Posts tonen met het label LJG. Alle posts tonen
Posts tonen met het label LJG. Alle posts tonen

dinsdag 15 juli 2014

Bij zijn poging demonstreren tegen Israel verdacht te maken koos het CIDI het verkeerde doelwit

Spuiplein protest Gaza
Den Haag, solidariteitsdemonstratie met Gaza, 12 juli 2014. 

Telkens als Israel zijn leger aan het werk zet  - en het doet dat met enige regelmaat - wordt er gedemonstreerd. Dat is logisch. Human Rights Watch, Amnesty International,  B'tselem, the Palestine Centre for Human Rights en iedereen die uit zijn ogen kijkt kan zien dat er bij al die campagnes steeds grof geweld wordt ingezet, dat er veel burgerslachtoffers vallen en dat enorme vernielingen worden aangericht. En dat is dan nog los van de vraag of Israel met die campagnes wel een redelijk doel nastreeft.
Maar iedere keer wordt de indruk gewekt dat er met die demonstraties iets mis is. In 2002 bleken spandoeken met hakenkruizen te zijn gezien, in 2008/9 doken na een demo tegen de Operatie ''Cast Lead'' in Gaza YouTube filmpjes op waarop 'Hamas, Hamas'' werd geroepen, in 2012 was er ook iets en nu dus weer. Afgelopen zaterdag demonstreerden duizenden tegen de jongste aanval op Gaza. En wat lazen we maandagmorgen  in de krant van ''wakker Nederland''? Onder de kop "Tonen nazivlag bij demo ’schandalig'" werden we vergast op een boze reactie van Esther Voet, de directeur van de Nederlandse Israellobby, het CIDI.
''Het gebruik van de nazisymbolen is haar totaal in het verkeerde keelgat geschoten,'' meldt de krant. Vervolgens wordt Voet geciteerd: „Schandalig dat dit in Nederland anno 2014 voor kan komen en nog schandaliger is het dat er politici mee hebben gelopen”. Met die politici doelt ze op ''PvdA-politica Fatima Elatik en het raadslid van de Haagse Stadspartij Fatima Faid'' die aan de demonstratie deelnamen, legt ze uit. Voet: „Fatima Elatik is een redelijke vrouw. Ze ging onlangs nog op de foto met rabbijn Evers. Dat zij nu hieraan meedoet, blijkt hoever de onrede (sic) is doorgedrongen. De Joodse gemeenschap raakt zo alle redelijke gesprekspartners kwijt.”

donderdag 28 juli 2011

De muis - en het staartje

Wie weet het nog? Op17 februari van dit jaar kwam er een bandje van het Israelische leger op diverse plaatsen spelen voor Christenen voor Israel. De vrienden van Sabeel lieten daar bezwaren tegen horen. Immers dat orkestje kwam hier om een leuk beeld te scheppen van een leger dat een bezetting in stand houdt en op grote schaal landjepik mogelijk maakt op de Westoever, en nog maar onlangs bloedige veldslagen in Gaza en Libanon voerde met duizenden doden en gewonden als gevolg. Voor veel mensen dus absoluut geen leger waar je leuk muziek van zou willen horen. Er zou worden gedemonstreerd met pannendeksels, toeters en andere dingen die lawaai maakten. Of zoiets. 
En toen kwam het bericht door dat hetzelfde orkestje ook zou optreden bij de Liberaal Joodse Gemeente (LJG) in Amsterdam, de gemeente waar ik lid van ben. Dat optreden zou plaatsvinden op 17 februari. Op 15 februari hoorde ik dat er plannen waren om dan ook bij de :LJG te gaan demonstreren en dezelfde dag plaatste ik een oproep op mijn blog om die demonstratie te ondersteunen (hier).

Dat heb ik geweten. Nog dezelfde dag kreeg ik een woedende mail van de voorzitter van de LJG, tot dat moment een goede vriend (ik had een paar jaar met hem in de redactie gezeten van het kwartaalblad van de LJG-Amsterdam). Hij had gehoord dat 
in de blog van stop de bezetting een oproep wordt gedaan door een anonieme LJG’er  om de muzikale bijeenkomst met Zameret Tsahal te verstoren. Ben jij die LJG’er? Er wordt opgeroepen om een actie te ondernemen (oa met traangas) die de belangen van de LJG ernstig schaadt. Ik kan me bijna niet voorstellen dat jij dat zou doen maar ik weet ook niet wie anders daarvoor verantwoordelijk zou kunnen zijn.

Nadat ik de voorzitter erop had gewezen dat Stop de Bezetting een stukje van mijn blog had overgenomen (er stond keurig een verwijzing onder), dat het stukje refereerde aan een demonstratie die al gepland was en dat de opmerking over een 'actie te ondernemen oa met traangas' alleen door een halve analfabeet kon zijn gemaakt, immers er stond
Ikzelf ben niet zo van dit soort acties ('er is niets op tegen om ze te laten spelen, zolang er tijdens hun optreden maar voldoende traangas in het publiek wordt geschoten voor de juiste couleur locale', probeerde ik nog grappig te doen), maar toen werd ik er dus van meerdere kanten op gewezen dat dezelfde band ook optreedt bij mijn eigen Liberaal Joodse Gemeente en wel op 17 februari. Dus: deksels en pollepels in de aanslag - of als u Joods bent misschien de ratel van Purim mee (dat feest komt er intussen toch aan) zodat u de muzikale jool kunt opluisteren met bijna natuurgetrouwe salvo's.
 Ik kreeg daarna van de voorzitter nog een - nog veel bozere - mail waarin hij me schreef dat mijn 'boodschap wel degelijk gelezen kon worden als een oproep tot het gebruik van geweld'. Hij noemde dat misdadig en riep me op mijn lidmaatschap van de LJG op te zeggen.
Ik heb hem geantwoord dat ik dat niet zou doen. Daarna kwam nog - op diens verzoek - een gesprek met de rabbijn, waarin ik uitlegde dat de oproep was gedaan twee dagen voor een demonstratie die al was aangekondigd, dat ik het moeilijk vond te begrijpen dat het LJG-bestuur kennelijk niet begreep dat een orkestje van het Israelische leger controversiëel kan zijn in de ogen van veel mensen en dat diegenen die dachten dat ik had opgeroepen tot 'een actie oa met traangas' ofwel mijn blog niet hadden gelezen ofwel te dom waren om te begrijpen wat er stond.

 U heeft buitenstaanders die ons geenszins welgezind zijn, opgeroepen tot actie tegen onze kehilla en tegen door ons ondernomen activiteiten; Deze handeling is door vele leden en ook door het bestuur ervaren als  onloyaal en  bedreigend.  Wij willen u te verstaan geven dat bij eerste herhaling van dergelijk gedrag onmiddellijk royement volgt.

·       Uw oproep tot betogen tegen de LJG-Amsterdam waarbij u zelfs het woord granaat niet heeft geschuwd, heeft ons gedwongen veel meer beveiliging op te roepen dan van te voren gepland. Ook de gemeentelijke politie vond een en ander serieus genoeg om  in menskracht bij te dragen aan de bewaking. Wij hebben daardoor €600 meer aan bewaking moeten uitgeven dan begroot. Het zou u sieren als u de LJG-Amsterdam (materieel) schadeloos zou stellen.

Ik moet zeggen dat mijn mond openviel toen ik dit las, maar ook werd ik ditmaal zelf des duivels. Ik moest tot de slotsom komen dat ik lid was van een organisatie die dacht dat ik - door twee dagen voor een geplande demonstratie een oproep te plaatsen - verantwoordelijk was voor het houden van die demonstratie en waar kennelijk nu mijn ironische verwijzing naar het overdadige gebruik van traangas door het Israelische leger langzamerhand was geëvolueerd tot het doen van een oproep om met granaten te gaan gooien.
Nu is er in het kader van de LJG een 'beroepscommissie' waarvan de hulp kan worden ingeroepen door leden die een conflict hebben met het bestuur. Ik had overduidelijk zo'n conflict, dus deed ik een beroep op die commissie. Er volgde een openhartig gesprek van mij met die commissie, waarin ik naar voren bracht dat ik begreep dat het LJG-bestuur niet blij was met mijn oproep, maar dat sommige leden en anderen (onder wie ik) niet begrepen waarom zo'n controversieel orkestje waartegen op andere plaatsen ook werd gedemonstreerd nu zo nodig bij de LJG moest optreden. Van de kant van de commissie werd me erop gewezen dat ik geen rekening had gehouden met de reactie van de bewakingsdienst van de synagoge (een autonome stichting) en met het feit dat mijn blogoproep zou worden overgenomen door het Palestina Komitee en Stop de Bezetting. Waarop ik riposteerde dat ik niet verantwoordelijk was voor het houden van de demonstratie, noch voor de eventuele stappen die de beveiliging had genomen (ze hadden me trouwens gewoon even kunnen opbellen toen ze wisten wie er achter de oproep zat), en dat het onzinnig zou zijn om iets niet te publiceren omdat anderen het wellicht zouden kunnen overnemen. En tenslotte dat de opmerkingen van het bestuur over een granaat volstrekt absurd, belachelijk en beledigend was.
Op 17 juli volgde daarop een gesprek van de door mij te hulp geroepen commissie, twee bestuursleden en mijzelf. En om het verhaal verder kort te houden: daar bleek dat de commissie het niet nodig vond nog verder in te gaan op mijn klacht, maar dat het gesprek ging over hoe de verhouding tussen mij en het bestuur in de toekomst zou zijn. Ik moet zeggen - en ik schaam me daar ook wel een beetje voor - ik was nagenoeg sprakeloos, wilde meteen weglopen, maar zo verbouwereerd dat ik me liet overhalen om het gesprek uit te zitten. Maar alles later overdenkende moet ik tot de slotsom komen dat zowel het bestuur als die commissie, als mogelijk nog wel meer mensen  binnen de LJG, toch blijkbaar de in mijn ogen volstrekt overtrokken en paranoïde reactie van het LJG-bestuur en de bewakingsdienst voor plausibeler en begrijpelijker houden dan mijn boosheid. Ik vind dat een heel vervreemdende conclusie - alsof ik.lid zou zijn van een sekte waarvan ik de gedragscode niet meer kan volgen. Ik heb daarop mijn lidmaatschap van de LJG toch maar opgezegd.

  De  moraal van dit verhaal? Ik weet niet meer wie die opmerking ooit maakte: 'Hoe komt het toch dat ik steeds linkser ben geworden? Dat is omdat de rest van de wereld alsmaar naar rechts is opgeschoven.' Ik heb nu ook zo'n gevoel. Ik heb met de LJG meegelopen sinds mijn 15e ongeveer. Ik heb vanaf eind jaren '70 regelmatig geschreven in het Nieuw Israelietisch Weekblad, het enige Joodse opinieblad en in dezelfde periode ook wel voor een ander (LJG)-blad, Levend Joods Geloof geheten. Maar na het uitbreken van de Tweede Intifada en het aan de macht komen van Ariel Sharon was het klimaat zodanig verrechtst dat dat in één klap voorbij was.
Nu is er dan ook een breuk met de LJG-Amsterdam. Ik had eerder al een botsing met ze toen ik bezwaar maakte tegen de kandidatuur voor het bestuur van iemand die werkte voor een bedrijf dat ook een vestiging heeft op de Westoever, in de nederzetting Ariel. Volgens het bestuur was dat geen probleem, omdat de Nederlandse wet zoiets niet verbiedt. Ik vond dat een rare redenering en plaatste de correspondentie daarover met naam en toenaam op dit blog. Het bestuur was daarover verontwaardigd. Onfatsoenlijk noemden ze dat. Alsof  het iets betrof dat volgens het bestuur volkomen in de haak was maar toch tegelijkertijd niet naar buiten gebracht mocht worden.
Ik denk - ik weet zeker - dat intussen meer mensen het gevoel hebben in een vergelijkbare verhouding tot het 'officiële' jodendom  te staan. Denk aan de historicus Ilan Pappé die Israel moest ontvluchten en nu doceert in Exeter in Engeland, aan de moeizame situatie van talloze anderen (meestal academici) die hun mond opendoen, of de treurige situatie van de schamele resten van de Israelische vredesbeweging. Ik denk dat ik me op bescheiden wijze met hen mag vergelijken. Het zijn barre tijden. De strijd gaat door.

dinsdag 15 februari 2011

Klere klere klezmer

Optreden van het Israelische leger staks op het podium.





De komende dagen bezoekt een band van het Israelische leger Nederland. Gespeeld wordt onder meer op verschillende locaties voor Christenen voor Israel. Vrolijke Joodse liedjes van diverse herkomst,   waaronder klezmer, van een band van een leger dat voor het overige vooral goed is in het doodschieten van Palestijnen tijdens een arrestatie, het 's nachts van hun bed lichten van minderjarige kinderen voor een illegaal verhoor zonder aanwezigheid van ouders of een advocaat, het afschieten van grote hoeveelheden traangas tijdens demonstraties tegen de Muur, het dagelijks koeioneren van duizenden Palestijnen bij checkpoints die hun beweging ernstig belemmeren, en - last but not least - een veldtocht zo hier en daar waarbij gewoonlijk meer dan 1000 doden vallen (1200 in 2006 in Libanon, 1400 in 2009 in Gaza) en voor miljarden wordt vernield.

De band komt hier natuurlijk om ons een andere - leuke, gezellige - kant van dat Israelische leger voor te schotelen. De concerten, op 21, 23 en 24 februari, staan in het teken van solidariteit met Israel, schrijft Christenen voor Israel op zijn site. Maar wie meer voelt voor een ander soort solidariteit kan terecht bij de site van Jominee (ds Johan van den Berg) die wijst op sites waar, geloof ik,  mensen oproepen om iets te gaan doen met potten, toeters en pannendeksels en dergelijke dingen.
Optreden van het Israelische leger op de Westoever.

Ikzelf ben meestal niet zo van dit soort acties ('er is niets op tegen om ze te laten spelen, zolang er tijdens hun optreden maar voldoende traangas in het publiek wordt geschoten voor de juiste couleur locale', probeerde ik nog grappig te doen), maar toen werd ik er dus van meerdere kanten op gewezen dat dezelfde band ook optreedt bij mijn eigen Liberaal Joodse Gemeente en wel op 17 februari. Dus: deksels en pollepels in de aanslag - of als u Joods bent misschien de ratel van Purim mee (dat feest komt er intussen toch aan) zodat u de muzikale jool kunt opluisteren met bijna natuurgetrouwe salvo's.

Optreden van het  Israelische leger in Bil'in op de Westoever
Concert Tsahal ism Collectieve Israël Actie op donderdag 17 februari 2011

In samenwerking met de Collectieve Israël Actie vindt op donderdag 17 februari 2011 een spectaculair concert plaats van Tsahal bij LJG Amsterdam. De Tsahalband, de 12-man sterke band van het Israelische leger, heeft een programma van bekende joodse nummers, moderne Israëlische song, musicalsongs en een sing-a-long. Een fantastisch programma voor jong en oud!

Datum en tijd: donderdag 17 februari 2011 om 19.30 uur (zaal open om 19.00 uur)
Plaats: LJG Amsterdam, Zuidelijke Wandelweg 41
Toegang*: € 15,- / kinderen en studenten €12,50 incl. één consumptie
Om kaarten te bestellen maakt u het verschuldigde bedrag over naar de LJG Amsterdam rek. nr: 468042172 o.v.v. ‘Tsahalconcert’, naam en aantal kaarten. De kaarten liggen dan klaar bij de kassa.

* De opbrengst van de avond gaat naar een Reform Kinderdagverbijf in Israël.

Optreden van het  Israelische leger in Gaza, in 2009.

dinsdag 14 december 2010

Antizionisten zijn antisemieten en Socrates was een kat

 Eigenlijk is dit stukje een soort verlengstuk van het vorige item op dit blog. Harry Polak, lid van het bestuur van de Liberaal Joodse Gemeente waar ik het hieronder over had en lid van de Commissie Dialoog (die belast is met gesprekken met moslims en christenen), schreef op de opiniepagina van de Volkskrant iets over antisemitisme en antizionisme:: 
 
Sinds het ontstaan van het politiek zionisme is er gaandeweg een nieuwe loot aan de stam van het antisemitisme bij gekomen: anti-zionisme. Wat antisemitisme is voor Joden en Jodendom, is anti-zionisme voor de staat Israël. Anti-zionisme is de volkenrechtelijke variant van het antisemitisme. Anti-zionisme is niet hetzelfde als kritiek op de staat Israël, zijn regering of zijn bewoners, dat is ieders goed recht; anti-zionisme gaat veel verder: het komt neer op het ontzeggen van het recht van het Joodse volk op een eigen staat.
Ieder volk heeft recht op een eigen land, dat recht geldt dus ook voor het Joodse volk. Net als voor Tibetanen en Koerden, of Palestijnen. Iemand die beweert dat Joden geen eigen land mogen hebben of dat Israël geen Joods land mag zijn, die verschilt niet principieel van iemand die zegt dat Joden niet Joods mogen zijn of dat Joden vernietigd moeten worden.
 Polaks opmerking is niet zo nieuw. We hebben dit natuurlijk wel vaker gehoord. Maar er zijn een paar opmerkingen over te maken.
1) Voor de oorlog was slechts 3% van de Joodse bevolking van Nederland lid van de Nederlandse Zionistenbond, de zionistische beweging. Maar niet alleen dat: het merendeel van de Nederlandse Joden was ook actief anti-zionistisch. Dat gold bijvoorbeeld voor het NIK (Nederlands Israelietisch Kerkgenootschap) en de LJG (Liberaal Joodse Gemeente). In het buitenland was het niet anders. Waren al die anti-zionistische Joden en Joodse organisaties dan ook antisemiet? Nee, natuurlijk niet. Zij beschouwden zich alleen als burgers 'met het joodse geloof' van de landen waar zij woonden en zagen niets in de stichting van een eigen, Joodse staat..
2) Na de oorlog veranderde, om voor de hand liggende redenen, de houding van een meerderheid van de  Joden ten opzichte  van het zionisme. De meesten waren toen vóór een zionisme dat leek (ik zeg met nadruk: leek) te zijn voor een compromis met de Arabische wereld en dat verklaarde de gelijkheid van alle burgers van de in 1948 geboren staat Israel na te streven. Een minderheid was echter, ook toen al, heel kritisch over de manier waarop het zionisme in de praktijk uitwerkte en werd soms anti-zionistisch genoemd  hoewel ze dat in de strikte zin van het woord niet waren (sommigen van hen noemden zich nog wel zionisten). Onder hen waren Hannah Ahrendt, Albert Einstein, Erich Fromm, Theodor Adorno en vele andere beroemde intellectuelen.
3) De trend van intellectuelen (en niet alleen zij) om kritisch te zijn over Israel en het zionisme zoals dat in de praktijk vorm krijgt, is gebleven. Eigenlijk is het verschijnsel flink toegenomen, sinds de voortrekkers van het huidige zionisme vooral uit de kolonistenbewegingen en hun sympathisanten lijken te bestaan. De critici - onder wie ikzelf - noemen zich, om zich van die kolonisten te onderscheiden en om niet vereenzelvigd te worden met de manier waarop Israelische regeringen in het verleden optraden - of ze nu Jood zijn of niet - nadrukkelijk niet zionistisch. En ja, ook wel vaak anti-zionistisch. 

Maar hier is het dus waar verwarring ontstaat. Of liever gezegd: waar door Israel-apologeten als Harry Polak (en erger, hij is nog één van de gematigsten) de verwarring wordt gezaaid. Want of ze nu alleen maar geen zionist zijn of zich anti-zionist noemen, zijn al die mensen tegen het bestaan van de staat Israel? Ontkennen zij het recht van Joden om Joods te zijn? En op het hebben van een eigen staat?
Ik moet zeggen: ik ken eigenlijk ongeveer niemand die Joden dat recht ontzegt, maar wel een heleboel mensen die buitengewoon boos, verdrietig en verontrust zijn over de manier waarop die staat gestalte heeft gekregen en nu - 63 jaar later - nog steeds een ander volk onderdrukt.

Maar op dat punt komen dus de Harry Polaks van deze wereld in het geweer met hun intussen ook al weer behoorlijk belegen strijdkreet 'antizionisme is antisemitisme'. Als ik die uitspraak hoor moet ik altijd denken aan het toneelstuk 'De Rinoceros' van Ionesco, waarin een van de hoofdfiguren, Bérenger, uitlegt wat een syllogisme is: 'Alle katten zijn sterfelijk. Socrates was sterfelijk, dus Socrates was een kat.' Ook de uitspraak 'antizionisme is antisemitisme' is zo'n syllogisme: Een antisemiet is iemand die iets tegen Joden heeft. Een antizionist is iemand die iets tegen Israel heeft. Israel is de staat van de Joden. Dus een antizionist is een antisemiet.
Simpel toch?

Toch nog één opmerking. Harry, hoe kan je in godsnaam een dialoog voeren met moslims, meestal Marokkanen, als je op het standpunt staat dat ze niet anti-zionistisch mogen zijn? Ongeveer niemand in de Marokkaanse gemeenschap die bij zijn gezonde verstand is, is toch pro-zionistisch? Of ben je in staat met ze te praten als ze maar uitdrukkelijk verklaren dat ze niet tegen de staat Israel zijn? Als dat zo is, denk dan nog eens goed na voor je weer zo'n dom en beledigend stukje schrijft. Want ik daag je uit de verschillen op te noemen tussen de Marokkanen waarmee je zegt een dialoog te willen en de mensen die jij nu antisemieten noemt.

zondag 8 augustus 2010

Eigenzinnige filmer Bromet portretteert LJG


Dit stuk schreef ik voor het kwartaalblad Kol Mokum van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam: Frans Bromet die een film maakte over de LJG naar aanleiding van de opening van een nieuwe synagoge in augustus 2010.

Veel LJG-leden moeten hem de afgelopen tijden aan het werk hebben gezien. Opnamen tijdens Jamiem toviem (Pesach), bij gewone diensten, een bar mitswa, de 'uitkomcursus', het verloop van de bouw van de nieuwe sjoel. Leden uit diverse geledingen hebben hem op bezoek gehad met zijn doodgewone, maar soms toch ook lastige vragen. 'Wat betekent God voor u?' Hoe kwam u als rabbijn in Amsterdam terecht?
Bromet met zijn camera.

Misschien dat niet iedereen het zal weten, maar er is al een tijdje een film in de maak over de LJG Amsterdam, die rond de opening van de nieuwe sjoel te zien zal zijn en ook op de Joodse Omroep zal worden vertoond. De maker is een kleine man met een camera die al heel lang de wereld vooral met behulp van dat ding aan zijn schouder bekijkt, rustig afwacht en met een soms wat lijzige stem vragen stelt. Dat is Frans Bromet. Zijn vragen lijken altijd heel gewoon – en misschien zijn ze dat ook. Maar ze hebben wel de verdienste dat ze in combinatie met de beelden die hij opneemt, dingen zichtbaar maken die je daarvoor niet zo duidelijk zag.
In een radio-interview werd hem in 2009 gevraagd hoe hij dat deed, hoe dat zo was ontstaan, de speciale Bromet-documentaire, bekend van allerlei televisie series als Buren, De Verbouwing, De Nalatenschap, Failliet of niet, Late Liefde, en nog veel meer. Hij was er lang geleden, tijdens en direct na de filmacademie, al mee begonnen, zei hij. Filmen met de camera aan zijn schouder en praten met mensen vóór de camera. (Bromet heeft de camera ongeveer altijd aan de schouder, hij gebruikt bijna nooit een statief. Iemand merkte eens op dat hij hem gebruikt als een soort extra lichaamsdeel). Toen hem vervolgens de vraag werd voorgelegd hoe dat zich zo ontwikkeld had, dat interviewen, of hij een speciale techniek ontwikkeld had: 'Ik ben gewoon begonnen. Ik heb ook er nooit een opleiding voor gedaan of zo. Maar ik merkte wel dat interviewen me wel goed af ging. Dat als ik mensen wat vroeg, ze me wel dingen wilden vertellen.'

1,2,3 groep
Bromet (geboren in 1944) is de laatste jaren vooral documentaire- en programmamaker voor de tv. Ik noemde al een aantal van de series en producties die hij gemaakt heeft (voor onder meer de VPRO en de NCRV en de reeks is ook veel langer dan ik opsomde), maar zo is hij niet begonnen. Aanvankelijk was hij cameraman in de wereld van de speelfilm. Zijn eerste speelfilm deed hij met Pim de la Parra en er volgden er nog zo'n 35 andere, waarvan Ciske de Rat en Op hoop van zegen waarschijnlijk de bekendste waren. In zijn biografieën wordt altijd vermeld dat hij begin jaren '60 aan de filmacademie studeerde tegelijk met mannen als René Daalder, Jan de Bont, Kees Meijering en Rem Koolhaas, de latere architect. Ze vormden er de 1,2,3, groep die zich afzette tegen de heersende cultus waarbij de film vooral het werk van één man, de regisseur zou zijn. Volgens hen werd een film gemaakt door een collectief, en zouden regie, camerawerk, geluid, montage en acteren qua belang niet voor elkaar onderdoen. Om de daad bij het woord te voegen maakten ze ook samen een film, waarin ze om beurten de verschillende rollen vervulden. Bromet huldigt dit 1,2,3 standpunt overigens nog steeds. Het was dan ook niet voor niets dat hij in 1982 de wereld van de speelfilm vaarwel zei, omdat daar, zoals hij zei, alles toch nog steeds draait om grote namen en de rest van de crew het moet doen met een matige betaling, veel overuren en als het product klaar is een plek in de schaduw.
Tijdens de jaren als cameraman maakte hij echter ook altijd al documentaires of deed hij tv-werk. Zo heeft hij jaren voor de Amsterdamse zender AT5 met Rik Zaal het programma Zaal over de vloer gemaakt, waarvan de formule was dat ze naar iemands huis gingen, waar Rik Zaal de betreffende persoon interviewde terwijl Bromet onbevangen door het het huis liep met zijn camera en filmde wat hem opviel. Ook maakte hij toen al eigen documentaires, zoals De Noord 20-29 (1972) over zijn buren in Ilpendam, waar hij na zijn Amsterdamse jaren naar toe verhuisde, of Drielandenpunt (1974) over zijn familie. Dat laatste was een van de weinige keren dat hij de confrontatie aanging met zijn deels Joodse afkomst. De naam van de film slaat op het moment dat verschillend familieleden in Limburg de grens met Duitsland oversteken, terwijl zijn Amsterdamse Joodse vader, die had gezworen na de oorlog nooit meer een voet in Duitsland te zullen zetten, aan de Nederlandse kant achterblijft.


Video
In 1972 startte Bromet een eigen bedrijf. Enkele jaren later ging hij van het gebruik van film over op video, een toen nog omstreden stap omdat de kwaliteit minder zou zijn dan die van film. Bromet verdedigde zijn besluit door te zeggen dat video uiterst geschikt was voor het kleinere tv-scherm formaat, veel goedkoper was en veel makkelijker om mee te werken. Je hoefde niet meer dagen te wachten tot de film ontwikkeld was, maar zag meteen het resultaat. Bovendien kon hij, waar hij vroeger afhankelijk was van montagebedrijven als het facilitaire bedrijf van de NOS, nu zelf de editing doen. Er valt misschien aan toe te voegen dat het ook goed aansloot bij Bromets 'informele' manier van werken: geen zorgvuldig opgebouwde en uitgelichte opstellingen, geen statische camera, maar beweeglijk, schijnbaar uit de losse pols en daardoor met zoveel mogelijk oog voor de omgeving en soepel inspelend op onverwachte dingen.
Veel succes had Bromet met de serie Buren (jaren '90, VPRO) waarin hij beurtelings aan de ene en en aan de andere kant van de schutting verhalen vastlegde van burenruzies die allebei zo plausibel klonken dat het ondoenlijk leek een schuldige aan te wijzen. Door het succes kon Bromet zijn bedrijf uitbreiden en er volgden vergelijkbare series (intussen meestal voor de NCRV) als De Verbouwing (de ellende die daarbij komt kijken), De Nalatenschap (hoe erfgenamen het met elkaar aan de stok krijgen als de nalatenschap verdeeld moet worden), de Scheiding (het gemodder met omgangsregelingen met kinderen) en recenter Late liefde (paren die elkaar vinden als ze al op leeftijd zijn). Niet allemaal vrolijke onderwerpen, wel een soort reality-tv waarin Bromet niet alleen een voortrekker bleek, maar ook een uniek eigen geluid liet horen doordat hij bescheiden blijft, mensen in hun waarde laat en zelfs de schijn van sensatiezucht weet te vermijden. Ooit, in 1980, maakte Bromet ook een eigen speelfilm, een tip van de sluier, die overigens weinig aandacht kreeg. En op dit moment heeft hij een tweede onder handen die waarschijnlijk volgend jaar af zal komen en die zich afspeelt tegen de achtergrond van het Hilversumse circuit, waar volgens hem steeds minder de programmamakers het voor het zeggen hebben, maar in plaats daarvan de managers met hun oog voor kijkcijfers – wat ten koste gaat van kwaliteit.
Filmen tijdens de bouw. De man die wordt geïnterviewd (midden) is Ron van der Wieken, de voorzitter van de LJG.
IDFA
Vanaf 1996 werd Bromets bedrijf een familiebedrijf onder de naam Bromet & dochters en in 2009 kreeg hij eindelijk een lang uitgebleven eerbetoon, doordat het Documentaire festival IDFA een retrospectief aan hem wijdde. Een verlate erkenning voor het feit dat ook video – zeker met de langzamerhand steeds betere videocamera's – mooie producten kan opleveren ( het IDFA wilde de eerste jaren alleen producten gemaakt op film), maar ook zeker voor Bromets unieke manier van werken. Daar werd ook Bromets uitstapje naar de politiek vertoond: een film waarin Bromet als een horzel de lijsttrekkers volgt tijdens de campagne van 2002. De film was gemaakt voor de VPR, maar nooit uitgezonden wegens de moord op Fortuyn. Recentelijk maakte Bromet overigens ook zo'n voet-tussende-deur achtige reportage over de verkiezingsoverwinning van de PVV in Almere bij de gemeenteraadsverkiezingen, die wél werd uitgezonden.
En deze eigenzinnige filmer, die ver van de subsidiegevers en officiële kanalen zijn eigen weg gaat,
is dus gevraagd een documentaire te maken van zo'n 40 minuten over onze eigen LJG. Een beetje nog ter gelegenheid van 75 jaar Verbond, een beetje ter gelegenheid van het nieuwe gebouw. In feite doet het er iet zo toe ter gelegenheid waarvan, want het zal zeker ook een eigenzinnige kijk geven op liberaal jodendom. 'Het gaf mij de gelegenheid kennis te maken met een wereld waar ik eigenlijk niets van wist,' zet Bromet. 'Want mijn vader was dan wel Joods maar godsdienst speelde bij ons thuis geen enkele rol.' Om er meteen op te laten volgen dat het hem verbaasd heeft hoe weinig mensen bij de LJG echt volmondig zeggen in God te geloven. 'Kennelijk gaat het om andere dingen.'
In de film zitten onder meer interviews met Frieda Menco, de rabbijnen Lilienthal en Ten Brink, Leo Schloss, het echtpaar Ted en Meyer van der Sluis, Ron van der Wieken en Awraham Soetendorp (vooral over de rol van zijn vader). Er zitten opnamen in van de vordering van de bouw van de nieuwe sjoel, fragmenten van een door naderen opgenomen oudere film ronde de 'oude' sjoel aan de Jacob Soetendorpstraat, shots van diensten en dergelijke, een straks nog op te nemen reportage van de opening van de nieuwe sjoel en vast en zeker de nodige terloopse Bromettiaanse waarnemingen en gesprekken. De research en het geluid waren in handen van Bromets medewerker Olivia Buning. Veel valt er nog niet te zeggen over de film. Het wordt een portret. We zullen het zien.

dinsdag 13 juli 2010

Voor feministen is er in Israël nog veel te doen

Soms aarzel ik of ik een onderwerp zal oppakken. In dit geval de arrestatie van Anat Hoffman, voorzitter van de 'Vrouwen van de Muur''  (waarmee in dit geval de Klaagmuur wordt bedoeld) en één van de belangrijke mensen van het Reform jodendom in Israël. Zij werd woensdag gearresteerd tijdens een dienst van Vrouwen van de Muur, toen zij met een Sefer Torah van de Muur naar een nabijgelegen plek liep om daar de parasha (het voorgeschreven gedeelte) van die dag te lezen.
Ik aarzelde omdat godsdienst niet echt een onderwerp is waar ik me op dit blog graag mee bezighoud. Maar het feit dat Richard Silverstein op zijn blog deze foto toonde van politiemannen die de sefer uit Hoffmans handen proberen te trekken, gaf de doorslag. Wat hier aan de hand is, is een misstand van een heel andere soort dan waar ik meestal over schrijf: de krankzinnige situatie dat het orthodoxe jodendom het religieuze leven in Israël in zijn greep houdt. Binnen de orthodoxie is er geen plaats voor vrouwen in de liturgie. Derhalve mogen vrouwen geen tallith (gebedsmantel) of keppeltje dragen, en belangrijker: geen mitswot (religieuze ereplichten) vervullen zoals bijvoorbeeld het lezen uit de Sefer Torah, de rol met de vijf bijbelboeken van Mozes.
Als gevolg van de orthodoxe hegemonie is er ook een verbod voor vrouwen om uit de Torah te lezen bij de Muur (of er met een tallith te lopen). De Vrouwen van de Muur hebben geprobeerd hier doorheen te breken (onlangs was er al een eerdere arrestatie), maar een uitspraak van het Israëlische hooggerechtshof heeft de kool en geit gespaard en verordonneerd dat vrouwen de Sefer Torah niet bij de Muur mogen lezen, maar wel in een vertrek vlak daarnaast. Anat Hoffman werd opgepakt toen zij met de Sefer van de Muur naar dit vertrek te lopen, waarbij zij zich hield aan de voorschriften. Maar door de politie werd het lopen met de Torah ook als verboden opgevat.
Het is al met al een treurig voorbeeld van de schandelijke achterlijkheid van het orthodoxe jodendom als het om de positie van vrouwen gaat. Binnen de Reform (waar ik ook toe behoor) is de gelijkstelling van vrouwen - gelukkig - in alle opzichten een feit, ook al moet ik bekennen dat er in de Amsterdams LJG-sjoel nog niet zo lang geleden een ware rel uitbrak over een Amerikaanse vrouw die een keppeltje droeg.-  Belachelijk.
Zoals het belachelijk is wat hier bij de Muur gebeurde. 'A shand', zoals Silverstein het terecht in het jiddish noemt. Gelukkig lees ik in de Jewish Forward dat Hoffman niet alleen steun krijgt van de Reform, maar dat ook de Masorti (het Conservatieve jodendom, een belangrijke groep in de VS die een positie tussen reform en orthodoxie inneemt) de actie van de politie ook veroordeeld heeft.     

maandag 19 april 2010

Open brief aan LJG-Amsterdam en het Verbond inzake het CIDI, aflevering II

.Op 14 april schreef ik een Open Brief (hier) aan het bestuur van de Liberaal Joodse Gemeente (LJG)-Amsterdam en het overkoepelende bestuur van het Verbond voor Progressief Jodendom over het het feit dat W. Kortenoeven, die 'researcher en redacteur', is bij het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI) een plaats heeft geaccepteerd op de kieslijst van de PVV van Geert Wilders.
Ik stelde dat dit de geloofwaardigheid van zowel Kortenoeven als het CIDI ondermijnt. Het CIDI pleit immers voor een twee-statenoplossing in Israël/Palestina en wil een dialoog bevorderen tussen Joden en moslims, terwijl Kortenoeven zich met zijn keuze voor de PVV achter de standpunten van PVV-leider Wilders heeft geschaard die 1) een twee-statenoplossing niet nodig vindt ('Er is al een Palestijnse staat en die heet Jordanië').en 2) vindt dat de islam geen religie is maar een ideologie, gebaseerd op een boek - de Koran -dat verboden moet worden omdat het is te vergelijken is met Hitlers meesterwerk Mein Kampf.

Ik vroeg de LJG-Amsterdam en het Verbond om hiertegen stappen te ondernemen en hun invloed te gebruiken bij het CIDI  dat zij steunen.
 Gisteren, 18 april al, kreeg ik van beide antwoord. De LJG schreef:
 
Geachte heer Hijmans, beste MaartenJan
In reactie op uw mail dd 14 april j.l. kan ik u het volgende mededelen:
 Overwegende dat
 - de LJG Amsterdam geen financiele subsidie verleent aan het CIDI,
 - de PVV vooralsnog een plaats inneemt in ons democratische bestel, en het dus iedere Nederlandse burger  vrij staat zich daarbij aan te sluiten

hebben wij het besluit genomen ons tav het CIDI voorlopig te onthouden van enige maatregel of  commentaar.namens het bestuur LJG-A
Ron van der Wieken

En het Verbond mailde:

Geachte heer Hijmans

Het Verbond heeft met belangstelling kennis genomen van uw standpunten.
Tot vooralsnog is onze mening dat

1.Het  CIDI is een onafhankelijke organisatie die haar eigen keuzen maakt mbt. de voorwaarden waaronder mensen werkzaam zijn  wij verwachten dat het CIDI erop zal toezien dat de heer  Kortenhoeven géén voor het CIDI onaanvaardbare PVV ideeën uitdraagt tijdens en via zijn CIDI activiteiten
2. De doelstellingen die CIDI nastreeft worden door ons volledig onderschreven  ons is niet gebleken dat bij het CIDI sprake is van sympathie voor de PVV
3.In het bestuur van CIDI wordt het Verbond vertegenwoordigd  en wij zien geen reden om daarin verandering aan te brengen
4. wij achten het niet opportuun om het beleid van  CIDI in deze ter discussie te stellen, gegeven de autonomie en bevoegdheid van het CIDI om haar eigen beleid vast te stellen. die wij grotendeels onderschrijven.
Met vriendelijke groet,

Lonie Querido-Reichmann
secretaris


Ik heb beide besturen vandaag als volgt geantwoord:

Geachte besturen,
Dank voor uw beider reacties (waarvan hieronder kopieën meegestuurd) op mijn Open Brief van 14 april, betreffende het feit dat de heer W. Kortenoeven, werkzaam bij het CIDI als researcher en redacteur,  een plaats op de lijst van de heer Wilders voor de Tweede Kamerverkiezingen heeft aanvaard.
Ik ben u erkentelijk voor de snelheid waarmee u hebt gereageerd, maar ben aanzienlijk minder enthousiast over de inhoud van uw schrijven.
Het bestuur van de LJG-Amsterdam maakt zich er wel erg makkelijk vanaf. Het verklaart 1) dat LJG-Amsterdam geen financiële steun aan het CIDI geeft en 2) dat de PVV een in het Nederlandse bestel aanvaarde plaats inneemt zodat iedere burger zich erbij kan aansluiten.
Aangaande deze argumenten merk ik op:
1) de steun voor het CIDI wordt gegeven door het bestuur van het Verbond. Dit wordt echter 'getrapt' gekozen (i.e aangewezen door de besturen van de plaatselijke LJG-Gemeenten) Het legt nooit  verantwoording af aan 'gewone'  LJG-leden. Het bestuur van LJG-Amsterdam is derhalve voor mij als lid van deze gemeente het enige en daardoor ook het aangewezen adres om de zaak aan te kaarten.
2) Mijn bezwaar tegen de keuze van de heer Kortenoeven betrof - zoals u nog eens in mijn brief van 14 april kunt nalezen - niet het feit an sich dat hij voor de PVV heeft gekozen (inderdaad geen verboden partij), maar het feit dat de PVV standpunten vertegenwoordigt die lijnrecht staan tegenover die van het CIDI, waarvoor de heer Kortenoeven als  woordvoerder optreedt. .U gaat op dit argument in het geheel niet in.

Wat de brief van het Verbondsbestuur betreft: U neemt tenminste de moeite - met name in de punten 1 en 2 - wel op mijn argumenten in te gaan. Ik meen echter dat het onrealistisch is te veronderstellen dat het CIDI erop zou kunnen toezien dat de heer Kortenoeven in de praktijk geen voor het CIDI onaanvaardbare PVV-standpunten naar buiten zal brengen. Dat is zowel praktisch onmogelijk (het CIDI kan toch niet steeds een toezichthouder meesturen op spreekbeurten van de heer Kortenoeven) als volstrekt ongeloofwaardig. Net zomin als men van een wegenbouwer kan verwachten dat hij voorzitter van Natuurmonumenten wordt -  of van een kippenslachter dat hij de Dierenbescherming gaat vertegenwoordigen  - kan men van de heer Kortenoeven verwachten dat hij bij het CIDI een andere Kortenoeven is dan bij de PVV. Hij zou noch bij de PVV, noch door de gesprekspartners van het CIDI serieus genomen kunnen worden.
 

Het zal u duidelijk zijn dat ik daarom meen dat uw beider antwoorden voorbijgaan aan de essentie: namelijk dat het CIDI een gezichtsbepalende medewerker in dienst heeft die standpunten verkondigd die diametraal staan tegenover datgene waar het CIDI voor staat. Ik wil daarom op u beide, het bestuur van LJG-Amsterdam zowel als het Verbondsbestuur, een dringend beroep doen uw besluit te heroverwegen en alsnog de zaak bij het CIDI aan te kaarten. En ik vraag dit mede omdat me in de afgelopen dagen duidelijk is geworden dat ik in Joods Nederland - gelukkig - zeker niet de enige ben met mijn bezwaren.

In afwachting van uw antwoord etc....

woensdag 14 april 2010

Open brief aan LJG-Amsterdam en het Verbond inzake het CIDI

Open brief aan het bestuur van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, en 
het bestuur van het Verbond voor Progressief Jodendom,
te Amsterdam

Amsterdam, 14 april 2010

Geachte besturen,
Ik richt me tot u in uw hoedanigheid als bestuur van één van de organisaties van de Joodse gemeenschap die indertijd het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) hebben opgericht en die nu nog steeds dit CIDI mede  steunen. 
Ik neem aan dat u het recente nieuws hebt gevolgd en er kennis van hebt genomen dat een medewerker van het CIDI een plaats heeft gekregen op de kieslijst van de de heer G. Wilders  (de Partij van de Vrijheid - PVV). voor de komende Tweede Kamerverkiezingen. Het gaat om de heer Wim Kortenoeven, hij bezet nummer 24 op deze lijst. Door die plek op de kieslijst van de PVV te ambiëren schaart de heer Kortenoeven zich achter onder meer de volgende PVV-standpunten:

- de islam is geen religie maar een ideologie,
- de Koran is te vergelijken met Mein Kampf en moet verboden worden,
- moskeeën dienen te worden gesloten (PVV-vertegenwoordiger Fritsma in Den Haag)
- het dragen van hoofddoekjes door moslim-vrouwen moet worden verboden.

Deze en andere standpunten van de PVV zijn sterk discriminerend ten opzichte van de islam. Als zodanig zijn ze strijdig met het streven van het CIDI naar een dialoog met vertegenwoordiger van andere geloven dan het jodendom. Ze zijn bovendien, maar dat is wellicht vooral mijn persoonlijke mening, in strijd met basisprincipes van het jodendom aangaande verdraagzaamheid jegens anderen en dus een instituut dat Joods Nederland zegt te vertegenwoordigen, onwaardig.

Dat is echter nog niet alles. De PVV van Wilders staat op het standpunt dat ´de Palestijnse staat al bestaat en Jordanië heet´. Ook is de PVV van Wilders van mening dat het Palestijns-Israëlische probleem onoplosbaar is, omdat Israël in feite een voorhoedegevecht levert in de oorlog van het Westen met de islam. (U kunt deze uitspraken vinden op het blog van de heer Wilders of anders citaten ervan op mijn weblog www.abu-pessoptimist.blogspot.com). En tenslotte:  uit publicaties in onder meer Vrij Nederland en - alweer - mijn weblog waar u ook verder verwijzingen kunt aantreffen, blijkt dat Wilders en de PVV vooral politieke vriendschappen onderhouden met de uiterste rechterzijde van het Israëlische spectrum, zoals Avigdor Lieberman van de racistische Israel Beiteinu-partij of  Aryeh Eldad van de niet minder racistische Nationale Unie (alletwee deze partijen willen de Arabieren uit het hele gebied van Eretz Jisraeel verwijderen, steunen de nederzettingenpolitiek van harte, en ontkennen ten enen male de rechten van de Palestijnen op een eigen staat).

Het zal u niet onbekend zijn dat ook deze standpunten  niet overeenkomen met de door het CIDI beleden twee-statenoplossing. 

Ik meen dat het bovenstaande meer dan voldoende duidelijk maakt dat de keuze voor de PVV van de heer Kortenoeven, die bij het CIDI onder meer beschouwingen schrijft en lezingen verzorgt, zijn positie - en derhalve ook de positie van het CIDI - ongeloofwaardig maakt. Helaas is dat niet de reactie van CIDI-directeur Ronnie Naftaniel, die op 13 apriil tegenover het Reformatorisch Dagblad (herstel: het was het Nederlands Dagblad) verklaarde de keuze van de heer Kortenoeven geen bezwaar te vinden.

Ik richt me derhalve, als LJG-lid, tot u. Ik meen al langer dat de positie van het CIDI en de automatische (financiële) steun van de LJG en de rest van de Nederlandse Joodse gemeenschap een onderwerp van discussie zouden moeten zijn, omdat het CIDI steeds vaker standpunten verkondigt die in strijd zijn met de waarheid, of nog erger:  ingaan tegen de internationaal erkende juriidische normen. (Voorbeelden: de CIDI standpunten aangaande Jeruzalem en de bouw van het zogenoemde Afscheidingshek). Binnen de LJG - en mogelijk ook binnen andere Joodse organisaties - is de automatische steun voor het CIDI tot nu toe nooit aan de orde gesteld. Ik meen echter dat het daarvoor de hoogste tijd is, zeker nu een gezichtstsbepalende medewerker van het CIDI een keuze maakt voor een verwerpelijk gezelschap als de PVV, en zo de indruk wordt gewekt alsof  de joodse gemeenschap als zodanig achter de heer Wilders zou kunnen staan.
M.i. komen drie mogelijkheden in aanmerking:

1) u besluit een dringend verzoek aan de CIDI-directeur Naftaniel te richten om de heer Kortenoeven op non-actief te zetten,
2) u besluit de (financiële) steun van de LJG-het Verbond aan het CIDI in te trekken, of
3) u geeft een verklaring uit waarin u afstand neemt van de reactie van het CIDI op de keuze van de heer Kortenoeven en besluit om het onderwerp te laten behandelen op de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering.

Ik hoor gaarne binnenkort van u welke van de drie keuzes u maakt,
Met vriendelijke groet, enz.

vrijdag 6 november 2009

Nu moet ik me zelf gaan schamen!

Vrijwel nooit kijk ik op de website van de Liberaal Joodse Gemeente, of, zoals ze zich tegenwoordig noemen, het Verbond voor Progressief Jodendom (een onwaarschijnlijk onzinnige naam - ongeveer net zo belachelijk als de benaming ´modern orthodox´ waar sommigen -weliswaar van een ander clubje - zich mee tooien). Ik ben lid van dat Verbond en heb desondanks niets kunnen doen om die naam tegen te houden. En zo weet ik evenmin wat ik zou moeten doen om het beheer van de website te beinvloeden. In januari ben ik al een keer in woede ontstoken over een verklaring daarop van het Verbond waarin de Israelische aanval op Gaza werd goedgekeurd en al direct werd verklaard dat Israel met ´precisiebombardementen´ al het nodig deed om burgerslachtoffers te voorkomen . We weten wat daar van waar was.
Een briefwisseling met het bestuur van de Amsterdamse LJG bleef vruchteloos (ook na een nieuwe poging na het uitkomen van het Goldstone-rapport). De LJG/Het Verbond meent dat alle humanitaire organisaties die zich met Gaza hebben beziggehouden (en ook Goldstone) ernaast zitten. Ook mijn argument dat een religieuze organisatie geen politiek behoort te bedrijven werd weggewuifd. Steun voor het beleid van Israel zou geen politiek zijn, omdat - schrik niet - het inherent aan het jodendom zou zijn Israel te steunen als het wordt bedreigd.
Ik heb dus maar niet meer zo vaak meer gekeken op de website. Daardoor valt me nu pas op dat daar al ruim een maand geleden plaats is ingeruimd voor een stukje van Ratna Pelle. Nu weet waarschijnlijk niet iedereen wie dat is. Ze maakt het ook niet makkelijker want de foto hierboven van dat silhouet op het strand is kennelijk de enige gedaante waarin zij zich vertoont (op haar Facebook-site nota bene). Maar deze Ratna Pelle dus, is een geweldig actieve filosemiet en Israel-fan, die via een aantal blogs en websites onvermoeibaar blijk geeft van haar blinde geloof in het gelijk van alle regeringen in Jeruzalem die daar tot nu toe hebben gezeten. Je kan het ook anders samenvatten: Israel is goed en de Arabieren zijn slecht. Ook zij vond dat Israel werkelijk meer heeft gedaan dan welk ander leger ter wereld ooit om burgerslachtoffers in Gaza te voorkomen. Dat vindt ze nog steeds, want ze is erg goed in het overschrijven van officiele Israelische communiqués.

Maar daar ging haar stukje niet over. Nee, haar stukje op de website van de LJG ging over Dries van Agt en diens boek ´Een schreeuw om recht´. Maar eigenlijk ging haar stukje daar ook niet echt over, want een boekbespreking was het niet. Het was meer een stukje over Van Agt, waarin werd  uitgelegd dat hij eigenlijk al nooit heeft gedeugd. Om te beginnen geeft ze een doorklikmogelijkheid, en wie daarvan gebruik maakt komt op een ouder stuk, waarin zij Van Agt - nauwelijks verholen - voor antisemiet uitmaakt, onder meer op grond van zijn streng katholieke opvoeding. En vervolgens komt er dan een vloed van uitspraken waarom zijn boek niet deugt, die overigens zelden of nooit ingaan op de inhoudelijke kant ervan.
 Zo zou van Agt zich baseren op een ´beroepsleugenaar als Ilan Pappé´ (let wel: Pappé is een historicus van naam). Op van Agts website staan stukken van zo´n verderfelijke instelling als ...de Electronic Intifada. Hij zou koketteren met een eenstaats-oplossing (in feite schrijft Van Agt dat hij een twee-statenoplossing verre prefereert, maar vreest dat Israel die onmogelijk heeft gemaakt). Hij noemt Israel een apartheidsstaat, en dat terwijl je volgens Pelle maar door Israel hoeft rond te lopen om te zien hoe er vaak prima samenwerking is tussen  de twee bevolkingsgroepen. (Die is er soms ook, goddank, maar het is natuurlijk maar wat je wel en niet wilt zien). Verder zou Van Agt mensen die oog hebben voor het leed en de fouten aan  beide kanten fel aanvallen volgens Pelle (wat gewoon klinkklare onzin is) en baseert hij zijn boek vooral op uitspraken van Desmond Tutu, Jimmy Carter, Richard Falk en andere ´uitgesproken critici van Israel´. Ik zou denken: er zijn slechtere mensen te vinden om te citeren, maar ik denk dat je je van Pelle alleen mag baseren op mensen als Netanyahu en hun megafoons, zoals bijvoorbeeld het CIDI,  of zijzelf. En zo zou ik nog een hele tijd kunnen doorgaan, want alles wat Pelle schrijft is in deze trant.

Ik heb, op deze blog, al eerder over het boek van Van Agt geschreven. Ik zei dat ik het geen meesterwerk vond, teveel een schreeuw om recht, misschien soms teveel rechttoe rechtaan. Kritiek erop is best mogelijk, maar zó moet het niet en zo mag het ook niet. Pelle noemt geen argumenten maar schudt alleen een zak leeg die van tevoren al gevuld was met verdachtmakingen en ongepaste beledigingen. Natuurlijk is haar stukje misplaatst. Al helemaal op een website van de LJG.  En natuurlijk is haar aanval politiek gemotiveerd, al zal het LJG-bestuur mogelijk weer tegenwerpen dat het volgens het joodse geloof geoorloofd is, omdat Israel door kritiek als die door  Van Agt in zijn boek wordt geuit, wordt bedreigd.
Ik schaam me hiervoor, ik schaam me dat ik lid ben van een dergelijk Verbond. Ik denk al een tijdje dat mijn lidmaatschap van zo´n 35 jaar zijn langste tijd wel heeft gehad. Nu is alleen nog de vraag: is het zinvol dit op een ledenvergadering aan de orde stellen, of moet ik maar gewoon meteen opstappen. Ik vrees dat het het laatste wordt.

donderdag 9 juli 2009

Interview Mohamed Rabbae: De conscience juive is uiteindelijk sterker dan F-16's of raketten

Bij het slaan van de eerste paal voor het nieuwe gebouw van de LJG was hij – opvallend genoeg – de enige Marokkaanse belangstellende. Enkele weken later was hij – zij aan zij met onder meer SP-Kamerlid Harry van Bommel - spreker op het Museumplein tijdens een demonstratie tegen het Israëlische optreden in Gaza. Eerder, in november, was hij één van de drie sprekers op de Kristallnachtherdenking van 'Nederland Bekent Kleur'. Mohamed Rabbae, oud-Kamerlid van Groen Links, blijft een voorvechter van multiculturele verdraagzaamheid, voorstander van dialoog en vredesactivist.


Maarten Jan Hijmans

We ontmoeten elkaar in januari 2009, tijdens het heetst van de strijd in Gaza. Rabbae heeft dan al zijn redevoering gehouden op het Museumplein, waarin hij – ooit vluchteling voor het regime van Hassan II - onder meer de Arabische regeringen van lafheid beschuldigde omdat zij de Palestijnen in Gaza aan hun lot overlieten, terwijl ze ten prooi waren aan meedogenloze bombardementen. Gelooft hij nog wel in de dialoog met Joden nu daar zoveel slachtoffers vallen? Jawel, 'juist nu is het nodig in gesprek te blijven,' zegt Rabbae. Om vervolgens uit te wijden over zijn band met Joden. In Mohammadia, het plaatsje bij Casablanca, waar hij vandaan komt, waren het zijn buren.
'Ieder had er wel zijn eigen rituelen, maar we deden veel samen, ging vaak bij elkaar op bezoek. Er kwam een kink in die harmonie toen plotseling veel Joden vertrokken zonder dat we wisten waarom. Later begrepen we dat ze naar Frankrijk waren gegaan en vandaar vaak naar Israël of Canada. Het gebeurde in 1953 of '54, van de ene dag op de andere – opeens hadden we geen buren meer. Ik denk nog steeds dat het een groot gemis was. Velen speelden een belangrijke rol in de strijd om onafhankelijkheid tegen de Fransen of voor democratisering tegen de latere koning. Zo kwam ik hier veel later in Nederland weer Abraham Serfaty tegen, die onder Hassan II 18 jaar in de gevangenis had gezeten. In '92 of '93 hebben ik en andere bestuursleden van de culturele stichting Al Farabi ook eens een debat georganiseerd in De Balie over de geschiedenis van de Joden in Marokko. In een Arabische krant werd ik toen uitgemaakt voor een agent van de zionisten.'
'Voor mezelf maak ik een groot onderscheid tussen mijn verbondenheid en solidariteit met Joden - ook voor wat betreft alle ellende van de Tweede Wereldoorlog – en de politiek van de staat Israël.
Sommige mensen kunnen dat onderscheid niet maken, maar ik kan dat wel. Stel dat – onverhoopt – het bestaan van Israël op het spel zou komen te staan, dan zou ik één van de degenen zijn die zouden strijden voor het voortbestaan ervan - op dezelfde wijze als we nu strijden voor het recht van de Palestijnen op een eigen staat.'


Kritisch
'Ik heb altijd een grote bewondering gehad voor wat in het Frans zo mooi heet 'la conscience Juive' – het Joodse geweten en de Joodse moraliteit. Het optreden van de staat Israël brengt dat omlaag. Ik ben daarom ook zo blij dat er in de Joodse gemeenschap mensen zijn die kritisch zijn over Israël en kritiek op hun eigen lotgenoten niet uit de weg gaan bij hun pogingen de conscience Juive overeind te houden. Ik denk ook dat we daar onze hoop op moeten richten. We zijn wel zo'n beetje uitgekeken op het idee dat de Europese of de Amerikaanse politiek iets kan betekenen. Ik denk dat we onze hoop moeten vestigen op die Joden die kritisch zijn en akkoord kunnen gaan met een Palestijnse staat. Als er ooit iets moois opbloeit dan zal dat zijn door beschaafde mensen van de twee kanten die bereid zijn in de ander zichzelf te herkennen. Ik denk ook dat de vernietigende kracht van Israëls wapens op den duur geen garantie bieden. Ik durf de stelling aan dat de conscience Juive op den duur een veel sterker wapen zal blijken te zijn dan F-16's, raketten en wat voor wapens dan ook.'

'De Joods-Marokkaanse Dialoog, het Joods-Marokkaanse Netwerk, dat ligt op dit moment natuurlijk moeilijk. Harry Polak (bestuurslid van het Netwerk) heeft me een tijdje geleden gevraagd toe te treden tot het bestuur en toen heb ik hem gevraagd: “Hebben jullie ooit gepraat over een oplossing – hebben jullie geprobeerd een gemeenschappelijk politiek standpunt te formuleren?” Het antwoord was: nee. Maar dan vliegt de dialoog iedere keer als er wat aan de hand is alle kanten op. Ik heb toen voorgesteld eerst zo'n discussie te houden om naar een soort politiek cement te zoeken dat ons bijeen houdt, bijvoorbeeld een twee-statenoplossing. Dan zijn we met elkaar verbonden iedere keer als Israël of Hamas of welke Palestijnse organisatie dan ook zich daartegen keert, dan kunnen we niet tegen elkaar worden uitgespeeld. Laat je het open, dan gebeurt er wat er nu gebeurt: dan moet je bemiddelen, dan is het moeilijk met elkaar te blijven praten. Dan heb je geen goede basis en moet je het weer helemaal opnieuw gaan opbouwen.'

Mond open
Marokkanen toen en nu, je was er vrijwel van het begin af bij. Er is veel veranderd in de tussentijd. Hoe is het om daarop terug te kijken?
'De Marokkanen werden oorspronkelijk, net als de Italianen en de Spanjaarden, aangetrokken met het idee dat er tijdelijk gastarbeiders nodig waren om de tekorten op de arbeidsmarkt aan te vullen en dat ze na een paar jaar weer terug zouden gaan. Heb je ooit een wervingsfilmpje uit die tijd gezien? Jaap van Meekren van de AVRO heeft er een keer een documentatire over gemaakt. Mannen moesten - net als paarden – hun mond open doen om naar hun gebit te laten kijken om hun leeftijd te laten schatten en werden in armen en benen geknepen. Er werd bewust geworven in het Rif-gebergte en op het platteland, en gemikt op mensen met een lage opleiding, ze gingen immers toch weer terug. Maar dat gebeurde dus niet. In de jaren zeventig heb ik als directeur van een stichting in Breda de politieke partijen een keer voorgesteld om die gastarbeiders – net als politieke vluchtelingen die zich hier hadden gevestigd – recht te geven op 400 uur les in de Nederlandse taal. Alle partijen waren tegen, behalve klein links, zoals de CPN en de PPR en Nora Salomons van de PvdA. De groten zeiden: dat heeft geen zin, die gaan toch terug. En toen was daar een jaar of wat terug ineens – tot mijn grote verbazing – dat mens Verdonk met haar eis dat er thuis en op straat Nederlands zou moeten worden gesproken.'

