن .. ويهجرهن
ولا يتذكر أسماء الصيصان

في حارتنا ديك يصرخ عند الفجر
كشمشون الجبار .. يطلق لحيته الحمراء
ويقمعنا ليل ونهار .. يخطب فينا .. ينشد فينا
يزني فينا .. فهو الواحد .. وهو الخالد
وهو المقتدر الجبار

في حارتنا ثمة ديك .. عدواني
فاشستي نازي الأفكار
سرق السلطة بالدبابة
.. ألقى القبض على الحرية والأحرار
ألغـى وطنـــا
ألغـى شـــعبا
ألغـى لغــــــة
ألغـى أحداث التأريـخ
وألغـى أســــماء الأزهـار

في حارتنا ديك يلبس في العيد القومي
لباس الجنرالات
.. يأكل جنساً
.. يشرب جنساً
.. يسكر جنساً
.. يركب سفناً من أجساد
.. يهزم جيشاً من حلمات

.. في حارتنا ديك عربي
!فتح الكون بالاف الزوجات
.. في حارتنا ثمة ديك أمي
.. يرأس إحدى الميليشيات
.. لم يتعلم إلا الغزو.. وإلا الفتك
.. وإلا زرع حشيش الكيف .. و تزوير العملات
.. كان يبيع ثياب أبيه
..ويرهن خاتمه الزوجي
!ويسرق حتى أسنان الأموات
..في حارتنا ديك كل مواهبه
!!أن يطلق نار مسدسه الحربي على رأس الكلمات

..في حارتنا ديك عصبي مجنون
..يخطب يوماً كالحجاج
…و يمش زهواً كالمأمون
يصرخ من مأذنة الجامع
…يا سبحاني يا سبحاني
!!فانا الدولة والقانون
..كيف سيأتي الغيث إلينا
..كيف سينمو القمح
..وكيف يفيض علينا الخير
!وتغمرنا البركة
!هذا وطن لا يحكمه الله
!لكن تحكمه الديكة

في بلدتنا يذهب ديك .. يأتي ديك
..والطغيان هو الطغيان
..يسقط حكم لينيني .. يهجم حكم أمريكي
!!والمسحوق هو الانسان

..حين يمر الديك بسوق القرية
..مزهواً منفوش الريش
..وعلى كتفيه تضيئ نياشين التحرير
..يصرخ كل دجاج القرية في إعجاب
..يا سيدنا الديك
..يا مولانا الديك
!!يا جنرال الجنس .. وفحل الميدان
!!أنت حبيب ملايين النسوان
!هل تحتاج الى جارية؟
!هل تحتاج الى خادمة؟
!هل تحتاج الى تدليك؟

حين الحاكم سمع القصة
!أصدر أمراً للسياف بذبح الديك
..قال بصوت غاضب
!كيف تجرأ ديك من أولاد الحارة أن ينتزع السلطة مني؟
!كيف تجرأ هذا الديك؟
وأنا الواحد دون شريك

zondag 16 augustus 2009

Een jaar na de dood van Mahmoud Darwish

Begin augustus was het een jaar geleden dat de dichter Mahmoud Darwish 66 jaar oud stierf op een operatietafel in Texas, tijdens een (tweede) open hartoperatie. Een jaar geleden had ik nog geen blog, anders had ik zeker een in memoriam gewijd aan deze gigant onder de Arabische dichters, Palestijnse nationalist en voorvechter van een fair vredesakkoord met Israël. Via de blog Al Falasteenyia (zie in mijn index van interessante sites) kwam ik terecht op een herdenkingsstuk dat Raja Shehadeh, advocaat in Ramallah, mederedacteur van het literaire blad Al-Karmil en tot zijn dood, buurman van Darwish schreef in The Guardian. Shehadeh (zie kleine foto), die zelf als auteur niet te versmaden is (zie ondermeer zijn When the Birds fell silent over de inval van de Israëli's tijdens de Tweede intifada) huldigt hem als een man van de vrede. Hij memoreert hoe hij Darwish in 2002 tijdens de inval interviewde en hoe ze het onder meer hadden over zijn gedicht A State of Siege, dat aan de inval was gewijd. Voor het artikel zie hier
Hier fragmenten uit A State of Siege, gericht tot de bezetter:

(to a killer:) If you'd contemplated the victim's face
and thought, you would have remembered your mother in the gas
chamber, you would have liberated yourself from the rifle's wisdom
and changed your mind: this isn't how identity is reclaimed.

en:

You standing at the doorsteps, enter
and drink Arabic coffee with us
(you might sense you're human like us)
you standing at the doorsteps of houses,
get out of our mornings,
we need reassurance that we
are human like you!


En dit is het begin van A State of Siege:

Here, where the hills slope before the sunset and the chasm of time
near gardens whose shades have been cast aside
we do what prisoners do
we do what the jobless do
we sow hope

In a land where the dawn sears
we have become more doltish
and we stare at the moments of victory
there is no starry night in our nights of explosions
our enemies stay up late, they switch on the lights
in the intense darkness of this tunnel

Here after the poems of Job, we wait no more

This siege will persist until we teach our enemies
models of our finest poetry


(voor een volledige vertaling zie >hier)

Lina Attala, hoofdredacteur van Egyptische internetkrant Mada Masr, in de problemen

Lina Attala, de hoofdredacteur van het internet platform Mada Masr. ongeveer het enige nog volledig onafhankelijke Egyptische nieuwsitem. is...