vrijdag 17 april 2009

Eli Content: 'Ik wist al vroeg dat ik wat anders was, geen slager of kok'

Uit: Kol Mokum,kwartaalblad van de LJG-Amsterdam, december 2005

Maarten Jan Hijmans
Hoe wordt iemand schilder? Soms op een heel vanzelfsprekende manier. Hij/zij kon altijd al goed tekenen, ging na de middelbare school naar de academie. Werd schilder. En soms op een veel minder voor de hand liggende manier. Als iets dat pas veel later langzaam vorm krijgt, een soort roeping die zich langzaam aandient.
Eli Content werd schilder op een minder voor de hand liggende manier. Een véél minder voor de hand liggende manier. Content, geboren in 1943 in Zwitserland, waar zijn ouders in de oorlog naar toe waren gevlucht, en opgegroeid in Hilversum, leek voor iets anders voorbestemd: 'Nee, ik kwam helemaal niet uit een intellectueel milieu. Hoewel de schilder David Blanes in Antwerpen en verre oom schijnt te zijn geweest. En ook was er een andere Blanes die voorzanger is geweest bij de Portugees Israëlitische Gemeente. Dus misschien dat er wel iets in de genen zat, maar mijn familie zal toch vooral in het vlees.'

In het vlees. Dat leek ook het voorland van de kleine Eli. Hij moest dus slager te worden en ging voor dat doel na de lagere school naar de Lagere technische school. Maar eigenlijk wilde hij dat niet. Eigenlijk wilde hij wat anders. Eigenlijk wilde hij zelfs weg uit Nederland, waar de schaduw van de Tweede Wereldoorlog nog over alles hing en waar hij volop met resten antisemitisme werd geconfronteerd. 'In Hilversum was het heel gewoon dat ik op straat door jongetjes voor vuile rotjood werd uitgescholden. En later op de slagersopleiding ging het er nog wel erger aan toe, kan ik je vertellen. Daar waren ze niet kinderachtig. Ik had toen ook nog een opvallende kop met donker haar. Ik was er ontzettend gefrustreerd over. Ik wilde weg. Eigenlijk wilde ik naar Israël op alijah, maar dat mocht niet voor mijn 18e.'
Dus werd het wat anders. Dus ging Content, de 16-jarige jongen wiens ouders braaf lid waren van de Joodse gemeente, varen. Twee jaar lang zat hij op schepen, eerst als koksmaat - als je op de slagersopleiding hebt gezeten, ligt zoiets misschien wel voor de hand - en later als kok. Tot hij 18 was en alsnog op alijah ging naar Israël. 'Ja, het was waarschijnlijk een soort vlucht, een vlucht voor het antisemitisme waar ik natuurlijk op die schepen ook weer mee werd geconfronteerd. Maar in Israël had ik gauw door dat dat ook niet de plaats was waar ik moest zijn.'

Hoezo?
'Daar werd ook volop gediscrimineerd, maar anders.'

Hoe dan? Arabieren?
Ja, wat niet? Arabieren, Roemenen, Marokkanen, noem het maar op. En het was een hele harde maatschappij. Ik zag er bijvoorbeeld de familie K. uit Hilversum, weer terug. In Hilversum hadden ze een goedlopende winkel gehad in de drukste winkelstraat. Ik weet nog dat ze op alijah gingen. Dat was een gebeurtenis. De hele Joodse Gemeente was uitgelopen om ze uitgeleide te doen. Nou, in Israël waren die mensen straatarm geworden, het waren gewoon paupers, maar kennelijk konden ze niet meer terug.'
'Ik wist dus in Israël al vrij snel dat ik daar ook niet moest zijn, maar toch heb ik heel veel aan die tijd gehad. Ik ben er tot rust gekomen. Ik was er tuinman, heb me beziggehouden met tekenen en lezen, dat ik allebei trouwens al langer deed. En ik ben op mijn poten gezet. Nee, het was niet alleen de leeftijd, doordat ik intussen ouder was geworden. Het kwam vooral doordat ik er voor het eerst mensen tegenkwam die me aanspraken op wie ik was. Voor het eerst mensen die me voor zinnig versleten. Daar heb ik heel veel aan gehad.'

Maar na een paar jaar was Content dus toch weer terug in Nederland. 'Een joreed. Dat is heel erg. Als je de betekenis kent van dat woord, weet je hoe erg. Alijah betekent 'opgaan, opstijgen' en dit is het tegenovergestelde. Je bent een soort afvallige, de betekenis ervan is uiterst negatief. Ik was een keer op een lezing van Soetendorp, de oude toen nog, die over alijah ging. Ik zei toen: ''Je kan je beter bezighouden met de jorediem.' Hijzelf was eigenlijk ook een joreed en hij werd verschrikkelijk kwaad.'
Terug in Nederland merkte ik intussen hoe belangrijk taal is, hoe vertrouwd het voelt om weer die taal om je heen te hebben. Ik moet dan altijd denken aan de dichtregel van Jacob Israël de Haan 'De taal van Holland altijd om me heen'. En dat terwijl ik zelfs droomde in het Iwriet, maar zo belangrijk is dus de taal waarin je bent opgevoed. Ik ben altijd wel met taal bezig geweest. Ik heb ook altijd poëzie geschreven. Dat doe ik trouwens nog steeds. Gepubliceerd? Een keer toen ik soldaat was. In een soldatenkrantje.'