Verrechtst
'In de jaren tachtig groeide er wel enige solidariteit, onder meer van de kerken. Maar na 2001 – de aanslagen in New York – kwam de kentering. Eerst werd de aanval geopend op de Turken en Marokkanen, toen op de moslims in het algemeen. Er zijn luidruchtige jongeren – verkeerde jongeren, natuurlijk ik geef het toe – maar na 2001 verslechterde het klimaat en en na de moord op Van Gogh in 2004 zijn de poppen helemaal aan het dansen. Sindsdien hebben we te maken met een verrechtste samenleving met Verdonk en Wilders. En met Fortuyn als 'Nederlander van de eeuw'. Sindsdien is ook een radicaliseringsproces aan de gang onder de Marokkaanse en ook de Turkse jeugd. Alleen wordt dat niet vertaald in excessen, maar gaan er een heleboel – vaak de meer succesvolle – terug. Volgens mij is dat verlies voor de Nederlandse economie en cultuur.'
'Marokkanen worden in de beeldvorming voorgesteld als de meest gesegregeerde en niet-geïntegreerde groep in Nederland. Maar als je kijkt naar het grote aantal mensen dat succes heeft krijg je toch een ander beeld. Schrijvers als Abdel Kader Benali, Hafid Bouazza, Khalid Boudou en Naima El- Bezzaz; een cabaretier als Najib Amhali of de makers van Chouf Chouf Habibi, de voetballerij met mensen als Boulahrouz, de mode met Aziz, of de vele kamerleden als Aboutaleb, Marcouch en Fatima Elatik. Het kenmerkende van Marokkanen is dat ze zo naar buiten treden. Ofwel succesvol, ofwel negatief in de zin van contact met politie en gevangenis. Ze hebben alles wat de Nederlandse samenleving ook heeft. Over 10, 15 jaar, zo is mijn stelling, zal Nederland er enorm van genieten.'
Waarom dan een dialoog als de integratie toch vanzelf gaat? Jullie hebben ons als voorbeeld niet nodig.
'Er zijn een heleboel redenen. Er zijn raakpunten in de taal en de Koran die hier en daar is geïnspireerd door het Jodendom. Er is een gemeenschappelijke geschiedenis – Joden en Marokkanen zijn polen die – zelfs als ze ruzie hebben - elkaar aantrekken en afstoten. Het belangrijkste belang is misschien dat we – juist als Arabieren in het buitenland - een voorbeeld kunnen proberen te zijn van beschaafd met elkaar samenleven en van elkaar genieten. Het gaat tenslotte niet om een calculerend belang, maar om een ideëel belang, want alle kleine bijdragen kunnen helpen in positieve zin.'

woensdag 22 april 2009

Job Cohen: 'Ik weet echt niet of ik een sterkere drive heb door mijn Joodse achtergrond

Uit: Kol Mokum, 5e jrg. nr. 2, december 2008




Het is zover. De eerste paal van de nieuwe sjoel is de grond in. En de man die de mitswe kreeg om hem erin te slaan was niemand minder dan burgemeester Job Cohen. Kol Mokum had ter gelegenheid daarvan een gesprek met een burgemeester die 'natuurlijk niet om zijn Joodse roots heen kan' en die zijn baan 'veel leuker' vindt dan alles wat hij daarvoor ooit heeft gedaan: 'Amsterdammers zijn zo stront eigenwijs. Deze stad is een soort magneet die allerlei mensen aantrekt die het gevoel hebben dat ze hier hun talenten kunnen ontplooien.'

Robin de Munnik en Maarten Jan Hijmans

Meneer Cohen, veel leden van de LJG zijn geïnteresseerd om te horen wat voor band u met het Jodendom hebt. Wij weten dat u niet gelovig bent. Maar kunt u in een paar woorden zeggen wat het u doet om de eerste paal ye slaan voor een nieuwe en grotere synagoge voor de LJG?

'Eerlijk gezegd verbaast dit me een beetje. Ik ben toch nog niet zo lang geleden bij jullie langsgeweest en daar ben ik toen vrij uitgebreid ondervraagd over juist deze dingen.' (dat was bij de festiviteiten ter gelegenheid van het 75-jarige bestaan van het Verbond, waar hij werd geïnterviewd door Max van Weezel, red.).

Toch zijn veel mensen nieuwsgierig. Blijkbaar was niet iedereen bij die viering.

'Goed. Ik ben inderdaad ongelovig. Maar natuurlijk met duidelijke Joodse roots. Daar heb ik vanzelfsprekend een band mee. Het is ook lastig om dat niet te hebben met zo'n naam. En het is ook mijn geschiedenis en de geschiedenis van mijn ouders en van mijn grootouders. Mijn vader heeft ondergedoken gezeten en allebei mijn grootouders van vaderskant zijn omgekomen in Bergen Belsen. Mijn grootvader van moeders kant overleed net voor de oorlog aan een blindedarmontsteking en mijn moeder zei altijd dat dat achteraf gezien een zegen was die hem veel ellende heeft bespaard. Maar zo heb ik dus drie van mijn vier grootouders nooit gekend.
Mijn vader werkte ook een aantal jaren bij wat toen nog het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie heette ( nu het NIOD, red.) als onderdirecteur. Ik ben dus opgegroeid met de oorlog. En met de geschiedenis van de Joden en de oorlog. Maar ik ben om de een of andere reden nooit opgevoed met de Joodse traditie. Ik heb ook nooit de neiging gehad om naar Israël te gaan, ik ben ook geen zionist. Wel was het weer zo dat ik in 1967 als student heel erg in beslag werd genomen door de Zesdaagse oorlog, dat heeft me toen enorm bezig gehouden...

.. in emotionele zin?

' Ik had daarvoor nooit een mening over die dingen gehad. Maar ik heb toen heel veel nagedacht. En ik vond toen wel dat Israël moest blijven en zo.'

Een van uw voorgangers, Ed van Thijn, was een onderduikkind en hij heeft vaak gezegd dat dat mede een reden was waarom hij zo begaan was met mensenrechten. Speelt bij u uw achtergrond een vergelijkbare rol? Bijvoorbeeld als het gaat om minderheden en de boel bij elkaar houden?

'Ik heb altijd een een enorme verbondenheid gevoeld met de rechtsstaat. Het feit dat alle mensen daarin gelijke kansen hebben en gelijkelijk worden behandeld. Dat er geen verschil is tussen mensen op grond van ras, geloof, sekse of wat anders, dat er geen onderscheid wordt gemaakt. Maar of ik daarin een sterkere drive heb door mijn Joodse achtergrond, ik weet het echt niet. Natuurlijk is het onvoorstelbaar en onbegrijpelijk wat er in de oorlog is gebeurd. En wat me opvalt is dat iemands achtergrond de laatste tijd weer een heet onderwerp is. Dat of iemand Joods is, of christen, of moslim weer een enorme rol speelt. Toen ik student was, of op de middelbare school, was dat helemaal niet zo'n issue. Maar door het integratiedebat – waarbij het woord islam natuurlijk de Ankeiler is – en door alles wat er in en rond Israël speelt, zijn die dingen op de voorgrond gekomen. Het vreemde is, ik ben met Marokkanen in Marokko geweest. Daar wonen nu nog steeds Joodse minderheden, die hebben daar altijd gewoond. En daar zijn nooit problemen mee geweest, ook nu niet.'

Onlangs verscheen in het nieuws dat het aantal antisemitische incidenten het afgelopen jaar is afgenomen. Hoe denkt u dat dat komt?
' Dat zijn maar cijfers, ik weet niet echt of het is afgenomen. Evenzeer is er ook nog sprake van anti-islamitische tendensen. Ik moet vaak denken aan een uitspraak van Abel Herzberg, die zei: “Het vreemde vinden wij vreemd.” De manier om een oplossing te vinden is te zorgen dat je het niet meer vreemd vindt. Dat kun je doen door mensen met elkaar in contact te brengen. Zelf ben ik bezig geweest met het opzetten van het Joods-Marokkaanse Netwerk. Daar hebben mensen verschillende malen hard met elkaar gediscussieerd. Er zijn harde uitspraken gedaan over elkaars achtergrond, ook over Israël. En het resultaat was dat men veel meer van elkaar is gaan begrijpen, heeft men veel beter geleerd met elkaar om te gaan. Dat is toch de manier. Ik heb een half jaar geleden nog een heel gesprek georganiseerd met Joodse jongeren. En ik ben toen geschrokken van het grote wantrouwen dat er leeft jegens Marokkaanse jongeren. Een aantal had er geen enkel vertrouwen in dat het goed komt. Ik zou daar toch nooit genoegen mee willen nemen.'
'Onlangs is er die afschuwelijke gebeurtenis geweest waarbij een man met een keppeltje werd aangevallen door drie Marokkaanse jongens. Zoiets kan natuurlijk ook absoluut niet, zoiets is volkomen onaanvaardbaar.'

Was het niet gewoon een incident? En was het niet zo dat juist de politie fout was door er geen werk van te maken?

'Ik vind het veel te makkelijk om het een incident te noemen. Wat die jongens deden kon absoluut niet. Het rare is, als je ze zou vragen of vrouwen met een hoofddoekje over straat mogen, zouden ze zeggen dat het de normaalste zaak van de wereld is. Dus dan moet een keppeltje ook kunnen. En wat de politie betreft: gelukkig heeft de korpsleiding zonder dat ik er iets aan hoefde te doen, de zaak zelf al gecorrigeerd en gezegd dat het verkeerd was.'

Maakt de scheiding tussen kerk en staat het voor u wel eens lastig om bepaalde plannen te realiseren? Bijvoorbeeld met betrekking tot integratie?

'Hmm, een mooie vraag.' Cohen lacht een beetje. 'Daar hebben we pas een notitie over gemaakt. Heeft iemand van jullie hem toevallig gelezen? (Eén van ons knikt instemmend). 'Die notitie laat een paar dingen zien. Die scheiding is maar een stuk van het probleem. De overheid moet zich niet bemoeien met de religie. En omgekeerd moet de religie zich verre houden van de staat. Een seculiere staat is de enige staat waarin dat kan.'
'Maar daarnaast zijn er toch wel allerlei andere verbanden tussen overheid en religie. En hoezeer wij ook allemaal hopen dat er op den duur een Europese islam zal ontstaan, die dan gematigder is, dat mogen wij doen als persoon, maar als overheid moeten we daar verre van blijven, anders dreigen we in valkuilen te vallen.'

Bent u wel eens in zo'n valkuil terecht gekomen?

'Nee niet helemaal, maar wel bijna. Dat was toen we bezig waren met het opzetten van de stichting Marhaba en daar ook een notitie over schreven. En daar stonden toen zinnen in die die kant op gingen. Wat ik wel nog steeds vind is dat je er edisucussies over moet blijven voeren. Maar dan als persoon, als overheid moet je geen stelling nemen.'

In uw Cleveringa lezing uit 2002 zegt u dat allochtonen makkelijker kunnen integreren via hun religie. Maar als de overheid subsidies verstrekt aan scholen voor bijzonder onderwijs, dan ondermijnt dit toch juist integratie?

'Ik ben altijd een voorstander geweest van de uitruil van algemeen kiesrecht tegen het bijzonder onderwijs zoals dat is gedaan in de vorige eeuw. En onderwijs is zo'n belangrijk deel van de opvoeding dat het is te begrijpen dat ouders zelf de aard ervan willen bepalen. Ook de overheid hecht belang aan goed onderwijs en stelt eisen aan de kwaliteit van taal, rekenen etc. Maar dat je zelf invloed hebt op de blik waarmee naar dingen wordt gekeken, begrijp ik. Bijzonder onderwijs is dus wel prima. Het risico is misschien dat mensen binnen hun eigen groep blijven. Maar als dat gebeurt binnen de regels van de rechtsstaat, dan is het ok.'

Als u aan Amsterdam denkt, waar bent u dan het meest trots op?

'De mensen zijn er zo stront eigenwijs. Amsterdam is als een magneet die mensen aantrekt omdat ze het gevoel hebben dat ze hier hun talenten tot ontplooiing kunnen brengen. Dat merk je op veel plaatsen. Bijvoorbeeld op de universiteiten. Al die mensen bij elkaar willen allemaal wart anders en dat kan lastig zijn, maar dat is niet erg.'

Is deze baan van u leuker dan ...

'Ja.. Ja veel leuker. Dat was de vraag toch? Ja veel leuker dan alles wat ik hiervoor heb gedaan. Maar ik zou het nooit gekund hebben als ik die dingen niet eerst had gedaan. Ik heb natuurlijk lang in de academische wereld verkeerd en ben rector magnificus geweest. Dan moet je ook omgaan met allemaal lastige mensen. En je leert een verhaal vertellen, hoofdzaken van bijzaken onderscheiden, dingen over het voetlicht brengen. Dat moet je ook kunnen als burgemeester...'

een performer te zijn..

'Ja, absoluut.
.
Wordt u wel eens aangesproken op uw Joodszijn en vind u dat niet lastig?

'Ach nee, waarom zou dat lastig zijn? Eigenlijk wordt ik er trouwens het meest op aangesproken vanuit Joodse kring.'

U bent van ons?

Lachend: 'Ja, zoiets.'

vrijdag 17 april 2009

Eli Content: 'Ik wist al vroeg dat ik wat anders was, geen slager of kok'

Uit: Kol Mokum,kwartaalblad van de LJG-Amsterdam, december 2005

Maarten Jan Hijmans
Hoe wordt iemand schilder? Soms op een heel vanzelfsprekende manier. Hij/zij kon altijd al goed tekenen, ging na de middelbare school naar de academie. Werd schilder. En soms op een veel minder voor de hand liggende manier. Als iets dat pas veel later langzaam vorm krijgt, een soort roeping die zich langzaam aandient.
Eli Content werd schilder op een minder voor de hand liggende manier. Een véél minder voor de hand liggende manier. Content, geboren in 1943 in Zwitserland, waar zijn ouders in de oorlog naar toe waren gevlucht, en opgegroeid in Hilversum, leek voor iets anders voorbestemd: 'Nee, ik kwam helemaal niet uit een intellectueel milieu. Hoewel de schilder David Blanes in Antwerpen en verre oom schijnt te zijn geweest. En ook was er een andere Blanes die voorzanger is geweest bij de Portugees Israëlitische Gemeente. Dus misschien dat er wel iets in de genen zat, maar mijn familie zal toch vooral in het vlees.'

In het vlees. Dat leek ook het voorland van de kleine Eli. Hij moest dus slager te worden en ging voor dat doel na de lagere school naar de Lagere technische school. Maar eigenlijk wilde hij dat niet. Eigenlijk wilde hij wat anders. Eigenlijk wilde hij zelfs weg uit Nederland, waar de schaduw van de Tweede Wereldoorlog nog over alles hing en waar hij volop met resten antisemitisme werd geconfronteerd. 'In Hilversum was het heel gewoon dat ik op straat door jongetjes voor vuile rotjood werd uitgescholden. En later op de slagersopleiding ging het er nog wel erger aan toe, kan ik je vertellen. Daar waren ze niet kinderachtig. Ik had toen ook nog een opvallende kop met donker haar. Ik was er ontzettend gefrustreerd over. Ik wilde weg. Eigenlijk wilde ik naar Israël op alijah, maar dat mocht niet voor mijn 18e.'
Dus werd het wat anders. Dus ging Content, de 16-jarige jongen wiens ouders braaf lid waren van de Joodse gemeente, varen. Twee jaar lang zat hij op schepen, eerst als koksmaat - als je op de slagersopleiding hebt gezeten, ligt zoiets misschien wel voor de hand - en later als kok. Tot hij 18 was en alsnog op alijah ging naar Israël. 'Ja, het was waarschijnlijk een soort vlucht, een vlucht voor het antisemitisme waar ik natuurlijk op die schepen ook weer mee werd geconfronteerd. Maar in Israël had ik gauw door dat dat ook niet de plaats was waar ik moest zijn.'

Hoezo?
'Daar werd ook volop gediscrimineerd, maar anders.'

Hoe dan? Arabieren?
Ja, wat niet? Arabieren, Roemenen, Marokkanen, noem het maar op. En het was een hele harde maatschappij. Ik zag er bijvoorbeeld de familie K. uit Hilversum, weer terug. In Hilversum hadden ze een goedlopende winkel gehad in de drukste winkelstraat. Ik weet nog dat ze op alijah gingen. Dat was een gebeurtenis. De hele Joodse Gemeente was uitgelopen om ze uitgeleide te doen. Nou, in Israël waren die mensen straatarm geworden, het waren gewoon paupers, maar kennelijk konden ze niet meer terug.'
'Ik wist dus in Israël al vrij snel dat ik daar ook niet moest zijn, maar toch heb ik heel veel aan die tijd gehad. Ik ben er tot rust gekomen. Ik was er tuinman, heb me beziggehouden met tekenen en lezen, dat ik allebei trouwens al langer deed. En ik ben op mijn poten gezet. Nee, het was niet alleen de leeftijd, doordat ik intussen ouder was geworden. Het kwam vooral doordat ik er voor het eerst mensen tegenkwam die me aanspraken op wie ik was. Voor het eerst mensen die me voor zinnig versleten. Daar heb ik heel veel aan gehad.'

Maar na een paar jaar was Content dus toch weer terug in Nederland. 'Een joreed. Dat is heel erg. Als je de betekenis kent van dat woord, weet je hoe erg. Alijah betekent 'opgaan, opstijgen' en dit is het tegenovergestelde. Je bent een soort afvallige, de betekenis ervan is uiterst negatief. Ik was een keer op een lezing van Soetendorp, de oude toen nog, die over alijah ging. Ik zei toen: ''Je kan je beter bezighouden met de jorediem.' Hijzelf was eigenlijk ook een joreed en hij werd verschrikkelijk kwaad.'
Terug in Nederland merkte ik intussen hoe belangrijk taal is, hoe vertrouwd het voelt om weer die taal om je heen te hebben. Ik moet dan altijd denken aan de dichtregel van Jacob Israël de Haan 'De taal van Holland altijd om me heen'. En dat terwijl ik zelfs droomde in het Iwriet, maar zo belangrijk is dus de taal waarin je bent opgevoed. Ik ben altijd wel met taal bezig geweest. Ik heb ook altijd poëzie geschreven. Dat doe ik trouwens nog steeds. Gepubliceerd? Een keer toen ik soldaat was. In een soldatenkrantje.'

'In die tijd ben ik ook gaan schilderen. Ik ging altijd al veel naar musea. Ik wist ook al heel vroeg dat ik wat anders was, geen slager, geen kok. Maar ja, hoe geef je dat vorm, dat wist ik toen nog niet. Maar toen kwam ik tot de ontdekking dat je bij schilderen niet als bij taal gebonden bent. Je hebt niet te maken met punten of met komma's. Als je schildert, ben je vrij. Het werd dus een leven van schilderen, schrijven en werken om de kost te verdienen. Tot ik een advertentie zag voor een post-academische opleiding beeldende kunst. Ateliers '63 heette het. Ik werd aangenomen. En nadat die opleiding afgelopen was, na twee jaar, kreeg ik een tentoonstelling in het Stedelijk Museum.

Alleen een post-academische opleiding? Maar hoe ontdek je dan wie je bent als kunstenaar? Hoe ontwikkel je een stijl?
'Dat was een kwestie van heel veel naar kunst kijken, van heel veel lezen. Ik ben in die tijd heel vaak op en neer naar Parijs geweest om werk van Picasso te bekijken. Ik denk dat er geen grotere schilder is geweest dan hij. Nou ja, en Matisse misschien. Het is een kwestie van je informeren. Ik ben altijd heel hongerig geweest naar cultuur. Ik ben nog stééds heel hongerig. Ik lees alles achter elkaar. Hongerig naar het andere, naar wat niet doorsnee is, naar dat wat dingen in je wakker maakt. Als je eenmaal verzen van Gorter hebt gelezen, dan zie je, tjee, er is toch nog een andere wereld. Dat is het waarom van het kunstenaar zijn: op zoek zijn en hard werken. Op zoek naar iets anders dan alleen maar brood, naar iets voorbij het gewone.'

'Godsdienst is ook zoiets voor mij, dat is ook voorbij het gewone. Ik ben godsdienstig en godsdienst is heel belangrijk voor me. Ik heb een tijd bij de orthodoxen gezeten, maar ben er weggegaan want ik had geen geld. Ook bij de liberalen heb ik een tijd rondgelopen, dat doe ik ook al niet meer. Maar ik ben er wel steeds mee bezig en ik lees er veel over. Het mooiste wat ik over God heb gelezen ben ik trouwens tegengekomen bij Spinoza, het begin van de Ethica. Daaraan kun je ook zien dat Spinoza wel degelijk Joods was. Misschien een doorgedraaide Jood, maar wel een Jood. Het is één van mijn favoriete schrijvers, Spinoza, samen met Jacob Israël de Haan.'

Ben je als schilder te herleiden tot een bepaalde school? Voel je je verwant met een bepaalde stijl? Als je met een musicus, bijvoorbeeld een violist, praat, dan zal hij altijd zeggen: mijn leraar is nog een leerling van die en die beroemdheid geweest en dat is terug te vinden in hoe ik speel.
'Nee, ik speel viool zoals Eli Content. Ik ben natuurlijk autodidact. Toen ik mijn eerste tentoonstelling had, destijds in het Stedelijk, was er een criticus, ik geloof van Het Parool, die schreef dat wat ik deed leek op Agnes Martin. Ik had toen nog nooit een schilderij van haar gezien en ben het gaan opzoeken. En inderdaad, heel in de verte was er soms een heel klein beetje sprake van een soort vage gelijkenis. Ik vond het een hele klap om zoiets te lezen, want ik was toch alleen maar Eli Content. En dat ben ik gebleven. Nu, 40 jaar na dato kan ik zeggen dat het nog steeds alleen maar lijkt op Eli Content

Je schildert nooit mensen. Ik las ergens dat je daar ooit vanaf hebt gezien wegens het Joods-religieuze voorschrift dat je geen afbeeldingen van mensen mag maken. Dat verbaasde me.
'Ik ben altijd veel met Jodendom bezig geweest en destijds trof het me enorm, dat verbod op beelding. Ik vond dat zo interessant. Ik heb toen gezegd: 'dat schilder ik niet meer'. En dat is zo gebleven. Ik was toen 28 jaar. Het was voor mijn werk een heel belangrijke stap geweest. Tegelijkertijd moet ik zeggen dat juist van mensen de meest prachtige dingen zijn geschilderd. Als je bijvoorbeeld kijkt naar wat er aan christelijke kunst is gemaakt, afbeeldingen van heiligen of van Christus. Ik houd het meest van de kunst van vóór de Renaissance. Een van mijn lievelingsschilderijen hangt in het Prado in Madrid, een afbeelding van Christus in het water als hij wordt gedoopt. Schitterend. Maar zelf schilder ik dus geen mensen.

Veel schilders behoren tot een collectief of scharen zich gezamenlijk achter een bepaald ideaal, zoals de Cobra-groep of eerder De Stijl. Hoor jij ergens bij?
'Nee hoor, ik kan goed met mezelf opschieten. En ik heb het heel gezellig met mezelf alleen.'

Soetendorp, de man die de LJG groot maakte

Kol Mokum, september 2006

Geschiedenis is gewoonlijk het product van een ingewikkeld samenspel van factoren èn actoren, maar soms geeft één mens een beslissende wending. In het geval van de geschiedenis van de Liberaal Joodse Gemeente (LJG) was die mens Jacob Soetendorp. We kunnen zonder overdrijving zeggen dat het huidige 75-jarige jubileum van het Verbond van Liberale Joden nooit was gehaald als Soetendorp er niet was geweest. Hij kwam op een beslissend moment, gaf vanaf het begin een nieuwe impuls aan wat op dat moment een noodlijdend clubje was en maakte door zijn uitzonderlijke talenten liberaal Jodendom in Nederland tot een begrip.
Maarten Jan Hijmans
Ik kan me de eerste keer nog goed herinneren. Ik was 15. Het was een vrijdagavonddienst in Den Haag ter gelegenheid van de bat mitswa van Esther Micheels en ik was uitgenodigd door Esthers ouders. De dienst was in een bovenzaaltje van het venduehuis der Notarissen en de rabbijn was Jacob Soetendorp. Dé Jacob Soetendorp. Ik wist op dat moment heel weinig van Jodendom, en al helemaal niets van de LJG - dus ook niet dat de kille Den Haag nog maar net datzelfde jaar was heropgericht. Maar van Soetendorp had ik gehoord. Dat was die rabbijn die soms op de radio was, die zionist was en een beetje links en die het dan had over profeten en sociale rechtvaardigheid en over Israël. Die vond dat Jodendom iets was dat in beweging was. Die mensen die nauwelijks meer iets aan Jodendom deden er weer bij wilde betrekken, die vond dat mensen zoals als ik die geen Joodse moeder hadden, er misschien ook bij konden horen.
Soetendorp gaf een preek, een droosje. 'Hij lijkt een beetje op een kosjere slager maar wacht tot hij zijn mond open doet,' had mijn vriend Hans Thalheimer, de dierenarts, gezegd. En inderdaad, een wat dikkige man, kleine handen, dikke vingers, niet meteen indrukwekkend. Tot hij begon te spreken en er spelenderwijs in slaagde de rommelige, overvolle zaal te bespelen alsof het een muziekinstrument was, mét de nodige opmerkingen aan mensen persoonlijk. Zelden, of eigenlijk nooit, heb ik een betere spreker gehoord. Ik was diep onder de indruk. En ook al werd ik pas veel later lid, eigenlijk hoorde ik vanaf dat moment bij de LJG. Veel later, toen ik de LJG-geschiedenis wat meer in perspectief kon plaatsen, begreep ik dat het veel meer mensen moet zijn vergaan zoals het mij verging.
Waarom was Soetendorp zo belangrijk? Zo beslissend voor de LJG-geschiedenis? Zijn vroegste geschiedenis wees niet meteen in de richting van de LJG. Hij werd in 1914 geboren in Amsterdam, als oudste zoon van een winkelier, later arbeider, die al jong overleed, waardoor het gezin in diepe armoede werd gedompeld. Het was zeker een reden waarom Soetendorp zich aangetrokken voelde tot het socialisme - hij werd later lid van het socialistisch zionistische Poale Zion en van de SDAP. Niettemin koos hij ook al vroeg voor een opleiding aan het Nederlands-Israëlietisch Seminarium tot rabbijn. In 1941 haalde hij daar de titel van godsdienstleraar (magid), waarna hij werd aangesteld tot pastoraal jongerenwerker bij de NIHS in Amsterdam.
Als pastoraal werker - hij werkte vooral in Amsterdam-Oost - werd hij in die oorlogsjaren geconfronteerd met het leeghalen van bejaardentehuizen en arrestaties en deportaties. Al snel verzette hij zich tegen de passieve houding van het NIK en de Joodsche Raad, begon hij Joden aan te raden om onder te duiken en legde hij contact met het verzet. Zelf doken hij en zijn vrouw, Mirjam Blits, overigens pas in 1943 onder. Dat had alles te maken met de zwangerschap van Mirjam en de geboorte van hun eerste zoon, de latere rabbijn Awraham Soetendorp, die gescheiden van hen moest worden ondergebracht in Velp, waar hij bleef tot 1945.

NIW
Na de bevrijding voelde Soetendorp zich - door de omvang van de Joodse catastrofe - niet in staat als pastoraal werker te blijven werken. Hij werd daarop eerst medewerker en later hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad. In 1947 maakte hij voor dit blad een serie reportages in Palestina (gebundeld tot een boek: ''Een staat herrijst..''). In 1948, na het uitroepen van de staat, ging hij met zijn familie met het eerste schip dat vanuit Amsterdam vertrok, op aliyah. Hij vestigde zich in Jeruzalem en werkte er als leraar geschiedenis, terwijl hij ook journalistiek werk bleef doen voor onder meer het NIW, de NRC en het Van Leer Instituut. Voor deze laatste instelling maakte hij in 1953 een reis naar de VS, waar hij onder de indruk raakte van het reform Jodendom dat zoveel minder conventioneel was dan de orthodoxie.
Maar tragisch genoeg werd de familie - zes man sterk, er waren inmiddels drie zoons en een dochter - in 1953 door persoonlijke omstandigheden gedwongen om weer naar Nederland terug te keren. Hier wachtte een moeilijke periode. Soetendorp was korte tijd godsdienstleraar bij de orthodoxe gemeente in Utrecht, maar het NIK koesterde twijfel of hij er wel een orthodoxe levenswijze op nahield. Uitzicht op betere banen waren er daarom niet. In feite had hij nauwelijks bestaansmogelijkheden. Tot Bob Levisson, de latere voorzitter van de LJG Den Haag (en naamgever van het Levisson Instituut), hem in 1954 tegenkwam bij een herdenking van de overleden Israëlische president Weizman. Levisson kende Soetendorp al wat langer en wist dat zij over Jodendom vrijwel dezelfde opvattingen koesterden. In een brainwave gaf hij het bestuur van de LJG Amsterdam, dat naarstig opzoek was naar een rabbijn, de tip dat Soetendorp wellicht een goede voorganger zou kunnen zijn.
De Amsterdamse voorzitter, Louis Jacobi, twijfelde nog wel - was Soetendorp niet orthodox? Maar nadat het bestuur er duchtig over had vergaderd werd Soetendorp toch aangezocht. En eigenlijk was dat meteen een laatste middel om de LJG Amsterdam van de ondergang te redden. De kille, op dat moment de enige Liberaal Joodse Gemeente in Nederland, verkeerde in een crisis. Voor de oorlog had zij vooral gedreven op Duitse immigranten. Na de oorlog was dat niet veranderd, alleen was de groep veel kleiner geworden. Het was een hechte vriendenclub, maar ietwat van de rest van de samenleving geïsoleerd. De voertaal was voornamelijk Duits, en er waren steeds wisselende, meest Duitse rabbijnen geweest. De kille groeide niet en stond op een tweesprong: stoppen of doorgaan. Op de ledenvergadering waar Soetendorp werd aangenomen, beslisten de leden tevens over de vraag of zij de gemeente zouden opheffen of nog één keer een poging zouden wagen er een volwaardige gemeente van te maken.

Gouden greep
Het werd dus het laatste. En de keuze voor Soetendorp bleek vrijwel direct een gouden greep. De nieuwe voorganger - een jaar later kreeg hij in Londen uit handen van Leo Baeck, oud-voorman van de liberale Joden in Duitsland, ook de rabbinale bevoegdheid, de semicha - stortte zich met hart en ziel op zijn nieuwe taak. Een van de eerste opdrachten die hij zichzelf stelde was het werven van jongeren die geen duidelijke band meer hadden met de Joodse tradities, en de vele mensen die hetzij door de Tweede Wereldoorlog, hetzij door het tamelijk onbuigzame karakter van de orthodoxie van het Jodendom waren vervreemd. Dat gebeurde op verschillende manieren. Door de oprichting van een blad, Levend Joods Geloof (in 1954) waarvan Soetendorp hoofdredacteur werd, door het geven van cursussen die - zeker in de eerste jaren - allemaal werden gegeven door Soetendorp zelf, door het schrijven van een boek, ''Symboliek der joodse religie'' (1958 en in latere jaren gevolgd door ''Ontmoetingen in ballingschap'' en ''De wereld van het optimisme'') door optreden naar buiten, zoals door het geven van lezingen en het houden van een regelmatig praatje op de radio.
Bij dit alles ging het er vooral om het liberaal Jodendom aan de man te brengen, en jongeren en afgedwaalden, voor wie het traditionele Jodendom geen betekenis meer had, er weer bij te betrekken. Zoals Soetendorp schreef in Levend Joods Geloof: ''Ons programma ligt besloten in de naam van ons blad. .. Wij willen spreken en getuigen van wat een levend jodendom te zeggen heeft. .. omdat er een schrijnende kloof is ontstaan tussen de vragen van de moderne mens en het antwoord van het traditionele Jodendom, daarom is de band tussen Joden en Jodendom zo los geworden.''
Het spreekt haast vanzelf dat Soetendorp al doende ook bezig was het liberale Jodendom in Nederland een eigen gezicht en inhoud te geven. Series in Levend Joods Geloof over de inhoud van het liberale Jodendom en over de feestdagen, zijn boeken en niet in de laatste plaats een nieuw gebedenboek, nieuwe sidoer, Seder Tov Lehodot, die in 1964 verscheen en waarop hij met zijn vertalingen en in de keuzes die werden gemaakt een krachtig stempel drukte, droegen daar allemaal toe bij.
Vrijwel van het begin af aan stelde Soetendorp zich ook open voor niet-Joodse partners en diegenen afkomstig uit gemengde huwelijken. Waar de orthodoxie strak vasthield aan de halachische principes, onderkende Soetendorp al vroeg dat een relatief groot aantal gemengd gehuwden en kinderen uit zulke huwelijken door de oorlog met hun Joodse wortels waren geconfronteerd en nu buiten de boot dreigden te vallen. Soetendorp vond dat zij, als zij tot het Jodendom wilden toetreden, welkom waren. Een standpunt dat door een uitspraak van de Algemene Ledenvergadering van 1955 werd onderschreven: ´´Kinderen uit gemengdgehuwde gezinnen ... die tot de joodse gemeenschap willen toetreden ... zijn ons dierbaar als Ruth, de stammoeder van David...´´ Nog een aspect van Soetendorp dat niet onvermeld mag blijven is dat hij, in een poging de vooroordelen tegen Joden uit de wereld te helpen ook aan de basis stond van de Joods-christelijke dialoog. Zelfs ging hij daarbij zover dat hij in 1960 het doctoraalexamen theologie deed aan de Rijksuniversiteit in Leiden.

Sjoels
Het aantreden van Soetendorp zorgt al vrij snel voor een groei van de gemeente. Bij zijn aantreden in 1954 was voor het eerst een eigen sjoel in de Lairessestraat ingewijd, maar twee jaar later al werd een pand aangekocht, verderop in dezelfde straat, dat bestaat uit een sjoel, een kantoor en een woonhuis, dat laatste voor de familie Soetendorp. Nog weer tien jaar later in 1966, werd de huidige sjoel aan de Graafschapstraat (later Jacob Soetendorpstraat) ingewijd, waarmee niet alleen de eerste na de oorlog gebouwde synagoge in Nederland werd betrokken, maar ook een gedurfde stap werd gezet in het vertrouwen dat de kille zou blijven groeien. Soetendorp, die als een van de weinige rabbijnen in zijn loopbaan dus meerdere sjoels heeft ingewijd, was toen inmiddels een nationale bekendheid. Onder meer zou hij de onbetwiste woordvoerder zijn van Joods Nederland tijdens de Zesdaagse oorlog van 1967. Maar ook buiten de landsgrenzen genoot hij inmiddels grote bekendheid. Zo kreeg hij in 1963, tijdens een lezingencyclus in de VS, een eredoctoraat in de godgeleerdheid van het Hebrew Union College in New York als blijk van erkenning voor zijn rol bij het vormgeven van het liberale Jodendom.
Bij dit alles moet overigens worden aangetekend dat Soetendorp het niet alleen heeft gedaan. Hij had het geluk dat hij bestuurders trof zoals dr Louis Jacobi, voorzitter van het bestuur dat hem aannam en later nog steeds voorzitter van het bestuur toen dat de huidige sjoel liet bouwen. En later had hij dr Mau Goudeket aan zijn zijde. Zeker Goudeket heeft met de vaak nogal impulsieve Soetendorp jarenlang een hechte samenwerking gehad die mede een verklaring is voor het succes. Soetendorps vertrek uit Amsterdam was vrij abrupt. In 1974, na de scheiding van zijn vrouw, vertrok hij met zijn latere tweede vrouw naar Zweden, waar hij de leiding op zich nam van de Einheitsgemeinde in Göteborg. Twee jaar later overleed hij daar aan een hartaanval, slechts 62 jaar oud. Duidelijk is dat na zijn vertrek de ontwikkelingen niet stil hebben gestaan, dat sommige van Soetendorps opvattingen door de tijd zijn ingehaald, dat het liberale Jodendom meer geïnstitutionaliseerd is geraakt. Zijn grote verdiensten staan niettemin niet ter discussie.

Bronnen o.m.:
Karen de Jager, Jacob Soetendorp en de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, 1954-1972, ongepubliceerde doctoraalscriptie Erasmus Universiteit;
K. de Leeuw, Soetendorp, Jacob (1914-1976), Biografisch Woordenboek van Nederland;
Levend Joods Geloof, Jrg. 46, nr 2, en Jrg. 47 nr. 6

Israel begint serieus met de annexatie van de Westoever

  Het is natuurlijk onvergeeflijk als je al jaren blogt over het Midden-Oosten en vooral over Israel en de Palestijnen en juist nu, als Isra...