vrijdag 17 april 2009

Soetendorp, de man die de LJG groot maakte

Kol Mokum, september 2006

Geschiedenis is gewoonlijk het product van een ingewikkeld samenspel van factoren èn actoren, maar soms geeft één mens een beslissende wending. In het geval van de geschiedenis van de Liberaal Joodse Gemeente (LJG) was die mens Jacob Soetendorp. We kunnen zonder overdrijving zeggen dat het huidige 75-jarige jubileum van het Verbond van Liberale Joden nooit was gehaald als Soetendorp er niet was geweest. Hij kwam op een beslissend moment, gaf vanaf het begin een nieuwe impuls aan wat op dat moment een noodlijdend clubje was en maakte door zijn uitzonderlijke talenten liberaal Jodendom in Nederland tot een begrip.
Maarten Jan Hijmans
Ik kan me de eerste keer nog goed herinneren. Ik was 15. Het was een vrijdagavonddienst in Den Haag ter gelegenheid van de bat mitswa van Esther Micheels en ik was uitgenodigd door Esthers ouders. De dienst was in een bovenzaaltje van het venduehuis der Notarissen en de rabbijn was Jacob Soetendorp. Dé Jacob Soetendorp. Ik wist op dat moment heel weinig van Jodendom, en al helemaal niets van de LJG - dus ook niet dat de kille Den Haag nog maar net datzelfde jaar was heropgericht. Maar van Soetendorp had ik gehoord. Dat was die rabbijn die soms op de radio was, die zionist was en een beetje links en die het dan had over profeten en sociale rechtvaardigheid en over Israël. Die vond dat Jodendom iets was dat in beweging was. Die mensen die nauwelijks meer iets aan Jodendom deden er weer bij wilde betrekken, die vond dat mensen zoals als ik die geen Joodse moeder hadden, er misschien ook bij konden horen.
Soetendorp gaf een preek, een droosje. 'Hij lijkt een beetje op een kosjere slager maar wacht tot hij zijn mond open doet,' had mijn vriend Hans Thalheimer, de dierenarts, gezegd. En inderdaad, een wat dikkige man, kleine handen, dikke vingers, niet meteen indrukwekkend. Tot hij begon te spreken en er spelenderwijs in slaagde de rommelige, overvolle zaal te bespelen alsof het een muziekinstrument was, mét de nodige opmerkingen aan mensen persoonlijk. Zelden, of eigenlijk nooit, heb ik een betere spreker gehoord. Ik was diep onder de indruk. En ook al werd ik pas veel later lid, eigenlijk hoorde ik vanaf dat moment bij de LJG. Veel later, toen ik de LJG-geschiedenis wat meer in perspectief kon plaatsen, begreep ik dat het veel meer mensen moet zijn vergaan zoals het mij verging.
Waarom was Soetendorp zo belangrijk? Zo beslissend voor de LJG-geschiedenis? Zijn vroegste geschiedenis wees niet meteen in de richting van de LJG. Hij werd in 1914 geboren in Amsterdam, als oudste zoon van een winkelier, later arbeider, die al jong overleed, waardoor het gezin in diepe armoede werd gedompeld. Het was zeker een reden waarom Soetendorp zich aangetrokken voelde tot het socialisme - hij werd later lid van het socialistisch zionistische Poale Zion en van de SDAP. Niettemin koos hij ook al vroeg voor een opleiding aan het Nederlands-Israëlietisch Seminarium tot rabbijn. In 1941 haalde hij daar de titel van godsdienstleraar (magid), waarna hij werd aangesteld tot pastoraal jongerenwerker bij de NIHS in Amsterdam.
Als pastoraal werker - hij werkte vooral in Amsterdam-Oost - werd hij in die oorlogsjaren geconfronteerd met het leeghalen van bejaardentehuizen en arrestaties en deportaties. Al snel verzette hij zich tegen de passieve houding van het NIK en de Joodsche Raad, begon hij Joden aan te raden om onder te duiken en legde hij contact met het verzet. Zelf doken hij en zijn vrouw, Mirjam Blits, overigens pas in 1943 onder. Dat had alles te maken met de zwangerschap van Mirjam en de geboorte van hun eerste zoon, de latere rabbijn Awraham Soetendorp, die gescheiden van hen moest worden ondergebracht in Velp, waar hij bleef tot 1945.

NIW
Na de bevrijding voelde Soetendorp zich - door de omvang van de Joodse catastrofe - niet in staat als pastoraal werker te blijven werken. Hij werd daarop eerst medewerker en later hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad. In 1947 maakte hij voor dit blad een serie reportages in Palestina (gebundeld tot een boek: ''Een staat herrijst..''). In 1948, na het uitroepen van de staat, ging hij met zijn familie met het eerste schip dat vanuit Amsterdam vertrok, op aliyah. Hij vestigde zich in Jeruzalem en werkte er als leraar geschiedenis, terwijl hij ook journalistiek werk bleef doen voor onder meer het NIW, de NRC en het Van Leer Instituut. Voor deze laatste instelling maakte hij in 1953 een reis naar de VS, waar hij onder de indruk raakte van het reform Jodendom dat zoveel minder conventioneel was dan de orthodoxie.
Maar tragisch genoeg werd de familie - zes man sterk, er waren inmiddels drie zoons en een dochter - in 1953 door persoonlijke omstandigheden gedwongen om weer naar Nederland terug te keren. Hier wachtte een moeilijke periode. Soetendorp was korte tijd godsdienstleraar bij de orthodoxe gemeente in Utrecht, maar het NIK koesterde twijfel of hij er wel een orthodoxe levenswijze op nahield. Uitzicht op betere banen waren er daarom niet. In feite had hij nauwelijks bestaansmogelijkheden. Tot Bob Levisson, de latere voorzitter van de LJG Den Haag (en naamgever van het Levisson Instituut), hem in 1954 tegenkwam bij een herdenking van de overleden Israëlische president Weizman. Levisson kende Soetendorp al wat langer en wist dat zij over Jodendom vrijwel dezelfde opvattingen koesterden. In een brainwave gaf hij het bestuur van de LJG Amsterdam, dat naarstig opzoek was naar een rabbijn, de tip dat Soetendorp wellicht een goede voorganger zou kunnen zijn.
De Amsterdamse voorzitter, Louis Jacobi, twijfelde nog wel - was Soetendorp niet orthodox? Maar nadat het bestuur er duchtig over had vergaderd werd Soetendorp toch aangezocht. En eigenlijk was dat meteen een laatste middel om de LJG Amsterdam van de ondergang te redden. De kille, op dat moment de enige Liberaal Joodse Gemeente in Nederland, verkeerde in een crisis. Voor de oorlog had zij vooral gedreven op Duitse immigranten. Na de oorlog was dat niet veranderd, alleen was de groep veel kleiner geworden. Het was een hechte vriendenclub, maar ietwat van de rest van de samenleving geïsoleerd. De voertaal was voornamelijk Duits, en er waren steeds wisselende, meest Duitse rabbijnen geweest. De kille groeide niet en stond op een tweesprong: stoppen of doorgaan. Op de ledenvergadering waar Soetendorp werd aangenomen, beslisten de leden tevens over de vraag of zij de gemeente zouden opheffen of nog één keer een poging zouden wagen er een volwaardige gemeente van te maken.

Gouden greep
Het werd dus het laatste. En de keuze voor Soetendorp bleek vrijwel direct een gouden greep. De nieuwe voorganger - een jaar later kreeg hij in Londen uit handen van Leo Baeck, oud-voorman van de liberale Joden in Duitsland, ook de rabbinale bevoegdheid, de semicha - stortte zich met hart en ziel op zijn nieuwe taak. Een van de eerste opdrachten die hij zichzelf stelde was het werven van jongeren die geen duidelijke band meer hadden met de Joodse tradities, en de vele mensen die hetzij door de Tweede Wereldoorlog, hetzij door het tamelijk onbuigzame karakter van de orthodoxie van het Jodendom waren vervreemd. Dat gebeurde op verschillende manieren. Door de oprichting van een blad, Levend Joods Geloof (in 1954) waarvan Soetendorp hoofdredacteur werd, door het geven van cursussen die - zeker in de eerste jaren - allemaal werden gegeven door Soetendorp zelf, door het schrijven van een boek, ''Symboliek der joodse religie'' (1958 en in latere jaren gevolgd door ''Ontmoetingen in ballingschap'' en ''De wereld van het optimisme'') door optreden naar buiten, zoals door het geven van lezingen en het houden van een regelmatig praatje op de radio.
Bij dit alles ging het er vooral om het liberaal Jodendom aan de man te brengen, en jongeren en afgedwaalden, voor wie het traditionele Jodendom geen betekenis meer had, er weer bij te betrekken. Zoals Soetendorp schreef in Levend Joods Geloof: ''Ons programma ligt besloten in de naam van ons blad. .. Wij willen spreken en getuigen van wat een levend jodendom te zeggen heeft. .. omdat er een schrijnende kloof is ontstaan tussen de vragen van de moderne mens en het antwoord van het traditionele Jodendom, daarom is de band tussen Joden en Jodendom zo los geworden.''
Het spreekt haast vanzelf dat Soetendorp al doende ook bezig was het liberale Jodendom in Nederland een eigen gezicht en inhoud te geven. Series in Levend Joods Geloof over de inhoud van het liberale Jodendom en over de feestdagen, zijn boeken en niet in de laatste plaats een nieuw gebedenboek, nieuwe sidoer, Seder Tov Lehodot, die in 1964 verscheen en waarop hij met zijn vertalingen en in de keuzes die werden gemaakt een krachtig stempel drukte, droegen daar allemaal toe bij.
Vrijwel van het begin af aan stelde Soetendorp zich ook open voor niet-Joodse partners en diegenen afkomstig uit gemengde huwelijken. Waar de orthodoxie strak vasthield aan de halachische principes, onderkende Soetendorp al vroeg dat een relatief groot aantal gemengd gehuwden en kinderen uit zulke huwelijken door de oorlog met hun Joodse wortels waren geconfronteerd en nu buiten de boot dreigden te vallen. Soetendorp vond dat zij, als zij tot het Jodendom wilden toetreden, welkom waren. Een standpunt dat door een uitspraak van de Algemene Ledenvergadering van 1955 werd onderschreven: ´´Kinderen uit gemengdgehuwde gezinnen ... die tot de joodse gemeenschap willen toetreden ... zijn ons dierbaar als Ruth, de stammoeder van David...´´ Nog een aspect van Soetendorp dat niet onvermeld mag blijven is dat hij, in een poging de vooroordelen tegen Joden uit de wereld te helpen ook aan de basis stond van de Joods-christelijke dialoog. Zelfs ging hij daarbij zover dat hij in 1960 het doctoraalexamen theologie deed aan de Rijksuniversiteit in Leiden.