'In die tijd ben ik ook gaan schilderen. Ik ging altijd al veel naar musea. Ik wist ook al heel vroeg dat ik wat anders was, geen slager, geen kok. Maar ja, hoe geef je dat vorm, dat wist ik toen nog niet. Maar toen kwam ik tot de ontdekking dat je bij schilderen niet als bij taal gebonden bent. Je hebt niet te maken met punten of met komma's. Als je schildert, ben je vrij. Het werd dus een leven van schilderen, schrijven en werken om de kost te verdienen. Tot ik een advertentie zag voor een post-academische opleiding beeldende kunst. Ateliers '63 heette het. Ik werd aangenomen. En nadat die opleiding afgelopen was, na twee jaar, kreeg ik een tentoonstelling in het Stedelijk Museum.

Alleen een post-academische opleiding? Maar hoe ontdek je dan wie je bent als kunstenaar? Hoe ontwikkel je een stijl?
'Dat was een kwestie van heel veel naar kunst kijken, van heel veel lezen. Ik ben in die tijd heel vaak op en neer naar Parijs geweest om werk van Picasso te bekijken. Ik denk dat er geen grotere schilder is geweest dan hij. Nou ja, en Matisse misschien. Het is een kwestie van je informeren. Ik ben altijd heel hongerig geweest naar cultuur. Ik ben nog stééds heel hongerig. Ik lees alles achter elkaar. Hongerig naar het andere, naar wat niet doorsnee is, naar dat wat dingen in je wakker maakt. Als je eenmaal verzen van Gorter hebt gelezen, dan zie je, tjee, er is toch nog een andere wereld. Dat is het waarom van het kunstenaar zijn: op zoek zijn en hard werken. Op zoek naar iets anders dan alleen maar brood, naar iets voorbij het gewone.'

'Godsdienst is ook zoiets voor mij, dat is ook voorbij het gewone. Ik ben godsdienstig en godsdienst is heel belangrijk voor me. Ik heb een tijd bij de orthodoxen gezeten, maar ben er weggegaan want ik had geen geld. Ook bij de liberalen heb ik een tijd rondgelopen, dat doe ik ook al niet meer. Maar ik ben er wel steeds mee bezig en ik lees er veel over. Het mooiste wat ik over God heb gelezen ben ik trouwens tegengekomen bij Spinoza, het begin van de Ethica. Daaraan kun je ook zien dat Spinoza wel degelijk Joods was. Misschien een doorgedraaide Jood, maar wel een Jood. Het is één van mijn favoriete schrijvers, Spinoza, samen met Jacob Israël de Haan.'

Ben je als schilder te herleiden tot een bepaalde school? Voel je je verwant met een bepaalde stijl? Als je met een musicus, bijvoorbeeld een violist, praat, dan zal hij altijd zeggen: mijn leraar is nog een leerling van die en die beroemdheid geweest en dat is terug te vinden in hoe ik speel.
'Nee, ik speel viool zoals Eli Content. Ik ben natuurlijk autodidact. Toen ik mijn eerste tentoonstelling had, destijds in het Stedelijk, was er een criticus, ik geloof van Het Parool, die schreef dat wat ik deed leek op Agnes Martin. Ik had toen nog nooit een schilderij van haar gezien en ben het gaan opzoeken. En inderdaad, heel in de verte was er soms een heel klein beetje sprake van een soort vage gelijkenis. Ik vond het een hele klap om zoiets te lezen, want ik was toch alleen maar Eli Content. En dat ben ik gebleven. Nu, 40 jaar na dato kan ik zeggen dat het nog steeds alleen maar lijkt op Eli Content

Je schildert nooit mensen. Ik las ergens dat je daar ooit vanaf hebt gezien wegens het Joods-religieuze voorschrift dat je geen afbeeldingen van mensen mag maken. Dat verbaasde me.
'Ik ben altijd veel met Jodendom bezig geweest en destijds trof het me enorm, dat verbod op beelding. Ik vond dat zo interessant. Ik heb toen gezegd: 'dat schilder ik niet meer'. En dat is zo gebleven. Ik was toen 28 jaar. Het was voor mijn werk een heel belangrijke stap geweest. Tegelijkertijd moet ik zeggen dat juist van mensen de meest prachtige dingen zijn geschilderd. Als je bijvoorbeeld kijkt naar wat er aan christelijke kunst is gemaakt, afbeeldingen van heiligen of van Christus. Ik houd het meest van de kunst van vóór de Renaissance. Een van mijn lievelingsschilderijen hangt in het Prado in Madrid, een afbeelding van Christus in het water als hij wordt gedoopt. Schitterend. Maar zelf schilder ik dus geen mensen.

Veel schilders behoren tot een collectief of scharen zich gezamenlijk achter een bepaald ideaal, zoals de Cobra-groep of eerder De Stijl. Hoor jij ergens bij?
'Nee hoor, ik kan goed met mezelf opschieten. En ik heb het heel gezellig met mezelf alleen.'

Geen opmerkingen: