dinsdag 21 april 2009

Sharon de havik geportretteerd als duif

Uit: NIW, .. 2005

Johan Boef, Ariel Sharon, Koning van Israël. Met een voorwoord van Leon de Winter, Uitgeverij Aspekt, 2005.


Ariël Sharon is zonder enige twijfel één van de meest complexe politici van Israël. Tegenwoordig zijn er blijkbaar nogal wat mensen die de hoop koesteren dat hij het conflict met de Palestijnen uit het slop zal halen, maar jarenlang werd hij toch door het denkende deel van de Israëlische natie gezien als alleen maar een houwdegen. Als een man die niet vies was van grof militair geweld, die er geen problemen van maakte als daar burgerslachtoffers bij vielen, een man die gespeend was van iedere tact en er niet voor terugdeinsde zijn woord te breken en te liegen.
Dat beeld kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Sharons militaire carrière is op zijn zachtst gezegd altijd omstreden geweest. Alles wat hij deed was beladen met controverse. Onnodig hoge verliescijfers, het negeren of heel rekbaar interpreteren van orders van de militaire top, uiterst gewelddadig of zelfs moorddadig optreden tegen (Palestijnse) burgers, het aan zijn laars lappen van internationale bestandsovereenkomsten, Sharon heeft het allemaal op zijn naam staan. De vroegere hoofdredacteur van dit blad, Mau Kopuit, schreef ooit (in 1982) een artikel onder de veelzeggende kop `Ariel Sjaron heeft de doden nooit geteld`, waarin hij een vrij nauwkeurige opsomming gaf van de `mijlpalen` op Sharons carrièrepad.
Al in 1956, tijdens de Suezcampagne tegen Egypte, was er een heftige controverse. De toenmalige stafchef, Moshe Dayan, had marsroutes uitgezet dwars door de Sinai, waarbij het innemen van de Mitla-pas, één van de gebruikelijke routes door de woestijn, niet nodig was. Tegen de afspraken stuurde Sharon echter toch zijn eenheid op pad om de pas in te nemen, waarbij hij prompt in een Egyptische hinderlaag viel en zware verliezen moest incasseren. Alleen omdat Dayan hem de hand boven het hoofd hield, hoefde hij zich niet te verantwoorden voor een krijgsraad.
In 1968 riep Sjaron een veroordeling van Israël door de Veiligheidsraad over Israël af door een actie van de gevreesde, door hem geleide Eenheid 101 tegen het Jordaanse dorpje Qibiya. Dat gebeurde tijdens een represaille na een actie van Palestijnse fedayeen waarbij een vrouw en twee kinderen waren gedood. Hij liet in Qibiya een flink aantal huizen opblazen zonder te hebben gecontroleerd of ze wel leeg waren, met als gevolg dat 69 mensen, onder wie vrouwen kinderen en ouden van dagen omkwamen. In de Gaza-strook verwierf hij zich in diezelfde jaren zestig `faam` door de buitengewone harde manier waarop hij represailles liet uitvoeren en door de manier waarop hij dwars door vluchtelingenkampen brede lanen liet bulldozeren om doorgangen voor het leger te creëeren.
In 1973 beleefde Sharon tijdens de Jom Kippoer-oorlog zijn finest hour met zijn oversteek van het Suez-kanaal, maar ook dat ging gepaard met een knallende ruzie met het Israëlische opperbevel. Sharons missie was dan ook vanuit militair-strategisch standpunt bezien vrijwel een soort zelfmoordmissie. Alleen doordat het Egyptische opperbevel onder leiding van niemand minder dan de Egyptische president Sadat zelf de actie niet serieus nam en er veel te laat op reageerde (onder meer beschreven in de Sadat-biografie van David Hirst en Irene Beeson, Faber, 1981), kwam Sharon er mee weg en kon hij zelfs zorgen voor een keerpunt in de oorlog.
Sharons reputatie van grilligheid, rücksichtlosheid en onbetrouwbaarheid maakte dat hij keer op keer voor een benoeming tot opperbevelhebber werd gepasseerd. Maar wat hem niet lukte door de voordeur, wist hij via de achterdeur wèl te bereiken, namelijk via een carrière in de politiek, waarbij hij gebruik maakte van de enorme populariteit die zijn oversteek van het Suez-kanaal hem had opgeleverd in de Israëlische 'straat'. Zo kon het gebeuren dat Sharon door een verbinding met de Likud van Menachem Begin in 1977 aantrad als minister van Landbouw en binnen het kabinet uitgroeide tot dé vertrouwensman van Gush Emunim en de kolonisten in bezet gebied. In 1981, in het tweede kabinet-Begin werd Sjaron zelfs minister van Defensie. In die functie nam hij het initiatief tot de inval in 1982 in Libanon, waarbij hij de Israëlische regering voor de gek hield door het voor te stellen als een veldtocht die niet verder zou gaan dan 40 kilometer, terwijl hij in werkelijkheid de plannen voor de inname van Beiroet al klaar had liggen. Na de inname van Beiroet kwam hij in discrediet doordat hij het groene licht gaf voor christelijke milities om de Palestijnse kampen Sabra en Chatila uit te kammen, waar zij onder het wakend oog van het Israelische leger een slachtpartij aanrichtten. Een onderzoekscommissie (de commissie Kahane) achtte hem medeverantwoordelijk. Hij moest aftreden als minister van Defensie.
Je zou zeggen, iemand met zo´n verleden zou zich maar beter verder kunnen wijden aan zijn ranch in de Negev. Maar nee, Sharon maakte al snel een come-back en na de nodige handige manoeuvres is hij sinds 2001 zelfs Israëls premier. Een premier die intussen opzien baart doordat hij de nederzettingen in Gaza wil ontruimen, wat velen zien als een teken dat er een nieuwe, pragmatische Sharon is opgestaan die afstevent op een regeling van het conflict met de Palestijnen.
Johan Boef, een medewerker van het tv-programma Twee vandaag, heeft over deze Sharon een korte biografie geschreven. Ik zeg met nadruk over `deze` Sjaron, want het boek is wel heel erg geschreven vanuit het perspectief dat Sharon eigenlijk altijd al die pragmaticus was die steeds is uitgegaan van de kunst van het mogelijke en nu dus afkoerst op een vredesakkoord. Boef schrijft dat ook allemaal met zoveel woorden in zijn laatste hoofdstuk. Jammer is alleen dat daardoor ook de rest van het boek in het teken van de pragmatische, verstandige, eieren voor zijn geld kiezende Sharon is komen te staan. De hierboven door mij opgesomde gebeurtenissen in Sharons leven worden allemaal keurig gemeld, maar wel enigszins ontdaan van hun scherpe kantjes. Het feit dat Boef sterk leunt op Sharons eigen autobiografie Warrior en een aantal andere niet al te Sharon-onvriendelijke Israëlische bronnen zal daar niet vreemd aan zijn.

Niet slim
Boefs boek is daardoor, hoewel goed leesbaar en qua feiten grotendeels wel in orde, minder spannend geworden dan mogelijk was. Want wat is nu interessanter dan de vraag hoe het in godsnaam mogelijk is dat een man die altijd zoveel controverse opriep,en zo vaak nodeloos bloed vergoot (tussen de 10 en 20 duizend slachtoffers alleen al in Libanon in 1982) nu het vertrouwen van heel veel mensen geniet als premier. Ook een heel ander aspect is door Boefs aanpak onder de mat verdwenen en dat is Sharons aanpak van de Tweede Intifada. Heel wat (ook Israëlische) critici hebben hem op goede gronden verweten dat hij vaker de strijd aanwakkerde dan dat hij probeerde rust te creëren, en wel met de bedoeling een situatie verre van zich te houden waarin hij zou moeten onderhandelen en wellicht concessie doen. Bij Boef is niets terug te vinden van deze kritiek.
De belangrijkste kritiek die op Boefs boekje kan worden geuit is echter dat Boef voetstoots lijkt aan te nemen dat Sharon een 'man van de vrede' is . Vandaar ook dat hij geen enkele aandacht schenkt aan de uitspraken van Sharons raadgever Dov Weisglas dat de terugtrekking uit Gaza een soort formaldehyde is voor het vredesproces. Of aan Sharons eigen uitspraken dat de ontruiming van Gaza alleen maar bedoeld is om de Israëlische greep op de Westoever te verstevigen. Je zou toch zeggen dat dat niet de taal is van mensen die afstevenen op een akkoord waarbij de Palestijnen iets substantiëels wordt geboden. Dat Boef daar geen aandacht voor heeft is niet slim. Iets meer twijfel aan Sharons ware bedoelingen zou nuttig kunnen zijn in een biografie waarvan je hoopt dat hij over drie jaar ook nog gelezen wordt.

Maarten Jan Hijmans

Geen opmerkingen:

Shana Tova,

Wie het viert wens ik een goed joods Nieuwjaar 5781 toe met veel inhoud  // I wish everyone who celebrates it a good and meaningful Jewish N...