Sjoels
Het aantreden van Soetendorp zorgt al vrij snel voor een groei van de gemeente. Bij zijn aantreden in 1954 was voor het eerst een eigen sjoel in de Lairessestraat ingewijd, maar twee jaar later al werd een pand aangekocht, verderop in dezelfde straat, dat bestaat uit een sjoel, een kantoor en een woonhuis, dat laatste voor de familie Soetendorp. Nog weer tien jaar later in 1966, werd de huidige sjoel aan de Graafschapstraat (later Jacob Soetendorpstraat) ingewijd, waarmee niet alleen de eerste na de oorlog gebouwde synagoge in Nederland werd betrokken, maar ook een gedurfde stap werd gezet in het vertrouwen dat de kille zou blijven groeien. Soetendorp, die als een van de weinige rabbijnen in zijn loopbaan dus meerdere sjoels heeft ingewijd, was toen inmiddels een nationale bekendheid. Onder meer zou hij de onbetwiste woordvoerder zijn van Joods Nederland tijdens de Zesdaagse oorlog van 1967. Maar ook buiten de landsgrenzen genoot hij inmiddels grote bekendheid. Zo kreeg hij in 1963, tijdens een lezingencyclus in de VS, een eredoctoraat in de godgeleerdheid van het Hebrew Union College in New York als blijk van erkenning voor zijn rol bij het vormgeven van het liberale Jodendom.
Bij dit alles moet overigens worden aangetekend dat Soetendorp het niet alleen heeft gedaan. Hij had het geluk dat hij bestuurders trof zoals dr Louis Jacobi, voorzitter van het bestuur dat hem aannam en later nog steeds voorzitter van het bestuur toen dat de huidige sjoel liet bouwen. En later had hij dr Mau Goudeket aan zijn zijde. Zeker Goudeket heeft met de vaak nogal impulsieve Soetendorp jarenlang een hechte samenwerking gehad die mede een verklaring is voor het succes. Soetendorps vertrek uit Amsterdam was vrij abrupt. In 1974, na de scheiding van zijn vrouw, vertrok hij met zijn latere tweede vrouw naar Zweden, waar hij de leiding op zich nam van de Einheitsgemeinde in Göteborg. Twee jaar later overleed hij daar aan een hartaanval, slechts 62 jaar oud. Duidelijk is dat na zijn vertrek de ontwikkelingen niet stil hebben gestaan, dat sommige van Soetendorps opvattingen door de tijd zijn ingehaald, dat het liberale Jodendom meer geïnstitutionaliseerd is geraakt. Zijn grote verdiensten staan niettemin niet ter discussie.

Bronnen o.m.:
Karen de Jager, Jacob Soetendorp en de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, 1954-1972, ongepubliceerde doctoraalscriptie Erasmus Universiteit;
K. de Leeuw, Soetendorp, Jacob (1914-1976), Biografisch Woordenboek van Nederland;
Levend Joods Geloof, Jrg. 46, nr 2, en Jrg. 47 nr. 6

Geen opmerkingen: